Wat ik nog moest vertellen.

Nooit eerder was het hier stiller dan de laatste maanden. Ik schrijf ondertussen al 13 jaar over waar ik mee bezig ben. Een Project, een verbouwing, een kind, dingen in bokalen steken, het passeerde ooit allemaal. En nu ging het niet, schrijven over wat ik doe.

Want dedeze was gelijk niet zo zeker van de goede afloop.
Vrijdag echter, mocht ik na uitgebreid refreshen op een systeem genaamd Oasis, lezen dat het allemaal best meevalt.

The thing is. Ik studeer opnieuw, sinds september. In combinatie met mijn job, dus het is nogal langetermijn gepland.

Er zijn veel redenen om nog eens opnieuw te beginnen, en die zijn behoorlijk uiteenlopend. De belangrijkste was het verlangen om nog eens heel veel nieuwe dingen te leren op korte tijd. De sluimerende vraag ook of ik het wel zou kunnen. En een soort van opgelegd Vlaams diploma-fetisjisme, waar ik me druk in maak, maar waar ik nu besloot toch aan toe te geven (Daarover vertel ik een volgende keer uitgebreid, want het zal u niet verwonderen dat ik daar meningen over heb).
Dat alles gecombineerd met een traditionele midlifecrisis, natuurlijk. Eens je voor de 13e keer 27 wordt, het nageslacht wat zelfstandiger wordt en die verbouwing gepasseerd is, heb je namelijk een paar opties: een jong lief (ik ben zot tevreden met mijn huidig lief, dus dat wilde ik niet), een moto (mocht niet van mijn man. wel stom. Maar ik moet gehoorzamen volgens mijn geloften), een tattoo (ik heb er al twee) een marathon (haha, we moeten ook realistisch zijn) of een koersvelo (fietsen is voor verplaatsingen niet voor plezier, in mijn hoofd).

Enfin. Het werd studeren dus. Een master pedagogiek en onderwijskunde. Dat is in mijn geval goed voor zo’n 185 studiepunten, ofte 3 jaar voltijds onderwijs.
Ik deed er 17 dit semester en werkte daarnaast gewoon door. Dat was loodzwaar, maar ook verschrikkelijk boeiend. Zo veel nieuwe dingen geleerd op die paar maanden: over wat ik misschien kan, maar ook over wat ik echt niet kan. Omdat ik nogal overtuigd ben dat mijn beperkingen groter zijn dan mijn capaciteiten heb ik nog even gezwegen. Want een mens wil natuurlijk niet afgaan op het internet. Niet slagen zou al genant genoeg zijn in mijn job, laat staan dat de hele wereld het zou weten.

De eerste resultaten zijn ok, tot mijn opluchting. Een semester met goede afloop en de eerste stap in een 6-jaren plan, dus.

Semester 2 start vandaag. En avant, marche!

Belangrijke wijzigingen in Tinkelbel en GAF! Hoera!

Een paar jaar geleden was ik een keer boos. Niet dat ik sindsdien niet meer boos ben geweest, maar dat is niet relevant voor deze blogpost.

Ik was toen boos over Tinkelbel, het registratiesysteem van het stedelijk onderwijs in Gent, dat een onbegrijpelijk kluwen was. Er was een reglement, ik had het 4 keer gelezen en ik begreep er nog niks van. En de inhoud was bovendien niet echt aangepast aan de reële situatie van veel ouders. Ik schreef toen:

Ik ben vertrouwd met de medewerkers van uw Stibo-diensten echter, en ik ben ervan overtuigd dat zij iedereen die vragen heeft op een uiterst vriendelijke en correcte manier zullen helpen. Uw opvang is top. Uw dienstverlening ook. Laten we dus voor deze keer uw moeilijke teksten en ingewikkeld kafkiaanse voorbeelden door te vingers zien.
Mijn lichte irritatie echter is ondertussen omgeslagen naar hevige verontwaardiging. Bij elke lezing begrijp ik het systeem beter. En hoe meer ik het systeem begrijp, hoe groter mijn verontwaardiging wordt.

Samengevat: dit kunnen jullie toch niet maken, als sociaal en links stadsbestuur?
In tijden waarin flexibiliteit wordt gevraagd van werknemers, waarin overal wordt gesteld dat goede, degelijke en flexibele kinderopvang een belangrijke vereiste is voor activering van ouders (ik ga zelfs niet beginnen over moeders en equal pay), wordt de klok in de scholen van Stad Gent teruggedraaid.

Lees de volledige post hier.

Elke Decruyenaere (de bevoegde schepen) en de dienst kinderopvang reageerde, en we mochten gezellig op gesprek, waarin één en ander verduidelijkt werd.

Eerder deze week kreeg ik een bericht van Astrid De Bruycker, die al die tijd de opvangkwestie politiek bleef opvolgen. Waarvoor merci, trouwens. Ik ben zeer dankbaar voor mensen die blijven vragen stellen en bepaalde bezorgdheden onder de aandacht blijven houden. Dat doet Astrid altijd al uitstekend.

Maar goed, ik citeer even uit haar blog, want de wijzigingen zijn toch wel belangrijk en ik denk goed nieuws voor de ouders van het stadsonderwijs.

Drie keer goed nieuws nu:

1. Het systeem van de gerechtvaardigde afwezigheidsdagen GAF wordt afgeschaft voor de Stibo’s
2. Ouders moeten voortaan enkel aan het begin van het jaar een basisplan meegeven
3. In de communicatie zal voortaan duidelijker zijn dat je als ouder zowel online kan plannen als bij een medewerker in het Stibo.

Wat verandert er nu concreet?

Voor de opvang in de Stibo’s tijdens het schooljaar vervalt het systeem van ‘bestellen is betalen’ en van de Gerechtvaardigde Afwezigheidsdagen (GAF). Ouders zullen aan het begin van het schooljaar kunnen aangeven op welke dagen ze normaal opvang nodig hebben. Indien daar wijzigingen in komen (vooral dan grote wijzigingen, zoals ‘voortaan komt opa de kindjes elke dinsdag halen’), rekenen we op de ouders om dit spontaan te melden, zodat het personeel daarmee rekening kan houden. Op de factuur komen enkel de momenten waarop je kind ook echt aanwezig was.

Voor opvang tijdens de schoolvakanties blijft wel het principe “besteld = betaald” gelden, tenzij je kindje ziek is en je een doktersattest kan voorleggen of wanneer je geannuleerd hebt voor een bepaalde datum. Die maatregel is nodig om de vrije plaatsen terug te kunnen openstellen voor kinderen die nog geen opvang hebben. Een heel legitieme en faire toepassing van de regel, lijkt me.

Wat betreft de communicatie zal er duidelijker vermeld worden dat je digitaal je basisplan kan ingeven, maar ook persoonlijk in het Stibo. Dat is vooral van belang voor mensen voor wie de digitalisering een drempel vormt.

Lees de volledige blogpost van Astrid hier.

Over de zon, een lampje en het licht zien.

Ik pruilde een eind weg, een paar weken geleden, toen de laatste loodjes nog niet eens in zicht waren terwijl de voorlaatste al zo zwaar wogen. Dat Facebook me met zwembadfoto’s terugzwierde naar tijden voor we een schoolplichtig kindje hadden, hielp natuurlijk niet. Vol wanderlust en week van verlangen naar zon op mijn huid, zocht ik op waar het meer dan 25 graden zou zijn begin februari. Ik noemde het “pauze nemen”, klapte mijn pc open en vroeg google hoe lang 25 graden vliegen was, al mijn ecologie-principes onderwijl negerend. Want het was januari, en koud en ik mocht ook wel eens iets.
Daarna dacht ik natuurlijk na of dat eigenlijk wel de moeite was voor een dag of drie. Ik concludeerde van neen, want zo realistisch ben ik dan wel, ook in tijden van massaal te veel werk. Bovendien bleek het vooruitzicht van geregel (ah, een ticket boeken en koffers pakken, en hoe zouden we dat doen met de dochter en en en) bij voorbaat al te vermoeiend voor mijn overvolle hoofd.

