Mijn man en zijn #koterij

Do what you love, love what you do.

Als we hier thuis een motto zouden hebben, dan zou het waarschijnlijk dat zijn. Ik zou het pinterestgewijs op de lichtkrant van ons leven kunnen zetten, maar het is vooral in ons hoofd dat het zo werkt. Het is het kader waarbinnen we hier beslissingen nemen, altijd al. Als er keuzes gemaakt worden is dat immers in essentie het enige wat telt: gaat dat ons gelukkig maken?

Als het antwoord ja is, dan zoeken we tot we een manier vinden om het te doen.

Portret Henk Rijckaert, 2016, Working Class Heroes, Atelier, Gent, Hout, knutselaar, Comedian,

Ik heb het al een paar keer eerder verteld. Mijn man maakt dingen. Behalve voorstellingen en mij en het kindje zielsgelukkig, ook vanalles in zijn kot.
En vanaf vandaag maakt hij daar ook filmpjes over. Dus de boodschap is simpel: ga eens kijken op de website. Volg het youtube-kanaal. Schrijf u in op de nieuwsbrief. En volg wat mijn man maakt.

WildeMannen WoesteWijven.

Bovenal.
Bemin uw hart.
Denken mag, maar wees verward.
Leef speels en gretig, zoals je bent.
Proef ook wat je niet kent!
Spring. Val. Klim en gloei.
Ook in stilte zit een groei.
Schreeuw ons wakker. stinken mag.
Kus een vreemde, ‘t is jouw dag.
Voel vanbuiten en vanbinnen.
Wat niet is, kan jij verzinnen!
Dans in regen, drink de sneeuw.
Wild en Woest is onze eeuW!

14456845_10154606819383223_769305407_o

Armbandje, check. Programma, check. Wij zijn er klaar voor, en gij?

Wiebel.

“Ik heb deze ochtend tegen Daniella gezegd dat ze Wiebel niet mag wegdoen, hoor.”

Aan het woord is de dochter. Daniella is onze poetshulp. En Wiebel woont al een half jaar in ons toilet. En we hadden de avond voordien ontdekt dat ze kindjes zou krijgen.

14333139_10154513843358967_2370564620185380467_n

De dochter, die heeft een haat-liefde-verhouding met all things kriebelbeesten. Ze heeft er eigenlijk geen schrik van, maar af en toe verliest ze zichzelf in door haar peergroep ingegeven aanstellerij. Iedereen in haar klas is bang van spinnen, dus zij dan opeens ook. Zoiets. Terwijl ze eigenlijk zot is van alle beesten, krabben vangt met haar handen, kikkers knuffelt en duizendpoten verzamelt. We hebben tientallen foto’s waarop ze iets doet zoals hieronder.

10514725_10152658451678223_5002085394769040124_n

Maar tijdelijke hysterie dus, bijwijlen. Ik heb veel begrip voor mensen met een fobie, maar dat is het bij de dochter dus duidelijk niet. Alleen wordt het dat wel in haar hoofd als we niet opletten, want ze heeft een genetisch ingegeven gevoel voor overdrijven en drama.
Enter Wiebel. Die was precies op het juiste moment op de juiste plaats: dochterkind had net beslist dat ze schrik had van spinnen en toen was Wiebel er opeens, in ons toilet. Wij weigerden haar weg te halen en gaven haar een naam, als een soort van opvoedingsmaatregel. Niet trunten, het is gewoon een spin. En neen, ge gaat niet naar boven naar het toilet. Na twee dagen babbelde ze tegen Wiebel terwijl ze op het toilet zat. En weg was haar spinnenschrik, even plots als hij gekomen was.

Vorige week waren de kindjes er opeens. Tientallen kleine Wiebels, in de hoek van het toilet. Zij was euforisch. De man deed van MOHZOCOOL en nam foto’s. En ik zit me vooral af te vragen of dat niet volledig uit de hand gaat lopen, daar in ons toilet.

14352439_10154520229498967_946042895506834612_o

Aan iedereen op bezoek die pipi moet doen: sorry alvast. We hebben ook een toilet boven, als ge een beetje privacy wilt.

Roald.

3515201536_38383c6123_b

Eerder deze week zou hij 100 geworden zijn, Roald Dahl, ofte de man die mij als kind zo vaak liet verdrinken in fantastische verhalen. En die sinds een paar maand een spraakmakende come-back maakte in mijn leven en nu een prominente plaats in ons gezin inneemt.

Dat zit zo. Ik was een boekenverslindster als klein meisje, maar de echtgenoot, dat was geen grote lezer. Nu nog niet, trouwens, uitgezonderd alles in het segment graphic novel en wetenschapsboekjes. En occassioneel wat hij van mij krijgt toegestoken op reis met de boodschap Hier. Isgoed. Lees het.

Hij haalt sinds kort zijn jeugdboeken-schade in, echter, want nu de dochter groter wordt hebben we het prentenboekgegeven voor het slapengaan langzaamaan wat vervangen door Echte Boeken. Elke avond leest hij een hoofdstuk voor uit een jeugdboek, en ik mag die boeken kiezen.
Elke avond is het een heerlijk moment: zij trekken naar boven, ik zet de babyfoon luider en luister beneden mee naar de verhalen die ik al meer dan 20 jaar ken.

Het begon met De Heksen. En omdat de GVR-film zou uitkomen op het eind van de zomer, werd het daarna dus De GVR. En toen De Fantastische Meneer Vos. Na het afgelopen weekend was die klaar en sinds deze week ligt Matilda, mijn persoonlijke favoriet, op de nachttafel.

