1 is 3.

Ik kwam het al te zeggen: het zijn hier wanhopige tijden, met vreselijk veel les en een overvolle agenda. Vandaar dat het hier ook een beetje stil was, de laatste dagen.

(Vorige week verscheen er zo’n artikel over de werkdruk bij leerkrachten en het aantal uur dat ze kloppen per week, en ik dacht voor de lol dat ook eens bij te houden. Op woensdag ben ik ermee gestopt, omdat ik een beetje neerslachtig werd en omdat ik voor mezelf besloot dat ik het eigenlijk niet meer wilde weten. Ik werk namelijk 4/5 en de mensen die zeggen “dat is gewoon voltijds werken voor minder geld”, ik heb die altijd tegengesproken. En ik heb momenteel te weinig energie om mijn ongelijk toe te geven.)

Dagen getekend door vermoeidheid en wat overspoeld worden, dat zorgt niet alleen voor een regelmatige bleitinge, het geeft me ook bij momenten een nogal kort lontje. Ik ben daar niet fier op, maar het is nu eenmaal zo: na een hele dag praten en input en prikkels en vragen en nadenken, dan wil ik eigenlijk ‘s avonds alleen nog een pitta met andalouse in mijn hoofd steken en in de zetel liggen jammeren.
Het zijn die momenten waarop een discussie over het al dan niet meenemen van elektronisch speelgoed naar school of iets op het bord dat niet lekker is, al eens uit de hand durft te lopen en ik ruzie maak met mijn geliefden. Want echt komaan, hij is de 40 voorbij, dat gezeur over uw bord leegeten mag dan al eens stoppen.

Dat laatste zinneke was een grapje, mijn echtgenoot is een flinke eter. Hij kan bovendien redelijk goed tegen mijn kortvanstofstemmingen, wegens volwassen en nu ook niet meteen de gemakkelijkste in huis. Hij is heel begrijpend dus (lees: hij negeert mij al eens).
Ik vind het vooral zielig voor de dochter, die sneller dan gewoonlijk een snauw krijgt en die — ondanks mijn verwittigingen– toch niet ziet aankomen dat ik meer principes heb als ik moe ben. Iets van neen is neen is neen en stel u niet zo aan.
Pas op, ik vind die ruzies ook zielig voor mezelf, want ik heb dan achteraf een groot schuldgevoel en dan slaap ik niet goed en hopla de volgende dag is het allemaal nog lastiger. Hashtag firstworldproblems en ikwordmoevanmijneigen.

Een paar maand geleden las ik iets in een opvoedingsboek. Op het moment zelf rolde ik nogal hard met mijn ogen, zoals vaak bij zo’n boeken, maar ergens vorige week dacht ik eraan terug, begon ik er plots mee en ik ben er precies wel content van.

Het idee is simpel: per keer dat je iets doet waar je minder blij mee bent in je oudermodus of je zegt/doet iets waar je kind wat verdrietig van wordt (een laatmijgerust, een zagerij, een princieps-neen of gewoon keer uitvliegen over te veel lawaai want ge hebt hoofdpijn), verplicht je jezelf om in de minuten of uren daarna drie extra lieve dingen te doen. Een complimentje geven, eens gewoon meespelen zonder dat het gevraagd wordt, iets meebrengen van de winkel dat uw pup superlekker vindt, een extra verhaal vertellen,…eender wat. Kleine dingen.

Ge moogt met uw ogen rollen, ja.
Want doe ik anders nooit toffe dingen met de dochter ofzo? Jawel, natuurlijk. Maar ik moet toegeven dat het mij makkelijker valt in tijden van kabbelend leven in plaats van in periodes van onversneden hectiek.

Is dat pure compensatie? Natuurlijk. Zou ik niet beter gewoon altijd lief en vrolijk zijn? Ongetwijfeld.