Ik nam pruilend afscheid van het 25graden-idee en er vormde zich een ander plan. Ik maakte een lijstje van uitsteldingen. Alles waar ik zo graag tijd voor wil maar die ik haast nooit heb. Er kwamen dingen op die mijn hoofd sluimerend troubleren (ik zou echt een keer die verzekeringen moeten checken en ook die badkamerkast opruimen en ik wil zo graag eens een handtas maken en…). Ik schreef in de agenda van de dochter dat deze mama wel eens meekon met de klas gaan zwemmen. Ik maakte afspraken met mensen die ik te weinig zie, en met mensen waarmee ik al zo lang graag een koffie wil drinken. Ik boekte dat bijzondere restaurant voor een lunch met mijn lief en legde het boek klaar waarvan ik te veel moest wenen toen ik eigenlijk te moe was om te lezen.

Vanmiddag wandelde ik in de Belgische vrieskou, maar wel met een zonnebril op mijn neus. Een uur daarvoor waren man en kind thuis komen middageten. Geen snelle boterham, maar Echt Zelfgekookt Eten. Ik had die ochtend boodschappen gedaan voor een week en die bovendien zelfs uitgepakt. Toen ik door de kou naar mijn auto stapte, met het vooruitzicht van mijn boek en pianomuziek op spotify, bedacht ik dat het nog zo slecht niet is: een vakantie zonder 25 graden.

Slijm. Uw recept om te scoren bij de youngsters. #vingeraandepols

Ze hebben geweend hé? Uw kinderen? Geef maar toe. Of op zijn minst gevloekt en gezaagd? Ja, ik weet het. Omdat het weer mislukte. Dat is niet tof, iedereen verstaat dat toch. En het ziet er nochtans zo simpel uit op youtube.

En als zij niet geweend hebben, dan misschien gij zelf. Omdat het slijm overal plakte, bijvoorbeeld. Aan uw keuken, uw stoelen, uw tafel. Aan de zetel. In hun haar ook.
Of omdat er nergens nog knutsellijm te vinden was. En ze hadden het nog zo gevraagd om er mee te brengen. Miserie Miserie.

Ik verzin het niet, al het bovenstaande. Het zijn allemaal kerstvakantie-verzuchtingen die ik in mijn directe omgeving kon horen. “Hoe haalt ge slijm uit lang haar?” “Waarom is er in heel Gent geen enkele tube lijm meer te vinden?” en het terugkerende “Heeft iemand een goed recept? DAT WERKT BIJVOORBEELD?”.

Als u kinderen heeft, die ouder zijn dan 5 en jonger dan pakweg 15, dan durf ik er namelijk mijn hand voor in het vuur te steken dat u in de laatste maanden al geconfronteerd bent met het fenomeen. Slijm. Slijm maken. Fluffy slijm maken. Glitterslijm maken. All things slijm: de hype van het moment bij het jonge grut.

Ik hoor de verhalen van ouders die wanhopige pogingen doen en alleen een plakkerige blubber overhouden. Grappige verhalen over de ingrediënten ook, zoals dat van een niet nadergenoemde (*kuch*codenaam schoonzus*kuch*) die in de Delhaize op zoek ging naar linzenvloeistof omdat haar kinderen beweerden dat het dat was wat ze nodig hadden. Linzenvloeistof. Damn you, Zita Wauters met je Brabantse accent.

Er gaan veel recepten de ronde en niet alles werkt zoals het belooft te werken. En nu is die kerstvakantie voorbij en is het weer niet gelukt. Toemme toch.
Treur niet langer. Ik ga u helpen.

Het is namelijk zo dat mijn 8yo nogal vinger-aan-de-pols is. Ze volgt de youtubes op (I wonder why), en het is ondertussen al van vorige lente dat het kind over dat slijm bezig is. Gelukkig is de man ook nogal vinger-aan-de-pols, en volgt hij de youtubes ook een beetje. Hij wist bijgevolg waar hij recepten kon halen, en sinds het voorjaar werd hier duchtig geëxperimenteerd. Met trial-and-error kwamen we tot een werkend recept. In de eindfase van het ontwikkelingsproces heeft ook deze moeder zich gemoeid en werd het recept geperfectioneerd. Voor massaproductie, dat is evident.

Binnen niet-zo-heel-lang is het krokusvakantie. Nog een paar weken en dat geeft u tijd om
a) alle ingrediënten te verzamelen en
b) het recept te leren zonder een meute jengelend jong om u heen.
Krokusvakantie. Schrijf het op, want dan begint uw heldendom. Dan zult ge opeens de beste mama/papa/babysit/nonkel/tante/… van de wereld zijn. Uw populariteit zal door het dak gaan, dankbaarheid en eindelijk van het gezeur af zullen uw deel zijn. Allemaal dankzij slijm.

*** Uw boodschappenlijst ***

1. Borax
Borax is hetgeen wat de andere ingrediënten tot slijm maakt. De meeste recepten hebben het over lenzenvloeistof (met een E. Zie boven), waarin (als u geluk heeft, want niet elke soort heeft het) boorzuur zit, met dezelfde werking. Maar lenzenvloeistof is natuurlijk al een verdunning, en een pak duurder. Dus bestel Borax, of spreek een bevriende chemicus aan. Kies de kleinste verpakking, want u heeft eigenlijk niet zo veel nodig: een koffielepel verdunnen met 250 ml water. En van die verdunning heeft u telkens maar een paar koffielepels nodig (zie verder in het recept). Dus ik stel voor: organiseer u en ga voor een gezamelijke wijkaankoop.
Eens de borax gearriveerd is kan je al een oplossing maken, dan staat dat al klaar en hebt ge geen gedoe met wilde en ongeduldige kinders. 250 ml heet water, een flinke koffielepel borax oplossen. Het goedje bewaar je bijvoorbeeld in een bokaal. Het is lang houdbaar. Ge moogt het niet opdrinken. Dus labelen en veilig bewaren.

2. Knutsellijm
Witte of transparante knutsellijm. In grote hoeveelheden. Zoals deze bijvoorbeeld. Ge moogt die ook niet opdrinken.

3. Voedingskleurstof
Het kleuren kan ook met verf, maar die voedingskleurstof heeft als voordeel: weinig nodig, dus het recept geraakt niet in de war. Ik deed ooit een poging met goudverf, en dat werkte niet. Ik moest te veel gebruiken om effect te hebben, en het slijm mislukte. Voedingskleurstof is courant te vinden in uw supermarkt, of bijvoorbeeld bij Aveve. Opdrinken kan geen kwaad, maar het kleurt wel uw tanden, lippen, tong en dat dat duurt wel een aantal dagen voor ge dat wegkrijgt. #voorugetest.

4. Scheerschuim
Schuim, geen gel… dat is redelijk essentieel. Een wit product volstaat. (niet opdrinken, voor de volledigheid)

5. Attributen
Plastiek potjes voor het mengen, lepels, keukenrol voor plotse slijm-overal-gebeurens. Bokaaltjes of zakjes om het slijm in te bewaren achteraf.
Optioneel: glitters. (ok, ik zeg optioneel, maar we weten allemaal dat dat gelogen is. Slijm met glitters is cooler dan slijm zonder glitters)

*** Het recept ***

– Doe een scheut lijm en een dot scheerschuim in een potje. De verhoudingen zijn ongeveer half om half. Meng goed door elkaar.
– Voeg de kleurstof toe naar believen, en “optionele” glitters. Meng goed door elkaar.
– Laat iemand boraxoplossing (zie boven!) lepelen in je mengsel. Begin met 1 koffielepel, meng, voeg nog eentje toe, enzovoort.
– Op een bepaald moment merk je dat het slijm de juiste consistentie heeft: het blijft niet meer plakken aan de randen van je pot, maar hangt als soort bolleke aan je lepel.

– Haal slijm uit pot en kneed slijm.
KLAAR.

Troubleshooting:
– Als het nog wreed aan uw handen plakt hebt ge niet genoeg borax gedaan daarnet. Je kan nog wat toevoegen, maar dat is wel geklungel en gedoe.
– Als het slijm te stevig is: te veel borax.
– Slijm is niet eetbaar. Maar dat hadt ge al door, vermoedelijk.

Bewaar slijm in afgesloten potje. Hou weg van zetels, stof en haar (ge kent de hashtag al, ondertussen).

Bij twijfel, altijd Noord.

Gisterenochtend dronk ik koffie bij haar, mijn favoriete peuter op schoot en onder een dekentje. Er zijn niet zo veel mensen bij wie ik onder een dekentje kruip in hun zetel. Zij is er eentje van.

We hadden het over de eerste reacties, nu Het Boek bijna een maand uit is. En hoe lovend die zijn. Op de sociale media, maar ook in de recensies. Ik was niet verrast, zei ik. En ik bedacht dat ik nog eens moest schrijven hier. Het plan in mijn hoofd was eerst lezen, dan schrijven. Ik heb Noord namelijk gelezen een hele tijd voor verschijnen en dus ook een tijd voor de definitieve versie. In de boek-versie van nu zijn er personages gesneuveld, en allerlei verhaallijnen nog helderder gezet. Razend benieuwd ben ik, naar hoe het nu is. Maar de omstandigheden en zelf-discipline hebben bepaald dat ik het boek waarschijnlijk pas begin februari opnieuw zal lezen. Over die omstandigheden vertel ik u trouwens een andere keer.

Pas in maart vertellen over Noord, plots leek dat zonde. Want het boek leent zich zo goed voor leesavonden bij het schemer van een kerstboom, in uw comfortabele zetel, verdrinkend in de warmte van haar woorden. En we gaan daar eerlijk in zijn: de komende weken heeft u waarschijnlijk wel tijd voor boeken. Of u zoekt nog een cadeautje voor iemand dicht aan uw hart. Dus krijgt u vandaag het verhaal van 23 november 2017.

23 november was een schone avond. Om zo veel redenen: één van mijn beste vriendinnen stelde – eindelijk, eindelijk – haar debuut voor, al mijn favoriete maten waren er, en er was heerlijke blues-muziek.
23 november was ook de avond dat ik zachtjes stierf van de stress omdat ik zou gaan speechen. Na Mensen Die Kunnen Speechen, zoals ene Guy Mortier die ooit nog een boekske had en die best mondig is naar het schijnt. Spreken in bijzijn van Allerlei Mensen Die Goed Zijn Met Woorden, ook. Ik stierf dus stil de halve avond en nam uiteindelijk halfdood toch de micro. Omdat sommige mensen het waard zijn om angsten voor te overwinnen.

“Wat doet die vriendin Sien van u feitelijk?” dat vroegen mensen mij de laatste jaren zo af en toe.
Ik zei dan: ze bouwt een huis. Ze heeft net een kind op de wereld gezet. Ze doet copywriting. Of ook: ze haalt nog eens een diploma. Ze werkt als bouwvakker voor een aannemer. Ze studeert binnenhuisarchitectuur.

De laatste twee jaar zeg ik altijd: ze schrijft. Een boek. Want van bij het begin voelde ik dat het dit was: schrijven, dat is waarvoor gij geboren zijt en dat wordt het.

Zie ons hier nu staan zeg. Uw maten, en tegelijk ook uw bewonderaars. We hebben ooit allemaal hetzelfde meegemaakt: die dag dat ge chaotisch en met wapperende haren ons leven binnenwaaide, zeulend met kinders, intense gesprekken voerend, nachtelijk tooghangend, uit de losse pols vijfgangenmaaltijden kokend. Met uw onverwachte wendingen, uw intense vertellementen, uw standaard sms-ke dat ge wat vertraging hebt. Met al uw warmte en liefde en ideeën en zo onvoorwaardelijke en totale vriendschap en aandacht.
Bij elk van ons zijt ge ons leven binnengewaaid, en bij elk van ons zijt ge recht naar ons hart gestormd.Toen ik het dus mocht lezen, dat boek, deze zomer, ging ik kapot van de stress.

Ik ben een slechte leugenaar, en mijn grootste angst was dat ik niet van Noord zou houden zoals ik van Sien hou.
Ik las en ik las en ik las, tot ik uiteindelijk – na een dag of twee – dit bericht kon sturen.

“Het is uit. Het is perfect. Ik heb moeten wenen op het eind, maar niet heel hard. Een beetje verdwaasd nu. Maar, lieve Sien. Het is menselijk en helder en oprecht en doorleefd en romantisch en onstuimig en wild en zinnelijk en vreselijk meeslepend.
Gelijk gij dus.
Ik ben onbeschrijflijk fier op u.”

En dat zegt het allemaal. Ik vind bij deze dat u allemaal Noord moet lezen. Omdat Sien mijn vriendin is, jawel, en een fantastisch mens. Maar vooral omdat haar boek wild, warm, helder en prachtig is. En u het uzelf niet zult beklagen.