Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Ge pakt er gewoon eentje bij de hand, daar op het woodrowwilsonplein en ge zegt: hier, dat is die van mij.

29 April 2010 over leven,mira

Die middag, aan de lijn met het onovertroffen Gentinfo.

-Ik dacht, Wout, ik bel even van tevoren. Zodat ik daar niet voor niks sta aan de Zuid, om de KidsID en ik de helft niet meeheb.
- Dat is slim, ja. Ik herhaal nog even: 3 euro.
- 3 euro, check.
- pasfoto. Moet ge de afmetingen hebben?
- Neen, ik ga gewoon naar de fotograaf daar rechtover gaan en die weet dat wel. Pasfoto, check.
- oud identiteitsbewijs. Maar dat hebt ge de dus nog niet. Dus dat moet ge niet meenemen.
- check alweer.
- kind zelve, voor de identificatie.
- kind, check.
- En dat is het.
- Dat is het.
(…)
- Maar euh, zeg Wout. Als ik gewoon mijn dochter meeneem, en ik moet zo geen geboorte-akte ofzo meehebben. Dan kunnen die toch niet weten dat dat mijn kind is? Is dat niet wat — euhm — raar?
(…)
- Ja. Raar. Hm.

Wout heeft nog eens gebeld naar de Bevolking, voor de zekerheid, maar ze hebben dus niets extra nodig.

Volgens mij — en ik denk volgens Wout ook — is het systeem nog niet volledig waterdicht.





Die keer met dat proberen verstoppen onder de passagierszetel omdat ge u zo keihard schaamt.

28 April 2010 over leven

Hij haalde een alcoholstift boven en schreef resoluut een L op mijn ene hand en een R op de andere. Ik murmelde nog een zwak protest, maar ik wist diep in mijn twintigjarige hart dat hij gelijk had. Het was belachelijk, jaat, en het zag er niet uit, maar de afgelopen zes weken rijles hadden bewezen dat ik links en rechts hoegenaamd niet van elkaar kon onderscheiden. Het is niet anders. Als iemand zegt “hier linksaf”, dan moet ik nog altijd een paar seconden nadenken. Dat is behoorlijk zielig, ik weet het, maar iedereen heeft zijn mankementjes en dat links-rechts gedoe is ook mijn *enige* gebrek. Voor de rest ben ik welopgevoed, vriendelijk en proper op mijn eigen.

Aniehoew, ik zou dus rij-examen doen, en ik had grote letters op mijn handen staan. Op het eind van mijn overigens tot dan vlekkeloos (ik parkeer als een echte vent, ik) examen zei de examinator “en bij het volgende kruispunt mag u dan rechts afslaan, we rijden terug naar het examencentrum”. Mijn hart maakte een sprongetje, want ik wist dat ik het goed had gedaan. Van al dat inwendig huppelen vergat ik echter op mijn hand te kijken, deed de richtingsaanwijzer aan en reed hopla hop linksaf. Alsof dat de normaalste zaak van de wereld was, dat een rij-examen eindigt in een containerpark waar mannen met een sigaret in de mondhoek vanalles bij het brandbaar aan het gooien zijn.

Ik blokkeerde volledig, voelde een zweetdruppel langs mijn slaap naar beneden druppelen en hapte naar adem. En toen deed ik wat ik vaak doe als ik dingen heel zwaar heb verkloot: ik werd een beetje gelaten. Shit happens, het is gebeurd, que sera sera enzovoortenzoverder. Ik glimlachte een beetje schaapachtig naar de examinator, gooide mijn voiture in achteruit en reed het containerpark uit. Dit keer wel richting examencentrum, maar dat was op dat moment al bijzaak. Aldaar aangekomen stapte ik uit, zette mijn zonnebril op, stak een sigaret op en leunde tegen de auto. Ik was soms gigantisch cool als twintigjarige, moet u weten.

De examinator bleef een beetje aarzelend naar mij kijken. Ik staarde nog steeds cool en licht grijnzend voor mij uit. De man doorbrak echter de magie van het coolheidsmoment met de woorden “juffrouw, wilt u uw papier voor uw rijbewijs niet ofzo? U zou mij dan namelijk even naar het kantoor moeten volgen.” En toen lachte ik keihard, want ik dacht echtig oprechtig dat hij een mopje maakte, de kapoen. Niks daarvan, zo bleek. Ik citeer: “ik kan u enkel verwijten dat u links niet van rechts kunt onderscheiden. Maar daarmee heeft u dus geen enkele verkeersregel overtreden.”

En zo kreeg ik dus wel een schoon roze officieel rijbewijs. Zomaar cadeau. En ondertussen kan ik zelfs onthouden dat we in België aan de linkerkant rechterkant van de weg rijden.

(naar aanleiding van)





Het is wel zijn schuld, trouwens.

27 April 2010 over ergert u zo niet!

Weet nog die keer dat ik teleurgesteld was? Ik heb daar, en aan al wat sindsdien is gebeurd, een vreemd gevoel over de binnenlandse politiek overgehouden. Toen de kranten deze ochtend opnieuw gewag werd gemaakt van chaos en stilstand, heb ik eens diep gezucht. Mijn schouders opgehaald, zelfs. Er is zowaar sprake van wat politieke vermoeidheid in mijn hoofd, en zij die mij kennen zullen u kunnen verzekeren dat zoiets niet zo evident is. Mijn hoofd is moe van die toestanden, ja. Maar mijn hart blijft bloeden.

Het bloedt niet omdat er niet gesplitst wordt, of omdat het misschien wel gesplitst wordt. Het bloedt omdat een massa mensen zich liet en laat verleiden door oneliners over politieke moed en oprecht gelooft dat die oneliners op zijn minst waarheid zullen worden. Het bloedt omdat de binnenlandse politiek verworden is tot spierengerol en symbooldossiers. Tot geloof in leiders die worden verkozen en dan keer op keer teleurstellen.

Er zijn plaatsen tekort in het onderwijs. De armoede blijft stijgen. De crisis is aan het overwaaien, maar er worden wel hogere werkloosheidcijfers verwacht. En ondertussen lezen we vooral over hoe een aanslepend dossier een hele samenleving gijzelt. Verwondert het u dat mijn hart bloedt? En verwondert de kleur van dat bloed u eigenlijk nog?





:AAah: de dilemma’s van een moeder.

24 April 2010 over leven

Buiten op het terras ligt de weekendkrant en staat een fles ijskoude cola. Ik kan het zien door onze grote ramen. Binnen heerst de chaos die eigen is aan een huis wiens eigenaren een te drukke week hebben gehad. Must wash. Must clean kitchen. Must tidy up speelgoedexplosie in de living.

Must. Must. Must. Ik ga dus eerst een beetje op het terras zitten, want van al dat moeten word ik zowaar een beetje depressief. En dat zou zonde zijn, op zo’n mooie dag. Toch?





Text book baby.

24 April 2010 over mira

Mira is een baby volgens de boekskes. Doet alles zoals van haar verwacht wordt. Zoals momenteel: alles ok vinden zolang ze bij mij of het lief op schoot mag. En anders? De hele wijk bij elkaar krijsen.

Acht maanden-angst, anyone?





Wat ik dacht, daarnet.

23 April 2010 over ergert u zo niet!

Als hij dan bijna staat te bleiten op die persconferentie, ben ik dan de enige die daar een vreselijk vuil gevoel van krijg? Waarom bleit hij? Voor de pijn die die gast gehad heeft en nog steeds heeft? Of voor de imagoschade die zijn kerk heeft opgelopen?





Ge zijt rap afgekickt dan.

20 April 2010 over leven

Deze voormiddag, in de pauze, stond ik met een kop koffie buiten in de ochtendzon. Ik stond wat te dromen over hoe heerlijk de vakantie was geweest: twee lange weken met de dochter, en hoewel ze nog maar twee uur van mijn armen naar de babyfabriek was verhuisd voor een drukke speeldag, had ik toch wat last van heimwee en gemis.
Op zo’n moment, daar in de rustige tuin onder een aarzelende zon, placht een mens de dingen al eens te idealiseren, jawel. Ik dacht dus niet aan hoe ze een kleine opstoot van drammerig neutgedrag heeft gehad, een paar dagen lang. Of over hoe een vakantiedag die om half zeven begint toch wel heel vroegskes is. Ik had haar zelfs die keer al vergeven dat ze de hele weg van bij de familie klijn tot thuis in de auto had getierd alsof ze mishandeld werd, terwijl ik gewoon vijf minuten te laat was met haar eten. Vijf minuten, ge zijt bijna negen maand: deal with it, daughter. Daar dacht ik allemaal niet aan. Ik dacht aan knuffels als ze pas wakker is, ik dacht aan hoe ze de hele living vrolijk overhoop kan gooien in nog geen halve minuut, aan hoe snel ze nu al rondkruipt en hoe ze mijn been als klimrekske gebruikt, de laatste dagen. Ik dacht aan hilarische lachbuien en aan boterhammen met plattekaas die ze in haar oor stopt.

Mijn glimlach werd ietwat bruut onderbroken toen ik weer moest gaan lesgeven, voor een net te volle en net te uitgelaten klas, waarna ik moest over en weer rennen, mails beantwoorden, vergaderen en voorbereiden voor een presentatie morgen. En dan is het ook opendeurdag, zaterdag, en er moeten studiefiches geschreven en volgende week geef ik nascholing. En en en en en.

Ik zeg u: ge zijt rap afgekickt van het schoon leven, azo.





Die keer dat er vanalles aan het rijpen was.

