Vrede op aard.

Ik zucht dan zo eens diep, als het weer begint. En dan zet ik de chauffage een beetje hoger, drink ik nog een taske koffie en schrijf verder aan een stageverslag. Want eigenlijk is dat allemaal toch zo belangrijk niet, vindt ge niet? Er is ook een leven dat zich niet online afspeelt en dat is wat telt.
Ge zoudt kunnen denken dat ik mij daar druk over maak en al, maar dat is eigenlijk niet waar. Na bijna twee jaar in de blogosfeer weet ik hoe pietluttig al die discussies zijn en hoe snel die stormpjes gaan liggen.
Een mens raakt eraan gewend om de huid volgescholden te worden op het internet en ge leert dat relativeren. En de mensen die echt tellen, die weten best wel hoe alles in elkaar zit.

Het kan ook rap helemaal anders worden, wist ge dat? Er was een tijd dat Michel mij op zijn weblog een nobody noemde, ondertussen herkent zelfs zijn dochter van zes maand mijn stem als ik er weer eens over de vloer kom (hoewel het nu al even geleden is en ze me waarschijnlijk weer vergeten is). Er worden katten eten gegeven bij afwezigheid, er wordt aan kinders geleerd om van de fles te drinken en er wordt vieze drank soldaat gemaakt op dakterrassen.
Er was een tijd dat Stevenn en ik elkaar de ogen uitkrabden online en ondertussen lopen hij en zijn vrouw hier op doorsnee vrijdagavond aan als ze passeren en zien dat er licht brandt.
En Bruno, die vond mij ooit een trut, meen ik me te herinneren. Nu gaan wij samen naar jazz-optredens. En Dominiek, die noemt mij op het interweb een linkse rat en in het echt is het fijn pintjes drinken met meneer.

Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil, zeg ik.
En al die mensen die mij de laatste dagen een overdrijver, een ons-kent-ons-trut, of veel erger hebben genoemd: ik ben blij dat ik van dienst heb kunnen zijn om eens lekker op te kakken. Dat kan deugd doen, is het niet?

(als ik een puber was geweest, er had hier een knipoog gestaan. Gelukkig dat ik volgewassen ben.)

15 thoughts on “Vrede op aard.

  1. Goed gezegd! Uiteindelijk zijn onze ego’s on line wel groot, maar onze pietjes in werkelijkheid heel erg klein. :)(ik ben nu eenmaal niet zo volwassen :p)

  2. Als een πŸ˜‰ of πŸ™‚ onvolwassenheid betekent, dan ben ik gescheten. Ik gebruik die dingen bijna in elke comment, force of habit vrees ik 😐

    (Ziet, weeral)

    Maar voor de rest, overschot van gelijk.

  3. Zoals ik ergens op Koen Fillet zijn blog gelezen heb (vrij want ik vind het niet sebiet)

    “Aan uw vrienden moet ge het niet uitleggen, die begrijpen u. Aan uw vijanden moet ge het ook niet uitleggen, want die geloven u toch niet”.

    Schoon vind ik dat.

  4. Los dervan: bloggen is fijn, afstand nemen van het bloggen (en dat hoeft daarom niet betekenen “efkes stoppen”) kan soms heel belangrijk zijn om het geheel te leren relativeren. En ik ben de eerste om mijn halstarrigheid van voorheen op dat vlak toe te geven.

    Het moet leuk zijn, en al de rest vind ik niet meer zo belangrijk eigenlijk. Een cent verdienen door reclame op de blog te plaatsen? Meegenomen, maar het hoeft niet. Die Clickx-toestanden? Pfff, voor mij hoeft het zo allemaal niet, maar ik vind het wel een mooie vorm van appreciatie voor fijne webloggers die ik anders misschien niet had leren kennen. Massa’s bezoekers? Het is eventjes fijn geweest, ik ben blij dat het voorbij is. Mijn bloggen is er vrijblijvender op geworden, ik vind het plezant.

    Jammer dat ik niet meer zoveel tijd heb om anderen op te volgen of nieuwe blogs te ontdekken, maar ik blijf massa’s respect hebben voor zij die het vollen bak volhouden! Ik ben jaloers op mensen die blijven blaken van inspiratie en die alles verwoord blijven krijgen.
    En ik zet graag een pintje voor i. klaar na de finale van het Humorologieconcours?

  5. Bleh. weet nog niet.

    In nederland worden de winnaars van de vorige editie van een wedstrijd altijd uitgenodigd op de finale van de volgende, naar het schijnt. Of dat bij humorologie ook zo is, weet ik niet, maar tot hiertoe nog geen nieuws uit Kortrijk alleszins…

    *hint naar de organisatie*

  6. Maar maar i., ge noemt gij de knipogers onder ons “pubers/niet volgewassenen” en dat is toch wel een uitdrukking van massieve onderappreciatie voor de relativeringskracht van het emoticon, me dunkt.

    Neem bovenstaand voorbeeld in comment nr. 10:

    trut! nobody!

    In mijn meest hormonale dagen, zou ik dat persoonlijk opnemen als ik de mens die achter het weblog zit, niet ken.
    Voor een buitenstaander zoals mezelf die absoluut niet weet wie die Peter eigenlijk is, komt dat vreemd over (zelfs al hebben Michel en Bruno jou ooit ook al zo genoemd).

    Had daar nu eens een knipoogske bijgestaan hΓ©, ‘k had ermee geglimlacht.

    πŸ˜‰

  7. voila zie. ik heb uw streepke in uw blockquote erbij gezet.

    In commentaren vind ik emoticons wel kunnen, want die zijn meestal te kort om zeker te zijn dat ironie bijvoorbeeld overkomt. Hoewel ik nog steeds van mening ben dat te veel mensen denken dat ze alles mogen zeggen, zolang ze er een lachend peetje achter zetten en dat alles dan weer goed is.
    In langere teksten (bijvoorbeeld blogposts) denk ik dat je genoeg mogelijkheden hebt om de toon van wat je schrijft aan te geven zonder die lelijke dingen te gebruiken.

    En ik zeg u: als ik een mail krijg van een student met een smiley erin, dan word ik daar echt fysiek slecht van.

    Wat betreft Peter, tenslotte:
    Heaumeau!

  8. voilà, zo hoort het. Virtueel uitschelden, zonder smilies of andere softe onzin.

    kan je dan nu onze kat eten komen geven aub?
    πŸ™‚

  9. Ik heb de gewoonte een lachende smiley te zetten als ik een lach op mijn gezicht zou hebben wanneer ik zeg wat ik typ.

    Gezien ik nogal ne zeveraar ben, is dat eigenlijk constant. *doet veel moeite om geen smiley te typen*

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *