Het systeem.

Senne vroeg op twitter naar een studiemethode. En ik heb die, maar het is te lang voor twitter. Gelukkig heb ik een blog, aja.
Ik heb de laatste drie jaar een beetje bijgestudeerd naast mijn job en gezin. Dus ik weet wel het één en ander van efficiëntie denk ik en van dingen combineren. Nu zit ik in de eindspurt, met enkel nog stage en masterproef én nog één vak in het tweede semester. In januari geen examens dus, maar het systeem zit nog vers in mijn hoofd.
Dit is het. Tips en aanvullingen welkom in de commentaren.

Planning
In mei en in december maak ik een planning voor de komende twee maanden. Elke dag bestaat uit vier blokken van drie uur:
– een blok vroeg (van 6h tot 9h ‘s morgens)
– een blok voormiddag (van 9.30h tot 12.30h)
– een blok namiddag (van 13.30h tot 16.30h)
– een blok avond (van 20h tot 23h)
Ik veronderstel dat bij reguliere studenten het namiddagblok anders zou kunnen, maar bij mij was dat gezien mijn gezin geen optie.
Daarna vul ik in waar ik niet kan studeren: verplichtingen, nog les, vrije tijd. Of examen afleggen natuurlijk.
De dag voor een examen schrijf ik al in als “stampen” voor alle blokken (daarover straks meer). Na een examen neem ik twee blokken vrij: in de namiddag examen is dus die avond niks meer doen én geen vroege shift. In de voormiddag examen betekent middag en avond vrij, maar wel weer vroeg op de volgende dag.
Het streefdoel was altijd: vijf dagen per week 3 blokken per dag om te studeren, twee dagen van 2 blokken. Dat betekent dat ik bijvoorbeeld op zondag wel het vroege blok invul en de voormiddag, maar de namiddag en avond vrij neem. In de eigenlijke examens was het standaard 3 blokken, tenzij na een examen, zoals ik hierboven al uitlegde.

Vakken inschatten
Ik probeer daarna mijn vakken in te schatten. Alles op te delen in blokjes. Meestal is dat een blokje per les of onderwerp. Elk vak heeft een kleur post-its, elk blokje een aparte post-it.
Daarna tel ik post-its en verdeel aan de hand daarvan de blokken: een groter vak is meer dagen in totaal, een kleiner vak minder. Kom ik er met mijn dagen voor een examen, dan moet er weinig of niks op voorhand, behalve het kijken van hieronder. Zo puzzel ik een vakkenplanning samen.

Kanban
Op mijn muur maak ik hokken met schilderstape. Er zijn vijf hokken:
(1) kijken: wat is deze les, welke teksten horen erbij, hoe zit het in elkaar en welk materiaal heb ik nodig?
(2) samenvatten en verwerken: afhankelijk van het vak met mindmaps, schema’s, samenvattingen. Op dit moment las ik ook alles uit de reader dat bij een les hoorde en vatte ook dat samen.
(3) blok 1: eerste keer studeren. Ondertussen ook mijn bloklijst maken (zie verder)
(4) blok 2: tweede keer studeren van de samenvattingen.
(5) stampen: de bloklijst erin stampen. Tot alles perfect zit. Daarna gewoon enkel nog de samenvattingen nog eens volledig doornemen.

Elke post-it start in het eerste vak. Als die fase afgehandeld is verschuift het naar het volgende vak. En zo door tot elke fase is doorlopen.

De bloklijst
Een lijst tijdens het studeren van kapstokken. Meestal had een doorsnee vak tussen de 50 en 70 van die items. Kenmerken van x, model voor …, eigenschappen van…,…
Die lijst stamp ik letterlijk in mijn hoofd. Schrijvend. En dan telkens een check van de volledige lijst, aanduiden wat lukt en terug naar wat niet helemaal ging. Tot alles erin zit.

En dan examen maken en shinen. Dat is evident.

PS: nog een gouden tip: zorg voor een whatsapp-groep van een viertal mensen die met hetzelfde bezig zijn. Samen studeren en vragen stellen helpt. Ik had het tot nu toe niet gehaald onder mijn posse.

Coronawalks.

Ergens in de jaren ’90.
De zomerdag eindigt zoals het merendeel van de zomerdagen. Zo gaat dat in het dorp: er zijn hier geen honderd keuzes om als puber de middag te spenderen, maar de opties die er zijn, zijn zo mooi dat ze volstaan.

De zon staat laag. Ik fiets aan hoog tempo, in gezelschap van een roedel kameraden, de brug op. We zijn te laat voor het avondeten, want ook dat gaat meestal zo.
Onder mijn T-shirt kleeft mijn halfnatte badpak aan mijn huid, mijn gezicht gloeit een klein beetje van de zon. Zonnecrème smeren doe je in de jaren 90 enkel op vakantie en meestal pas als je al een klein beetje verbrand bent. Bij de Unic aan de kerk is de hoogste te verkrijgen factor 10.

Zoals zo vaak hebben we die middag gezwommen, in Lo-put. Over een prikkeldraad, langs een smal pad aan een maïsveld, een steile bergaf en dan heerlijk koel water. Alleen mensen die hier wonen kennen de weg. Iedereen die volwassen is zegt dat we er niet mogen komen want het is gevaarlijk. We luisteren niet, want wij zijn toch voorzichtig en er kan niks gebeuren. Onoverwinnelijk en overmoedig, zoals alleen tieners dat kunnen zijn.

voorjaar 2020.
We zijn weggevlucht uit de overbevolkte Bourgoyen. Half Vlaanderen heeft in De Lockdown (we denken nog dat het bij eentje zal blijven) het wandelen ontdekt. Het is aanschuiven in het Gentse groen. Hier, in het natuurgebied van mijn jeugd, is het nog rustig. De vertrouwelijkheid die deze plek oproept, blijkt geen onaangename emotie in tijden waar zowat alles onbekend is.
Terwijl we wandelen, vertel ik over de zwemput aan de dochter. De wilde haren en verhalen vliegen in het rond. In 2020 wordt er (terecht!) strikt op toegezien dat er niet gezwommen wordt. De natuur is te kwetsbaar.

Ik haal de factor 50 uit mijn handtas en smeer het gezicht van de dochter in. Met de eerste zon kunt ge niet voorzichtig genoeg zijn.

Najaar 2020.
De Oude Kale-vallei heeft met lovende woorden in De Libelle gestaan. En blijkbaar in nog wat andere boekskes ook, want het is er over de koppen lopen, de laatste weken. We besluiten uit te wijken naar verder gelegen bossen voor onze wandeling. We vinden best wel wat leuke plekken, maar het is moeilijk inschatten hoeveel volk er zal zijn en wat de beste tour is als je een gebied niet kent…

De lockdown is nog niet voorbij en deze stadsbewoners hebben soms wat ademruimte nodig. Daarmee.
Wat zijn de natuurgebieden van uw jeugd, lieve lezers?
Waar kunnen we nog wandelen zonder het gevoel te hebben op in Inca Trail te lopen richting machu picchu?
Waar kan je, op maximum een uur rijden van Gent, een kilometer of 10 stappen, in het groen?

We horen het graag in de commentaren. Ik beloof dat ik niet zal zwemmen op plaatsen waar het niet mag.

Elke dag een werfje.

Tegenwoordig is het niet evident om op het eind van de dag het gevoel te hebben dat ik iets echt verwezenlijkt heb. Mijn dagen zijn momenteel nogal gevuld met lange termijn-projecten: ik schrijf bijvoorbeeld mijn masterproef, maar daarvoor moet ik eerst massaal veel interviews coderen. En ok, zo 10 interviews op een dag bekijken, dat is best wel flink, maar het zijn er 137 en ik moet ze allemaal minstens twee keer analyseren van mezelf. Dus de vooruitgang gaat traag en er zijn geen zichtbare resultaten. Dat werkt op mijn gemoed.
Daarom heb ik deze week besloten dat ik elke dag een mini-werf zou aanpakken vanaf nu. Want wij hebben dingen die blijven liggen. En ook overal nestjes, in huis. Stapeltjes papieren die rondslingeren. Geboortekaartjes waar ik dan eens een kaartje voor moet sturen. Potjes met kleine brol die geen andere plaats heeft. Bekers met balpennen voor als je snel een pen nodig hebt maar waarvan de helft eigenlijk niet schrijft en dan neemt ge een pen en die schrijft niet en dan steekt ge ze gewoon terug. Kendet? Ge kent het.
Eergisteren heb ik oude kranten uitgesorteerd en naar de doos in de kelder gebracht. Vandaag heb ik de koffiezet ontkalkt. En een potje balpennen getest en er 8 in de vuilnisbak gekeild. Zelfs degene die nog half maar niet goed genoeg meer schreven en dat vroeg discipline want ik ben slecht in weggooien. Maar oh, de ergernis van een maar half werkende stylo.

Tien minuten werk. Maar mijn dag voelt nu al als een succes.

Oogst.

Het was eind december 2018, ergens in een huis in Zeeland. De kinderen gibberden het laatste restje energie weg op hun kamers, de volwassenen hadden wijn en een chipke. Sien rommelde in haar tas en haalde een stapeltje geprint papier boven.

Wil iemand lezen?

We lazen. Een paar verschillende kortverhalen, telkens een paar blaadjes lang. Sommige had ik al eerder gelezen, maar Alina en het telefoongesprek met haar mama was nieuw. Het ging nogal naar mijn hart, zoals de dingen recht naar uw hart kunnen gaan de laatste dagen van wat een goed jaar is geweest. Ik weet nog dat ik zei: het is schoon, volders. Maar het doet wel een beetje pijn.

Alina bleek geen kortverhaal. De maanden daarna vertelde Sien over wat ze las, de verhalen die ze hoorde, de helpers met wie ze sprak. Ik leerde over moderne slavernij, over de mensen in de serres, over Roemenië, over de tomaten in mijn spaghettisaus.

Sien leerde dan weer zinnetjes in het Italiaans zodat ze op zijn minst deftig een gesprek kon starten. Zij reisde naar Sicilië in elk seizoen. Ze verdiepte zich in verhalen. Ze nam man en kinderen mee naar Roemenië op gezinsvakantie. In augustus 2019 spraken we af in Napels, in het heetst van de zomer en van Italië. Ze nam daarna haar zoon mee naar het eiland. Hij is zowat Lucians leeftijd.

Enfin. Ik wil maar zeggen: als ge bij het lezen van Oogst denkt dat het voelt alsof alles wonderlijk klopt, dan komt het omdat het gewoon klopt. Sien combineert de zorgvuldigheid van een chroniqueur met de strijdvaardigheid van een idealist. Maar bovenal en vooral is ze een vrouw die schrijft en zo perfect weet te vatten hoe de rauwe kracht van moeders in elkaar zit.

Ik ben zo fier. Alweer.

(De foto is van Sien zelf. Ze laat weten dat ze niet kan kadreren maar dat er wel kastanjes opstaan ter compensatie.
En Oogst, natuurlijk, dat u hier kunt bestellen of gewoon haalt bij uw lokale – essentiële, jawel – boekhandelaar.)

Wat we nodig hebben is een plan.

Tijdens de eerste golf, in het voorjaar, deden wij wat veel mensen deden: pompen om niet te verzuipen. De situatie was dramatisch, maar minder dramatisch dan op veel andere plaatsen en dat besef was er altijd. Het was hier thuis, zoals Maartje dat zegt, geen ramp, eerder een rampje.
Een dochter thuis (gezellig, dat wel, maar zo’n kindje alleen dat wordt snel eenzaam zonder anderen), een man in de cultuursector (hij schakelt gemakkelijk, maar heeft vooral iets nodig om zich op te richten voor mentaal welzijn) en ikzelf met een ambitieus jaar loopbaanonderbreking waarin ik twee masterjaren zou combineren (haha, dat was een goed idee zeg).

De eerste dagen, weken, zelfs maanden was zoeken. Pompen om niet te verzuipen. Het leek beter te gaan, toen in het voorjaar, eens we een plan hadden. Toen we vonden hoe we het moesten regelen. Toen we een ritme vonden, de draai van het leven in lockdown, wat echt telde, wat we wilden en aan welke perspectieven we ons konden optrekken.

Nu we weer die richting uitgaan en de tweede golf hoger blijkt dan verhoopt, wil ik sneller proberen om wat grip te krijgen. Concrete maatregelen. Houvast. Een plan. Want ik wil blijven drijven deze keer.

Daarom: wat is uw plan, voor de komende weken?

Foto door Maartje. Ze heeft een mooie boekenwinkel.