Over biovoeding. De titel had ook “Sejieus, media?” kunnen zijn.

Grote kop deze ochtend in De Morgen. Biovoeding: Niet het ultieme wapen tegen kanker .
Over twee pagina’s werd uitgelegd dat biovoeding niet doet wat het belooft, namelijk voorkomen dat u kanker krijgt. Op twitter, facebook en in De Ochtend was het vervolgens een handgewrijf van jewelste. “Alweer een mythe van de groene kerk doorprikt” was de teneur.
Well halle-freakin-lujah.

Wij eten wel vaak bio, en ik kan er u dus één en ander over vertellen.
Zo ben ik na het nieuws van vandaag nog even in de frigo gaan kijken en ik kan het nu ook echt bevestigen: biovoeding komt niet met een bijsluiter dat het kanker zou voorkomen. Gek toch?
Ik heb persoonlijk nog nooit gedacht “Laat ik maar bio eten, dan krijg ik vast geen ziektes”. Ieder weldenkend mens weet immers dat er andere factoren zijn met meer belang bij het krijgen van kanker: genen, bijvoorbeeld, roken, of u somtijds al eens aan een asbestplaat lekt. Dat soort dingen.

Omdat wij deze ochtend aan de ontbijttafel een beetje heen- en weer geslingerd werden tussen lachen en boos roepen naar de gazet: drie redenen waarom wij wel voornamelijk bio eten.

Gezondheid.
Hoe durft ze, zo een wetenschappelijk onderzoek tegenspreken. Awel, kijk, het is eenvoudig.
In de titel in De Morgen gaat het over kanker. Er wordt gemakkelijkheidshalve geen melding gemaakt van wat verder ook in het artikel staat: de weerstand van bio-eters is beter, ze worden minder snel ziek en genezen sneller. Kinderen die bio eten blijken minder allergieën te hebben, en minder eczeem. Allemaal bewezen, zo staat er, maar niet het vermelden waard in de titel natuurlijk, want geen kanker. Goed. Ok. Uw keuze, De Morgen.
Maar biologische voeding, beste kinderen, is dus wel degelijk gezonder. Ik ga zelfs niet praten over antibioticaresistentie door al de brol die beesten binnenkrijgen. Beesten die wij dan opeten. Maar ik vind het wel raar, dat dat een beetje weggewuifd wordt. Het zal allemaal zo erg niet zijn toch? Ja euhm. Ik vind dat dus wel erg, ja.
En er mogen duizend proffen op het nieuws vertellen dat de hoeveelheid pesticiden op ons voedsel helemaal veilig is, geen pesticiden zijn misschien nog veiliger, denkt ge niet?
30 jaar geleden werd ook gezegd dat een beetje roken tijdens de zwangerschap niet zo schadelijk was. Ja euhm.

Respect
Voor een volledige omschrijving van wat biologisch voedsel precies betekent: zie hier. Samengevat: bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu, dier en mens.
Persoonlijk snap ik niet zo goed wat een weldenkend mens daar op tegen kan hebben. Respect voor uzelf, voor beesten en voor de planeet waarop ge leeft. Call me geitenwollensok all you want, maar ik vind dat precies niet zo’n absurd uitgangspunt.
Ik heb zelf bovendien een ongelooflijke aversie gekregen van massaproductie na het zien van Food Inc. Echt, bekijk deze film. Ik beloof u dat het 90 zeer wel gespendeerde minuten zijn.

Smaak
Koop één keer een biologische kip en zie hoe de filet even groot blijft na het bakken. Eet eens biologisch gehakt en proef het verschil. Ruik eens aan een tomaat van een boerenmarkt, zo één die niet is geplukt toen ze nog groen was omdat ze anders al veel te rijp zou zijn tegen dat ze in de winkel ligt.
Maak een bloemkool klaar die geteeld werd op een boerderij of bij iemand in de moestuin. Trakteer uzelf eens op echte honing, koudgeslingerd, niet van die zoete ingekookte toestanden van de meli. Als het seizoen daar is, haal eens aardbeien bij een boer die ze niet op water kweekt, en ruik hoe het hele huis na een paar minuten naar fraisen geurt. Eet dan een aardbei. Ik ben er zeker van dat ik u dan niet meer moet overtuigen.

