Dag prinses D. #teamevelien

Tien jaar geleden hadden mensen nog andere namen op het internet. Lilith, Sunnymoon, Ishku, Brutin (neen, dat laatste was bij nader inzien gewoon zijn familienaam. Bygones.).
Zij had er ook zo één en iedereen kende haar. Ik lag deze nacht te denken of de anderen haar ook zo nog altijd zo noemen in hun hoofd. Ook al is ze al jaren gewoon Evelien.

Of zij ook luid hadden gevloekt gisteren, nog luider dan een paar maand geleden toen ze schreef over de kanker en de 25% en hoe ze daarbij zou horen, bij die 25%. Want dat die andere optie geen optie was.
Of zij ook wel 10 keer hadden moeten slikken gisteren toen iemand vroeg wat er scheelde. Tien keer voor ze konden zeggen “D. is dood.”

Godver godver godver. @evelienss toch. #teamevelien

In maart 2007 stuurde ik Evelien een gedicht, omdat ze verdriet had. Ik had het een paar maand eerder van een andere blogger gekregen, in een situatie die vergelijkbaar was.

Vandaag krijgt ze het nog eens.
Dag, Prinses D.
Slaap zacht, Evelien.

Sotto voce

Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, ‘t geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.

Arm en beschaamd zo arm te zijn.

(M. Vasalis)

Het buitenkind.

Toen wij pas een tuin hadden, heb ik het stadskind echt moeten leren wat dat was, buitenspelen. Of wat dat kan zijn. Want op een speeltuin rondhangen, of in de modder zitten prutsen: dat deed ze altijd al graag. Maar soms heeft ze daar dus geen zin in.

Van zodra de buitentemperatuur hier boven de 17 graden gaat, gooi ik de terrasdeuren open en verplaatst mijn leven zich naar buiten. Op mijn blote voeten. En over mijn dood lijk dat een kind van mij een binnenzitterke zou worden.

Vorig jaar moest ik keihard zagen.
“Ga buiten spelen, jong!”
“Jamaar, ik wil met plasticine spelen.”
“Neem uw plasticine en zet u buiten.”

“Het is mooi weer. Ga naar buiten.”
“Ik ben met de lego bezig.”
“Ik zal uw lego op het terras zetten, kom.”

Dit voorjaar blijkt mijn gezeur eindelijk vruchten af te werpen, want vanmiddag was er dit het gesprek.

“Kom, Sien 90210, we gaan naar buiten.”
“Jamaar, we tekenen toch?”
“We kunnen buiten ook tekenen, kom.”

Voor het Hans-en-grietje-gevoel: kindjes in een kooi.

Ze heeft gelijk, natuurlijk. My sweet brainwash-baby.

Blaadjes.

Nergens is het breken van de winter beter voelbaar dan op de boerderij. Opeens is de grond niet meer hard maar blijft er zuigende modder aan uw laarzen plakken. Opeens zijn er overal babydieren en worden grote stukken van het veld omgewoeld door varkens. Opeens zijn handen niet meer bevroren na een half uur oogsten in een snijdende wind.

Ik zie sprietjes verschijnen op de bedden en probeer in de potjes zaaigoed in de serre te determineren wat we gaan eten de komende maanden.

En er zijn blaadjes. Na een paar maand van wortels en knollen, schorseneren en kolen, witloof en prei zijn ze daar opeens: frisgroene, jonge en heerlijke blaadjes. Warmoes, spinazie, groenlof, winterpostelein, raapsteeltjes. We plukken ze voorzichtig, en thuis worden ze met liefde gewassen.

En dan kook ik de lente. Een pesto van wat look, lekkere olijfolie, postelein, pijnboompitten en grana padano. Raapsteeltjes kort gebakken met een ajuin en wat look. Veel peper en zout. Goeie pasta erbij en veel kaas erover.

(Wij schreven gisteren in voor een nieuw jaar CSA-boerderij. Interesse? Mail Naomi.)

Tinkelbel, het overleg.

Na de post was er een artikel in de gazet en een mail van de schepen voor een overleg maandagochtend. Tina verzamelde alle informatie in een fantastisch document (19 onderbouwde bladzijden met al jullie bedenkingen en vragen, aan te vragen bij haar), Ellen bood vanuit haar expertise spontaan aan mee te gaan. Drie vrouw sterk dus, en ook aan de andere kant van de tafel zaten drie mevrouwen: niet de schepen zelf, maar wel een afgevaardigde van het kabinet en het hoofd en de adjunct van de dienst kinderopvang zelf.

Tina schrijft het neer in een zeer objectief verslag. Ga vooral daar lezen, dus.

Inhoudelijk heb ik niets aan te vullen, persoonlijk enkel nog deze noot. Ik had, geloof ik, wat een inschattingsfout vooraf gemaakt: ik had niet verwacht dat er opponenten zouden zijn, ik had enkel een gesprek verwacht. Eén en ander verliep beter nadat de dingen wat uitgeklaard waren, en gezien de openlijke kritiek zal het allemaal wel begrijpelijk zijn. Maar ik was er even door van mijn melk, wel.
Dat zorgt er ook voor dat ik voorlopig moeilijk kan inschatten wat het effect van dit gesprek zal zijn.
Enkel dit: we zijn uitgenodigd, er is duidelijk geluisterd en ik vind het knap van de dienst en het beleid dat zij die communicatie aangaan. Er zijn veel dingen verduidelijkt, waarover je dus alles kan lezen in het verslag van Tina.

We hebben denk ik bepaalde zaken kunnen aanbrengen (communicatie, onduidelijkheden) en ik denk dat daar de komende weken en maanden dingen zichtbaar van zullen worden. Maar ik kan nu nog niet inschatten welk gehoor er aan bepaalde andere bedenkingen zal gegeven worden.

We volgen het verder op, ongetwijfeld. En we houden u op de hoogte.

Dag Stad Gent #tinkelbel #kinderopvang

Ik heb met volle aandacht uw document van 14 bladzijden betreffende het nieuwe inschrijvingssysteem voor de naschoolse opvang gelezen. Nadat ik klaar was heb ik het opnieuw gelezen. En daarna nog een keer. Sommige delen heb ik aangeduid en daarna nog eens doorgenomen.

Het is niet dat ik uitermate geboeid was, beste Stad Gent, maar ik had ook na een derde en vierde lezing problemen met het begrijpen van sommige passages. Dat irriteerde mij licht, want ik ben vertrouwd met het onderwijsjargon én ik heb wel enige ervaring met het doornemen van zo’n teksten. Nederlands is mijn moedertaal en mijn professioneel register is het uwe. En toch begreep ik uw teksten niet helemaal. Mijn lichte irritatie ging gepaard met een verontwaardigd “Dat kunnen ze toch niet menen? Als ik het niet allemaal begrijp, wat dan met al die ouders die niet zo onderwijsvertrouwd zijn, of minder goed Nederlands spreken?”

Want ik vind niet dat je dat kan maken, eigenlijk, als stadsdienst.

Ik ben vertrouwd met de medewerkers van uw Stibo-diensten echter, en ik ben ervan overtuigd dat zij iedereen die vragen heeft op een uiterst vriendelijke en correcte manier zullen helpen. Uw opvang is top. Uw dienstverlening ook. Laten we dus voor deze keer uw moeilijke teksten en ingewikkeld kafkiaanse voorbeelden door te vingers zien.
Mijn lichte irritatie echter is ondertussen omgeslagen naar hevige verontwaardiging. Bij elke lezing begrijp ik het systeem beter. En hoe meer ik het systeem begrijp, hoe groter mijn verontwaardiging wordt.

Samengevat: dit kunnen jullie toch niet maken, als sociaal en links stadsbestuur?
In tijden waarin flexibiliteit wordt gevraagd van werknemers, waarin overal wordt gesteld dat goede, degelijke en flexibele kinderopvang een belangrijke vereiste is voor activering van ouders (ik ga zelfs niet beginnen over moeders en equal pay), wordt de klok in de scholen van Stad Gent teruggedraaid.

