Maand 1. #circulatieplan

Ik kwam het al te zeggen, toen ik erover schreef na een week: ik zou ook nog schrijven na een maand. Dat is nu! Of bij benadering nu, maar ik ben een beetje gelijk het openbaar vervoer: stipheid is nooit echt mijn ding geweest. (BAM. Direct een mobiliteitsmopje.)

In deze eerste maand circulatieplan zaten drie Echte Werkweken. Voor mij de werkelijke test. Want eerlijk? Fietsen in mijn vrije tijd en voor boodschappen, dat is allemaal nog niet zo’n onoverkomelijk probleem. Op werkdagen echter, terwijl ik vaak van hot naar her cross: dat zag ik eigenlijk wat minder zitten. Bovendien heb ik een hekel aan natte kleren en ben ik absoluut geen ochtendmens. Dus het vooruitzicht op om half acht ‘s morgens in de regen naar het hoogste punt van Gent te fietsen, dat was nu niet echt een droom van hoe ik mijn dagen wil beginnen.

De statistieken, want meten is weten

– Op 13 werkdagen sinds start circulatieplan, nam ik 8 dagen alleen maar de fiets. Dat is — snel uitgerekend — 8 keer meer dan voor het circulatieplan.
– Ik werkte 1 dag thuis, en nam 4 keer mijn auto. Maar daarover later meer.
– Op die 8 dagen fietsen kwam ik één keer doornat op het werk aan. Het was met hagel en onweer. Dat was op dag 1 van het circulatieplan, en het voelde een beetje alsof het universum mij iets duidelijk probeerde te maken. Gelukkig ben ik bij momenten optimistisch van gemoed en las ik de verborgen boodschap als: “Kijk i., dit is het slechtste dat kan gebeuren”.
– Op 8 fietsdagen hielp ik 4 kokerrokken om zeep. Ik laat dat even bezinken. VIER. Ik zie daar geen directe oplossing voor, maar ik heb wel enig vestimentair denkwerk te doen, zoveel is duidelijk. Ik draag namelijk kokerrokken en plan daar niet mee te stoppen. ER ZIJN GRENZEN, GENT, OOK VOOR MIJ.
– Voor onze vrijetijdsbesteding namen we enkel de fiets, en het aantal ritten liep al gauw tegen de 20: uitgaan in Gent, uit eten, naar de bloemenmarkt, naar een tentoonstelling, kleine boodschappen. Flinkigheid, uitgespaard taxigeld en altijd overal rapper dan met de auto. Zeer content van.

Die keren dat ik de auto nam
Continue reading

Er is weinig was.

“Ik heb drie keer geweend. Dus dat viel mee.”
“Oh? Toch drie keer? En waarom?”
“De eerste keer toen we vertrokken op de bus, omdat ik dan sowieso moet wenen.
De tweede keer toen de bus aankwam op bosklas, omdat ik dacht dat ik ging moeten overgeven.
En de derde keer toen we de tweede dag soep kregen die smaakte zoals de soep die jij maakt. En toen moest ik jou missen.”

Ze gaat vaak logeren aan zee, maar dan bel ik elke dag wel eens om dag te zeggen.
Tijdens een bosklas belt ge niet en hoort ge weinig. Er is een af-en-toe-facebook-foto waarop alle ouders dan vast even hard zitten speuren naar hun kind.

Ik speurde hard, ja, want deze editie was voor mij een lastige.
Meer dan de eerste keer toen me verzekerd werd: “oh, die weent vijf minuten op de bus en dan amuseert ze zich.” Ik geloofde dat, natuurlijk, en zette me over de vertrektranen heen.
Na drie dagen kwam ze terug: ze had zich niet of maar matig geamuseerd, had veel verdriet gehad en besloot toen dat ze *nooit* meer elders ging slapen als wij of haar grootouders er niet bij waren.

Enfin. Een jaar later slaapt ze al af en toe bij vriendinnen, maar ze blijft kieskeurig. Een jaar groter zag ze het iets beter zitten om op bosklas gaan, maar we kregen wel een paar weken van stress-buikpijn en veel gedoe.
Ze stapte woensdag “ik ga flink zijn” mompelend op de bus en weende haar vertrektranen.

Ik mompelde hetzelfde, want rationaliseren is mijn ding. Maar ik ben niet beschaamd om toe te geven: mijn onrustig hart werd drie dagen lang met moeite gesust. Want vorig jaar. Ik telde vrijdag dan ook de uren af.

En ze had tranen in haar ogen toen ze naar me toespurte. En haar vastpakking was stevig en lang. Maar ik zag ook een glimlach, en ze fluisterde “Het was leuk. Echt leuk.”

Met een hese stem. Want te weinig geslapen.
En vuile kleren want ik heb die al twee dagen aan hoor, natuurlijk zijn die vuil.

Ze stonk een beetje, zoals dat gaat na zo’n avontuur. Maar het rook vooral naar een kindje dat opeens veel groter is geworden.

Mijn man kan iets.

Meer dan een half jaar geleden vertelde ik over het youtube-kanaal van mijn man. En over op een bepaald moment gewoon doen waar ge van droomt, en hoe het dan eigenlijk nooit verkeerd kan zijn.

(Of zoals hij het zelf in Winteruur vertelde: J’ai toujours voulu le faire.)

Portret Henk Rijckaert, 2016, Working Class Heroes, Atelier, Gent, Hout, knutselaar, Comedian,

Ondertussen zijn er meer dan 30 afleveringen van De Koterij. Dat betekent dat hij 30 projecten heeft gemaakt, gefilmd, van zelfgeschreven muziek voorzien en online gezet. Elke dinsdag, al 30 weken lang.
Hij kan ondertussen duusd keer beter monteren dan in week 1, en heeft zichzelf geleerd hoe ge vaart en variatie en leutige effecten in zo’n youtubefilmke steekt. Hij ging naar andere mensen hun kot en vatte het plan op om dat binnenkort nog meer te doen. Hij experimenteerde, begon met rubriekjes, maakt nieuwe plannen. En ik bedacht daarnet, toen ik hier op mijn comfortabel plekje aan de zijlijn naar de aflevering van deze week keek: het is precies bijna een tv-programma aan het worden. Maar dan cooler.

Ik ben gigantisch fier dat hij dat allemaal kan en zomaar doet. En ik dacht: ik vertel het nog eens aan de mensen. Aan u dus.

Ik lees elke week ook de comments en ben oprecht content met het engagement van zijn kijkers. Zoveel toffer dan bij tv, waar ge alleen maar kunt raden naar wat iedereen denkt. Mensen geven commentaar en duimpjes, maar ook tips over wat hij nog had kunnen doen. Ze sturen links door naar andere filmpjes en vertellen zelf ervaringen. Meestal snap ik er weinig van, maar het ziet er allemaal leuk uit en de mensen zijn lief. Een warm nestje op het internet, dat is het, die koterij.

Dus: kom er anders ook bij, als dat nog niet zo is. Neem een abonnement (klik hier).

Maak mijn man blij, want hij verdient dat.

Onverhoeds.

Ze ligt naast me en kijkt me smekend aan. Ik zeg “allez hop, voor deze keer” en aai nog wat haar hoofd dat op mijn schoot rust. We hadden afgesproken dat ze om half negen naar bed zou gaan, maar half negen passeerde en ze was zo lief en rustig, daar onder dat deken dicht bij mij.

Het geeft niet. Want het beste aan regels, principes en afspraken is: ze af en toe eens breken. Iedereen weet het: gebroken regels, dat zijn precies onverwachte feestjes. Ik weet dat het eigenlijk geen goed idee is, maar toegeven aan puppy-ogen van tijd tot tijd, dat is pure vreugde voor de pup en stiekem ook voor mezelf.

Net dat beetje langer opblijven. Toch nog dat ene koekje. Een extra hoofdstuk uit het voorleesverhaal. Parfum op uw T-shirt, uit het fleske waar ge zelf niet moogt aankomen. Eten voor de tv, terwijl “we eten hier in huis niet voor tv maar aan tafel”.

Het is geen gebroken afspraak, sus ik mezelf, het is een onvoorziene traktatie.

Ik aai zacht haar hoofd.

De Ganzerik en de eitjes. #bokaalliefde

Ten eerste.
Zij die mij al een beetje kennen, weten dat een flinke dosis gedweep van tijd tot tijd mijn tweede natuur is. Ik kan gigantisch zot zijn van mensen, van boeken, van plaatsen. Of van restaurants. Horeca-gewijs ben ik niet zo lastig: ik hou van plekken die net iets anders zijn en een eigen identiteit hebben. Waar ge iets kunt eten of drinken dat ge elders niet zo gemakkelijk vindt. Waar de patron gepassioneerd is en graag vertelt over zijn métier. Ik heb ondertussen in zowat elke stad zo’n plekjes, maar vanzelfsprekend in Gent het meest.

Ten tweede.
Ik steek graag dingen in bokaaltjes. Fermenteren, opleggen, drankjes brouwen, inmaken: geef mij zo’n recept en ik wil onmiddellijk alles laten vallen en een pot pickles beginnen maken. Het is sinds ruim een jaar een obsessie. Maar ondertussen doe ik geen ander kwaad, dus het is niet erg.

Eén + één = twee

Ik ben een gigantische fan van De Ganzerik. Al van bij mijn eerste bezoek was het grote liefde. Ze frituren daar kippenvel als chips! Ze maken zelf kvass en kombucha! Er zit Garibaldi op den tap! Ze hebben bokaaltjes met onduidelijke inhoud boven de toog staan! Ik was instant verkocht, ziet dat van hier.
Ondertussen zijn we daar kind aan huis. Het kinderijsje in de kassa heet een Mira-ijsje, en als u er ooit komt, dan moet u zeker een centje in spaarkas nr 27 steken. Want dat is het onze.

In een niet zo ver verleden ontfulselde ik hen een deel van het kvass-recept, en slaagde erin om na lang puzzelen ook de ontbrekende elementen bijeen te krijgen. Ik was zo trots. Maar daar ga ik dus niet over schrijven, want het is geheim.
Maar over onze lunch van vanmiddag kan ik gelukkig wel vertellen. Opgelegde eitjes. Mijn god, dat was lekker.

Het recept stond dit weekend in De Morgen Magazine en een paar uur later stond er een bokaal in de frigo met twaalf eitjes erin.
Ik at deze dus voor het eerst daar in De Ganzerik (aha! daar is de link!), waar ze bij het aperitief worden geserveerd, met een dip van mierikswortel en geroosterde zonnebloempitten. Ik had geen mierikswortel, dus ik maakte een yoghurtdip met bieslook, en ik gooide er gezouten pitten over. Het was perfect.

De eitjes zelf maak je minstens 4 dagen van tevoren. Maar je kan ze twee maand bewaren in de frigo.

Het recept!
* Kook 12 eieren hard (dus: in koud water, laten opwarmen, 12 minuten koken) en laat ze volledig afkoelen. Pel ze.
* Kook een bietje gaar, schil en snij in stukjes.
* Steriliseer een grote bokaal of meerdere kleine. Lees: afwassen, en dan 20 minuten in de oven op 150 graden. Daarna de oven uit en de bokaaltjes pas uithalen als je ze nodig hebt.
* Maak de inmaakazijn: een rode ui in ringen, drie teentjes knoflook, 600 ml water, 400 ml rodewijnazijn, 1 el korianderzaad, 1 el peperbollekes, 1/2 el mosterdzaad, 200 gram suiker, 12 gram zout. Alles in een pot, aan de kook brengen en dan 5 minuten laten pruttelen.
* Stapel bietjes en eieren in de bokaal, en overgiet met de hete azijn, tot helemaal aan de rand.
* Sluit af en zet in de koelkast. Wacht een paar dagen.

Supersimpel voor iets wat indrukwekkend is van smaak.