Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Zeg het met een trammeke.

30 November 2010 over coo-hool

De reclame-regie liet weten dat Gent in de eindejaarsperiode een schouwtoneel zal zijn van user-generated content. En dat ik daar gerust een stukje over mag plegen. Welaan dan.

Het principe is gewoon cool, vind ik. Er is een website, en daarop mag u een nieuwjaar-gerelateerde boodschap posten. U moet uw emailadres achterlaten, maar dat kan alleen maar voordelen hebben, volgens ons: waarschijnlijk krijgt u dan binnenkort een mailtje als de dienstregelingen onverwacht veranderen, of als pakweg uw vertrouwde bus plotsklaps via de kouter naar de zuid gaat rijden in plaats van naar Sint-Jacobs. Dat zou handig zijn, voor u en voor uw drie maand oud dochterke in de draagzak dat dringend een verse pamper en een beetje melk moet hebben. Maar laten we niet afdwalen.

Nieuwjaarsboodschappen dus. En als uw boodschap leuk genoeg is, origineel is te noemen of gewoon heel lief, dan wordt ze op de zijkant van de tram gedrukt. Die dan door het drukke stadscentrum zal sjeezen, met uw scherpe zinsnede op de zijkant. Pretty cool, quoi? Ik heb persoonlijk alvast een geheime wens voor u allen achtergelaten. Spannend is dat.

Aangezien ik trouwens graag zou weten of er een boodschap bijzit van iemand die ik ken, zou het fijn zijn als ieder van u zijn berichten begint met “Leve 2011!”. Kwestie dat ik mijn virale invloed een beetje kan opvolgen.





Zes (i. contempleert).

29 November 2010 over het grote web

Dit weblog is jarig vandaag. Zes jaar, sejieus. Dat is gelijk lang en al.

2 562 posts, 13 589 commentaren, en — opgezocht omdat mensen daar naar vragen en ik dat eigenlijk meestal niet echt weet — tussen de 1200 en de 1700 bezoekers per dag, die hier komen lezen. Van RSS weet ik niets, want dat moet ge installeren om te kunnen volgen en daar ben ik te lui voor. Volgens hetzelfde statistieken-programma is 5 oktober 2009 overigens mijn drukste dag alsnog, met 2400 bezoekers. U leest dus blijkbaar massaal zeer graag dat mijn kleine haar hoofd alleen omhoog kan houden. Er zal vast wel een marketeer zijn die daar iets mee aan kan vangen. (Lees meer …)





Weekmenuten, the sequel.

28 November 2010 over projecten

weekmenuAha, u dacht zeker: dat is hier al gedaan bij i., met dat weekmenuten, maar u was verkeerd. Ik heb gewoon een paar dagen overgeslagen, wegens (a) toch geen tijd om naar de winkel te gaan en (b) toch geen tijd om te koken. Dus woensdag en donderdag werden gewoon efkes vergeten, verzwolgen in het grote gat dat ons drukke leven tegenwoordig is. Vrijdag ging ik wel naar de winkel, en hopla: een weekmenu.

Eenvoud troef, deze week. Vrijdag at ik een traiteur-gedoe uit den Delhaize, het was niet bijster lekker, maar voedsel is voedsel soms. Vandaag is er vis uit de oven (het was er vorige week niet van gekomen wegens dinges — euhm luiheid.), het lief gaat maandag spaghetti maken, ik plan een quiche te bakken en we gaan ook een dagschotel eten. Enkel gisteren en woensdag zijn iets ambitieuzer. Woensdag is er namelijk lam in een stoofpotje, maar dat recept kan ik u nog niet geven wegens dat ik het nog moet bedenken. Volgende week! Als het lekker was, tenminste. Anders zwijg ik het keihard dood. Gisteren echter heb ik de parelhoen gemaakt die mijn mama vroeger dikwijls eens op zondag op tafel zette. Ik vond dat toen altijd lekker, zelfs als ik nog maar pas uit mijn nest was gerold wegens te lang uitgeweest de zaterdagavond. Een recept dus, voor u, van mij, maar credits voor mijn moeder.

Nodig: een parelhoen, look, appelsien, gevogeltefond (ik heb een boullionblokske gebruikt wegens ik heb dat niet in huis, fond, en ik was er vergeten kopen), look, boter, champignons.