Op de 15e van de maand moeten ouders vanaf nu tot op het kwartier opgeven hoe lang en op welke momenten hun kind de volgende maand in de voorschoolse, naschoolse en middagopvang zal blijven. En eveneens of het kind in kwestie een soepje, warme maaltijd of vieruurtje zal eten daar. Dat betekent dus voor het einde van een maand: 45 dagen van tevoren. Ik weet niet hoe het met uw job zit, maar ik denk dat mijn teamverantwoordelijke nogal vreemd zou opkijken als ik zeg dat ik zes weken van tevoren moet weten of ik een vergadering heb na 15h en op welke dag dan precies.
Want ja, de school is uit om 15.20h, dus om daar te zijn moet ik om 15h op mijn werk vertrekken. Dat is bij de meesten onder ons midden op de dag. Naschoolse opvang is geen luxe als je voltijds wilt blijven werken.

Conclusie na even nadenken: er is voor ons geen andere oplossing dan de dochter maximaal in te schrijven en gewoon te betalen, ook als ze niet komt. U mag mij corrigeren, maar ik vind dat eigenlijk een beetje grof.

Ten eerste neemt mijn kind op die manier een plaats in die misschien nodig is voor een ander kind, voor wie dan geen opvang kan voorzien worden. Ook als ze helemaal niet komt.

Ten tweede zullen wij niet in de problemen komen door de bijdrage die we moeten betalen als ze er niet is. Maar ik ben mij zeer bewust van de gemakkelijke situatie waarin mijn gezin zich financieel bevindt, en ik vraag mij oprecht af hoe een dergelijk beleid te rijmen valt met de principes van de rood-groene meerderheid, waar ik overigens zelf voor gestemd heb. Dit kunnen jullie toch op geen enkele manier uitleggen? En indien wel, dan hoor ik het zeer graag.

Ik weet wat het antwoord zal zijn: er zijn de GAFs. De Gerechtvaardigde Afwezigheidsdagen. Ik lees in uw tekst een voorbeeld dat ik gemakkelijkheidshalve zal gebruiken.

Als jouw kind tijdens het schooljaar 2/3 in de opvang blijft (2/3 = bv. elke dag middag- en avondopvang), krijg je 2/3 van 13 GAF = 8,6 GAF.

Mijn dochter blijft niet op woensdag, dus als ik dat bereken, dan gaat daar 1,7 GAF vanaf. Blijft over: 7 GAF per schooljaar.
Een middagopvang is 1/3 GAF, een avondopvang ook.

Ik dacht in eerste instantie: ok. Fair. 21 dagen (want 7 keer 3) waarop ik haar mag ophalen zonder dat ik dan moet betalen. Maar verder in de tekst staat dit:

GAF

Blijkt dus dat in de GAF-dagen ook de ziektedagen zitten. En doktersattesten zijn niet meer nodig. Afwezig is afwezig, en de reden maakt niet uit. Dat wil zeggen dat 1 dag ziek per schoolmaand genoeg is voor een GAF-saldo van 0 en je daarna alles moet betalen. Ik weet dat jullie het concept kleuters kennen, en weten dat 10 dagen ziek op een schooljaar niet zo veel is voor sommige kinderen. Ik zeg het maar.

Ik schrijf dit op het internet, omdat ik hier eigenlijk niet wil over zeuren tegen uw medewerkers. Na drie jaar in het stedelijk onderwijs, en drie jaar ervaring met de STIBO-diensten, heb ik niks dan respect voor hen. Niets dan goede ervaringen, en het zijn stuk voor stuk vriendelijke, bekwame en zeer kindvriendelijke mensen. Me kwaad maken op hen zou dus ongepast zijn. Dus ik richt mij tot De Stad. To whom it may concern.

Dus neen, Stad Gent, ik ben niet te spreken van uw nieuw systeem. Ik vind het onflexibel en absurd naar mensen die met twee uit werken gaan. Ik vind het onsociaal en financieel oneerlijk voor mensen die het minder breed hebben. Ik vind het omslachtig en slecht gecommuniceerd voor wie niet zo goed onderwijsnederlands kent.