[vakantiegeschrijf] Soundtrack.

Weet ge dat nog, vroeger met uw ouders op reis? De rit naar de zon was altijd lang, maar het viel ook best mee, want er was een dekbed en hoofdkussen op de achterbank (verkeersveiligheid en gordels waren toen nog geen topprioriteit), er waren stripverhalen en er waren mixed tapes. Cassettebandjes. De hele reis dezelfde drie cassettes, waarvan de nummers onlosmakelijk met een bepaalde reis verbonden blijven, zelfs nu, dertig jaar later. Ik kan geen Ann Christy horen of ik ben op weg naar Saint Tropez. Geen Me and Mrs. Jones of ik zit in de auto naar de Alpen. Geen Blue Blot of ik zit veel te lang op de achterbank, bestemming Oostblok.

Ook toen ik zonder mijn ouders begon te reizen, bleef dat, liedjes die met bestemmingen verbonden blijven. Daan is voor altijd mijn liefdesverdriet onder mijn arm nemen en wekenlang met een camionette en een surfer aan de Atlantique kamperen. En Garbage blijft voor altijd verbonden met Hongarije.

2014 dan. Op reis met man en kind.
Wij zijn in dit, nu toch al goed gestarte digitale millennium, nog steeds heel ouderwetse mensen, dus wij luisteren cd’s in de auto. Al dat nieuwerwetse gedoe met mp3′s, we doen daar niet aan mee. Het zou ook kunnen dat we te lui zijn om onze samengevoegde collectie van zo’n 500 cd’s om te zetten naar mp3. Ik laat dat in het midden.

Dat betekent dat we ook op deze reis een map met een vijftigtal cd’s meehadden, waarvan sommige heel vaak gedraaid werden. Courtesy of the hippest kid in town, vooral.
Onze kleine, die een lievelingsnummer van Jack White heeft, Revolver van de Beatles helemaal meezingt en vraagt “Leg nog eens Vampire Weekend op”.
Ze vindt dat Blur toch wat op de Beatles lijkt, en ze doet haat dutjes bij voorkeur op Stéphane Grappelli en Miles Davis.

Ze zegt ook, als het lief gitaar speelt: hè, dat lijkt op iets van de Foo Fighters. En dan is dat waar en ik ontplof zowat van trots.

Aniehoew. We luisteren dus volledige cd’s, maar sommige nummers worden aangevraagd vanop de achterbank, met een behoorlijke hardnekkigheid. Deze reis heeft dan ook een duidelijke soundtrack gehad. Haar soundtrack voornamelijk, maar ook een beetje de onze. Dit is hem.

Flavour of the week: Jack White.

De ontdekking van een instant liefde: Vampire Weekend.

De klassieker.

De “en nu het lievelingsliedje van mama opleggen!” en dan “oh what you do do me” zingen. Hartjes.

En tot slot: het kitsch-feestje.

Ge zijt jaloers hè, gij die van uw kleuter naar K3 en winokio moet luisteren?

[vakantiegeschrijf] Van liefde.

De camping waar we onze reis afsloten: dat was een uitstekende camping. Rustig, klein, perfect onderhouden. Een mooie plaats, onder een kerselaar, met uitzicht op berg, meer en dal.
Altijd proper sanitair, altijd warme douches met een straal die krachtig genoeg was om mijn haar uit te spoelen.
Een speeltuintje, een springkasteel, en elke ochtend verse croissants en baguettes geleverd aan de accueil, zodat ge niet naar beneden naar de bakker moet rijden. Een zwemmeertje vlak ernaast. Luxe en rust. Veel respect en waardering voor Le Clos du Lac. Echt.

De eerste camping, dat was wat anders. Ik heb daar acht dagen lang nooit een warme douche genomen. De toiletten waren twijfelachtig, en door de snelstromende rivier was het er nooit echt stil. La Graville was woest, wat onherbergzaam. En ik, ik was instant verliefd.
Een coup de foudre, vanaf het moment dat we de fantastische canyon inreden. Een beetje alsof ge als een blok valt voor een man waarvan ge weet dat er een fout kantje aanzit. Ge weet dat ge veel miserie gaat hebben, maar hij is zo plezant. Zoiets.

Dag 29: Goeiemorgen!

Er werd daar zelfs gekookt. Soms.

Ik heb gevloekt toen de douche weer koud was, ik was oprecht bang van de vreselijk hevige mistral, die ene wilde nacht en ik werd elke ochtend te vroeg wakker van de rivier.

Tot ziens, berg!

Maar wat een fantastische plek. Heerlijke Stéphane met zijn legendarische traagheid en vergeetachtigheid. “Une café? Oui, j’arrive!” en het dan vergeten. Elke dag opnieuw.
Prachtige Gigi met haar misdadig lekkere hamburgers. De tafels die genoemd waren naar hun kinderen. Negen stuks samen, alstublieft.

Overal lagen fietsen en speelgoed, alle kinderen op de camping speelden door elkaar en maakten gevaarlijke constructies van gocarts met driewielers erachter gebonden. Er waren grote sterke koffies op ijskoude ochtenden, en een algemene chaos die mij achterlijk rustig maakte.

We zijn er vertrokken omdat er weer twee dagen regen en zwaar onweer werd voorspeld, en ik was blij. Er was sprake van een zekere verlangen naar een hotel met een bad en een warm bed.
Tot ik daar was, in dat hotel. Toen was er instant heimwee naar La Graville. Naar ‘s ochtends de zon zien opkomen op de berg, met mijn tas koffie. Naar mijn kleine urenlang petanqueballen in een goot naar beneden te zien rollen met haar vriendinnen. Naar het constante gerommel van de rivier.

Ik ben een stuk van mijn hart verloren, daar tussen de rotsen.

Zo. Dat was interessant.

Classic us. Terugkomen van reis, echt op het allerlaatste mogelijke moment en dan alles volplannen tot aan de eerste werkdag. Twee dagen puin ruimen, wassen, strijken, ondertussen boodschappen doen en vergaderen met buren en dingen regelen want vervolgens een heel weekend feestjes organiseren. Er was een familiegedoe voor de vijfjarige en de veertigjarige met taart en koffie. Dan opruimen en ‘s avonds een vriendjesgedoe voor de veertigjarige met wijn en muziek en strooptochten tegen de nachtelijke honger in frigo en voorraad tomaten. Er werd een kiem gelegd voor een nieuw feestjesconcept, iets met een groot scherm en de jaren 90. Naar wat ondertussen al een jaarlijkse traditie kan genoemd worden hadden we ook dit keer logees in alle beschikbare bedden. Ergens rond vier uur ben ik in mijn eigen bed gerold, om 10h was ik alweer puin aan het ruimen, en pannenkoeken aan het bakken voor het kinderfeest en de speelstraat in de namiddag.

Hekkens! #speelstraat

Het leken honderd kinderen, maar het waren er eigenlijk veel minder. Ergens tussen vijf en twintig naar schatting. Er werd op straat gespeeld en tijdens regenbuien in huis, de kleuters legden een spoor van cake zodat we zeker zouden weten waar ze allemaal geweest waren, en ondertussen dronken de ouders koffie onder de partytent. Om af te sluiten ging ik naar het voetbal, waar ik me schor tierde en voor het eerst sinds lang een spannende, leutige match zag.

Topweekend, dat wel, maar rond tien uur was ik versleten. Om maar te zeggen: dat vakantieverhalengedoe komt er heus aan, maar wij moesten een beetje thuiskomen, de laatste dagen.

Deel 4, dat deel in de buitenlanden. #67daysofsummer

U dacht voorzekers: die is met vakantie, want het is daar zo stil. En u had gelijk, natuurlijk, slimme lezer.
Ik heb vreselijk veel geschreven, wegens snel door mijn boeken heen. Althans degene die niet werkgerelateerd of niet ingepikt door mijn lief die zelf geen boek had meegenomen waren, of licht teleurstellend (Julian Barnes, ik had schone herinneringen aan u, maar dat van die “Liefde enz.” dat is het toch niet, man), of frustrerend indien geen youtube bij de hand om allerlei muzikale verwijzingen op te zoeken.
Enfin. Veel geschreven, maar te tam om WiFi te zoeken voor iets meer dan het uploaden van een occassionele foto. U krijgt dus later de komende weken nog allerlei vakantieverhalen. #Laterposts zouden ze op bepaalde sociale netwerken zeggen.

Op dag 27 hadden wij vooral een vermoeiende dag, met veel autorijden. Gelukkig konden we ook eens van de autostrade af voor picnic bij een riviertje. Het eerste van vele.
Dag 26. Beats wegrestaurant. #67daysofsummer

Dag 28 was het echte begin van de vakantie, op een heerlijke camping waarover ik u later nog iets zal vertellen.

Dag 28. Aaah, les vacances.

Oh maar kijk, op dag 29 besloot ik u alvast te vertellen over die camping met het beeld dat mijn ochtend was, een week lang.

Dag 29: Goeiemorgen!
Continue reading

In de zon.

Net een week geleden liep ik door de stad en daar zat ze, in de zon. Koffiedrinkend op een venstertablet, pratend met een vriendin. Ze lachte. Ze zag er vrolijk uit. Ze was iets zwaarder dan de laatste keer dat ik haar zag, en iets minder opgemaakt. Het stond haar allebei goed. Ik keek vluchtig, want ik wilde niet storen. De opluchting kwam naar buiten met een kneepje in mijn dochters hand. Die zei: auw zeg.

Twee jaar geleden dronk ik koffie met haar, ergens anders in de stad. De zon scheen niet, toen, maar dat is normaal want het was een zondag midden in de winter. Ze lachte niet, ze praatte twee uur lang.
In een opwelling had ik haar even daarvoor mijn gsm-nummer gegeven, iets wat ik bij studenten zelden doe. Maar het ging niet goed, dat zag haast iedereen, maar niemand durfde veel te vragen. Ik had instinctief het idee dat ik een teken moest geven. Dat ik het echt wel gezien had. Soms is het genoeg te weten dat iemand u ziet.

Een paar weken na dat papiertje kreeg ik een sms en daarna dus koffie. En verhalen waar ik wanhopig van werd, problemen die geen enkele twintigjarige zou mogen hebben. Ik praatte wat, zocht mee naar antwoorden, troostte wat, probeerde wat onbeholpen advies. Het heeft vast niet geholpen. Of misschien een beetje, ooit ergens. Geen illusies echter: in eenzame poelen van problemen zijn leerkrachten zelden de ultieme reddingsboei

Maar gelukkig dat ik werd van haar daar zo te zien. Lachend op een venstertablet. Ik hoop dat ze een schone zomer heeft.