Twee-punt-nul ofzo.

Zeven maand is het. Zeven maand geleden schreef ik het als laatste zin van mijn laatste blogpost op het project.

We vinden elkaar ongetwijfeld terug. Elders op of naast het internet.

En kijk. De Erven Gentblogt hebben al sinds die dagen een facebookgroep. Een verborgen en vrijblijvend houvast aan tien jaar samen verbonden zijn. Het was het enige restant, want onze ooit actieve fanpagina was op een blauwe maandag verdwenen in het grote zwarte gat dat facebook bij momenten kan zijn. Doodjammer, maar wat doet ge eraan.

Ik blijk gelukkig niet de enige te zijn die geen talent heeft voor afscheid. Niet de enige die af en toe nog eens een zoekopdrachtje loslaat op het internet.
En zo stond er deze week stond er opeens een post van haar op de groep: “ik denk dat we terug zijn”. We besloten al snel unaniem dat we daar iets zouden doen.

Definieer iets? We weten het niet.
Maar wat dan? Geen idee.
Waarover dan? Gelijk altijd al, wat er op dat moment leuk is.
En hoe vaak? Ah, we zien wel.

gentblogt

Ik zou fan worden, als ik u was. En misschien daar bovenaan instellen dat u ons vanboven in uw newsfeed wilt, eventueel.

Gentblogt is dood. Leve Gentblogt.

Voorbij.

De avond valt. Slaapwel, Saou.

Gisteren op het strand — een kleine postvakantietroostactie — zei die pup: misschien kunnen we volgend jaar vier weken kamperen, want drie is eigenlijk best kort. Hij knikte, ik knikte, maar we wisten allebei dat de volgende zomer zo druk wordt, dat we al blij zullen mogen zijn met twee gestolen weken. Maar soms is kiezen om dat voorlopig te negeren de beste optie.

Het moeilijkste aan terugkomen uit verlof is het besef dat het echt lang duurt voor het nog een keer zo uitgebreid kan. En het idee dat de lange dagen gevuld met hoogstens nietmoeten en leegte voorbij zijn. Dat er handen uit de mouwen moeten. Terwijl ik nog niet eens mouwen aanwil, maar gewoon nog een beetje in bikini in een hangmat wil liggen.

Net als twee jaar geleden was dit een eindeloze zomer. Ik had zes lange weken, met alleen een korte werkpauze halverwege. De man nam volledig vrij, en het was acht jaar geleden dat we zo uitgebreid reisden.

Ondertussen is de realiteit al meer dan een week terug. En doe ik wat elk normaal mens doet: ik verander mijn bureaubladachtergrond naar een foto van mijn berg, zucht eens diep en raap mezelf samen. Een mens kan niet blijven pruilen.

Travel light.

Momenteel zijn we hier in volle voorbereiding van een paar weken kamperen in het zuiden. (Ja, ik mag dat vertellen, want naar goede gewoonte komen er tuinloze mensen in onze crib wonen en de dikste kat van Gent gezelschap houden terwijl we weg zijn. Doe dus geen moeite.)

Kampeervoorbereidingen, dat is mijn halve huishouden in curverboxen proppen, in essentie. Terwijl ik op andere reizen meestal gewoon een paar dingen in een handbagage gooi, is dat als ik met de auto wegga – euhm- een beetje het andere uiterste van het spectrum. Ik kan niet koken zonder mijn eigen mes en echte wok, dus die moet mee. Mijn echtgenoot doet niet aan slapen in een slaapzak, dus we nemen onze donsdekens mee. Ik loop niet graag om de vijf voet naar een supermarkt op verlof, dus er is ook een box met eten. Mijn rug doet pijn van kampeerstoelen, dus er moeten goeie zetelkes mee. En hangmatten. En tafels. En een gitaar, natuurlijk, want wie kan er nu op reis zonder gitaar. Onder het motto: zolang er plaats is in den otto, blijf ik proppen, is het bijgevolg altijd een gigantische verhuis. Maar kijkt hoe idyllisch eens we geïnstalleerd zijn.

Er werd daar zelfs gekookt. Soms.

Aangezien we allebei onze jeugdzomers in tent en camionette hebben doorgebracht, zijn we niet onervaren op kampeervlak. Dat zorgt ervoor dat we wel een paar efficiënte oplossingen hebben voor bepaalde zaken. Zo is er de kastinrichting van de ikea die hupla een kleerkast wordt. Of een constructie van curverboxen en bouten en plankjes, die eerst dient om grief te transporteren en dan in vijf minuten een keukenkast wordt voor in de tent.

Het prototype van vorig jaar ondergaat de finetuning voor versie 2.0 #campingkast

Vorig jaar waren er een paar dingen die we hadden gemist. Zo was het weer niet altijd even goed, en is dat wat spijtig dat ge niet buiten kunt zitten als het regent, maar toch warm genoeg is. Dus is er nu een shelter van bij de Decathlon aan onze bagage toegevoegd.

shelter

En terwijl we daar toch waren: lampkes voor in de tent. Ze hebben een magneet, en vier lichtsterktes. En een afstandbediening. Daarom zijn ze mogelijks de coolste kampeerlampkes ooit en had ik ze echt nodig.

Mijn nieuwe tentlampjes hebben een afstandsbediening en nu ben ik overdreven enthousiast. #campinggeek #decathlon

Maar wat ik mij dus afvroeg. Vertel het mij eens, kamperende medemens, wat is het geniaalste dat jullie niet zouden kunnen missen op camping?

Ik heb nog een paar dagen, dus eventueel kan ik nog een trekhaak installeren en een remorque huren.

De hemel.

Het regent al drie dagen hier in Gent, en dat treft: dit waren de dagen die ik voor mezelf had ingepland om cursussen te schrijven. Vanaf morgen begin ik uit te bollen, dus vanaf morgen zal het wel weer wat beter weer worden. Vanaf volgende week helemaal.

In deel 1 van de vakantie vlogen wij alvast een dag of vijf naar de hemel. Gewoon, omdat het kon. Ik schreef toen dit, in mijn boekje. Dat is iets gelijk een laptop, maar dan met papier en een bic. Aanradertje.

***

In de hemel, daar zijn van de beste vrienden en kinderen die dan ook weer elkaars vrienden blijken. Daar wordt elke avond gekookt met een overgave en kunde waar de beste Italiaanse chef jaloers zou van worden. Daar wordt getekend, gelezen, gespeeld, gebabbeld en afgewassen. En dat gaat allemaal vanzelf.

Er is enkel gsm-ontvangst op één plekje op het terras, en ook daar onder die ene parasol aan het zwembad. WiFi is een concept dat nog niet op de berg in de hemel is doorgedrongen. Maar dat is niet erg: kinders denken dagenlang zelfs niet aan de tablet, en als de pup ‘s ochtends toch eens naar een filmpje vraagt, dan klapt ze na tien minuten de DVD-speler toe en zegt: ik ga spelen.

foto 2

Het is in de hemel overdag zo warm dat er nauwelijks iets anders te doen valt dan in een zwembad zitten, of lezen in een hangmat. Er zijn daar ‘s avonds zoveel muggen dat zelf 50% deet slechts matig helpt. Het is er te warm om echt te slapen, maar ‘s ochtends om half zeven over de vallei uitkijken, zittend op het muurtje aan het terras en de bergen zien wakker worden: ik vergeet dat van die muggen en dat slapeloze direct.

foto 1 (2)

Er is pentanque en een zwembad waar ge ook rond middernacht kunt inspringen, desgewenst. Er is een vijgenboom die zo veel vruchten laat rijpen dat er altijd verse vijgen zijn. Veel. Zelfs voor tien mensen.

Als ge in de olijfgaard gaat wandelen, dan moet ge een stok meenemen om de slangen weg te jagen. Bij valavond zit iedereen muisstil op een rij te wachten tot er wilde beesten komen. Als het echt donker is, dan zijn er vuurvliegjes. ‘s Avonds op het terras is er elke avond hetzelfde vliegende hert.

foto 2 (1)

Echt. Ge moet daar ook eens naartoe, als het past. Het is daar goed.

Vakantie!

– Bij ons thuis was dat ieder jaar eind juni een overflow van pralinen, koffietassen en bloemen. Zot dat.
– Maar normaal toch, ook? Want uiteindelijk zorgen die een heel jaar voor uw kinders.
– Ja. Meer dan normaal.
– Schoonste beroep ter wereld.
– Schoonste beroep ter wereld. Echt.

We zaten in de auto en we hadden het net gehad over de bloemen die ik had meegenomen voor de juf, en het kaartje waar ik toch een dik half uur op had gekauwd. Nadat we hadden vastgesteld dat juf of meester zijn het schoonste beroep ter wereld is, vertelde ik dat ik niet op fb had gejubeld dat ik vakantie had. Omdat ik zag hoe mensen zich daaraan stoorden, bij mensen uit het onderwijs. “Hebt ge nu weeral verlof?” en “Twee maand? Dat is toch niet normaal?”

Ik heb ze niet, die twee maand. Vijf weken wel, en dat is ook veel. Maar ik gun het hen van harte, al die juffen en meesters die ze wel hebben. Ik mag namelijk een heel jaar lang toekijken, ergens in een hoekje van een klas, naar hoe ze hun kinderen meevoeren naar de wonderlijkste momenten. Ik kijk naar hoe ze onze studenten met dezelfde toewijding begeleiden als dat ze dat met hun kleuters of schoolkinderen doen. Ik hoor hen dingen zeggen als: “bij x kan je dat zo niet aanpakken, want die heeft nog wat problemen met kleuren benoemen. Maar hij is wel de beste teller van mijn klas.” Ik zie ze troosten, zorgen, stimuleren, leren, vragen stellen en antwoorden geven. Ik voel hoe ze veilige klasjes maken, waarin kinderen zichzelf kunnen zijn. Dat elke dag mogen meemaken, is — zonder enige twijfel — een ongelooflijke eer.

Viskes.

Ik zie ook hoe op ze eind juni zijn, doodmoe na nog een MDO en een extra teamvergadering. Want het is een sprint, naar die laatste dag: oudercontacten, proclamaties, kindvolgsystemen, voorbereiding voor volgend schooljaar, opruimen, afronden, afscheid nemen.
Als ik voel hoe lastig mijn kleine is, zo einde schooljaar, dan denk ik altijd: ocharme, die juf, ze heeft er zo twintig onder haar hoede, elke dag.

Dus het is van harte gegund, die twee maand. Aan alle leraars: have a splendid summer. Laad die batterijen op, zodat jullie in september weer kunnen doen wat jullie het beste kunnen: kinderen het leven leren kennen.

Noot tot slot voor wie boos wil worden in de comments: ook voor iedereen die niet in het onderwijs staat natuurlijk een zalige, zorgeloze, hete, vrolijke en eindeloze vakantie gewenst. Ik gun het u ook van harte, maar de post ging niet over u deze keer…