19 April 2010 over het grote web

Weet nog, twee jaar geleden? Zij en ik hebben wel goesting ja, maar dan eens iets anders. En gij?





Wat een ellende zeg.

17 April 2010 over het grote web

Soms voel ik mij zo’n achtergesteld kneusje, bij al die zelfmaakmoeders op het internet. Dat naait maar schone broekskes, dat bedrukt T-shirts en dat maakt popkes. Allemaal gelijk dat niets is.
Het werd nog erger toen zij daar een naaimachien kocht en hopla een paar weken later al een kleedje had gemaakt. Met een voor- en achterkant. Gaten voor de armen en een grote gat voor het hoofd en een Sophia die er als gegoten in past. Het lef zeg.
En dan heb ik het nog niet eens over juffrouw-ik-brei-elke-dag-wel-tien-pullovers. Of over een zekere moeder van mijn metekind die mutsen blijkt te kunnen haken. Mutsen die ge kunt dragen. Bij andere gelegenheden dan thuis voor uw televisie als niemand u ziet.

Ik word daar dus depressief van. Ik ben genetisch belast, weet u wel. Toen ik vroeger handwerk moest maken in de klas, nam ik dat mee naar huis en dan maakte mijn meme het af en kreeg ik veel punten. Ondertussen las ik een boekske of loste de wereldproblemen op, niks aan de hand. Ik heb mij daar namelijk altijd comfortabel bij gevoeld, dat ik handwerktechnisch gehandicapt ben. Ik had andere talenten: sport gezellig zijn en veel meningen hebben, bijvoorbeeld. Maar met dat stomme internet word ik dus dag na dag geconfronteerd met mijn tekortkomingen en alle coole unieke kleren die andere kinders van hun zelfmaak-mama krijgen. Ik bonk dan ritmisch een beetje met mijn hoofd tegen de muur als ik denk aan alles dat ik Mira ontzeg omdat ik bang ben van naaimachines. En van naalden. Alle soorten naalden, behalve die om bloed te prikken, dat doet mij niks. Dan kruip ik, nadat ik lang genoeg met mijn hoofd tegen de muur heb gebonkt, onder mijn donsdeken (dat in een overtrek zit die ik *kocht* in de *IKEA* — ge moogt met uw ogen rollen ja), ga ik in foetushouding liggen en huil zachtjes. Wat een ellende zeg.

Ik durf wedden dat ik mij veel beter zou voelen als mijn dochter ook zo’n coole door handige mensen gemaakte dingen zou hebben. Ze draagt een maatje 74, momenteel, trouwens.





S.O.S. kinderdorpen

16 April 2010 over het grote web

Of ik eens iets wilde schrijven over S.O.S. Kinderdorpen, vroegen ze bij de reclameregie. Ik zou er zelfs een beetje centen voor krijgen, werd er meegegeven. En natuurlijk zei ik ja, en al meteen met het idee om dan die centen opnieuw aan de organisatie zelf te geven. Want ik schrijf daar met plezier over, over zo’n dingen.

SOS Kinderdorpen is een internationale niet-gouvernementele sociale hulporganisatie die al sinds 1949 bestaat. Kinderen die geen ouders meer hebben of in familiaal moeilijke omstandigheden leven, zijn de kern van hun acties, in maar liefst 132 landen en gebieden.
De filosofie is eenvoudig: elk kind heeft het recht op te groeien in een gezin. SOS Kinderdorpen brengt die filosofie op verschillende manieren in praktijk. Zo zijn er 523 kinderdorpen, momenteel. Een kinderdorp moet je je voorstellen als een soort minisociale woonwijk van een tiental familiehuizen. In elk huis woont een vaste groep van acht à tien kinderen (broertjes en zusjes blijven samen). Ze leven daar samen met hun SOS-moeder, die niet zomaar een opvoedster of oppas is maar met de kinderen in gezinsverband samenleeft.

Naast deze kinderdorpen zijn er ook familieversterkende programma’s, die moeten bijdragen tot de zelfredzaamheid van families op lange termijn: dit is de enige manier om te voorkomen dat kinderen in de steek worden gelaten. De familieversterkende programma’s richten zich, volgens de lokale situatie, tot specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld alleenstaande moeders, families getroffen door HIV/AIDS of die in grote financiële onzekerheid leven, vaak gepaard met problemen van verslaving, ziekte of sociaal isolement.

Er wordt samengewerkt met lokale organisaties, en de resultaten zijn heel goed: kinderen die anders een vogel voor de kat zouden geweest zijn, doen het later even goed als hun leeftijdsgenootjes.

En jawel, u kunt SOS Kinderdorpen steunen. Van spontane gift tot peterschap van een SOS-kind (30 euro per maand) of SOS-dorp (20 euro per maand). Alle info op www.sos-kinderdorpen.be.





Volgende Pagina »