Newsletter – maand 6

Lieve Mira

wat ben je ziek, schat. Dat is het enige zinnetje waarmee ik deze maand kan samenvatten. Je was namelijk al twee weken verkouden toen ik de vorige nieuwsbrief schreef, en je bent nu nog steeds niet genezen. Acht weken, dat is lang, lieveke. Bijna een derde van je leven buiten mijn buik, om precies te zijn. Het begon met een banale verkoudheid, er kwam er nog één bovenop, het bleef aanslepen, werd erger, beter en dan weer erger. Je nam siroop, je kreeg neusspray, je aerosolde en pufte. Ik goot liters fysiologisch water in je neus, je rook elke ochtend naar eucalyptus — kudoos to the suppositoirs — en ik moest zelfs zalf in je oogjes doen, want ook daar had je een ontsteking te pakken. Je vindt het overigens allemaal even onaangenaam, die medicatie, dus ik heb je veel zien huilen deze maand.
En toen kreeg je een dubbele oorontsteking, helemaal cadeau als extraatje. We probeerden de koorts te drukken met perdolan en junifen, en je krijgt nu ook antibiotica sinds een paar dagen. Je kreeg nog een tand bij, weigerde te eten, sliep slecht en piepte als een oud manneke dat vijftig jaar lang groene michels aan de lopende band heeft gerookt. Dat alles zorgt ervoor dat mijn maand eigenlijk gewoon was: proberen je erbovenop te helpen. Ik hield je vast en wiegde als het weer even niet ging. Deed manisch enthousiast over je groentenpap, maakte flesjes aan de lopende band om je toch wat te laten drinken. We probeerden bekers, lepels, tuitbekers. Ik nam tien keer per dag je temperatuur op, leerde tapoteren om je pijn te verzachten en liep de dokters deur plat. Ik nam je elke dag mee naar de kine, hield met argusogen je gedrag in de gaten en stond nacht na nacht naast je bedje bij elke kuch en elke kreun. Overdag nam ik examens af en dacht de hele dag aan jou. Je vader werkte harder dan ooit tevoren en probeerde te helpen waar het kon, maar het kon niet zo veel. En dus reed ik van hot naar her, troostte en zorgde, wiegde en droogde traantjes. Ik ben zo moe, lieve Mira. En jij bent zo moe van al dat ziek zijn.

Ik heb nieuwe grenzen leren kennen aan mijn emoties. Machteloosheid en wanhoop zoals ik ze nooit eerder heb gevoeld. Ik kijk naar je, terwijl je ligt te slapen en zachtjes zucht omdat dat gemakkelijker is dan gewoon ademen, en het enige dat ik kan doen is hardnekkig mijn tranen verbijten en keihard hopen dat je beter wordt. Ik hang aaneen van de schuldgevoelens, tijdens die nachten naast jouw bedje. Wat als ik langer was thuisgebleven, was je dan gezond gebleven? Wat als ik flinker was geweest en langer borstvoeding had gegeven, was je immuniteit dan beter geweest? Als ik een week eerder naar de kine was gegaan (ik heb het even moeten uitstellen, de examens), was je dan misschien al genezen geweest? Het vreet, mijn lieve kind.

En toch. Het is niet allemaal kommer en kwel. Sinds een dag of wat lijkt het beter te gaan. De koorts is gezakt onder de 38°, je eet weer een beetje. Er is hoop. En wat meer is: je bent –ook tijdens het ziek zijn de hele tijd bijzonder charmant gebleven. Je hebt de kunst onder de knie om met je schattigheid een hele kamer direct voor je te winnen. Gewoon door geconcentreerd en breed lachend een stuk speelgoed op een tafel te slaan. Je hebt een streepje voor natuurlijk, bij de mensen: je bent immers bloedmooi en je blauwe kijkers worden omzoomd door de langste wimpers die ik ooit heb gezien. We worden daar op straat en in de winkel op aangesproken, zelfs. Mensen staan stil, kijken naar je, en gillen verrukt: wat! heeft! ze! lange! wimpers! Vervolgens lach je breed naar hen en dan gillen ze nog verrukter: oh! en! ze! lacht! zo! schoon!
Ik hou mijn hart vast voor de dag dat je ontdekt dat dergelijk gedrag chocolade of koeken kan opleveren. Of dat je je realiseert dat grote mensen eigenlijk werken met een afstandsbediening en dat jouw ogen en lach de knopjes bedienen. You will be a little puppetmaster, ik voel het al komen.

Ons avondritueel heeft ondertussen een vaste vorm gekregen en het moment dat voorafgaat aan het badderen en crèmekes smeren en pyjama’s aandoen is het mooiste moment van de hele dag. Ik neem je op de arm en draag je sesamstraatzingend naar boven. Ik leg je midden op het grote bed en doe de rolluiken naar beneden. En dan gebeurt het allergrappigste dat ik ooit heb gezien. Al sinds je heel klein bent kom ik namelijk altijd even bij jou liggen en spelen en kriebelen we. Een paar maand geleden ben je begonnen met hard te lachen, te schateren als we zo spelen. En sinds een paar weken lig je al heel luid te gillen, lachen en te zwaaien met je armen en benen van zodra ik je neerleg. Pure anticipatie. Als ik naar het bed toekom en alleen nog maar zeg “moh, hier ligt een babieken op mijn bed, ziet da nu” dan begin je zo hard te schateren dat de hele wereld en alle miserie even verdwijnt. Dat moment, Lieve Mira, zo zou het altijd mogen blijven. Op dat moment ben ik perfect gelukkig.

zoen,

je mama.

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5

15 thoughts on “Newsletter – maand 6

  1. Wederom een schone brief. En wat erg voor jullie allebei! Maar ‘k zal het u zeggen: je hoeft je toch helemaal niet schuldig te voelen! Je doet toch altijd je uiterste best om haar altijd het beste te geven en daarom ben je de beste mama van heel de wereld voor Mira. Neh.

  2. Dju. ‘t Was weer één om te janken op ‘t einde. Dju toch. Waarom laat ik mij zo doen? Juist. Omdat ge zo schoon schrijft, mama. Moest Mira nu kunnen lezen, de snotstoppen zouden zo wegvloeien. Beterschap!

  3. (Hier ga ik weer, i know) Over dat gezond zijn en borstvoeding, ‘k vind het zo spijtig dat zovele mama’s zich daar altijd zo schuldig over voelen, volgens mij is dit in veel gevallen een ongelooflijk groot chancespel eigenlijk. De zoon hier is vandaag net 9 maanden en heeft 1 fles siroop en 1 neusspray dinges gehad tot nu toe en dit met 0,0 BV. Ben ik dan een slechte moeder geweest? Is het gewoon toeval dat hij nog niks anders gehad heeft dan een simpele valling? Geen idee…

    Je doet toch ontzettend je best, dat kan iedereen hier zo vaak lezen, dus steek die schuldgevoelens maar in een snotzakdoek en smijt hem weg.

  4. Heel wat van dat ziektegedoe is heel herkenbaar…
    toen isla net naar de kribbe ging (en ik pas terug aan’t werk) was het ook bij ons ook de hele tijd van dat.
    Ik kon ook zo aan haar bedje blijven staan en denken dat ze zou stoppen met ademen. Pfff
    Hopelijk zijn jullie snel wat van die ziektes verlost en kan je nog meer van je spruit genieten 😉
    Heel mooie brief trouwens

  5. Mooi geschreven weer, bijna bleiterij hier.
    ‘t Is zo herkenbaar, al die schuldgevoelens op een grote hoop, ik heb er als fulltime werkende mama ook regelmatig last van. Máár: langer borstvoeding geven is geen garantie, ze thuis houden en niet naar de creche, akkoord, dan zullen ze minder vlug ziek zijn. Maar die weerstand moet hoe dan ook opgebouwd worden, kindjes die nooit naar de creche geweest zijn moeten het dan in de kleuterklas nog allemaal doormaken.
    Die eerste winter was hier ook de hel, maar nu is ons ventje al máánden niet meer ziek geweest.
    Dus het betert, wees gerust.

  6. Weer eens zo mooi geschreven ,ik hoor niet anders dan kindjes die voortdurend ziek zijn .Wacht maar tot de eerste lentezon eraan komt Mira zal opfleuren , gelukkig hoor ik dat ze daarop niet wacht om beter te worden.Waarom zou jij schuldgevoelens moeten hebben ?Ze kon moeilijk in een warmer nestje terechtkomen .

  7. Goh, ik heb wel lang borstvoeding gegeven en nu had ik zowat hetelfde scenario als bij jou: verkouden – een oogontsteking – verkouden – oorontsteking. Gezwicht voor de antibiotica. Een week gevochten om Mijnheertje Koekepeertje toch iets te laten eten want zijn eetlust was verdwenen door de antibiotica. Veel tranen gedroogd en ongerust geweest. Maar nu is hij er door. ‘t Is winter hé en ‘t zijn zo’n donkere dagen, dan lijkt alles ook twee keer zo erg. Kop op en doorbijten! Alles komt in orde, meid.
    Trouwens: jouw nieuwsbrieven zijn duizend keer interessanter dan die van Het Bureau a.k.a. K&G.

  8. Ik ken het goed, dat gevoel van wanhoop en machteloosheid! Frustrerend, he, je kind zo zien lijden… Veel beterschap!

  9. BV is niet hét wondermiddel. Ik gaf KleineMeid 8 maanden BV en zelfs in die periode is een aantal keer heel flink ziek geweest.
    Niet doen, je schuldig voelen. Met wat ik hier al las ben je een parel van een moeder om te hebben.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *