Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Dingen die ik misschien nog niet heb verteld.

28 February 2010 over het grote web

(Zoals bij lilith) en ook omdat er een award was die al maanden ligt te wachten. Een award is gelijk een stokje vroeger, maar het heet anders tegenwoordig. Ik ben gelijk niet meer-zo-vinger-aan-de pols van het blogosfeer-gedoe, me dunkt.
Maar goed. Ik kreeg de award van jessie, waarvoor dank. Zij is één van de massa bloggende moeders out there waar ik er ondertussen ook eentje van ben. Which reminds me dat ik het woord colostrum al een poos niet meer gebruikt heb, en dat het nochtans zo’n grappig woord is omdat jongens zoals mijn lief en Tom er helegans van in shock gaan. Colostrum, colostrum, colostrum. Pictures are available, ow yes.

De opdracht van de award is: vertel tien dingen over uzelf die de mensen nog niet weten. Nu, na meer dan vijf jaar zowat dagelijks bloggen, is het niet gemakkelijk tien dingen te vinden die ik nog niet verteld heb, en waarvan ik ze wil delen met de wereld. Ik heb dus lang moeten nadenken. En ik heb uiteindelijk het concept veranderd naar “dingen die ik misschien nog niet verteld heb”. Dus als er dingen bijzijn die u al wist: ik heb misschien gezegd. ha.

* ik heb een bijzonder groot talent voor ergernis: ik erger me aan verschrikkelijk veel vreselijk kleine dingen en ik erger me nog harder aan het feit dat ik me daaraan erger.
* ik sta op de zwarte lijst van mobistar. Ik heb ooit een dispuut met hen gehad over een factuur die niet strookte met het contract dat ze me hadden verkocht en ik had het als bij wonder opgemerkt. Normaal merk ik zo’n dingen nooit, maar nu dus wel, en dan ben ik nogal koppig. Aangetekende brieven, honderden telefoons: de hele rimram. Lang verhaal kort het is geëindigd met een gesprek dat alsvolgt verliep:
“ik heb u toch al gezegd: ik betaal dat niet. Sluit mij maar af” “ok, maar als u niet betaalt kunt u nooit nog een abonnement nemen bij mobistar want dan staat u op onze zwarte lijst”. En toen werd de telefoon dichtgegooid. Door mij.
* ik eet heel graag, steevast te veel en ik kan uren over eten praten. En toch vergeet ik heel vaak te eten, omdat ik zodanig met andere dingen bezig ben. Mijn lief en de meeste van mijn vrienden weten dat ze af en toe eens moeten vragen of ik al iets heb gegeten. Zekers als ik opeens zonder reden nijdig en pinnig word.
* ik hou van tussenseizoenen. Al dat extreem gedoe met die hittegolven en sneeuwbuien: niks voor mij. Doe mij maar een regenbui op zijn tijd en een waterzonnetje. Of herfstwind en lentebriesjes.
* ik heb tot mijn 20e al mijn kleine huisdieren bert genoemd, en als het er twee waren: Bert en Berta. Al mijn kleine huisdieren? Ja, de hamsters, de muizen, de zebravinken en de schildpadden. Toen kreeg ik een liefke met de naam bert en ben ik daarmee gestopt, omdat het belachelijk zou zijn om uw huisdieren naar een (al zeer gauw, ja) ex-lief te vernoemen.
* Vaak word ik het liefst van al keihard met rust gelaten. Dat is vreselijk grof, ik weet het, maar soms word ik zo moe van al dat sociaal zijn.
* ik vind vriendschappen tussen jongens één van de aandoenlijkste dingen ever. Vooral als één van hen verdriet heeft: de onbeholpenheid waarmee ze dan elkaar proberen helpen. Dat ze dan niet zomaar eens kunnen bellen om te vragen hoe het gaat, maar een praktische aanleiding moeten hebben. En dat ze dan pintjes gaan drinken en de hele avond niet over het verdriet praten. Maar dat het daarna toch beter is. Zo schattig.
* Ik kijk altijd uit naar uitstapjes tot de dag voordien. De dag zelf denk ik: eigenlijk zou ik liever gewoon in de zetel zitten en een boekske lezen. En achteraf ben ik steevast blij als ik toch geweest ben. Het helpt dus als u met mij bevriend bent en ik een beetje schrik van u heb, zodat ik niet durf af te zeggen.
* Ik maak alleen ruzie met mensen die ik graag heb. Als ik me erger (zie punt 1) aan iemand die ik niet graag heb, dan resulteert dat in schouderophalen of uitlachgedrag. Maar nooit in ruzie.
* ik zou graag een grote, slanke negerin zijn die goed kan dansen en zingen. Dat lijkt me leuk.

Zijn dat er tien? Volgens mij zijn het er zelfs elf. Dat brengt ons bij punt twaalf: ik ben een ongelooflijke strever en ik doe compulsief mijn best. Gelukkig ben ik ook onnoemelijk lui, en dat compenseert één en ander bij momenten.





Schrijft dan eut.

26 February 2010 over coo-hool,ergert u zo niet!

Ha! De vooravond van wat een fijn weekend belooft te worden: tussen de regenbuien door is de lente duidelijk voelbaar, zo vindt de optimist in mij. En dat besef kan de mens toch alleen maar vrolijk stemmen, niet? Ik zweer u trouwens dat wanneer de dochter om half zeven roept dat ik haar dringend uit haar bed moet halen en eten moet geven, dat ik de vogeltjes al hoor in het langzaam doorbrekende ochtendlicht.

Ik heb er zelfs goede – en voorzichtige, ik moet daar eerlijk over zijn – hoop op dat ik binnen een paar weken de dageraad niet meer ga zien aanbreken, voor het eerst in zeer veel maanden. Maanden die ik overigens niet meer tel omdat ik doodmoe word van het idee dat ik al zo lang zo vroeg opsta. En het zelfmedelijden en de frustratie omtrent dat opstaangedoe doet me dwangmatig en ritmisch met mijn hoofd tegen de dichtsbijzijnde muur bonken. En dat doet pijn en uw hoofd trekt ervan in plekken: geen zicht, echt geen zicht.

But anyhoew. Als de lente komt, wordt alles beter. Zo gaat dat met seizoenen en zeker met het seizoen van het wulpse woelen.

Wat wel erg is: dat de op til zijnde lente niet eens is waar ik het wilde over hebben in deze blogpost. Vandaar de titel die helegans niet past bij wat hier tot nu toe geschreven staat, trouwens. Ik vul eerst mijn titel in en dan pas mijn rambling.
Ik wilde dus eigenlijk gewoon iets vragen. Of u het ook zo irritant vindt dat er op de reclame tegenwoordig gewag wordt gemaakt van ene dokter eutker, pizzabakker. Ik vind dat wel irritant namelijk, want het duwt me met de neus op de feiten: ik spreek de naam van de dokter al jaren heel erg verkeerd uit. Ik heb mezelf waarschijnlijk al duizend keren onnoemelijk belachelijk gemaakt door OETKER te zeggen, met de oe van koebeest. En er is dus niemand in mijn omgeving die me daar al op gewezen heeft, wat best een beetje sneu is. Of zegt u gewoon ook allemaal oetker, en zijn het die sloebers van de reclame die zich gewoon aanstellen?

Dat wilde ik allemaal vragen. Maar in het licht van de lengende dagen doet het er eigenlijk niet zoveel toe. Lente! Jeej!





Dingen.

24 February 2010 over leven

Als ge een baby hebt, en die baby is thuis, dan kunt ge (a) geen lessen voorbereiden (b) geen taken verbeteren (c) geen verslagen doornemen. Baby’s zijn namelijk slecht voor de concentratie. Niet alleen moeten baby’s om de haverklap eten en kunnen ze dat onmogelijk zelfstandig, ze moeten ook nog verse pampers (zelfs dat kunnen ze niet alleen). Huishoudwerk, dat lukt perfect, maar huishoudwerk dat is eigenlijk niks voor mij, dus veel zijn we daar ook niet mee.

Vandaag moest ik eigenlijk werken, maar het wilde niet vlotten met de babababababababa-gillende en rammelaar op tafel slaande dochter aan mijn zijde.

On the upside: een baby die zorgt dat ge niet kunt werken, dat is uitstekend voor het onderdrukken van schuldgevoelens. Als ge bijvoorbeeld na twee uur nog steeds gezellig in het Vooruitcafé zit, terwijl “rap iets eten” het plan was. Of als ge maar blijft tetteren met de toevallig aangewaaide kameraad op bezoek. Dat geeft niet, want er zou sowieso niet gewerkt worden.

On the downside: kwart na negen, baby in bed. Schoolwerk. Veel schoolwerk. Zucht.





Kruipt keer wat vroeger in uw bedde. Ge zult dan misschien zo ambetant niet zijn.

22 February 2010 over vergeten

Iewoew. Vers uit bed deze ochtend en nog maar een halve kop koffie gedronken, en ik had mijn eerste ergernis van de dag al te pakken. Een klein artikeltje in de gazet over De Kinderpuzzel op Eén was daar de aanleiding toe. De titel was namelijk “Goed maar niet goed genoeg” en in het artikel kwam het er eigenlijk op neer dat Bart De Pauw, nu hij een programma maakte voor een andere baas dan gewoonlijk, op zijn minst genialiteit had moeten afleveren. En. Het. Was. Alleen. Maar. Goed.

