Over de stilte.

Voor het eerst in mijn online leven maakte ik me zorgen over privacy, de afgelopen weken. En dat was een vreemde gewaarwording.

We zouden gaan trouwen, en opeens kreeg ik, een paar weken van tevoren, het gevoel dat niet de hele wereld daar alles over moest weten. Ik, de vrouw die zelden enige schroom heeft over een foto meer of minder, en die na al die jaren quasi zorgeloos balanceert op de soms dunne grens tussen wat delen en wat privé houden.

Dit was privé. Of toch grotendeels. En eigenlijk was dat raar, want ik merk dat mensen die veel minder online actief zijn net hun trouwfoto’s wel in het lang en breed en onafgeschermd online zetten. Ik ben een tegendraadse, blijkbaar, maar ik had weinig zin om de foto’s aan de hele wereld te tonen.

En dus vond ik een app waarin de gasten van de trouw alle foto’s kunnen opladen. En dus ging er een tijdelijk slot op Twitter en Instagram. En dus werd de restricted list op mijn Facebook zwaar uitgebreid. En dus schreef ik hier niks, bijna twee weken lang.
Dat was vreemd, en ik voelde meteen dat ik de sociale media instant minder leuk vond. Openbaarheid ligt mij blijkbaar beter, en dat is op zich een goede conclusie, want het betekent dat hoe ik de laatste jaren ben en doe online niet geheel absurd is.

It's done.

Ondertussen is het feest voorbij, het huwelijk voltrokken en heb ik bijna mijn stem terug. Alles is anders, en alles is als tevoren.

Het slot is weg, alleszins, en ik schrijf weer, ook hier. Maar die twee weken, die blijven toch van ons, als het voor u hetzelfde is.

Liefde.

Al die liefde. Al die liefde. Ik weet niet waar te beginnen.

Of eigenlijk weet ik het wel: bij mijn echtgenoot, natuurlijk. Hij die de schoonste dingen over me zei tijdens de ceremonie, en daarmee de halve zaal aan het janken bracht. Present company included. De man die zaterdag geregeld in mijn hand kneep en grijnsde. Die mij in het passeren, toen we nog eens iemand moesten groeten of een cadeautje in ontvangst gingen nemen, diep in de ogen keek en dan knipoogde. Daar begin ik dus.

Dan naar mijn kleine, natuurlijk, die de hele dag straalde en huppelde, ook toen ze eigenlijk al zo moe was dat haar mini-benen haar nauwelijks nog konden dragen. Het enthousiaste middelpunt van een meute vriendjes en vriendinnetjes. Ergens halverwege getransformeerd tot een uitbundige kat door het beste grime-artiesten van het land. Er zijn vlekken op mijn kleed die er jamais nog uitgaan. Gelukkig moet ik het volgende week niet opnieuw aan.

Mijn en zijn ouders, bijna ontploffend van trots en de perfecte co-hosts van de dag. Onze families, talrijk, enthousiast en elke stap van de dag achter en naast ons.

Mijn getuige, die de hele dag geen centimeter van mijn zijde week en de beste speech ooit gaf. Zijn getuige, met zijn heerlijke vertellementen en filmkes en soms plastron.

De topcateraars, die bergen voor ons hebben verzet, en zo zorgden voor een feest dat precies was zoals we het hadden bedacht. Onze twee fotografen. Warme, getalenteerde, lieve mensen die perfect complementair zijn in hun kleur en zwartwit. De maten die een geluidsinstallatie aansleepten omdat ze vonden dat de aanwezige niet volstond. Deliveren.
De kameraden achter de draaitafel, die het dak van de zaal haalden en op simpel verzoek van gillende meisjes de foutste muziek oplegden.

En dan onze vrienden. Een prachtige, kleurrijke hoop oude vrienden, nieuwe kameraden, collega’s, maten van ver weg, buren van dichtbij. ‘s Ochtends met zo veel dat het stadhuis vol was, in de namiddag achter hun kinderen hollend, en eens de nacht viel transformerend tot de feestende massa waar we zo van houden. Onze vrienden die met elkaar praatten, alsof ze elkaar allemaal al jaren kenden. Die dansten tot de zaaleigenaar het echt wel genoeg vond, en die meerstemmig de schoonste nacht van mijn leven volzongen.

Al die liefde. Al die liefde. Ik ben de gelukkigste vrouw van de wereld.

Tomaat.

“Ben je druk bezig?” stuurde ze. “Neen, kom maar af!” antwoordde ik.

Tien minuten later stond er een opgetrokken wenkbrauw aan mijn aanrecht. Ik ken de wenkbrauw, want ze is er ook wanneer mijn frigo opengaat en als blijkt dat daar echt niks meer bij kan. Of wanneer ik een bord bijzet omdat ik altijdaltijdaltijd voor een extra persoon kook. Minstens.

Ik begreep het wel. Het was immers donderdagavond, half tien en donker. Op het aanrecht stonden steriliseerbokalen en lagen kilo’s tomaten, die ik ijverig ontvelde.

Het is een afwijking, vermoedelijk. Ik poets niet, ik strijk nooit. Doe zelden de was en de vaatwas in- en uitladen is ook al niks voor mij. Ik ben met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de slechtste huisvrouw van de wereld, maar geef mij eten en ik word enthousiast.
En dus kook ik, als de man uit werken is. Het is een aan te raden hobby: ge moet er niet voor buiten, ge moet geen mensen zien, ge moogt gewoon een joggingbroek aanhebben en de volgende dagenwekenmaanden hebt ge allemaal lekkere dingen om op te eten. Het is bovendien leuker dan tv: stilte op de achtergrond en een huis vol geur van kruiden.

Of zoals gisteren van tomaten. Op het einde van de avond had ik ingemaakte gepelde tomaten en overgedroogde tomaten voor in de pasta. Vooral dat laatste moet ge echt eens proberen. Nu, want het is nog steeds het seizoen.

tomaat

Een recept dus. Of een soort van, alleszins.
Kies een dag waarop ge thuis werkt of gewoon thuisblijft. Na de middag snijdt ge een paar kilo tomaten in stukken en legt die op een bakplaat. Bestrooi met peper, zout, provence-kruiden en besprenkel met olijfolie. Er kan ook een teentje of twee look bij, indien gewenst. Of een takje tijm misschien.

Schuif de bakplaat in de oven, op 110 graden.

Doe gedurende een vijftal uur andere dingen. Open dan de oven en schuif een grondig afgewassen steriliseerbokaal in de oven. Wacht nog een uur.
Giet de inhoud van de ovenschaal in de bokaal, en overgiet met olijfolie tot de tomaten onder olie staan. Sluit de bokaal en bewaar in de koelkast. Er wordt gezegd dat die dingen maanden goedblijven, maar wij hebben dat nog nooit getest gekregen wegens te snel weer opgegeten.

Ik weet wel nog altijd niet of het singlen of singelen is.

Het atelier is warm en er speelt een radio. Ik denk Nostalgie of MNM of een lokaal gedoe. Alleszins iets wat ik niet zou kiezen, maar dat is niet erg.
Er zijn kasten met doosjes vol prutserijen en bakken vol werkgrief. Er staan grote tafels en tegen de muren rekken vol onafgewerkts. Alles is rommelig, en niemand lijkt het erg te vinden dat de meeste meubels niet klaar zijn.

Back to school in september!

Ik groet de andere mensen, zoek een tafel uit een prul een beetje aan mijn stoel. Af en toe legt de leraar iets uit, en dan noteer ik ijverig in mijn boekje. Er zit nog ijverig in mij voor een paar jaar studeren, zo blijkt.

Ik praat niet veel, in de les. Alleen als iemand me iets vraagt. Ik moet al zo veel praten de hele dag door.
Ik luister soms naar de gesprekken van de andere mensen, maar meestal niet. In de pauze eet ik een koekje op de zulle, terwijl ik rondkijk.

Na de pauze werk ik dan verder en haal bijvoorbeeld voorzichtig zittingen los. Mijn handen zitten in stof van tig jaar oud en vullingen van crin. Ik vul gaten met houtlijm, vijl scherpe randen van het hout en van mijn gedachten.

Maar 3 keer op mijn hand geklopt en 1 gebroken nagel.

Het nagels kloppen is het leukste, tot nu toe. Samen met de nagels kunt ge frustraties in het kader van de stoel slaan. De stoel vindt dat niet erg.
Het is ook moeilijk, dat nagels kloppen, en ik heb een pijnlijke vinger om het te bewijzen. Dat moeilijk zijn is goed, want er is concentratie nodig. Na een uur nagels kloppen is mijn kop leeg. En doen mijn handen pijn, maar dit ter zijde.

Om maar te zeggen: het was net wat ik nodig had, die avondschool.

Leraren.

Zoals eerder al: losse flarden uit 3 studiemiddagen, uit mijn volgekribbeld boekje. Structuur en puntjes!

* Elk probleem was ooit een oplossing.
* De meest effeciënte manier om iets te kelderen is vragen “jamaar, wat is de precieze doelstelling” en als die uitgelegd wordt te luisteren en daarna te vragen, “jamaar, wat is de precieze doelstelling”
* Als er gezegd wordt dat 1/3 van de jonge leerkrachten uit het beroep stapt binnen de vijf jaar, worden daar conclusies in verband met de belasting van de job en waardering aan vastgehangen. Zijn er cijfers over hoeveel andere jonge mensen binnen de vijf jaar naar een ander soort job overstappen?
* We moeten opletten voor inzichten ingegeven door persoonlijke ervaringen.
* Ik moet Thinking, Fast & Slow dringend lezen.
* In onderwijskundig onderzoek wordt vaak teruggegrepen naar kwantitatief onderzoek. Misschien kan er soms interessantere data in kwalitatief onderzoek gevonden worden, misschien kan dat leiden tot beter inzicht.
En met drie uitroeptekens ernaast:
* De leraar als eenzame held. Er is een dominant beeld van de leraar als iemand die in essentie zijn of haar job alleen uitvoert. Een leraar staat alleen voor de klas, en lost problemen alleen op. Dat beeld staat echte onderwijsvernieuwing in de weg, want is het uitgangspunt van beleidsbeslissingen en de onderliggende premisse bij hervormingen. Alle onderwijsuitdagingen worden zo herleid tot uitdagingen van individuele leerkrachten.