Tellen.
Eigenlijk zou ik eens moeten tellen hoeveel keer ik tijdens zo’n examenperiode tel hoeveel examens ik nog moet verbeteren.
En hoeveel tijd ik daarmee verlies, eigenlijk.
Eigenlijk zou ik eens moeten tellen hoeveel keer ik tijdens zo’n examenperiode tel hoeveel examens ik nog moet verbeteren.
En hoeveel tijd ik daarmee verlies, eigenlijk.
De afgelopen week was hels. Vijf volledige dagen mondelingen afnemen, dat is redelijk lastig en ge geraakt daar mentaal uitgeput van. Gisteren laat, na de opname van ZVDZ, zag ik in de bar een groot brandplusapparaat staan. En het enige wat ik kon bedenken was hoe fijn het zou zijn om daar in een bolletje achter te kruipen en een potje te janken. Om maar te zeggen: precies een beetje moe, die i.
* Fast forward*
Een gevoel van ultieme luxe, dat is soms eenvoudig te bekomen. Het ligt aan een combinatie van anachronisme en contrast, zo blijkt.
In bad gaan, dat doet een mens na een lange werkdag, normaal gesproken. ’s Avonds, als al het leven en hollen gedaan is en ge een hele dag flink zijt geweest. Maar een bad ’s ochtends, op klaarlichte dag, met de weekendkrant en een kop koffie, in een badkamer waar de verwarming 2 uur eerder liefdevol door de heer des huizes werd aangezet: dat is pure luxe. Vooral als er beneden een rommelhuis staat (dat maar moet wachten met opgeruimd worden), er een stapel verbeteringen wacht die nauwelijks te overzien zijn (maandag, puntenindiendag) en ge net veel langer dan goed voor uw planning hebt geslapen.
Dan nog een uur in een bad liggen dobberen, in plaats van verantwoordelijk te zijn en te werken, dat voelt als een grote “ha! in your face, life!”. En dat doet ferm veel deugd.
Ik heb je lief, al kan ik het niet weten,
Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag
in je leven. Maar het is geen gedachte.
Je streelt mijn wang en wie weet,
dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt
voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok,
iets van niets, maar morgen ontbreekt het
misschien. Of schudt de dag uit je haar.
Wat ik dan daarin zie, is het begin.
Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats,
wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet
denkbaar dat iemand dit alles verzint.
Bernard Dewulf
(het is gedichtendag vandaag)
Pietel vertelt over een gyproc-artikel en hoe de discussie daar nogal vreemd is, bij momenten. En dat hij aanzien wordt voor SOS Piet, door sommigen. Het is een vreemde plaats, het internet. We herinneren ons allemaal de fanclub van natalia. Die toevallig dezelfde maatschappelijke zetel heeft als de club van de chinese en japanse tattoeerders. Zelf heb ik de Smartschool-hackers en de telenet-klachten. Edoch: het meest indrukwekkend zijn bij mij de mails die ik binnenkrijg via mijn contactformulier. Deze week nog.
karin H*** wrote:
Ik wil voortaan graag de nieuwsbrief per mail ontvangen inplaats met de post.Gr,
Karin H***
euhm. ok Karin. Ik zal de niet bestaande nieuwsbrief nooit meer per nog nooit gebruikte post verzenden, dan.
Ene S*** deed vorige week een poging om in contact te komen met yours truly.
Het is altijd zeer aangenaam om die teksten te lezen. Ik vond op je site ook iets over “popswatch”. Een vriendin van mij draagt nog altijd een popswatch, daarom moest ik er toch aan denken. Hopelijk stuur je een berichtje terug.
Als iemand een nieuw vriendje zoekt: adres op eenvoudig verzoek te verkrijgen.
Het is echter niet allemaal leutig. Soms zijn de mails die ik binnenkrijg zo schrijnend dat mijn hart ter plekke breekt.
v*** wrote:
wil graag eens weten wat er allemaal in men mama is opgegaan als ze is gestorven en wat ze allemaal weten over haar
En u? Krijgt u ook weleens vreemde mailtjes?