Kijk, ik voel daar dus spontaan een interne scheldtirade van jewelste door opwellen, door zo’n vuile artikelkes. Die mens heeft de moed gehad om eens iets anders te gaan doen. Die mens maakt een televisieprogramma waarvan de eerste aflevering duidelijk vooral het voorstellen en plaatsen van de personages is. En toch is het ozo noodzakelijk al meteen een label op te kleven “het is toch geen nieuwe Mol, hoor”. En “het is ook niet vernieuwend”. Vernieuwend, amehoela, denk ik dan. En ook wel: oh, boehoe, gaat ergens anders bleiten.

Bart de Pauw heeft dat wat mij betreft deftig gedaan: een ontspannend zondagavondprogramma, met een aantal leuke vondsten en het genot van zijn grappig manspersoon als presentator (het einde met de twee kindjes achter de deur, daar heb ik bijzonder hard om gelachen, bijvoorbeeld): meer hoeft het voor mij niet te zijn.

Kijk zie. Een weblog. Een mening. En het vaste voornemen dringend een keer vroeger te gaan slapen, zodat ik mij minder druk maak in dergelijke pietluttigheden.





De laatste. Ofzo.

19 February 2010 over leven

Gisteren is de laatste zonde van de zendtijd opgenomen. Een klein huppeldansje was mijn deel na afloop: hij is terug, el hombre.
En hoewel ik stikkapot ben (in bed om half drie, baby wakker om 6 uur, ge kent dat wel), ben ik vrolijk als een vlinderke. Ik kijk ongelooflijk uit naar de komende weken. Want nu gaan we rondhangen in de stad, en af en toe een koffieke drinken, en eens naar een filmke kijken ‘s avonds. En als de baby ziek wordt, dan is er iemand die samen met mij bedenkelijk aan haar hoofdeke kan voelen en waaraan ik kan vragen: denkt ge dat het erg is? En we gaan ook al eens afwisselend opstaan, en ik kan dan ook nog eens zonder baby in bad.

Hallo, ik ben i. en ik heb een lief. Neen, echt, ik heb hem niet verzonnen: ziet, daar zit hij aan de tafel in ons huis





Ziet jong.

16 February 2010 over vergeten

Hoe klein, ons Sien.

Zotjes.





Variatie.

15 February 2010 over leven

Een feestje, twee sprekers, een dag met de baby thuis, een bezoekje aan de dokter van wacht, een kater, een metekind-bezoekje en een rondhangavond. Een gevarieerd weekend, jawel. En veel geleerd, ook:

- Feestjes zijn leuk, vooral als er veel leuk volk is en ge met de taxi naar huis moogt.
- Een diversiteitsbeleid is te vaak een doelgroepenbeleid, terwijl diversiteit in de grond wil zeggen dat ge bij veel verschillende groepen kunt behoren, en dat het die combinatie van groepen is die u een unieke mens maakt.
- Tom spreekt niet meer tegen mij.
- Een baby van zes maand die ziek is, is minder aan te raden de dag na een feestje.
- Boorlingskes zijn mini-klein. En licht. En beter voor mijn rug dan zesmaanders, denk ik.
- ‘elke maatregel veronderstelt de aanblik van een ander’
- Als een meiske achter den toog een rode catsuit draagt en daar bijzonder weinig onder aan heeft, dan heeft *elke* man in het café dat gezien.
- Mijn metekindje is mega-cute. Wat een schatje, zeg.
- Blijkbaar gaat een bepaald genant verhaal van tien jaar geleden, waar ik me niks over herinnerde, gewoon niet over mij, bij nader inzien. tsssj.
- Mira kan beter en vooral sneller rollen dan ik dacht. Eerst lag ze in het midden van het grote bed, toen nam ik een t-shirt uit de kast en lag ze opeens op de grond.
- Als ge uw kind laat vallen en het mankeert niks, dan zit ge toch nog twee uur met de kleine op schoot te bleiten (gij. de kleine doet daar niet aan mee.) en komen uiteindelijk uw ouders om u te kalmeren.





Allez. Dat kan ze dus nog niet.

