Die avond.

– We moeten vandaag mijn valies maken, mama.
– Het is donderdag, schat. We maken zondag uw valies.
– ZOOOOOOOOONDAAAAG? Dat is toch in het weekend?
– Ja. Zondag is de dag voor maandag.
– Dat mag niet van juf. Juf heeft gezegd dat we _voor_ het weekend aan onze valies moeten beginnen, want dat we anders niet meer naar de winkel kunnen als we nog iets niet hebben en nodig hebben.
– Ik heb het lijstje bekeken. We hebben alles.
– Maar…
– We maken zondag uw valies.
– Maar…
– We gaan daar duidelijk over zijn, kind. In dit huis wordt inpakken gedaan maximum een dag van tevoren. En eerder maken we ons geen zorgen. Dat werkt al tien jaar zo. En dat werkt goed.
– Maar…
– Weet ge wat? We zullen zaterdag alles al een beetje klaarleggen.

Het zou kunnen dat de twee meest onbezorgde reizigers ter wereld een voorzienig kind hebben voortgebracht.

Dat, of ze heeft een eenmalig stresske in verband met haar allereerste bosklas.

Verbeke Foundation.

Dat ge instant verliefd kunt worden op een plek.
Daarover gaat dit stukje. En over gisteren, toen ik instant verliefd werd op een plek en gelukzalig tegen mijn echtgenoot zuchtte “Dit. Dit zou ik kopen als ik 10 miljoen zou hebben.”

Dat van die 10 miljoen is geen ambitie, of toch niet direct, maar het was een vraag die recent gesteld werd tijdens het voorstellingsrondje op een vergadering en waar we dan achteraf thuis even over gepraat hadden.
“Wat is je passie, en wat zou je doen met tien miljoen?” Ik antwoordde toen, op die vergadering: “Momenteel dingen in bokalen stoppen en de meubelfabriek kopen.”
Vandaag zou ik antwoorden: “Dingen in bokalen steken, de meubelfabriek kopen en daar iets van maken zoals de Verbeke Foundation.”

Dat ge zo instant verliefd wordt, dat heeft met veel dingen te maken. Het licht, en wat je er kan zien, en wat een plek ademt.

"Beetje gelijk Lou Reed ontmoeten voor muzikanten is", zei @henk.rijckaert. #starstruck #theojansen

Een video die is geplaatst door ilse baetsle (@ilsebtsl) op

Maar ook met de verliefdheid van dierbaren. Dat het kind met open mond rondloopt, haar vriendin vergeet en van het ene werk naar het andere holt. Dat ze op drie uur tijd honderd keer OOOOOHZOCOOL gilt. Dat de echtgenoot als een verlegen jongetje handjes gaat schudden met een persoonlijk held en verhalen vertelt over wie de dingen in de tuin heeft gemaakt.

En het licht dus, in een grote serre en een hal. Het licht ook in het park en de vele fascinerende constructies daar.

FullSizeRender (8)

En wat je er kan zien en wat een plek ademt. Tientallen installaties, honderden kunstwerken. Het blijft maar komen. Momenteel ook de Strandbeesten, de lievelingsdieren van de man. We hoorden Theo Jansen het gisteren zelf uitleggen en demonstreren. Ik ben voorzekers niet het enige kindje daar op de grond dat er deze nacht van gedroomd heeft.

FullSizeRender (9)
(Foto door vriend K.)

We wandelden na afloop naar de auto en ik had het over hoe stom dat was, dat we hier nooit eerder waren geweest. Hoe we zo’n heerlijke plek over het hoofd hadden kunnen zien. De dochter antwoordde: “Maar dat geeft niet, want nu kunnen we altijd terugkomen.”

You betcha, baby.

In een bokaal.

Ik durf het toe te geven: ik kan bij momenten nogal maniakaal in een nieuw projectje verdrinken. Meestal tot het volgende passeert waarvan ik denk “moh gow, zo cool” om dan alles te laten vallen en in iets helemaal nieuw te duiken.
Zo komt dat dat ik plotsklaps kon programmeren, weet hoe ge een website maakt, u kan onderhouden over de ziektes in uw moestuin en absurd veel ken van verfsoorten en hoe ge oude kasten het best restaureert.

In de keuken is het van hetzelfde, dat is evident: om de zoveel tijd heb ik een nieuwe obsessie. Dan ben ik bijvoorbeeld weken na elkaar bezig met allerlei soorten broodpudding. Of maak ik elk weekend minestrone. Of ik brouw duizend varianten op ice-tea.

Tegenwoordig steek ik dingen in bokaalkes.

Het is allemaal begonnen met confituur uit melancholie. Toen volgden wat augurken van de boerderij, en een zotte oogst tomaten. En toen ik recent het boek van de Superette las (ja, weeral Dorien. Dorien is mijn goeroe, geloof ik), begon het steeds meer te kriebelen. Dus kocht ik Food in Jars en haalde ik Van het huis en het al eeuwen rondslingerende The Art of Fermentation weer boven.

En sindsdien steek ik altijd maar meer dingen in bokalen.

