[Wijvenweek] Mijn man.

Kruimel vraagt erom.

Als ik ziek ben, dan speelt hij gitaar voor mij. Als ik boos ben, dan trekt hij een raar gezicht en dan weet ik niet meer waarom ik boos was. Als ik overstuur ben, dan wrijft hij over mijn hoofd en zegt dat ik een coole chica ben. Als ik panikeer zegt hij panikeert keer zo niet, als ik mij aanstel zegt hij stelt u keer niet zo aan. En hij doet dat op zo’n manier dat ik dat pik.

Ik moet minimum tien keer per dag luidop heel hard lachen om iets wat hij doet of zegt. Als onze poetsvrouw ziek is en hij weet dat ik veel moet werken die week, dan kom ik thuis en heeft hij de keuken schoongemaakt. Als ik lange uren maak, dan kookt hij de lekkerste spaghetti ter wereld voor mij. Als ik domme dingen doe, dan is hij kwaad op mij. En als iemand mij verdriet doet, dan is hij immens kwaad op die persoon.

Als hij weet dat ik die avond nog in bad wil gaan, dan zet hij in de vooravond de verwarming op de badkamer aan. Als hij mij ziet, dan lachen zijn ogen. Altijd.

12 thoughts on “[Wijvenweek] Mijn man.

  1. Allé i. Nu mag ik mijn postje weer aanpassen. Wanneer “die van mij” dit leest, krijg ik weer een “jij bent nooit romantisch, jij”.

  2. De mannenpraat begint anders ook zeer stereotiepe vormen aan te nemen. Wist je trouwens dat God de man ‘geconstrueerd’ heeft op 1 april. Het was eigenlijk een uit de hand gelopen grap, maar ondertussen zitten we met de gebakken peren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *