Een preek over boekenwinkels. En al.

1.
Vorige zondag liepen wij op de bloemekesmarkt, en zoals altijd als we daar zijn, liepen we ook Paard van Troje binnen. De dochter en de echtgenoot zijn nog steeds aan het voorleesgebeuren en ik wilde Ronja Roversdochter voor hen kopen. Ik vroeg het meisje van de winkel of ze die hadden en ze liep met ons mee, haalde het boek uit de rekken en we babbelden wat over andere opties. Ik kreeg boeken voorgesteld en nam foto’s voor de kerstcadeautjes die ik binnenkort ga halen. Ik zei “En Moeyaert? Dat is nog wat vroeg zeker?” Het meisje antwoordde: “Dat mag je niet doen, die moet ze zelf kunnen lezen ooit” en ik begreep wat ze bedoelde. Ik zei dat de dochter niet zo graag zelf leest, het meisje deed “oooh, ik heb zo’n fijn boek voor beginnende lezers.”

De dochter is er wild van, van haar nieuwe zelfleesboek. En Ronja wacht op de nachttafel tot Sjakie uit de chocoladefabriek is.

2.
Mijn lieve vriendin Maartje heeft een boekenwinkel in Leuven. Boekarest heet die, en u moet daar eens binnenlopen als u in de buurt bent. Ik wou dat Leuven op tien minuten van Gent lag, maar dat is niet zo, dus ik kom er te weinig. Als Maartje echter een boek suggereert, dan geloof ik dat graag blindelings. Ze deed mij (en de rest van Vlaanderen) het fantastische Rivieren aan de hand, Us werd me bezorgd toen het net was verschenen en het was door haar dat mijn winter en mijn zomer grotendeels werden ingenomen door A Little Life (nu beschikbaar in verlating, trouwens).
Toen ze het vorige week had over een nieuw uitstekend boek — Noodweer van Marijke Schermer– gingen er een paar berichten over en weer en 24 uur later zat het boek in mijn bus. Met zorg ingepakt en vergezeld van een lief kaartje. Mijn dag was goed. Wat zeg ik, mijn week was uitstekend.

15196086_10154806820148223_5705663426541737088_o

3.
Als mijn man een cadeautje moet, dan ga ik naar de Epic. De meneer van Epic verkoopt me dan de volgende in een serie van comics die de man volgt. Want hij weet waar we zitten op dat moment, en ik hoef dat niet bij te houden. Of hij zegt dingen als “Dit gaat Henk graag lezen. Echt waar.” En dan koop ik dat boek, en dan is mijn man blij en ik dus ook.

Om maar te zeggen. Zal ik het eens over boekenwinkels hebben? En bij uitbreiding over kleine handelaars die hun job met liefde, zorg en passie doen? Want het gaat over meer dan enkel boeken, natuurlijk. Er is niets mooiers dan de groentenwinkel binnenlopen en dat de mevrouw spontaan zegt “er zijn peultjes. Belgische. Daar aan de zijkant.” omdat ze weet dat ik dat graag eet, maar geen Kenya-bonen koop.
Ik heb vanmiddag een fiets gekocht, en Dries zei bij het afrekenen “ik ga die code van dat sleuteltje hier noteren, als je het dan ooit verliest en je bent de code kwijt dan heb ik ze nog”.
Er zijn weinig dingen die zo lastig zijn om te horen als “uw poep is dik in die broek”, maar toch ben ik blij als die ene fantastische winkeljuf het durft te zeggen en me de broek niet verkoopt.
Of die andere die vorige week, toen ik twijfelde tussen twee truien zei “die groene staat u minder van kleur en die gele is u iets te groot. Spijtig maar ja.” Ik ging met lege handen buiten, maar het was niet erg.

Vandaag was Black Friday, blijkbaar. Overgewaaid fenomeen waarbij we aan kortingen bij de boldotcoms en zalando’s van deze wereld konden shoppen. Behalve wat ergernis deed het mij weinig. Ik heb een hele tijd geleden eens bijna een jaar niks gekocht, toen dat zo wat hip was in blogland. Ondertussen koop ik wel weer kleren en luxe en spullen en vanalles, maar dat jaar heeft wel veel veranderd. Van instant hebben naar meer nadenken over dingen.
Dus ik doe dat nauwelijks nog, kopen bij die grote spelers en die snelle klik-klik-besteltoestanden. Want het voelt niet zo juist eigenlijk. Het is gemakkelijk (joepie morgen op uw stoep) en het is vaak goedkoop, ja. Maar het is ook allemaal zo ontmenselijkt.

Het plezier van iets kopen, dat zit voor mij een groot stuk in de zorg die je eraan besteedt. En de wetenschap dat degene bij wie je het koopt ook zorg heeft besteed aan wat er in zijn of haar winkel ligt. Kleine handelaars zijn bovendien de smoel van uw stad. Het karakter van uw wijk. En die kleine winkels met karakter hebben het steeds moeilijker, zo hoor ik van overal. Steden vol ketens en overal hetzelfde te koop en te zien. Daar wordt een mens toch niet blij van?

In the spirit of christmasshopping: ge moet dat eens proberen, de komende weken, zo’n kleine handelaar. Volgens mij gaat ge daar content van worden.

Vlaams Mediawijs Congres, aftermath. #mwcon16

vlmc Gisteren en eergisteren was ik op het Vlaams Mediawijs Congres, georganiseerd door Mediawijs.be. En hoewel mijn persoonlijke omstandigheden niet zo goed waren (Ik hoor niks aan één kant. Lang verhaal, maar kort samengevat: een incident met de huisartsenwachtpost gone terribly wrong en nu vijf soorten medicamenten), waren het toch twee interessante dagen. Daarom een lijstje van losse flarden, dingen die ik bedacht en dingen die ik opschreef. Dat ik het ook niet vergeet.

* op 10 december is het Internationale Dag Van de Mensenrechten en voor die tijd moet ik dringend eens kijken naar de no hate-campagne. Er is een educatieve bundel (136 pagina’s, alstublieft) om met hate speech om te gaan met jongeren.

* B-Bico staat voor Belgian Better Internet Consortium, en het hoofddoel van het consortium focust zich hoofdzakelijk op een beter internet in plaats van een veiliger internet.

* “We pass from Cartesian cogito to cogitamus. Far from merging individual intelligence into some indistinguishable magma, collective intelligence is a process of growth, differentiation, and the mutual revival of singularities.” Pierre Levy

* Snopes.com en politifact.com zijn goede bronnen voor fact checks over nieuwsberichten.

* Internet is produsage: de grenzen tussen passieve consumptie en actieve creatie van inhouden zijn vervaagd.

* 4 op 10 Amerikanen ziet Facebook als belangrijkste nieuwsbron (Keynote Katleen Gabriëls, die een boek uit heeft dat Onlife heet en er interessant uitziet. Over de troeven en de valkuilen van onze digitale samenleving.)

* Het concept van de Filter Bubble kwam in verschillende sessies terug. Relevant ook, met wat de laatste dagen in de media kwam over facebook/google en de Amerikaanse verkiezingen. TED-talk hier.

* Wij gebruiken in de opleiding voor het beoordelen van online bronnen de CRAP-test, maar er is ook de CARS-test.

* Ojoo maakt games, genre city games of pokemon-achtige shizzle. Op studio.ojoo.com kan je zelf aan de slag en redelijk eenvoudig zelf een game maken. De eerste is gratis en de tool is heel hanteerbaar. Eindeloze mogelijkheden, bijvoorbeeld in musea, rondleidingen in bibliotheken, gebouwen,… Culturele (Gentse) organisaties die hier een bachelorproef over willen voor kleuter en/of lager onderwijs: give a yell. Ik zou dat heel graag promoten volgend academiejaar.

* MeToDi is een onderzoeksproject van de KU Leuven, met als doel de ontwikkeling van een methodologische toolkit ter ondersteuning van ontwikkelaars van digitaal leermateriaal. Ik volgde een sessie, die op zich interessant was, maar ik had veel problemen met de “types ouders” die werden geschetst. Vanwege de nogal beperkte en negatieve formulering, maar vooral omdat ouders blijkbaar alleen mama’s zijn. Spijtig, inzetten op gender zit soms in kleine details.

* Er is een competentiemodel mediawijsheid voor Vlaanderen. Hoera! We kregen allemaal een prettige draaischijf en het ziet er heel doordacht uit, maar ik moet eerlijk zijn dat ik het nog niet helemaal helder zie. En dat moet wel, voor ik het moet uitleggen aan mijn studenten binnenkort. Al uw input is welkom.

* Ook relatief nieuw is Medianest, met een mediagroeilijn. Mooi vormgegeven en erg toegankelijk. Inhoudelijk moet ik het allemaal nog eens grondig bekijken, maar veelbelovend.

* De werking van een harde schijven uitleggen aan kinderen/studenten kan met het beeld van een Atlas. In een atlas heb je een register dat zegt waar je een bepaalde plaatsnaam vindt, en een kaart waar die plaats dan echt staat. Als je iets verwijdert van je harde schijf, verwijder je enkel de verwijzing in het register. (Keynote Rob Heyman)

* PETs zijn Privacy Enhancement Tools. Bekijk bijvoorbeeld Ghostery. Check de Collusion-extensie om te zien wie jou trackt op het internet. Er is ook een onderzoek op Databait. Wat dat doet is hier helder uitgelegd.

* Het groene driehoekje in een advertentie op internet toont dat die ad gepersonaliseerd is, op basis van de sporen die je hebt nagelaten. Meer info vind je op youronlinechoices.com, een website met informatie over online advertenties die rekening houden met je interesses en hoe je instellingen kunt wijzigen. Veel tips & tricks.

* Er is een film in de bioscoop over een autistische jongen, die zijn communicatieskills ontwikkelde door de beeldtaal uit Disneyfilms. Life, animated. De trailer is mooi, de recensies goed.

* De mensen van Jekino en Lessen in het Donker hebben indrukwekkend veel kennis, zo merk ik steeds weer. En ze zitten op een mooie zelfde lijn met ons in de opleiding qua gebruik van film in de klas. Als je hun aanbod niet kent, check dan hun sites voor kwaliteitsfilms, bijhorende lesfiches, activiteiten. Aanraderke!

* Er zijn veel parallellen tussen taalverwerving en beeldtaalverwerving. Beide processen gaan via een gelijkaardige weg van personalisatie naar socialisatie.

Tot slot nog een paar persoonlijke dingskes:

* Ik ging alleen naar dit congres, en ik doe dat erg graag. Van die studiedagen waar ik inhoudelijk veel aan heb: ik wou dat ik meer tijd had om dat te doen. Maar de pauzes, dat is een moeilijke vind ik. Ik nam mijn sociale schild mee, mijn boek om te lezen. Ik kijk altijd met wat afgunst naar mensen die vlotjes socializen en netwerken in de pauzes. Hoe doen jullie dat? En zijn jullie dan niet ongelooflijk moe achteraf? Volgende keer draag ik mijn Eva-button.

* Ik ben oprecht verwonderd dat ik meer volgers heb op pakweg twitter dan de meeste van de interessante onderzoekers en mediamensen die ik hoorde spreken. Dat leert me dingen over sociale media (mensen lezen liever grapjes over de kindjes en niet zo gefundeerde meningen dan Ernstige Zaken), maar ook over hoe weinig mensen in de sector misschien bezig zijn met hun aanwezigheid aldaar. Ik ben daar wat verbaasd over, want eigenlijk is dat toch wel belangrijk? Dus een warme oproep: ik volg jullie nu allemaal, dus ik hoop nu veel informatie en kennis uit dat volgen te krijgen.

Spiegel.

Een kind opvoeden is onvermijdelijk een stuk narcisme. Je geeft de waarden door die je belangrijk vindt, je toont wat je gelukkig maakt, je duwt — soms bewust, maar nog vaker onbewust — in een bepaalde richting. Kinderen gebruiken je als referentiepunt voor de werkelijkheid. Ze doen wat je doet, zeggen wat je zegt en kijken naar de wereld hoe jij kijkt. Dat kan niet anders, want jij richt hun blik.

Als ze ouder worden, dan zie je het opeens.
Kleine stukjes van jezelf. Flarden van de andere partij ook. Het eerste is soms confronterend, het tweede altijd een verdubbeling van waar je zo veel van houdt.

Mijn ochtendhumeur. Zijn permanente knutsel. Mijn zorgdrang. Zijn humor.
Ze is haar eigenzinnige zelf, maar de materialen zijn overduidelijk door ons aangeleverd.

15046388_10154768724003223_1271116511_n

Vorige week waren we op kamp. Zij als deel van de groep, ik om wat te koken en appels in stukken te snijden.
Er was halverwege een activiteit een rustmomentje, midden in de velden. De andere meiskes zongen, klauterden en speelden. Die van ons, die ging zitten, nam een boekje uit haar zak en begon op te schrijven wat we die ochtend al hadden gedaan.

Ik stond op een afstand, met weke benen en een vloeibaar hart, naar mezelf dertig jaar geleden te kijken.

De muze en het meisje. (this is not a review)

Wat vind ik dat mooi, als mensen onzeker durven zijn en dat durven uitspreken. Wat vind ik dat mooi, als mensen trots durven zijn, en dat durven uitschreeuwen. Wat vind ik dat heerlijk, als je leest wat iemand schrijft, tweet, op facebook zet, in een bericht stuurt en je voelt dat elk woord een evenwicht zoeken is tussen spontaniteit en zorgvuldigheid. Tussen emotie, bedachtzaamheid en zinnelijkheid. Maar vooral van een onbevreesd omarmen van al die elementen.

Ik lees Katrijn graag, al jaren. Ik hoor haar graag spreken, ik praat graag met haar. Omdat ik vaak om haar moet lachen, omdat ze me nog vaker ontroert. Omdat ik dat dramatische kantje aandoenlijk vind, en dat zoeken naar esthetiek in alledaagsheid boeiend om naar te kijken.

Dat ik genoten heb van De Muze en het meisje, de debuutroman van Katrijn Van Bouwel, was dan ook te voorspellen. Omdat ze zelf, de schrijfster, het meisje, van alle bladzijden afspat: gevoelig en barok, hartstochtelijk en met een voorkeur voor grootsheid en drama.

14681110_10154673363533223_1934689800288310264_o

Ik las de eerste 160 pagina’s in één keer. Nam foto’s van zinnen die ik zorgvuldig opsloeg voor later. En toen was het weekend voorbij en ik deed wat ik enkel doe met boeken waar ik echt van geniet: ik legde het opzij voor de volgende keer dat het onverdeeld mijn aandacht kon krijgen. Dat dat even zou duren, leek zelfs passend: in wachten en verlangen kan soms veel schoonheid zitten.
Meer dan een week later las ik de rest in een warm bad op een koude avond. Na de laatste bladzijde stuurde ik Katrijn een bericht, vertelde haar wat ik het mooist vond. En ik zei dat ik morgen zou schrijven op dit blog.

Ook dat is alweer een paar dagen geleden, maar ik weet zeker dat ook zij het wachten eigenlijk niet zo erg vindt.

Ook lezen?

Ik heb niks tegen de herfst, op voorwaarde dat de zon schijnt. En het 18 graden is.

De poetshulp zet het strijkijzer neer en kijkt op haar GSM. Ze zucht: “Niet te geloven, het is nog geen half vier en het is bijna donker.”

*Technisch gezien zei ze het niet zo, maar deed ze dezelfde boodschap in haperend Engels. Maar ik kan dat niet nadoen zonder knullig over te komen en een beetje gemeen omdat ik haar dan eigenlijk wat uitlach op het internet en uitlachen op het internet, dat is voor eurosong en als club brugge verliest in de Champions League.*

Ze had gelijk. Ik trek een bleh-gezicht en werk verder. Zij strijkt nog een jeansbroek en ik maak ons allebei een kop thee. Er mag een koekske bij.

Tien minuten later komt de dochter binnenwaaien en ze brengt de koude en vuile laarzen binnen. Als ik wat later naar de winkel stap, ruik ik de wereld in november: blaadjes op de grond en natte wol.

Op weg terug naar huis en weet ik: het is tijd voor Will, vanavond.