Deze namiddag hoorde ik het radionieuws, en ook daar was het een hoofdpunt. Dat biovoedsel geen kanker voorkomt. Ik heb anders het hoofdpunt van het nieuws voor morgen in de aanbieding: vijf keer op- en neerspringen en dan 30 seconden met uw handen flapperen voorkomt geen kanker. Alweer een mythe doorprikt.

If you can’t kill it, don’t eat it.

Mijn pepe had konijnen, vroeger, in kotjes in de hof. Lieve knuffelbeesten, die wij elke dag het afval van de groenten gaven. We hielpen met het uitkuisen van de kotten, we mochten ze vastpakken en aaien. Als ge gras plukte, en dat door de draad stak, dan kwam er een klein warm neusje tegen uw hand duwen en voorzichtig gulzig knabbelen.
Wanneer de konijnen volgroeid waren, dan werden die doodgemaakt en dan maakte mijn meme ze klaar. Met pruimen en kroketjes. Ik weet nog dat ik dat op een bepaald moment in mijn kindertijd superzielig vond. Ik weet nog dat mijn pepe toen zei: “Niet onnozel doen, hé. Die konijntjes zijn om op te eten.”

Mijn andere pepe had duiven. Elk weekend werden een paar duiven in manden gestopt en naar Arras gebracht met de camion. Op zondag stond mijn pepe dan aan zijn duivenkot, met een blik mais te schudden. De duiven vielen en de ringen werden in de kas gestopt. Met die kas moest ge naar het café, en dan hadt ge misschien een prijs.
Soms hadden de duiven babyduiven. Jonge duiven zijn aandoenlijk schattig, met die lieve pluizen op hun hoofd. Ik ging altijd kijken naar de kleine duifjes. Soms mocht ik er eentje vastpakken, zomaar op mijn handen. Ze waren ontstellend zacht.
Jonge duiven zijn fantastisch lekker. Mijn meme maakte die klaar met kleine ajuintjes en bruine saus. We kregen er patatjes bij die ge mocht moezelen, met de saus. Heerlijk.

Fast forward dertig jaar.
De vriend van de dochter komt uit een gezin waar vegetarisch wordt gegeten.
“Mama? B. zegt dat hij geen dode dieren eet. Eten wij dode dieren?”
“Ja, wij eten dode dieren. Niet vaak, maar als we vlees eten, dan is dat van dode dieren.”
“Ojo. Welk dier is worst dan?”
“Varken, meestal, of kip. Of koe.”
“Wow”
“Wij proberen weinig dieren te eten. En als we vlees eten, dan koop ik vlees van dieren die een tof leven hebben gehad.”
/insert een hele uitleg over dierenwelzijn.
“Wil jij liever helemaal geen dode dieren meer eten? Want als jij dat wil, dan is dat ok hoor.”
De dochter denkt na.
“Neen. Ik lust graag worst. Dus dan moet ik dode dieren eten.”

Tot zover de theoretische uitleg. En dan nu de praktijk. Ik stel u voor: de drie biggetjes.

vier biggetjes

Schattig hé.
Ze zitten hier in ons eigen klein Berlijn, sinds een paar weken en we geven ze eten, zowat elke dag. We zien ze groeien als kool, en ze zijn machtig aanhankelijk, met al die spelende buurtkinderen die hen komen bezoeken.

varkentjes!

In het najaar gaan ze op de barbecue. Mmmmm, speenvarken, met wat sla en een stuk stokbrood.

De kleine weet het, en vertelt het ook tegen bezoekers. “In oktober gaan we de varkentjes opeten op een groot feest.” Ik moet altijd een beetje glimlachen als ze het vertelt want ik ben razend benieuwd hoe vlot ze er mee gaat omgaan als het zover is.

This autum, on a blog near you.

Stilte. En al.

Ze praat constant. Als ze ‘s ochtends haar ogen opendoet, en me roept om op te staan, strompel ik haar kamer binnen. Dan moet de eenzame nacht er blijkbaar uit, en tettert ze terwijl ik boos de dag inkijk. Niet dat ik daar een reden voor heb, maar boos de dag inkijken is een standaard houding voor negen uur ‘s ochtends.

We gaan naar beneden, zij babbelt, ik doe uhuhuh en mmm mmm. We zitten in de zetel, zij kijkt wegens vakantie wat tv en geeft ondertussen commentaar op alles wat ze ziet. Ik doe uhuh en mmm mmm.

