Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Dat ik er zot van ben.

29 September 2010 over coo-hool

Van dat liedje van Hurts. De dochter ook, trouwens. Ik zing het voor haar en dans erbij en ze vindt dat grappig.





Nieuw.

27 September 2010 over werk

Ze komen in trosjes. Drie, vier, vijf. Toevallig stoelen gehad naast elkaar tijdens een onthaalmoment. Samen geprobeerd om wijs te worden uit het kluwen papier en de stroom informatie. Dan ook maar samen een broodje gaan eten, tussen de middag. En een sigaret gerookt in de pauze. Ze weten elkaars familienaam nog niet, maar dit zijn de drie vier vijf mensen van wie ze de voornaam wel al kennen. Mondeling dan, aan schrijfwijze zijn ze nog niet toegekomen. Kameraden van de eerste dagen, door het lot of het alfabet samengebracht.

Ze komen in trosjes en rommelen in hun papieren. Ze draaien hun plannetje om en om en om tot ze de tuin aan de juiste kant hebben staan. Ik zeg in het voorbijlopen “you’re gonna have to go into the map” en zie de generatiekloof in hun ogen verschijnen. Parels voor de zwijnen, ik moet het u niet zeggen zeker.

Ze worden in de cafetaria meewarig bekeken door de habitués. Diegenen die wel al weten hoe de kleurcodes van de broodjes in de cafetaria werken (don’t ask), de meisjes en jongens die wel al familienamen hebben, diegenen die me durven groeten in de gangen en waarvan sommigen zelfs vragen hoe het gaat.

Ik kijk daar graag naar, naar de trosjes. Dat onschuldig geploeter, dat zwemmen in een chaos die net té overweldigend is. Die snelle passen door de tuin, aangedreven door goede voornemens, op weg naar een lokaal dat ze niet terugvinden, hoewel ze er deze ochtend ook al moesten zijn. Ze zijn aandoenlijk en een beetje hulpeloos. En binnen paar dagen is dat alweer voorbij.

Ik vraag me af of ze dat beseffen, dat dit één van de spannendste weken van hun jonge leven is.





Waar ik mee bezig ben, vandaag.

23 September 2010 over werk

Creativiteit is respectvol zijn voor de taal die het dichtste aansluit bij je persoonlijkheid. We leven in een tijd die verbale communicatie overvaloriseert. Wie vlot praat is duidelijk in het voordeel. Je moet praten over je gevoelens, over je ideeën, je moet standpunten formuleren. De realiteit is dat deze aanleg zeer ongelijk verdeeld is. Er zijn heel wat jongeren die zich het best voelen als ze emoties mogen uitdrukken in dans, zang, muziek, beeldtaal enz. Al die talen verwijzen we in het dagelijkse leven naar de zijlijn. (…)
Daar ligt voor creatieve opvoeding een grote kans. Jonge mensen worden uitgenodigd om die taal te verkennen die hen het beste ligt, en zo vast te stellen dat er respect, en meer nog, interesse kan zijn voor die taal. Dat het belangrijk is werk te maken van de taal die je in je draagt.

Peter Adriaenssens in “Gedeeld/Verbeeld”, het eindrapport van de Commissie Onderwijs Cultuur.[pdf]

Of ook dit. Voedsel voor mijn hoofd.





Those were the days.

21 September 2010 over leven

Vanmiddag reed ik op de coupure achter een kleine bestelwagen van een elektricien en op de achterdeur stond het telefoonnummer van die meneer, in grote rode plakletters. Hier en daar was er al een stukske losgekomen, het was dan ook al een oud camionetje. Ik moest grijnzen, want het telefoonnummer was 245 13 89. Ofzo, want ik ben het echte nummer al vergeten, maar dat doet er eigenlijk weinig toe. Het punt is: een telefoonnummer zonder zone-nummer. Oud camionetje, ik kwam het al te zeggen.

En toen wist ik plots weer dat er vroeger geen zonenummer moest gedraaid worden als het een nummer binnen dezelfde zone was. En een tijd daarvoor was een telefoonnummer zelfs maar zes cijfers. Niks geen 2 of 3 vooraan. Lang geleden is dat, ik word oud. Vervolgens bedacht ik (ik stond in de file, weetwel) dat ik in die tijd gigantisch veel telefoonnummers van vrienden en vriendinnen uit het hoofd kende.

De rest van de weg naar school heb ik geprobeerd me zoveel mogelijk van die nummers proberen herinneren en ik kwam aan 21. Eén-en-twintig telefoonnummers die na 15 jaar nog altijd in mijn geheugen vastzitten, en die ik al jaren niet meer bel, omdat ze ondertussen gewoon toebehoren aan ouders van mensen die ik ken.

Ik was zwaar onder de indruk van mijn eigen kunnen, ik ben daar eerlijk in. Vooral omdat ik het GSM-nummer van mijn eigen vent na 6 jaar nog altijd niet kan onthouden. Het is wat.





Het ritme van de stad.

19 September 2010 over coo-hool

Zaterdagmiddag.
Ik wandel met de dochter in het Zuidpark en merk voor het eerst dat de blaadjes aan de bomen zachter worden van kleur. Warm, zoals de chauffage die ik bij nachtelijke baby-intermezzo’s al eens durf aan te zetten, tegenwoordig. De zon schijnt, de stad gonst van Ode Gand. We hebben een sapje laten persen bij Zest en kijken samen verwonderd naar de kleuren van de fontein. Mira och-ocht en wijst zich te pletter, ik zit vooral met haar te lachen

Zondagochtend.
We wandelen naar de bakker en stoppen even in ons Pierkespark. Het wordt uiteindelijk koffie, de krant, gebabbel en daarna ook nog pasta pesto in het fijnste koffiehuis van Gent.

Zondagmiddag.
Op de fiets gaan we door het autovrije centrum en stappen af op de vrijdagsmarkt. We kijken naar hippe meubels en zwaaien naar bekenden. Daarna verhuizen we naar Sint-Baafs, voor een beklimming van de NTG-trappen. Een éénarige heeft soms niet meer nodig dan dat.

Zondag, vroege avond.
De ring is gevuld met enthousiaste fietsers, die de tegengestelde richting inpalmen. Wij wachten af in de auto in de tegenovergestelde richting en kijken naar hun vrolijkheid. Ik haal alvast mijn blauw-witte-sjaal uit mijn tas.

Zondag, later.
Overal is adrenaline en blauw-wit. Het gonst in mijn hoofd. Als we naar huis rijden, bedenk ik hoe fijn wonen in deze stad toch is. Met geen stokken ben ik hier nog weg te krijgen.





Moe. En een betweter.

17 September 2010 over ergert u zo niet!

Soms word ik zo moe van mijn eigen, u heeft daar geen gedacht van.

Deze morgen bijvoorbeeld, was er een opleiding. Het algemene onderwerp was mij niet geheel onbekend, aangezien ik indertijd in die richting heb gestudeerd en er op mijn diploma ook een vak dienaangaande staat. En op een bepaald moment kwam er iets aan bod dat mij zelfs bijzonder bekend is: een kleine regel die ik zo’n twintig keer per jaar verkondig in de les, en waar ik dus tweehonderd procent zeker van ben. Alleen beweerde de lesgever net het tegenovergestelde. Toen ik dat in vraag stelde kwam er een kleine discussie van, waarbij de lesgever mij een beetje schamper terechtwees, dat ik het toch verkeerd had. Er werd me redelijk duidelijk gemaakt dat ik dus niet de expert ben. Ik was er een beetje van aangedaan, zowaar. Ik begon al te denken dat ik in mijn lessen totaal foute dingen stond te verkondigen.
Het gevolg is dat ik de hele rest van de opleiding aan die regel zitten denken heb, en hoe het nu eigenlijk zou zijn. Vreet energie, uzelf zo opjagen over een futiliteit.

Enfin. Dus heb ik deze namiddag — terwijl ik eigenlijk een massa ander dringender werk had– opgezocht hoe het zit met die regel, gevonden dat ik dus blijkbaar wel juist was en luid HA! geroepen. En heb ik een scan van die pagina doorgestuurd naar mijn collega’s die ook in de opleiding waren.

Ik zeg het, moe van mijn eigen. Doodmoe.





Foei, De Morgen.

16 September 2010 over ergert u zo niet!

Op de voorpagina van De Morgen vandaag staat een kadertje met de titel “De vijfsterrenvakantie voor onze jongens in Afghanistan”, met een verwijzing naar pagina twaalf. Daar staat in kopletters onder andere: Vijf sterren, drie openluchtzwembaden, vier restaurants, aerobic, aquagym, wellness, kapper, sauna en nog wat luxewoorden. Als een mens enkel de koppen leest, lijkt het wel alsof de Belgische militairen voortaan lekker vakantie gaan houden, op kosten van de staat. Schande! Moord! Brand! Dat is de reactie die het eerste zicht van het artikel wil oproepen, zoveel is duidelijk.

Als een mens echter het artikel in kwestie leest, blijkt het allemaal nog zo absurd niet te zijn: de militairen hebben zes maanden in een zeer stressvolle omgeving, veel met geweld en agressie te maken gehad. En om de overgang naar het gewone leven bij terugkeer te vergemakkelijken last men een decompressie-periode in van 3 dagen. Drie dagen rust, psychologische begeleiding om over eventuele onverwerkte situaties te praten, ontspanningsoefeningen en gewoon weer aanpassen aan een niet-oorlogsomgeving. Om niet volledig gecrispeerd thuis te komen.
Opnieuw: het lijkt me volkomen logisch. De kostprijs per persoon wordt ook vermeld: 444 euro voor drie dagen all in, in geval van gewone toerist. Ik veronderstel dat het leger wel een betere deal heeft gekregen wegens dat ze in groep komen. En dan nog: ik vind een 150 euro per dag niet zo overdreven, eigenlijk.

Ik spreek mij niet uit over het nut van het Belgische leger, noch over het nut van het inzetten van troepen in Afghanistan. Voor zover ik heb begrepen — de man van een goede vriendin zit er, momenteel — is de opdracht het opleiden van een eigen veiligheidsmacht van de Afghanen. Delen van kennis, trainen, dat soort dingen. Ik heb daar op zich geen problemen mee, dat we helpen met organisatie en veiligheid. Net zoals ik er geen problemen mee heb dat die mensen begeleid worden bij terugkomst, en dat ze na zes maand misschien zelfs al eens een paar uur aan een deftig zwembad in de zon mogen liggen.

Waar ik wel problemen mee heb is het toontje van de titels in wat een kwaliteitskrant pretendeert te zijn. Niet dat het alleen De Morgen is, trouwens, enig googlen leert dat ook de andere gazetten hetzelfde doen. Ze moesten zich allemaal schamen.





9duusd.

14 September 2010 over coo-hool

Kijk. Mijn stad.

Rauw & Onbesproken, winnaars van De Beloften 2010.





Kostbaarheid.

14 September 2010 over leven

Nu het werkjaar echtig echtig weer is begonnen, hebben wij hier ten huize al een heuse routine ontwikkeld. Ik vertrek om kwart voor acht naar school, en dat betekent dat ik al ruim voor zeven opsta. De dochter echter, die slaapt tot ergens rond kwart na zeven. Ja, zo gaat dat met dat kind van ons: in de vakantie alle dagen om zes uur vrolijk wakker, en als moeder vroeg moet beginnen opstaan gewoon nog een uurke langer knorren.

Oh well. Ik vind het niet erg eigenlijk. Om twintig voor zeven sta ik dus op en ga muisstil naar beneden om niemand wakker te maken. Ik zet een koffie, haal de krant uit de bus en kan dan doen wat ik het liefst doe vroeg in de ochtend: een kwartier, twintig minuten wezenloos voor me uitstaren en in de krant bladeren zonder echt iets te lezen. Dat zijn kostbare momenten, daar in de absolute stilte van onze halfdonkere woonkamer.

Dan hoor ik het kindje wakker worden, en kan ik haar vrolijk begroeten, want de slaap is al deels uit mijn hoofd. Er volgt een beetje gerommel in de badkamer, zij krijgt een droge pamper aan en ik maak me klaar voor school. Beneden volgt de tweede koffie van de dag (ik), een fles melk (zij — ze drinkt alleen nu, een gemak!) en sesamstraat (wij allebei). Kostbaar moment nummer twee: samen in de zetel, met Pino en Kermit.

Daarna togen de twee generaties vrouwen van ons gezin naar boven, alwaar we de man des huizes met veel kabaal uit zijn bed jagen, die dan de rest van het ochtendgedoe afwerkt: de kleertjes, de boterhammen, het brengen naar de babyfabriek.

Hoera voor rustige ochtendroutine! Hoera voor kinderen die tot kwart na zeven slapen! Hoera voor wederhelften die ‘s ochtends niet naar kantoor moeten!
Als het dit schooljaar altijd zo blijft gaan, dan zie ik het helemaal zitten. En neen, Mira die gaat nooit morsen, ziek worden of humeurig zijn ‘s morgens. Ik heb dat met haar afgesproken, namelijk.





Alles moet weg! (2)

11 September 2010 over projecten

Zie ook deel 1.

Toen wij nog een huis zochten, kwamen we ooit een keer terecht op een kijkdag van een openbare verkoop in Gentbrugge. De hele familie zat er rond de livingtafel, terwijl vreemden het huis van hun overleden ouders inspecteerden. Aangenaam lijkt me dat niet, maar zij bleken het vooral gezellig te vinden, met cara-pils en sigaretten. Na een korte bezichtiging van onzentwege sprak mijn lief de legendarische woorden tegen de verzamelde familie: het huis interesseert ons niet, maar wat moet u hebben voor die blauwe keukenkasten?
We hadden namelijk al twee zo’n kastjes, en we hadden het idee om er ooit, in ons gigantische huis dat we nog moesten kopen een keuken omheen te laten bouwen. Vintage deluxe enzo. Enfin, eens we ons huis kochten bleek dat minder gigantisch dan gedacht en bleken de kasten niet te passen en leek een nieuwe keuken toch praktischer. Dus hadden we hopen blauwe jaren 50-keukenkasten. De andere kasten hebben een bestemming gevonden als kleerkast voor Mira en als kast op de logeerkamer. Maar deze zijn dus over: twee hangkastjes, ook te gebruiken als bijvoorbeeld speelgoedkast op de grond, of zoals op de foto op elkaar gestapeld.

kast te koop

De derde is heel bijzonder: een lange kolomkast, met een schuif en — oh, heerlijke jaren 50 — een ingebouwde broodsnijder.

Allen in babyblauw, Allen in goede staat. Mail mij of contacteer mij!





Volgende Pagina »