Evolutie.

Een stokje van Gudrun!

– Wat wilde jij later worden toen je nog een kind was?
Toen ik heel klein was, de gewone meisjesberoepen: bloemenwinkel, kapster, juffrouw, dat soort dingen.
Daarna, in mijn idealistische jaren: oorlogsjournalist, arts zonder grenzen, onderzoeker in een ver land.
In dagen van overmoed, tomeloze ambitie en zelfoverschatting: burgelijk ingenieur bouwkunde, architect, vrouwelijke Hugo Claus.
Om dan uiteindelijk uit te monden in het ultieme: Baas van de Wereld. Dat laatste is nooit meer over gegaan.
– Wat ben je dan uiteindelijk geworden?
Lector aan een Hogeschool, en met veel plezier. Ik ben ook een beetje baas van de wereld, maar hou dat alstublieft geheim.
– Hoe wilde je er als kind later uitzien?
Een grote slanke negerin die goed kan dansen en goed kan zingen.
– Hoe zie je er nu uit? ik ben niet groot, niet slank, geen negerin en ik kan niet goed zingen en dansen.
– Hoe zag de man/vrouw van je dromen er uit, als puber? Ik heb nooit een ideaalbeeld gehad, tenzij dan een lichte voorkeur voor groot en ietwat getormenteerd. Verder heb ik het nooit gehad voor jongens en halve vrouwen: doe mij maar mannen met stoppelbaarden, mannenvriendschappen, nuchtere realiteitszin, emotionele onbeholpenheid en een afkeer van vrouwenactiviteiten als winkelen, naar de beautyfarm gaan en praten over gevoelens.
En er waren een paar eisen: hij moest verstandig zijn, hij moet mijn lollen verstaan en ge moet er mee buiten kunnen komen.

– En was is het in echte leven geworden?
de jongeman waar ik op mijn 15e al een ferme boon voor had. Van dat getormenteerd was ik al even afgestapt wegens vermoeiend, en al de rest zit wel snor.
– Hoeveel kinderen wilde je later, en op welke leeftijd? Voor mijn dertigste, vijf stuks.
– Wat is het uiteindelijk geworden (of wat zal het wellicht worden)? Zeker niet voor mijn dertigste, haha. En mijn lief wordt bleek om zijn neus als ik het over vijf kinderen heb. We hebben maar drie slaapkamers meer over in ons huis.
– Wat was als kind je lievelingseten? En wat lustte je totaal niet? Witloof in d’hespe met puree was mijn lievelingseten. Niet lusten: bloedworst, koetong en paling…allemaal textuurproblemen.
– Lust je dat nu nog (niet), of heb je andere favorieten? ik kan mij nog steeds misselijk eten aan witloofrolletjes, jawel. En ik eet de bloedworst, koetong en paling wel, maar ik vind het nog steeds niet lekker. Voor de rest ben ik een gemakkelijke eter: ik lust zowat alles, en ik eet heel veel dingen heel graag.

Klijn! Miss Puntkomma! Veerle! Vangen, dames….

One thought on “Evolutie.

  1. “Een grote slanke negerin die goed kan dansen en goed kan zingen”

    Zoals Kloen Wouseau het zou zingen: “het zit diep vanbinnen” En daar zit het toch wel hé. 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *