If only for today I am unafraid.

– In het begin van eerste jaar, toen we hier pas begonnen, moesten we op een blad noteren wat onze ideale klas zou zijn. Ons beeld van onszelf als leraar, binnen een paar jaar, in een ideale situatie. Ik schreef toen: een klas met een 15-tal leerlingen, allemaal Nederlandstalig, allemaal rustig aan het werken aan een opdracht, in stilte. Ik die tussen de bankjes loop en tevreden kijk hoe ze het allemaal hebben begrepen. *lachje*
– Hm. Schattig wel. En als ge het nu opnieuw moest beschrijven?
– Alles wat ik toen niet schreef.

Dit zijn de beste dagen: in de tuin van de school, met studenten die binnen een maand afstuderen. Praten over wat ze de laatste maanden gezien hebben, op stage. Over wat ze gaan doen en willen worden. Luisteren naar hen en kijken naar hoe volwassen ze al zijn.

En dan ongelooflijk fier zijn.

Take back the streets.

Het moet een jaar ofwat geleden zijn, toen we een mail stuurden naar de stad om een zebrapad te vragen aan het park hier op het eind van de straat.
Daar links is dat park. Daar waar die auto staat, daar steken kinderen over om naar het park te gaan. En die bocht, die kunt ge blijkbaar gemakkelijk doorvlammen en optrekken tot zestig of voor mensen met ambitie, zeventig, dan op het rechte stuk.

hoek2

Daar is toch niet veel verkeer, in zo’n woonwijk, hoor ik u zeggen? Dat zoudt ge denken natuurlijk, ware het niet dat dit een sluipweg is voor wie het druk verkeer op de hoofdwegen hier in de buurt wil ontwijken. En dat blijken veel mensen te zijn.

We vroegen een zebrapad, we kregen “dat is daar zone 30, dus er is sowieso geen probleem”. *zwijgt*

U zal het mij dus vast niet kwalijk nemen dat ik het eigenlijk best lollig vind, dat net dat kruispunt er nu zo uitziet. Want laten we eerlijk zijn: dit is eigenlijk een beetje zebrapad, the next level.

leefstraat

leefstraat2

Tot 13 juli is dat hier van dat, en dus krijgt u linkjes. Over Leefstraten. Over die van ons, die heel poëtisch De Ooievaar van de Meibloem werd gedoopt. En vooral over nu zaterdag, en de officiële opening. Kom af! For reals!

When in Paris.

Toen we vorig jaar met het gedochterte op uitnodiging in Brussel belandden, besloten we dat dit een gezinsprojectje zou worden: de kleine de beste steden laten zien, eentje per jaar.

Vroeger dacht ik altijd dat zo’n dingen niet lukten. Citytrips, dat is niets voor kleuters met hun korte beentjes, lastige eetgewoonten en hun vroege bedtijd. Ik doolde, en ik ben niet beschaamd om dat toe te geven. Na de afgelopen dagen kan ik u alweer zeggen: er zijn weinig dingen cooler dan een kindjen bij de hand nemen en wijzen: “kijk, daar, Montmartre.”

Het was een verzoeknummer. Zij wilde erheen om een tekenfilmserie, wij waren er nog nooit samen geweest. En dus boekte ik een Airbnb, laadde wat kleedskes in een valies, man en kind in de auto en zei: Kom, rijden. Naar Parijs.

Zoals dat gaat op het interweb, krijgt u tips. Parijs met kind, editie 2015.

Pompidou

Reizen
Enige research toonde ons dat de auto de goedkoopste en de meest efficiënte optie was: op iets meer dan drie uur van deur tot deur, terwijl het kind ondertussen een DVD keek en we niet met valiezen moesten sleuren. We hadden een logement geboekt waar een parkeerplaats inbegrepen was (een zoekcriterium op Airbnb, hoe handig) en dat was ferm gemakkelijk. Toekomen, auto parkeren en vier dagen later auto weer uit de garage halen.