Maar ook: is dit ideetje goed voor de sfeer in huis? Gigantisch, want de lieve dingen zijn altijd in het numerieke overwicht en dat scheelt al een eind. En zo bewust iets liefs doen voor de dochter, dat blijkt ook gewoon goed voor mijn eigen humeur.

Win win win. Probeer het eens als ge gestopt zijt met dat oogrollen.

Weekmenu 7 & 8 – Desperate times.

Ik heb daarnet in de rapte even mijn weekmenu gemaakt voor de komende twee weken en mijn conclusies getrokken: van de 14 komende dagen, zal ik maximum 7 dagen eventueel tijd hebben om te koken. Dat is een optimistische schatting, want het wordt gigantisch druk met lange lesdagen en veel vergaderingen.

Desperate times call for desperate measures: de komende twee weken zijn er geen regels, behalve zo vaak mogelijk anderen laten koken en me niet ambetant voelen als op de 7 kookdagen er toch uit eten wordt gegaan of een meneer met een mobilette iets brengt.

Geen vegetarische dagen, geen geplande vastendagen (ik denk dat ik gewoon 16:8 ga doen, wegens overdag toch geen tijd om te eten), geen diepvriesverplichtingen en geen gekozen kookboek. No rules, springen en hopen dat het goedkomt. U hoort het binnen twee weken.

Over de afgelopen twee weken kan ik drie dingen zeggen:
– Polenta is niet lekker. Waarom heeft niemand mij dat ooit verteld? Ik had dat nooit eerder gemaakt, het werd een smakeloze brij met een vieze textuur. Ik zei er post-fiasco iets van tegen een paar vriendinnen en zij waren unisono: polenta is het voedsel van de duivel. Moet er iemand een half pakske hebben? Of heeft iemand een recept dat wel lekker is?
– Nigella makes a bitchin spaghetti met ballekes. Links op de foto hieronder. De saus werd nog lekkerder dankzij de passata die ik vandezomer zelf maakte met boerderijtomaten. De zomer op mijn bord. Is het al bijna zomer, alstublieft?
– Mijn risotto met aardpeer en knolselder is ondertussen een waar succesverhaal geworden. Het staat hier rechts op de foto, en ik geef u bij deze even het telegramrecept. Dat is dan voor op uw weekmenu zie. Hashtag graaggedaan.

Ajuin, look, wit van prei, knolselder en aardpeer aanstoven in olijfolie, met peper zout en venkelzaad. Dat venkelzaad is belangrijk, want het maakt het af. Eventueel te vervangen door wat komijnzaad als ge echt geen venkel hebt. Wanneer de groenten zo goed als gaar zijn: uit te pan scheppen.
Risotto maken in dezelfde pan: ajuintje, risottorijst glazig laten worden in boter. Blussen met witte wijn en bouillon. De laatste 5 minuten de groenten toevoegen.
Parmesan erdoor en wat bladpeterselie: hey presto. Als er iets van vlees bijmoet, dan gooi ik er krokante rauwe ham op (een paar minuten op hoge temperatuur in de oven op een bakblik en dan laten uitlekken op keukenpapier). Of zoals deze keer: er stond een doosje spekjes in de frigo dat op moest, en ik gooide dat bij de ajuin voor bij de risotto. Dat was lekker.

Eindelijkheid.

Ik liep nog langs de boerderij voor yoghurt, eitjes en wat geitenkaas en vroeg langs mijn neus weg hoe het met het witloof ging en wanneer het oogstbaar zou zijn. Ik vraag dat al weken elke keer als ik er ben.

Het bleek vanaf morgen, maar ik mocht vandaag al. Mijn vreugde kende geen grenzen, want het witloof is erg laat dit jaar.

Die zelfoogst, dat blijft ongelooflijk wat dat doet met een mens. Het wachten, het verlangen naar iets wat ge graag hebt. Eens het er eindelijk is, is het zo veel schoner dan als ge het gewoon direct hadt gekregen.