13 February 2010 over mira

Ik ben redelijk losjes als het op mijn dochter en eten aankomt. Ze eet natuurlijk haar melk, en ik geef ook gepureerde groenten en fruit, maar daarnaast krijgt ze al maanden vanalles toegestopt van wat wij eten ook. Gestoomd worteltje in zijn geheel, groot stuk banaan, kwart kiwi, stuk peer (glibberig, dat laatste…). En als wij pasta eten: pasta zonder saus, in een bordje aan tafel. Ze kan dat allemaal nog niet zo goed, en het is een gigantische kliederboel, maar ze vindt het bereleuk en ze leert aparte smaken en structuren kennen.

Gisterenochtend zat ik een boterham te eten en ze keek die bijna uit mijn hand, dus ik dacht: ik geef haar ook iets, dat schaap. Ik was te lui om op te zoeken of ze eigenlijk al brood mag, dus werd het een rijstkoek. Daarvan wist ik namelijk zeker dat dat al mag.

Koekje in handje, koekje in mond en dan een heel vies gezicht. Ik kan haar geen ongelijk geven, want rijstkoeken, dat is ook redelijk degoutant. Maar ze at toch verder. Wat niemand hoeft te verwonderen, want ze lekt ook aan de bus van de douchecreme. En aan de vloer. Mmmmm, Mister Proper. Opeens had ze gevonden dat als ze met haar twee tanden langs de rijstkoek gaat, dat ze dan een stuk kan afbreken. Een stuk dat vervolgens in haar mond kan verdwijnen. Om daar haar wurgreflex in gang te zetten. Om er dan voor te zorgen dat ze de ganse fles melk die ze net ophad, terugstuurt naar afzender. Ahum.

Wat hebben wij daaruit geleerd?
a. baby is te klein om zelf koeken te eten
b. als vader van baby thuis is, moet ge de volgende twintig minuten horen hoe hij aan baby vraagt: “en wat heeft mama gedaan? u doen overgeven? maar schaapke toch, slechte moeder. Kom maar bij papa, ik ga u geen vuile koeken geven.”
c. ondergespuwde baby’s om half acht ‘s morgens zijn slecht voor ochtendhumeur.

on a related note hebben we ook geleerd afgelopen dagen:
a. Als baby smekgeluiden of schraapgeluiden maakt en het is geen etenstijd: check of krant nog volledig is.
b. Als baby op doploze tube coldcream duwt terwijl tube in haar mond zit, dan trekt baby een half uur lang vieze gezichten. Coldcream is nog degoutanter dan rijstkoeken, blijkbaar.





En azo zie ik hem ook nog eens.

11 February 2010 over leven

Morgen zit mijn lief om halfacht bij de Hollanders, in De Wereld Draait Door (Nederland drie). En om iets na half tien in Comedy Casino. En als het nog niet genoeg is, is er rond middernacht nog een herhaling van zvdz van maandag.

* opgetrokken wenkbrauw *

Maar het is een geluk dat hij op de lichtbak komt, want ik ben bijna vergeten hoe hij eruit ziet, dat lief van mij. ‘s Avonds als hij thuiskomt, slaap ik al tegenwoordig. ‘s Ochtends als ik naar het werk vertrek, ligt hij nog te slapen. We hebben beurtrollen in thuis leven, precies, en bellen elkaar overdag in pauzes en gestolen minuten. MAAR! Ik heb de muur volgeplakt met post-its, die aftellen naar de laatste opname. En elke dag mag er een post-it weg. Er hangen er nog 8 nu. En als alle post-its weg zijn, lieve mensen, facebookvrienden, publiek, televisiemakers, boekskes en gazetten; dan is hij even van mij en van mijn dochter. nah.

Ik ben daar streng in, ja.





Sien 90210.

9 February 2010 over vriendjes

Mijn metekindje is geboren, vandaag. Op afspraak, zo gaat dat met kindjes die hardnekkig blijven zitten. Ze is geboren op de dag dat Peter en Lien een koppel werden én ze is geboren op 9/02/10. 90210, jawel. Coolness, zeg ik. Het kind krijgt dus de komende tig jaar stickers van Brenda, Brandon en Dylan op haar verjaardag van mij.

Zoals het een meter betaamt raasde ik na het werk door de stad om de prachtige telg te bewonderen. Ze sliep, het schaapke, dus ik heb niet te veel lastig gedaan met de kodak. Edoch: Sien Decroubele, dames en heren. Vijf uur oud, op dat moment.

Sien Decroubele

Voor wie wil kijken of ze boorlingske janne lijkt: klik.

Er zijn ook al een paar vragen gekomen naar de naam die ik heb gegeven (want ja, meter en peter kiezen ook een naam bij de decroubeles). Dus hier is hij, meteen met de reden erbij. Omwille van de tekst. En omwille van dat het een schoon liedje is. En omwille van de openingsdans van lien en peter, indertijd.





Volgende Pagina »