Logeren
Leve Air BnB. Ik was nochtans geen fan. De eerste keer dat we daar iets boekten was een tegenvallerke, want we kwamen terecht in het tuinhuis van een soortement van marginale playboymansion. Ik ga daar niet uitgebreid op in, want het gaat nu over Parijs, but we’re talking webcams aan het zwembad, grote honden, mannen met te veel tattoos en veel Romeinse beelden en potpourri. Overal. Of ook: als er kunstgras in uw kamer ligt, dan is dat bezwaarlijk charmant te noemen.
Ik heb vreselijk hard gelachen tijdens ons verblijf aldaar, maar wel drie jaar nodig gehad om het trauma te verwerken, achteraf. Nu ben ik blij dat ik het gedoe een tweede kans heb gegeven. Ook al was dat voornamelijk omdat bleek dat een gewone hotelkamer in de paasvakantie in Parijs nogal eeeeeuhm prijzig is. Zeker als ge een balkon wilt om te vermijden dat ge elke avond in de badkamer moet zitten lezen omdat het kind anders niet wil slapen.

We hadden Een klein appartement, maar met alles wat we nodig hadden én in een gebouw binnenplaats. Spelende kindjes, zomeravonden, ouders met een glazeke wijn. U begrijpt dat we ons direct thuis voelden. Precies De Ooievaar van De Meibloem, maar dan in Parijs.

De buurt van het appartement is grootstedelijk (ahja, het is Parijs) en druk, maar eens de poort dichtvalt voelt en hoort ge daar niks meer van. Bovendien was alles dichtbij (bakker, supermarkt, veel bistro-toestanden) en heeft het appartement dus een parkeerplaats en een metrostation voor de deur. ‘s Morgens afhaalkoffie en croissants halen en die opeten op de binnenkoer van een appartementsgebouw is bovendien bijzonder goed als tegengif voor het toeristengevoel. Spijtig dat ik mijn baret thuis vergeten was.

Transport

Als ik 's avonds mijn eigen voeten voel, kan ik bijna niet geloven dat de 5yo dat allemaal zelf stapt. Heldin.

We namen vier dagen lang de metro, want dat op zich is al een ervaring voor een 5yo. Er is ook een geweldige app ondertussen, maar ik wacht wel met bang hart mijn roaming-rekening af in dat verband.
We hadden de step meegenomen voor de kleine, maar gezien haar aangeboren kamikazegedrag en de drukte op straat hebben we die uiteindelijk niet gebruikt. De kleuter stapte alles zelf, twee keer een minuut of tien in mijn nek en een keer of vijf bij de man niet meegerekend. Met de nodige pauzes en een aangepast tempo gaat dat blijkbaar wel.

Doen
Alsof wij een selfiestick nodig hebben. #oldscool

When in Paris for the first time gecombineerd met een aantal uitstekende tips die we van mensen kregen en een paar voorkeuren van de volwassenen in het gezelschap. Natuurlijk gingen we naar de Eiffeltoren kijken. Natuurlijk toonden we haar Montmartre, de Sacre Coeur en de Notre Dame. Natuurlijk wandelden we op de kades van de Seine. En speelden we op de roltrappen van Centre Pompidou.

We kochten daar tickets, in Centre Pompidou (mijn eerste keer!) en zagen er een fantastische expo van Jeff Koons. Als ge een kleuter wilt boeien, dan zijn blinkende blow-ups van ballonbeesten en gigantische pop-artschilderijen de way to go, dat weet iedereen. Maar ook de rest van het Musée national d’art moderne bleek in de smaak te vallen. Ook wel: eat you heart out, SMAK.

Koons

Minder vaak op agenda van de Parijstoerist, maar zeer de moeite: Jardin des Plantes, een fantastisch park mét een hele oude Ménagerie. Dierentuinen en kleuters: ge kunt daar niet verkeerd mee doen en deze is zeer mooi en behapbaar. Het hoogtepunt was echter Muséum National d’Histoire Naturelle met vooral de Grande Galerie de l’Évolution. Opgezette beesten! Skeletten! Opgezette beesten! Een prachtig gebouw! Opgezette beesten!

Een olifant!

In de categorie Dode Dieren spendeerden we ook een halve voormiddag in Deyrolle en werd dit instant uitgeroepen tot mijn favorieteste winkel ooit. Voor mijn volgende verjaardag mag dat een Cabinet de Curiosités met kevers en opgezet kuikentje zijn. Alvast bedankt!

Eten en drinken
In zowat elke zichzelf respecterende bistro zijn er frietjes voor kleuters, dus eten is geen probleem in Parijs. Op elke hoek is lekkere koffie te krijgen, dus ik was zelf ook niet ongelukkig. Maar omdat we nogal graag hebben dat het kind soms eens iets anders eet dan vettigheid, en omdat ik zelf niet louter op cafeïne kan leven, twee uitschieters van tijdens onze trip.

Le Jardin des Pates. Een woordspeling vlakbij Jardin des Plantes, maar wat een heerlijke pasta. Gezellige doeninge ook, en vriendelijke mensen. Om te onthouden, dit.

Het restaurant van de Grande Mosquée de Paris was ook een ontdekking. Instant Marrakech op een straathoek. Een leuke binnentuin, lekkere couscous en van die grote gouden tafels.

Volgend jaar doen we het weer, dat is al beslist. Misschien Barcelona. Of Praag. Of uw suggesties, natuurlijk.

Dag prinses D. #teamevelien

Tien jaar geleden hadden mensen nog andere namen op het internet. Lilith, Sunnymoon, Ishku, Brutin (neen, dat laatste was bij nader inzien gewoon zijn familienaam. Bygones.).
Zij had er ook zo één en iedereen kende haar. Ik lag deze nacht te denken of de anderen haar ook zo nog altijd zo noemen in hun hoofd. Ook al is ze al jaren gewoon Evelien.

Of zij ook luid hadden gevloekt gisteren, nog luider dan een paar maand geleden toen ze schreef over de kanker en de 25% en hoe ze daarbij zou horen, bij die 25%. Want dat die andere optie geen optie was.
Of zij ook wel 10 keer hadden moeten slikken gisteren toen iemand vroeg wat er scheelde. Tien keer voor ze konden zeggen “D. is dood.”

Godver godver godver. @evelienss toch. #teamevelien

In maart 2007 stuurde ik Evelien een gedicht, omdat ze verdriet had. Ik had het een paar maand eerder van een andere blogger gekregen, in een situatie die vergelijkbaar was.

Vandaag krijgt ze het nog eens.
Dag, Prinses D.
Slaap zacht, Evelien.

Sotto voce

Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, ‘t geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.

Arm en beschaamd zo arm te zijn.

(M. Vasalis)

Het buitenkind.

Toen wij pas een tuin hadden, heb ik het stadskind echt moeten leren wat dat was, buitenspelen. Of wat dat kan zijn. Want op een speeltuin rondhangen, of in de modder zitten prutsen: dat deed ze altijd al graag. Maar soms heeft ze daar dus geen zin in.

Van zodra de buitentemperatuur hier boven de 17 graden gaat, gooi ik de terrasdeuren open en verplaatst mijn leven zich naar buiten. Op mijn blote voeten. En over mijn dood lijk dat een kind van mij een binnenzitterke zou worden.

Vorig jaar moest ik keihard zagen.
“Ga buiten spelen, jong!”
“Jamaar, ik wil met plasticine spelen.”
“Neem uw plasticine en zet u buiten.”

“Het is mooi weer. Ga naar buiten.”
“Ik ben met de lego bezig.”
“Ik zal uw lego op het terras zetten, kom.”

Dit voorjaar blijkt mijn gezeur eindelijk vruchten af te werpen, want vanmiddag was er dit het gesprek.

“Kom, Sien 90210, we gaan naar buiten.”
“Jamaar, we tekenen toch?”
“We kunnen buiten ook tekenen, kom.”

Voor het Hans-en-grietje-gevoel: kindjes in een kooi.

Ze heeft gelijk, natuurlijk. My sweet brainwash-baby.