Elke dag praten wij een beetje. #projectblogboek

Als ik ‘s morgens opsta, ben ik meestal alleen. Het huis slaapt, bij de buren komt hier en daar wat voorzichtige beweging. Ik trek dan mijn gilet wat dichter om me heen, zet de koffiemachine aan en maak schemerig licht.
Tien seconden later is hij er.
Mijn held in het uur tussen wolf en hond, mijn portie zachtheid tijdens het ontwaken. Hij bedelt streeltjes en aandacht. Ik krijg een aanhankelijke hoop dons in ruil.

Ik praat met hem, ‘s ochtends. Hij praat terug, want dat is beleefde communicatie. Ik vraag hoe zijn nacht geweest is, en hij vertelt. Ik ben niet in staat die gesprekken vast te leggen, om half zeven ‘s morgens, maar gelukkig praten we ook overdag vaak een beetje. En gelukkig dacht ik een keer: “ik moet een filmpje maken.”

Hallo. Ik ben i. en als ik groot ben word ik een crazy cat lady.

**************
Dit is een post in #projectblogboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly. Ik had weinig zin in praten met mensen. En de leukste kat van Gent is ook een beetje een idool.

4

I think I remember the film. #projectblogboek

Mijn koffiemachine doet raar. Ze maakt een vreemd geluid, reutelt een beetje en geeft dan een soort van klik.Terwijl ze gewoon koffie moet maken en niet moet klikken. En al zeker niet op een manier die mij ongerust maakt. Bovendien heeft niemand iets aan klikken, dat heb ik zo geleerd toen ik klein was.

Ongeveer één keer op twee doet de koffiemachine na de klik AUTOTEST in plaats van UW KOFFIE WORDT BEREID op het schermke. Dan vloek ik, luid, gemeen en met tranen in mijn ogen.
AUTOTEST is namelijk het meest afgrijselijke wat me kan gebeuren, ‘s ochtends. Behalve dan misschien sneeuw of Bart De Wever op de voorpagina van mijn gazet.

Ik ben op zoek naar een nieuwe koffiemachine, want ik vertrouw het zaakje niet meer.En als ik ‘s morgens geen fundamenteel vertrouwen kan hebben in de koffiemaker, dan kan ik evengoed gewoon op de grond gaan liggen en naar het plafond staren tot de dag weer voorbij is.

Het is simpel: ik wil een machine die bonen maalt. Dat is belangrijk, want ooit had ik zo’n espresso-gedoe, met een houder waar de koffie in moest, en dat was een geklungel met mijn ochtendonhandigheid. Bovendien heb ik graag de boontjes van de Mokabon, want die zijn lekker en ik kom daar ook zo graag.
Dus de machine moet bonen malen en dan een tas koffie maken. EN DAN KLAAR.

Maar dat bestaat niet, blijkbaar. Ik ben eind vorige week eens op prospectie geweest, toen ik een elektroboer passeerde op mijn vrijevrijdag-omzwervingen.
Er bestaan vier soorten koffiemachines, waarvan er drie geen bonen malen (ouderwetse koffiezetten, senseo-types die vreselijke koffie maken, george clooney-apparaten met pokkedure capsules) en dus geen optie zijn.

De vierde soort maalt wel bonen, maar doet tegelijkertijd ook nog veel meer: maakt zes soorten cappuccino, latté en macchiato, onder andere. Klopt cake-beslag, strijkt uw kleren, ontstopt uw toilet, vult uw belastingen in en zet de vuilbakken buiten op maandag. Onder andere.
Dat laatste staat niet in de gebruiksaanwijzing, maar het moet wel, want anders kan ik dus niet verklaren waarom zo’n machine een halve kubieke meter groot moet zijn, een half maandloon kost en 400 kilo weegt. Gij wel?

Enfin. Ik deed dit weekend bovenstaande tirade tegen mijn papa en vandaag heeft hij de koffiemachine opengevezen en grondig schoongemaakt en dat zal hopelijk wat uitstel geven. Ge moogt mee duimen, en ondertussen uw gouden tip voor een goede, eenvoudige machine in de commentaren achterlaten.

Dit was een inleiding. Ik drink koffie bij het ontbijt namelijk, en het ging over ontbijten in #projectblogboek en kijkeenvogeltje.

Voor de rest ben ik de saaiste ontbijter ooit, dus misschien nog best dat mijn inleiding wat uit de hand is gelopen.
De eerste maaltijd van de dag bestaat uit varianten op yoghurt, fruit, havervlokken en ahornsiroop. Of boterhammen met confituur of honing.

ontbijtkl

(Klikken maakt het prentje groter. Ik doe hier nogal mijn best voor jullie hé.)

Niet zo veel over te vertellen, maar #projectblogboek is #projectblogboek is #projectblogboek, dus nam ik vijf dagen lang foto’s. En ziehier het bewijs: varianten op yoghurt, fruit, havervlokken, ahornsiroop en boterhammen.

Afhankelijk van hoe vroeg ik moet opstaan is de belichting anders. En die keer in dat potje is als ik echt vroeg moet lesgeven: dan eet ik voor mijn les op school. Daar is ook koffie.

Dat is het, ik kan daar niet meer over vertellen zonder als een hippie te klinken met zelfgemaakte confituur en yoghurt van de boerderij.

Oh kijk, nu deed ik het toch.

**************
Dit is een post in #projectblogboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly.

3

Met de groeten van mijn onvolmaakte wortels. #111111

Ik ging vandaag een blogpost schrijven voor #projectblogboek, maar zoals dat hoort in de ongeorganiseerde chaos die ik mijn brein noem, was ik opeens mijn interesse verloren na het lezen van de kranten deze ochtend. Zonde, want ik heb al vijf dagen een foto van mijn ontbijt genomen voor die blogpost. Het zij zo, dit is even belangrijker.

De man vertelde ooit dat ze vroeger in zijnen thuis massa’s komkommers aten. Hij had een nonkel met een komkommerkwekerij, en elk stuk groente dat niet perfect recht was, werd naar de familie versluisd wegens toch niet te verkopen. Want de mensen willen rechte komkommers.

De nonkel van een jeugdvriend kweekte aardbeien. Er zijn na oogst twee soorten aardbeien: de gewone, grote en de kleintjes. De kleintjes zijn goedkoper en worden confituurkes genoemd. Want ze zijn enkel goed om confituur van te maken.
Ik leerde daar op de aardbeienboerderij dat confituurkes eigenlijk meer smaak hebben dan grote aardbeien, maar dat de mensen dat niet willen kopen. Sindsdien eet ik alleen nog kleine aardbeien.

In de winter hebben de fijne mensen van Trafiek hier een soepbedeling, in de buurt. Vrijwilligers halen overschotten bij de Bioplanet, en koken daar soep van. Die wordt op vrijdagavond gratis uitgedeeld op een plein hier in De Brugse Poort.
Vorige winter haalde ik een keer de groenten op bij de winkel op vrijdagochtend, want ik had een auto en ik had toch niks te doen die dag.
Ik had verwacht een krat verlepte sla te krijgen, maar kwam terug met een auto die afgeladen vol zat. Letterlijk tot aan het dak, passagierszetel inclusief. Ik had 100 kilo patatjes mee met hier en daar een scheut. Kratten tomaten die net iets te overrijp waren. Courgettes met een miniscuul deukje. wortels waar het groen wat van verlept was. Want we eten dat groen, natuurlijk. Ik staarde naar de gast van de winkel en zei: “dat meent ge toch niet?”. Hij antwoordde: “de mensen kopen geen patatten waar een scheut aanzit.”

Ik moest aan al die dingen denken, toen ik deze ochtend in de krant las over basilicum die wordt weggegooid omdat de steeltjes te dik zijn. En boontjes die kapot moeten omdat ze te lang zijn om in het doosje te passen. 1/3 van ons voedsel wordt weggegooid om die esthetische redenen. En echt waar: ik krijg daar buikpijn van.

Onze relatie met voedsel is zo pervers dat het haast niet anders kan dan dat de slinger een keer in de andere richting zal gaan. Dat kan toch gewoon niet anders?
Ik denk dat al jaren, en dan kom ik in een supermarkt en zie al die perfect gevormde komkommers en hoe die tegenwoordig blijkbaar ook allemaal individueel verpakt moeten worden in een plastiekje.
Ik ben dan blij dat ik geen groenten meer moet kopen daar, en als ik thuiskom kijk in de frigo naar mijn onvolmaakte wortels. Die zijn namelijk minstens zo lekker en ik kan u bevestigen: een bruin plekske kunt ge gewoon wegsnijden. I kid you not.

wortels

Het is daarmee dat ik zo blij ben met de actie van 11.11.11., sorry is niet genoeg, met onder andere het afschaffen van esthetische richtlijnen voor voeding in de eisen.
Want echt, geen enkel weldenkend mens kan goedkeuren dat er elk jaar 1,3 miljard ton voedsel verloren gaat, en dat er ondertussen mensen zijn die honger hebben.
Laat ons daar dus eens over nadenken, lang en hard. En als de vrijwilligers aan de deur komen, straks, koop of geef dan iets. Dit is belangrijk.

(Voor de leerkrachten: er is een educatief pakket en een stappenplan over het thema, zowel voor basis als voor secundair)

(Ook nog: een paar jaar geleden keken wij ooit eens naar Food Inc., een documentaire die mijn leven heeft veranderd. Ik heb het hier al een paar keer gezegd, maar ik blijf het herhalen: neem er eens 90 minuten de tijd voor.)

Oooooooow.

- Ik heb die nog niet gezien.
– Wat? OOOOOOOOOOOW.
– Ja. Kweetnie. Is dat niet zo’n licht homo-erotische film zonder inhoud?
– WAT? OOOOOOOOOOOW.

Op mijn vrijgezellendag, ergens in de namiddag, in een café dat aan elkaar hangt van de herinneringen, hadden wij dit gesprek, mijn vriendinnen en ik. De ene persoon in de conversatie is de hippie-vriendin, opgegroeid in een huis zonder televisie en verder ook verstoken van elementaire belangrijkheden zoals de Joepie. De WatOOOOOOWs kwamen van alle andere aanwezigen. In koor.
De directe aanleiding was dit nummer, en dan weet u natuurlijk het onderwerp ook. Want iedereen heeft deze film gezien.

Behalve onze hippievriendin dus. Nadat onze schok een beetje was gezakt (“wij zijn bevriend met iemand die niet weet wat Talk to me, Goose betekent. Hoe is dit ooit kunnen gebeuren?”, ik moet u die conversaties zeker niet uitleggen) werden er algauw plannen gesmeed om dit verschrikkelijke euvel te verhelpen.

En zo hadden wij gisterenavond een vrijgezellenavondreünie in een boothuis. Er was een kachel, er was een groot scherm, er was chips, er was wijn, er waren dekentjes en er waren hapjes (“ik weet niet wat het is, neen. Er stond -50% en het zag er vettig uit, dus ik heb het gekocht”).

Talk to me, goose.

Topavond. Vooral omdat ik deze ochtend een sms-stuurde naar zij-die-tot-gisteren-een-topgun-maagd was, of ze maandag mijn +1 wilde zijn op iets waar ik naartoe wil, en ze antwoordde: “I would be your wingman anytime!”. Hartjes voor random gebruik van filmquotes. Veel hartjes.

De volgende op de lijst is Dirty Dancing. ‘Cause nobody puts baby in a corner.