De rest van de dag blijft ze praten. Honderd vragen, duizend stellingen, miljarden keer “mamaaa?” per etmaal. Ze is zo hees als een koekoek, de laatste week, want ze is snipverkouden, maar zwijgen: ho maar. Als ze alleen aan het spelen is, praat ze met haar speelgoed. Of ze zingt. Altijd hetzelfde liedje, dat is zo als ge vier zijt.

Omdat wij moesten werken, ging ze drie dagen naar zee naar haar grootouders. Wij keerden ‘s avonds met de auto terug en luisterden naar muziek en stilte. ‘s Ochtends bij het opstaan was er alleen het geluid van de koffiemachine, een krant en heerlijke, fantastische rust.

Een uur later vond ik het hier stil in huis. Twee uur later oorverdovend stil. Tegen de middag treurde ik en belde ik haar. Om gebabbel te horen. De volgende twee dagen waren werken en missen. En ik begreep mezelf niet.

Gisterenavond kwam ze terug, en ik laafde me aan haar energie. Ik luisterde naar haar vertellementen, stelde vraag na vraag na vraag, gewoon omdat haar hese stem niet zou stilvallen.

Vanochtend riep ze, en ze begon te tetteren. Nu zit ze naast mij terwijl ik dit schrijf, en ze stelt honderd vragen per minuut.

Ik denk “zwijg nu toch eens vijf seconden” en besef alweer dat het toch iets raars is, dat moederschap.

Knollen uit de oven.

Een tijd geleden kregen wij hier eens een SmartMat-pakket om te testen. Aangezien we ondertussen een zelfoogstabonnement hebben (ander eind van het “ik wil niet veel werk aan mijn eten hebben”-spectrum, ik weet het) hebben we het uiteindelijk niet verder genomen.
Eén van de gerechten uit de proefweek echter is een blijvertje, hier, zij het dan wat gepimpt en aangepast door uw dienaar zelve. SmartMat gebruikt feta, bijvoorbeeld, wij vinden de feta hierin net te zuur en dominant.

Een gerecht zo gemakkelijk dat zelfs mijn lief het al klaargemaakt heeft. Dat moest ik trouwens zeggen van hem (“Schrijf maar dat het dummyproof is”), dus het is niet dat ik hier denigrerend doe over zijn kooktalent. The boy makes a bitchin’ spaghetti, dus ik zou niet durven.

Gemakkelijk dus en behoorlijk snel ook. Op een half uur staat het eten op tafel, maar ik kan wel nogal snel groenten snijden. Dat snijden kan ook van tevoren, als dat handiger is. In een potje in de frigo, deksel erop.

Ojo zo lekker.
Lees verder

Op restaurant

Een vader die plots meer werk heeft dan verwacht in de vakantie, dat is behoorlijk bleh, maar het heeft onmiskenbaar ook voordelen. Zeker als ge een dochter hebt van bijna vijf en ouders die aan zee wonen maar soms eens op reis gaan. Vorige week deden het dochterkind en ik dus een meisjesdag aan zee. We gingen naar het strand, namen de eerste zonnestralen op, gingen iets eten op een terras.

En daar wilde ik het over hebben. Alleen uit eten gaan met de dochter is ondertussen zo cool geworden dat ik daar dus echt van kan genieten. Met een vijfjarige kan een mens dus al echt eens een conversatie hebben en is de fase van “zit stil” en “eet voort” en “stop daarmee” voorbij. Met haar uit eten gaan in gezelschap, is zo mogelijk nog fijner.

Dikwijls zie ik op Facebook en co de vraag passeren voor een kindvriendelijk adres om iets te gaan eten. De antwoorden gaan dan meestal over de Hema en de Lunch Garden of Mac Donalds. Wij zijn daar altijd redelijk categoriek in geweest: ik ga niet naar een restaurant waar ik zonder kinderen niet zou binnengaan, gewoon omdat ze een speelhoek hebben. Van die grootkeukentoestanden, ik zou daar vroeger geen geld aan gegeven hebben, en ik doe dat nu ook nog niet. Er is iets aan zelf een plateau moeten dragen en mijn eten moeten opscheppen dat mij vreselijk tegenstaat. Dan kook ik liever zelf iets, dat is lekkerder en goedkoper. Maar over zelf koken gaat het nu niet, natuurlijk, ik geef u vandaag tips om met uw kind op restaurant te gaan.

1. Kindvriendelijke restaurants zijn restaurants waar ze vriendelijk zijn voor kinderen. Meer is er niet nodig. Uit ervaring: ongeveer 95% van de restaurants zijn vriendelijk voor kinderen. Als er een speelhoek is, dan is dat mooi meegenomen. Maar vaak bieden restaurants die dat niet hebben ook spontaan iets aan om mee te spelen of tekenen.
Het helpt als ge een paar kleine dingen in uw hoofd houdt: laat uw kind schoenen uittrekken, zodat die mooie stoelen niet vol vlekken zitten, bijvoorbeeld. Probeer ervoor te zorgen dat uw kind niet te veel eten rondstrooit, en als dat wel gebeurt: ruim zelf een beetje op. Durf ook vragen naar een extra bordje, of een rietje. Of laat uw allerschattigste kleuter dat zelf vragen. Altijd scoren.
2. Begin jong genoeg. Wij nemen de mini al sinds ze rechtop kan zitten mee op restaurant, nu ze vijf is weet ze wat dat betekent. Er zijn voordelen aan uit eten gaan zoals je krijgt sap, limonade en iets wat je graag eet. Maar er zijn ook nadelen zoals je mag niet gillen en geen andere mensen ambeteren. Dat vraagt wat training, maar kinderen kunnen dat. En na die paar jaar is ze een zeer beleefd kind op restaurant en ze heeft daar geen moeite mee. Ze vindt het niet vervelend om zich te gedragen.
3. Pas de duur en het tijdstip aan aan de leeftijd van uw kind. Als u uitgebreid wilt dineren om acht uur ‘s avonds: neem een babysit. Onze ervaring is dat om 19h die van ons minder handelbaar wordt, dus als we ‘s avonds uit eten gaan, dan zorgen we dat we om 18h in het restaurant zijn. Je moet minder lang wachten omdat je als eerste bestelt, en tegen dat het kind moe wordt ben je al weer op weg naar huis.
Lunchen werkt het best, zeker met echt jonge kinderen. Uitgebreid lunchen (aperitief én dessert), dat lukt hier sinds een jaar of twee. Onder de drie jaar was het hier het veiligst als we op een uur terug buiten stonden. Leg u daarbij neer, ze zijn zo mini en doen zo hun best.
4. Laat uw kind zelf kiezen. Veel restaurants zijn bereid om eender welk gerecht in kinderportie aan te bieden. Wij gingen ooit in een echt chique restaurant eten met haar, zonder kinderkaart. Nadat ik vroeg of er iets mogelijk was, kwam de chef zelf aan tafel vragen wat ze graag lustte. We kwamen uiteindelijk tot een slibtongetje, wat frietjes en een portie komkommer. Geen probleem, en met evenveel zorg bereid als ons eten.
Als er echt niets op de kaart staat waarvan u denkt dat uw kind het zal eten: ga voor de supplementen. Een portie frieten gaat er altijd in, en ge kunt dan vanavond soep geven voor de vitaminen toch?
5. Beschouw uw kind als volwaardig tafelgezelschap. Zelf gezellig zitten praten, en verwachten dat uw kind zichzelf wel zal bezig houden, dat is vragen om miserie. Betrek uw kind in het gesprek. Praat ook eens over iets wat kinderen leuk vinden. Of bouw een toren met de bierviltjes.
6. Beweeg. Als u merkt dat het kind echt verveeld wordt: iemand efkes naar buiten met het grut terwijl ge wacht op eten. Twee minuten rondrennen lost al veel op. Alternatief: ga naar het toilet. Pipi ergens anders is altijd interessant voor kleuters, om van handjes wassen met fancy soap nog maar te zwijgen. Als er een droogapparaat voor de handen is, zijt ge helemaal gered.
7. Voorzie entertainment. Een iPad of GSM met een spelleke is het verschil tussen wel of geen aperitief of voorgerecht. Maar het hoeft niet elektronisch te zijn: wij hebben altijdaltijdaltijd tekengrief mee. Een papiertje (of vraag een extra papieren onderlegger!) en wat potloden of een vierkleurenbic: dat neemt geen plaats in, en is goed voor zeker een half uur bezigheid. Zeker als ge een beetje meedoet.

Nog aanvullingen iemand?