Weekmenu 7 & 8 – Desperate times.

Ik heb daarnet in de rapte even mijn weekmenu gemaakt voor de komende twee weken en mijn conclusies getrokken: van de 14 komende dagen, zal ik maximum 7 dagen eventueel tijd hebben om te koken. Dat is een optimistische schatting, want het wordt gigantisch druk met lange lesdagen en veel vergaderingen.

Desperate times call for desperate measures: de komende twee weken zijn er geen regels, behalve zo vaak mogelijk anderen laten koken en me niet ambetant voelen als op de 7 kookdagen er toch uit eten wordt gegaan of een meneer met een mobilette iets brengt.

Geen vegetarische dagen, geen geplande vastendagen (ik denk dat ik gewoon 16:8 ga doen, wegens overdag toch geen tijd om te eten), geen diepvriesverplichtingen en geen gekozen kookboek. No rules, springen en hopen dat het goedkomt. U hoort het binnen twee weken.

Over de afgelopen twee weken kan ik drie dingen zeggen:
– Polenta is niet lekker. Waarom heeft niemand mij dat ooit verteld? Ik had dat nooit eerder gemaakt, het werd een smakeloze brij met een vieze textuur. Ik zei er post-fiasco iets van tegen een paar vriendinnen en zij waren unisono: polenta is het voedsel van de duivel. Moet er iemand een half pakske hebben? Of heeft iemand een recept dat wel lekker is?
– Nigella makes a bitchin spaghetti met ballekes. Links op de foto hieronder. De saus werd nog lekkerder dankzij de passata die ik vandezomer zelf maakte met boerderijtomaten. De zomer op mijn bord. Is het al bijna zomer, alstublieft?
– Mijn risotto met aardpeer en knolselder is ondertussen een waar succesverhaal geworden. Het staat hier rechts op de foto, en ik geef u bij deze even het telegramrecept. Dat is dan voor op uw weekmenu zie. Hashtag graaggedaan.

Ajuin, look, wit van prei, knolselder en aardpeer aanstoven in olijfolie, met peper zout en venkelzaad. Dat venkelzaad is belangrijk, want het maakt het af. Eventueel te vervangen door wat komijnzaad als ge echt geen venkel hebt. Wanneer de groenten zo goed als gaar zijn: uit te pan scheppen.
Risotto maken in dezelfde pan: ajuintje, risottorijst glazig laten worden in boter. Blussen met witte wijn en bouillon. De laatste 5 minuten de groenten toevoegen.
Parmesan erdoor en wat bladpeterselie: hey presto. Als er iets van vlees bijmoet, dan gooi ik er krokante rauwe ham op (een paar minuten op hoge temperatuur in de oven op een bakblik en dan laten uitlekken op keukenpapier). Of zoals deze keer: er stond een doosje spekjes in de frigo dat op moest, en ik gooide dat bij de ajuin voor bij de risotto. Dat was lekker.

Eindelijkheid.

Ik liep nog langs de boerderij voor yoghurt, eitjes en wat geitenkaas en vroeg langs mijn neus weg hoe het met het witloof ging en wanneer het oogstbaar zou zijn. Ik vraag dat al weken elke keer als ik er ben.

Het bleek vanaf morgen, maar ik mocht vandaag al. Mijn vreugde kende geen grenzen, want het witloof is erg laat dit jaar.

Die zelfoogst, dat blijft ongelooflijk wat dat doet met een mens. Het wachten, het verlangen naar iets wat ge graag hebt. Eens het er eindelijk is, is het zo veel schoner dan als ge het gewoon direct hadt gekregen.

De schaarste van de winter. Het zoeken naar een handvol kervel, wat postelein en een prei die niet vastgevroren is in de grond. Maar ook het rondkijken naar wat eraan komt. Het verlangen naar de lente en naar weer wat meer leven is nergens zo sterk als daar.

Maar ook de troost van de natuur: alle goeie dingen komen vroeg of laat terug, als ge maar geduldig genoeg wacht.

En hoe heerlijk dat dan is, als het eindelijk zo is.

Ik swing alleen als het vriendelijk gevraagd wordt.

Een paar maand geleden kreeg ik de vraag van de drie dames van This is How We Read, een blog die de boekenlezers onder u niet onbekend zal zijn, of ik zin had om een keer te swingen op dinsdag met hen. Omdat ze het vriendelijk vroegen, omdat ik niet hoef te dansen én omdat ik hun blog graag les, zei ik zonder aarzelen ja.

En dus leest u vandaag hier een stuk dat eigenlijk van This is how we read komt. En leest u bij hen mijn pleidooi voor de boekhandelaar van een tijdje geleden.

Maar ik moest dus een stukje kiezen. En ik zat volop in de examenverbetermarathon, en hoewel ik dus pricipieel wilde swingen, had ik geen tijd. Gelukkig kan ik zo’n dingen liefdevol delegeren naar mijn favoriete boekhandelaar, Maartje-van-Boekarest. Want kiezen uit een blog over literatuur, dat laat een mens best aan een kenner over. Ze koos een stukje over schrijven voor kinderen “Want dat past bij jouw achtergrond”. Voor het origineel: klik op de titel.

Schrijven voor kinderen.

Een leeuw met smetvrees. Een springlevend geflambeerd konijn. Een bagageband als slaapkamer. Een politiezwaailicht jatten. Het boek van Sinterklaas met Tipp-Ex bewerken. Een pratende zure bom en zijn moeilijke relatie met een tandarts die Mijnheer Krepeer heet. Waarom er al eens een koe op Dikke Thibault heeft gestaan.

Continue reading

Groeifeest (iv): het feest zelve

Deel 1 – over het groeifeest
Deel 2 – vriendinnen en een thema
Deel 3 – Het aanlopen

En paar weken geleden zei iemand over iets totaal anders op facebook “hah, grappig dat je jezelf regels oplegt die je volgende week al weer vergeten bent”, en ik was licht geaffronteerd.
Maar hij had gelijk natuurlijk.
Ik heb de aandachtsboog van een goudvis.
Ik heb kijk-een-vogeltje.

Ik was vergeten dat ik nog over het groeifeest zelf moest schrijven. En eigenlijk was dat de schuld van W., onze maat die foto’s nam, en tijd nodig had om die te ontwikkelen, en ik ging wachten tot de foto’s er waren en kijk een vogeltje.
Er rest mij na vandaag nog een post over cadeautjes, maar nu is er vooral: het feest zelf.

Zo’n feest zelf, wij waren daar redelijk rap uit wat we wilden: iets van ons voor onze kindjes, waar ze op hun gemak zijn en met niet te veel blahblah en alle mensen die ze graag zien.

En dus huurden we het buurtcentrum hier in de straat. Daar hoort een parkje bij, waar wij elke vrijdag aperitieven en waar onze meisjes elke dag spelen bij mooi weer. Op hun gemak zijn, check.

De aankleding, dat was een extra dagje werk. De dag voordien werd de zaal en het park versierd met tienduizend vlagjes, die we zelf maakten door stofresten in repen te scheuren. We zorgden voor mooi gedekte tafels, hingen vogels op en zetten overal vaasjes en bokaaltjes met veldbloemen.

We wilden ook iets doen voor elk kindje apart, met haar eigen familie. En dus kreeg het begin van de dag al snel vorm: we huurden drie bootjes van Gent, elk meiske had haar eigen boot en daar werd een aperitief gedaan tijdens een boottocht. Daarna kwamen alle feestjes samen in dat buurtcentrum en park.

Continue reading

Week 5 en 6, een deadline die ik niet haalde.

(klik op het prentje voor groter)

Deadlinesurfend op een woelige Atlantische Oceaan, zo voelt het leven momenteel. Het einde van semester 1 is in zicht, en ik geef de laatste punten in en werk cursussen voor volgend semester af. De samenvatting is: het is een beetje druk en ik ben een beetje moe. Ge zult het mij dus vergeven, dat week 5 al bijna voorbij is en ik u nog moest vertellen over het weekmenu. Ik moet u trouwens nog veel vertellen, maar dat stond allemaal op mijn Als-Ik-Eens-Tijd-Heb-Lijstje, waar ik vanaf volgende week werk van ga maken.

Maar eten dus. Ik vertelde al dat ik wel regels kan volgen, en dus werd ik overmoedig en voegde nog een regel toe. Want hier in huis is streber geen scheldwoord maar een schoon compliment.

De extra regel kwam er door praktische overweging. Ik ontdooide namelijk de diepvriezer, op een moment waarop ik niet kon werken want er was een dochter en dochtervriendin aanwezig die om de drie minuten een vraag hadden die startte met mamamamamamamama (dat is mijn naam, wist ge dat niet?) en dat is nefast voor mijn concentratie. Bij ontdooien hebt ge geen concentratie nodig echter, en een mens voelt zich nog nuttig ook.
Ik kwam hoofdschuddend tot de conclusie dat het Een Echte Schande is, dat ik zo weinig uit de vriezer kook. Want daar zitten veel lekkere dingen in, van in den tijd dat het nog zomer was en er tijd was om grote hoeveelheden voedsel in te vriezen voor drukke winterdagen. Voor periodes zoals nu dus.

De nieuwe regel was geboren: wekelijks minstens één keer iets uit de diepvries gebruiken. Ha.
Dat geeft volgende regels
– 4 keer vegetarisch per week
– 2 vastendagen per week
– minstens 1 ingrediënt uit de diepvries
– elke week een recept uit een kookboek.

Het kookboek werd deze keer het willekeurig uit mijn boekenkast gesleurde Nigella Bites. Een confrontatie met mijn verleden, want ik vond Nigella vroeger fantastisch. En nu dacht ik bij zowat elk recept ofwel te zwaar, te vettig, te gewoon of te veel vlees.
Met veel moeite selecteerde ik de dubbelgegrilde ovenschotel met haloumi en een pasta met gehaktballen.

En besloot ik Nigella daarna te verkopen. Iemand?