Ongetwijfeld.
1. Aan al onze maten die gisteren niet meewilden naar Kaiser Chiefs in de AB wegens puberaal – niet goed meer – blahblahblah: you were very very wrong. Het was zeer lang geleden dat ik mij nog zo heb geamuseerd op een concert, dat het publiek zo zot werd en dat er muzikanten op het podium stonden die zo hard werkten voor elk applaus. Geheel verkocht, ik.
2. Razorlight heeft teveel naar Live geluisterd. Het is een kwestie van tijd voor ze in Flanders Expo in bloot bovenlijf de wereldvrede prediken nu.
3. Ik ben zot van dit liedje. Heerlijk.
De radiospot voor morgenavond! Vrijdag naar de opname geweest en zeer gelachen. Zeer.
Er zijn zo van die dagen dat het ondenkbare gebeurt. Niet eens met uw eigen, maar met mensen een paar tientallen kilometers verder. Akelig dichtbij, voor het ondenkbare.
Dat een zot een creche binnendringt en daar mensen neersteekt, dat is al bijna niet te geloven, maar dat iemand zo gestoord kan zijn om als slachtoffer baby’s uit te kiezen die niet alleen geen verweer hebben maar ook nog niet eens kunnen weglopen, dat is het ondenkbare. Wat beschermd hoort te worden, is opeens bedreigd. Ik kan daar met mijn hoofd niet bij.
Ge moogt u niet voorstellen wat die ouders nu moeten voelen. En de werknemers van de crèche. En de mensen die die zot deze ochtend zagen rondfietsen, geschminkt en alles en die gedacht hebben: wat een rare man.
Via de facebookstatus van houbi hierop terecht gekomen: explainthisimage.com. En na een paar minuten zaten wij luidop en heel hard te lachen.
Have you ever seen a picture that simply makes no sense. Here we have collected pictures from around the web that left us scratching our heads and saying “wut”.
bijvoorbeeld.
of deze.
Of waarom zou dit zijn.
Of onze absolute favoriet: patat-woman!
Toen ik dit weekend mijn bureau opruimde, viel mijn oog opeens op een plastiek tasje, half weggeraakt achter een kast. Bleek er een pompoen in te zitten. Voor u dat vreselijk gek vindt en denkt dat wij hier groenten laten rondslingeren op de meest absurde plaatsen: toen mijn meme in oktober een paar pompoenen uit de tuin meegaf, was onze keuken er nog niet. Het bureau was toen een beetje een opslagplaats. En ik kwam het al te zeggen: half weggeraakt achter een kast.
Maar goed. Daarnet besloot ik dus soep te maken, van die laatste pompoen van dit jaar. En terwijl de uien en het pompoenvlees zachtjes sudderden in de boter, drong het opeens door: misschien is dit wel de laatste keer dat ik groenten klaarmaak uit de grootouderlijke moestuin. Want wie gaat er nu het onkruid wieden en de tomatenplanten ontluizen? De boontjes planten en de patatten opspitten? De zurkel en de salade uitstekken?
Het voelt als het eind van een tijdperk, gelijk.
Als ik naar januari 2008 kijk. Of januari 2007, of 2006, dan komt elk jaar het zelfde terug. Tegen vandaag ben ik stikkapot. Mijn hoofd is suf van het verbeteren, mijn schouders doen pijn van te lang aan een computer zitten. De examens zijn voor mij de meest vermoeiende en ook wel de saaiste periode van het jaar. Dat is dit jaar niet anders. Het zijn vooral de hoeveelheden die de doodsteek geven, merk ik: massa’s studenten, één na één, examen na examen.
En het ergste moet nog komen: volgende week neem ik vijf dagen lang mondelinge examens af. I better brace myself.