Het is wel gezellig. #projectblogboek

Ik heb een bureau, maar dat bureau is ook nog een heleboel andere dingen. Opslagruimte. Bibliotheek. Speelkamer. Rommelhoop. Het ziet er wat vreemd uit misschien, maar ik vind het wel gezellig. Ik klaag niet, er is veel licht, ik kan buiten kijken (zicht op straat, dat is een pluspunt), ik heb boeken en andere mooie dingen dichtbij, en ik heb sowieso niet veel plaats nodig.
Met een laptop kan ik eigenlijk eender waar werken, wat ik ook geregeld doe: in de living, in de zetel, op het terras, op de logeerkamer boven, op de man zijn gigantische werkruimte onder het dak. Maar het liefst van al zit ik nog altijd in mijn eigen bureau, alle chaos ten spijt.

Wacht. Ik toon het u.

panoramabureauklein

U ziet, van links naar rechts:
– een ladder want er wordt hier altijd wel iets verbouwd.
– een oude kerkstoel waar ik niet van kan scheiden.
– een kast vol speelgoed en rommel van de dochter. Met daarachter overschotten trespa van toen de man het tuinhok bouwde.
– een werkje dat ik ooit kreeg van Bram. Ik denk een housewarming-gift voor ergens eens. Zeer aan gehecht.
– een telefoon die niet werkt. Maar er zit een antwoordapparaat aan, dus bel mij gerust eens.
– een printer die ik cadeau kreeg van hij-die-weer-blogt. En allerlei ingewikkelds dat hij-die-weer-blogt heeft opgezet om ervoor te zorgen dat alles op de laptops hier thuis regelmatig een backup krijgt. Staat allemaal op een tafeltje uit het oude huis van mijn grootouders.
– Mijn werktafel, die eigenlijk de tafel is waar mijn mama vroeger de was op plooide en die ik schaamteloos heb afgeschooid.
– Een rare Egyptische mevrouw, en een oud medicijnkastje. Allebei gestolen van de man. En aangezien hij nu mijn man is, is het geen diefstal meer, maar gewoon van mij.
– De buggy van de dochter, die ze niet meer nodig heeft en die eigenlijk naar de zolder moet maar de kat slaapt in de buggy bij mij, dus ja. BoogieBuggy.
– Mijn boekenkasten. Boeken maken mij rustig en blij. Fictie bovenaan, werkgerief onderaan. Ik kijk naar boven om weg te dromen en opzij voor concentratie.
– De schouw, met brollekes voor mijn warmtegevoel. Een foto van mijn mama genomen door mijn pepe, een foto van mijzelf genomen door Hans en een foto van het gemeentehuis van Zomergem. En allerlei essentiële zaken om te kunnen functioneren: een kalabas uit peru, een lama-foetus uit Bolivia, een magic eight ball voor het nemen van levensbepalende beslissingen (geen grap).
– Nog boekenkasten. Weer bovenaan fictie. Onderaan kookboeken, en ongeveer 20 jaar notitieboekjes. Ik ben op mijn vijftiende notitieboekjes beginnen gebruiken, en ik schrijf alles op en gooi niks weg.
– Ook op de boekenkasten: rommel, natuurlijk. Inpakpapier omdat ik eens iets moest inpakken. Vlaggetjes omdat er hier in augustus een verjaardag werd gevierd en ik de week nadien de vlaggen heb “opgeruimd”. Het blauwe ding voor de kast is onze kampeertafel. Volgens mij staat die daar in functie van de speelstraat. Ahum.

Ge ziet het. Ik kan wel wat chaos en nestjes hebben. Ook op mijn computer , ook op mijn bureau. Om te vermijden dat u nu allemaal gaat zoomen, een detail.

(In Het Blogboek staat dat ge moet zorgen voor goede foto’s, en ik heb even overwogen om morgen een mooiere foto te nemen, maar morgen ben ik op school en ah, het leven is zo al druk genoeg. En toen ik begon te zoomen vond ik het met enige verbeelding wel artistiek te noemen. Work with me, darlings.)

detail

U ziet koffietassen, een vierkleurenstylo, een computer, een notitieboekje en een stapel ongeordend papier. En dat is het. Meer is er niet nodig voor al deze genialiteit. I know, ik kan het ook bijna niet geloven.

**************
Dit is een post in #projectblogboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly.

2