Wortels, bijvoorbeeld, of hier van links naar rechts: pickles van aardperen, zoetzure bietjes en een starter voor gemberbier.

FullSizeRender (6)

Maar wat ik eigenlijk wilde vertellen. Deze week kocht ik geheel stoemelings een heerlijk boek. Gewoon in de Supra Bazar (ze hebben er écht alles!), in de veronderstelling dat het een recent boek was. En hoewel er op de kaft staat “2014”, durf ik te betwijfelen dat er de laatste pakweg dertig jaar nog een update is gebeurd. Want zo peinzend poseren met potten mirabellen en een earlyeightieskapsel: ik zie dat tegenwoordig niet meer zo vaak, eigenlijk.

Image (1)

Ik heb het boek dit weekend in één keer uitgelezen, ondertussen mijn echtgenoot om de haverklap enthousiast lastigvallend met het voorlezen van zinnen als “De ervaren huisvrouw weet zeker en vast dat er ook voor een goede runderrollade een geschikte Weckpot is.” en “De trechter is een onmisbaar accessoire. Gedaan met gemorste bessen op de keukenvloer!”

Edoch. Mijn allerfavorietste passage (het was moeilijk kiezen) is het gedeelte waarin de firma Weck een pleidooi houdt tegen de trend van tegenwoordig, het diepvriezen van voedingswaren.

FullSizeRender (7)

Ik weet niet hoe dat bij u zit, maar als er hier ooit een kerncentrale-blackout van komt, dan hebben wij tenminste nog onze bokaaltjes. Om van die keukenvloer zonder gemorste bessen nog maar te zwijgen.

Erfgoed.

Ze fluit bewonderend en ze aait zacht de klosjes.
“Zo veel verschillende kleurtjes groen. Waarom is dat?”

Ik zeg dat ik dat niet weet maar dat ik denk dat meme misschien vaak groene jurken naaide. Ze kijkt me niet-begrijpend aan. Ik leg uit dat de doos met klosjes garen niet van mij is, maar van meme, haar overgrootmoeder. Die is ondertussen al meer dan twee jaar niet meer hier, maar dochter praat nog vaak over haar. Ze weet ook wat hier in huis uit haar huis komt: de kom met de mooie bloemen voor de salade, de koffietassen, die ene vaas, de soepkommekes. De taartenscheppers.

Van de doos met naaispullen wist ze het niet, zo blijkt. Ik leg uit dat toen we na de begrafenis het huis leeghaalden, dat iedereen al een doos vol naalden en garen en ritsen en knopen bleek te hebben. Iedereen behalve uw moeder, mijn kindje, die heeft zichzelf tot haar 36ste beholpen met een reisnaaikitje en een nietjesmachine.
Dat ik dus al het naaigrief had meegenomen. Omdat je naaispullen van iemand die naaister-van-beroep was niet kan weggooien.

Ze luistert aandachtig naar mijn verhaal. Rommelt wat in de blikken doos en glimlacht dan breed.

“Meme naaide ook vaak roze jurken, denk ik.”

***

Dit stukje hierboven schreef ik maanden geleden in een boekje, maar door het leven en de drukte geraakte het nooit hier. Tot ik het vanavond opzocht en overtikte.

***
Dit is de machine waarop het kleedske van mijn communie werd genaaid door mijn Meme. En ik heb ze aan de praat gekregen.

Ik dacht weer aan het stukje omdat ik eerder deze week eindelijk ook deze schoonheid bovenhaalde. Een erfenis uit dezelfde naaikamer waar ooit mijn communiekleedje werd genaaid. Ik spendeerde een avond onder een warm dekentje van melancholie terwijl ik ze aan de praat probeerde te krijgen. Ik stikte wat proeflapjes om te kijken wat ze aankon — zoals voorspeld: zeer veel. Daarna begon ik aan een jurkje voor de pop van de dochter.

Ik bleek naaigaren te hebben in precies de juiste kleur roze en kon niet stoppen met glimlachen.

Alles van waarde is weerloos.

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd

– Lucebert –

1012708_10209047672938066_4971957070685835789_n

(Tekening door Randall Casaer)

Dagen als deze. Gisteren met verbijstering en localiseren en afschuw en woede en een hoofd dat dingen blokkeerde. Mijn hersenen susten mijn lijf: “Dit is erg. We moeten nu even wachten tot het voorbij is en we weer kunnen kijken.” en ik werkte zo goed als dat kon verder. Dacht na over wie ik moest helpen, en wat ik de pup zou vertellen. Ik dronk koffie met dierbaren en stuurde sms’en met scheldwoorden naar anderen.

Ik keek geen filmpjes, klikte geen foto’s aan. Ik keek het nieuws om zeven uur en zette daarna de tv uit. Ademde diep in en uit, en besefte dat mijn hele zijn sinds november in Parijs mechanismen heeft ontwikkeld om hiermee om te gaan.

Er zijn veel dingen die me kwaad maken vandaag en dat is er één van. Dat ik gisteren aan de dochter vertelde dat dit in het nieuws was omdat het niet vaak gebeurde. Dat ik daarna besefte dat ik zo rustig bleef omdat het te vaak gebeurde.