De schaarste van de winter. Het zoeken naar een handvol kervel, wat postelein en een prei die niet vastgevroren is in de grond. Maar ook het rondkijken naar wat eraan komt. Het verlangen naar de lente en naar weer wat meer leven is nergens zo sterk als daar.

Maar ook de troost van de natuur: alle goeie dingen komen vroeg of laat terug, als ge maar geduldig genoeg wacht.

En hoe heerlijk dat dan is, als het eindelijk zo is.

Ik swing alleen als het vriendelijk gevraagd wordt.

Een paar maand geleden kreeg ik de vraag van de drie dames van This is How We Read, een blog die de boekenlezers onder u niet onbekend zal zijn, of ik zin had om een keer te swingen op dinsdag met hen. Omdat ze het vriendelijk vroegen, omdat ik niet hoef te dansen én omdat ik hun blog graag les, zei ik zonder aarzelen ja.

En dus leest u vandaag hier een stuk dat eigenlijk van This is how we read komt. En leest u bij hen mijn pleidooi voor de boekhandelaar van een tijdje geleden.

Maar ik moest dus een stukje kiezen. En ik zat volop in de examenverbetermarathon, en hoewel ik dus pricipieel wilde swingen, had ik geen tijd. Gelukkig kan ik zo’n dingen liefdevol delegeren naar mijn favoriete boekhandelaar, Maartje-van-Boekarest. Want kiezen uit een blog over literatuur, dat laat een mens best aan een kenner over. Ze koos een stukje over schrijven voor kinderen “Want dat past bij jouw achtergrond”. Voor het origineel: klik op de titel.

Schrijven voor kinderen.

Een leeuw met smetvrees. Een springlevend geflambeerd konijn. Een bagageband als slaapkamer. Een politiezwaailicht jatten. Het boek van Sinterklaas met Tipp-Ex bewerken. Een pratende zure bom en zijn moeilijke relatie met een tandarts die Mijnheer Krepeer heet. Waarom er al eens een koe op Dikke Thibault heeft gestaan.

Continue reading

Groeifeest (iv): het feest zelve

Deel 1 – over het groeifeest
Deel 2 – vriendinnen en een thema
Deel 3 – Het aanlopen

En paar weken geleden zei iemand over iets totaal anders op facebook “hah, grappig dat je jezelf regels oplegt die je volgende week al weer vergeten bent”, en ik was licht geaffronteerd.
Maar hij had gelijk natuurlijk.
Ik heb de aandachtsboog van een goudvis.
Ik heb kijk-een-vogeltje.

Ik was vergeten dat ik nog over het groeifeest zelf moest schrijven. En eigenlijk was dat de schuld van W., onze maat die foto’s nam, en tijd nodig had om die te ontwikkelen, en ik ging wachten tot de foto’s er waren en kijk een vogeltje.
Er rest mij na vandaag nog een post over cadeautjes, maar nu is er vooral: het feest zelf.

Zo’n feest zelf, wij waren daar redelijk rap uit wat we wilden: iets van ons voor onze kindjes, waar ze op hun gemak zijn en met niet te veel blahblah en alle mensen die ze graag zien.

En dus huurden we het buurtcentrum hier in de straat. Daar hoort een parkje bij, waar wij elke vrijdag aperitieven en waar onze meisjes elke dag spelen bij mooi weer. Op hun gemak zijn, check.

De aankleding, dat was een extra dagje werk. De dag voordien werd de zaal en het park versierd met tienduizend vlagjes, die we zelf maakten door stofresten in repen te scheuren. We zorgden voor mooi gedekte tafels, hingen vogels op en zetten overal vaasjes en bokaaltjes met veldbloemen.

We wilden ook iets doen voor elk kindje apart, met haar eigen familie. En dus kreeg het begin van de dag al snel vorm: we huurden drie bootjes van Gent, elk meiske had haar eigen boot en daar werd een aperitief gedaan tijdens een boottocht. Daarna kwamen alle feestjes samen in dat buurtcentrum en park.

Continue reading