Over Mathilda zei Romina trouwens iets moois op Facebook. Mooi omdat het zo waar is.

“Mocht je mij vragen wat het eerste feministische werk was dat ik las, dan zeg ik zonder aarzelen: “Matilda – Roald Dahl”. Ik was zeven toen en een boek was nog nooit zo schoon. Nu nog kijk ik soms naar de boekenkast en probeer ik een boek te laten vliegen. Het lukt nooit, maar ge weet maar nooit. Later hoop ik mijn dochter hetzelfde mee te geven. Enthousiasme voor wat je wil, als meisje, zelfs al zegt de hele wereld dat dat eigenlijk niet kan. “

Maar dus. Aan tafel, eerder op de avond dat ze aan Matilda zouden beginnen, zei ik “Misschien kies ik voor daarna eens een boek van een andere schrijver? Ronja De Roversdochter ofzo?”

Er werd luid geprotesteerd. Want die twee van mij, die hebben blijkbaar het plan opgevat om Alles Van Roald Dahl te lezen. En dan pas andere boeken.

Een schoner hommage aan de vooravond voor zo’n 100ste verjaardag had ik zelf niet kunnen bedenken.

Pimp my Mac & Cheese.

Tegenwoordig doe ik hier langzaam en voorzichtig van de 5:2. Ge kent het principe ondertussen waarschijnlijk al, want iedereen die een blog heeft, is er tegenwoordig mee bezig, schijnt. Onder aanvoeren van ons Lien, die over het dieet de levenswijze bovendien een boek aan het schrijven is.

Ik wacht op het boek om het te doen zoals het hoort, maar ondertussen warm ik al een beetje op met puzzelen met calorieën. Ik doe het basisprincipe: ik let vijf dagen niet op, en gedurende twee dagen probeer ik om maximum 500 calorietjes per dag in mijn hoofd te stoppen en als ik dat consequent volhoud, dan zal ik even slank worden als Lien. Of als Pascale Naessens. Ik hoop dat ik ook het kapsel van Pascale krijg dan. DUIMEN.

Gisteren was een vastendag, dus dat wil zeggen dat ik die gisterenochtend alleen een klein boterhammeke met choco at (ja, ik weet: er zijn vast beter alternatieven voor die 120 calorieën, maar voor acht uur kan ik daar nog niet over nadenken. Zie ook 1 september.) en de rest van de dag niks. NADA. Ik weet niet hoe dat met u zit, maar als ik een ganse dag geen eten heb gekregen, dan moet ge ‘s avonds niet afkomen met een slaatje. Neen, dan moet het hartig. En rijk en vullend. Dat ge achteraf denkt: awel ja, ik heb precies wat te veel gegeten.

Die omschrijving schreeuwt Mac & Cheese, ge voelt dat al. Macaroni met kaassaus.

Nu is macaroni met kaassaus zowat het minst dieetvriendelijke gerecht ooit, met ongeveer dertigduizend calorieën. Per koffielepel.
Bovendien is het ook niet zo heel gezond, want de traditionele Mac & Cheese heeft een bijzonder gemakkelijk aantal groenten erin. Nul.

Gelukkig is er een variant, losjes gebaseerd op een recept op Myrecipes, maar dan anders, want ik heb het niet voor pasta meekoken in de saus. Een textuurprobleem. Maar behalve dat: deze Mac&Cheese is lekker voor de kindjes, lekker voor u en met groenten. En voor 350 calorieën per (copieuze) portie kan een mens niet sukkelen.

14355981_10154571707748223_1070860713_n

Vooraf te onthouden:
– bouillon is minder calorieën dan melk.
– Hoe straffer de kaas, hoe minder ge nodig hebt.

Nodig voor 4 personen:
500 gr pasta, veel lekkere tomaten (denk een ovenbakplaat vol), wat olijfolie, teentje look, laurier, boter (of een margarine), bloem, een halve liter bouillon (ik gebruikte kip, maar groente gaat ook), wat hal een bokaal artisjokharten (niet de opgelegde in olie. gewone!), ongeveer 50 à 100 gram goed doorsmakende kaas (ik nam deze), een soeplepel parmesan, mosterd, peper, zout.

Zo maak je het
– Snij de tomaten in halfjes of in dikke sneden. Rooster ze, besprenkeld met peper, zout en wat olijfolie, onder een hete grill. De randjes mogen een beetje bruin kleuren. Haal ze dan uit de oven en hou apart.
– Ondertussen: kook de pasta. Hou warm.
– Ondertussen: maak de saus. Starten met een bechamel: klontje boter/margarine laten smelten, een fijngesnipperd teentje look erbij en een laurierblad. Even laten stoven maar niet bruin laten worden. Dan bestrooien met bloem en roeren tot je de textuur van koekjesdeeg hebt. Laat dit op een zacht vuurtje bakken tot het naar toast ruikt.
Als je toast ruikt: voeg een scheut melk toe, en de halve liter bouillon. Laat koken en indikken en kruid nog met peper en misschien zout (hoewel de bouillon al veel zout geeft) en wat mosterd. Als je bechamel de gewenste dikte heeft (ik heb die graag wat lopend), dan voeg je kaas toe. Proef af en toe en als het kazig genoeg is: voeg de artisjokken toe, die je in vier hebt gesneden. Meng en verwarm, maar laat nu niet meer koken.
– Kieper pasta en saus samen in een ovenschotel en meng goed door elkaar. Schep de tomaten voorzichtig van het bakblik en leg ze bovenop de pasta. Strooi er wat parmesan of andere kaas over en zet nog een vijftal minuten onder een hete grill.