Doe de parelhoen in stukken. Dat is zoals een kieken in stukken doen, want parelhoen is eigenlijk gewoon fancy chicken, met wat meer vet eraan. (Ik heb vorige week trouwens een boek gekocht in de Fnac met snijtechnieken en nu weet ik dus eindelijk echt hoe ge een vogel uit elkaar moet halen. Daarvoor deed ik maar wat en het resultaat zag er soms een beetje vreemd uit, maar met mijn nieuwe boek bij de hand lukte het wonderwel. Tip van het huis: eerst het wensbeentje verwijderen, daarna is alles veel gemakkelijker.)

De parelhoen kruiden met peper en zout en afbakken in een pan (Niet zo’n anti-kleefgedoe. Een echte braadpan, zoals ik vorige week heb gekocht met mijn cadeaubons voor mijn verjaardag.), in veel boter. Een paar teentjes look erover fijnknijpen of raspen. Gebruik zoveel look als ge zelf lekker vindt, natuurlijk. Ik heb dat graag, dus ik heb er vier gebruikt. Maar doe gerust minder. Wel opletten dat de look niet verbrandt, want dat gaat rap.
Als de parelhoen mooi gebakken is: het sap van 2 appelsienen erover, en wat water met een bouillonblokske (of fond dus, als u chique wilt doen en het niet vergeten bent bij de boodschappen). Laten prutttelen.
Ondertussen een bak champignons in stukken snijden (ik heb een halve kilo gebruikt) en die een kwariertje later toevoegen. Laten pruttelen.
Ik heb de fancy chicken ‘s middags gemaakt en ‘s avonds opgewarmd en dan de saus afgewerkt: vogelke uit de saus, warmhouden en ondertussen de saus binden met room en boter/bloem. Vogel weer bij de saus en opdienen met puree, kroketjes of rosti’s.

Ik ga ook nog broodpudding maken, deze week, bedenk ik net, want broodpudding maken met een peuter, dat is mega-plezant. Ziet maar.

broodpudding maken = cool.





Het is ver gekomen.

26 November 2010 over mira

De opofferingen die wij moeders voor onze kinders doen, ge hebt daar geen gedacht van. Ik geef het eerlijk toe: vaak heeft luiheid en gemakzucht er ook iets mee te maken, maar toch: opofferingen, ongelooflijk.

Neem nu vanavond. De tante was jarig, en dus gingen Mira en ik langs voor taart en toebehoren. De tante vroeg: welke taart wil je — javanais, aardbeitaart of rijsttaart? En een fractie van een seconde later had ik Rijsttaart geantwoord.
Nu moet u weten: ik ben daar niet zo kapot van, van rijsttaart. Van javanais wel, en ik zou bij momenten een moord kunnen begaan voor een lekkere aardbeitaart.
Maar! Mijn moederhersenen hadden in die fractie van een seconde tussen vraag en antwoord een heel pad afgelegd:
Mira gaat taart van mij willen mee-eten. Neen, het helpt niet van haar een eigen stuk te geven, ze wil hetgeen op mijn bord ligt tegenwoordig. En ze wil dat eten met mijn vork ook. Want eten van moeder met moeder haar bestek, dat is cool. Het is ook cool om het eten dan weer uit uw mond te halen nadat ge er efkes op gesabbeld hebt en die dan in de moeder haar mond te proppen, overigens. Maar dat vertel ik u nog wel eens op een andere keer. Enfin, Mira gaat willen mee-eten dus.

Pfiew. aardbeitaart, dat gaat gegarandeerd plekken geven. En ik heb geen bavet mee. En ze heeft juist propere kleren aan. En ik heb geen tijd meer om haar in bad te doen vanavond.

aardbeitaart.

Mmm. Javanais. Dat is lekker. En met veel creme au beurre. Het is precies nog maar een paar dagen geleden dat Mira haar bed en de living heeft volgekotst, evenwel. En (I kid you not, ik ben een slechte moeder en vrouw, maar ik heb het wel degelijk gedacht) het lief is niet thuis en als ze moet overgeven moet ik het zelf opkuisen.

Javanais.

En dus at ik rijsttaart. Met een koffielepel, want Mira was bezig met mijn vork.





Ze zijn te kort.

24 November 2010 over leven

Het komt omdat ze korter zijn, de dagen. Het is daarmee dat ik mijn werk precies niet meer rondkrijg, tegenwoordig. Ik zit maar een week voor met voorbereiden en dat maakt me bloednerveus. Dat wil namelijk zeggen dat als de dochter plots bijvoorbeeld ziek wordt en niet naar de babyfabriek kan, dat mijn hele strakke schema compleet kapoet is en ik last minute moet beginnen voorbereiden en dan heb ik mijn kopietjes niet op tijd en man ik haat het als ik mijn kopietjes niet op tijd zijn.

Maar ik steek het dus op de dagen, die zo kort zijn. Daarmee dat er minder tijd is. En de avonden die opeens rustiger zijn wegens dat het lief al eens wat meer thuis is, dat ook. In plaats van brol in de microgolf te stoppen maak ik dus vaker echt eten. In plaats van te werken terwijl hij optreedt, kijken we naar filmkes, onder een tv-dekentje. Dat is gezellig, maar er wordt niet veel werk verzet natuurlijk.

Ge kunt daar vragen bij stellen, dat is waar: dat ge uw werk niet meer rondkrijgt als ge per etmaal een uur of drie ontspanning neemt, en een uur of zeven slaapt. Of dat allemaal wel verantwoord is, ofzo. Ik zal er eens over nadenken als ik er de energie voor vind.
Enfin. Ik heb het één en ander staan dat dringend eens moet uitgeschreven worden voor dit weblog. Maar het zal voor rustiger dagen zijn. Ondertussen: bij haar is het rustiger, tegenwoordig, dus er is daar veel te lezen.





Nog een geluk dat ik zwijg.

22 November 2010 over ergert u zo niet!

De man heeft de macht, daar aan de andere kant. In mijn living is er enkel frustratie.
En dat ik moet zwijgen, zeggen De Mensen Die Het Kunnen Weten. Voor de toekomstige goodwill. Want de macht de macht.

Dat het ook relatief is. De mening van één — overigens niet bijster eloquente — man, meer niet. Iedereen mag meningen hebben. Ge moogt zelfs G. Hoste goedvinden. Ik neem dat de man dat persoonlijk niet kwalijk. Ge moet uw vrienden steunen, ik versta dat.

En ik moet zwijgen ja. Ook al breekt hij gratuit af waar een jaar hard aan gewerkt is, hier onder mijn dak. Met passie en bloed en zweet en tranen. En liefde van iedereen.
En dat “ik vond het niet grappig” een mening is, en “de mensen moesten niet lachen” een leugen: ik mag dat niet zeggen. Ook al hoort dat tweede eigenlijk niet bij het genre. Ik moet daarover zwijgen, want de toekomstige goodwill en de macht de macht.

Ik zwijg dus. Maar ik heb hem wel gedefriend op facebook. Daar heeft hij vast niet van terug.





Kudos voor Pastoe.

20 November 2010 over coo-hool

Weet ge nog dat ik eens iets heb geschreven over Interieur en hoe we daarheen gingen om een mooie kast te bekijken? Blijkbaar hebben een aantal van u op die link naar die kast geklikt en hebben de mensen van Pastoe dat gezien in hun statistieken. En zo kreeg ik deze ochtend een mailtje van ene Remco, die via de contactpagina informeerde wat we vonden van de Totem, die keer op Interieur. Ik mailde terug dat we hem heel mooi vonden, maar dat het dus niet zou lukken in onze living omdat het systeem niet verplaatsbaar was, en dat we dat wel nodig hadden. Maar dat we op hun stand ook andere mooie opties hadden gezien. Remco antwoordde dat ze eventueel wel wieltjes zouden kunnen monteren, maar dat hij vreesde dat de Totem te zwaar is om een echt stabiel resultaat te krijgen. Ik informeerde ook nog naar die andere kasten, waar we die zouden kunnen bekijken en wie hij zou aanraden om daar advies in te geven en kreeg vervolgens een adres doorgestuurd in Gent en in Antwerpen, en de grote showroom in Utrecht. Remco sloot af met “Succes en als je nog vragen hebt, verneem ik het graag.”

Ik vind dat chique, zo’n service. Dat iemand van een firma zodanig achter de producten staat dat er tijd wordt genomen om te antwoorden op vragen, om advies te geven en te proberen eventueel toekomstige klanten zo goed mogelijk bij te staan. En! Dat dingen die op internet verschijnen over hun gamma echt opgevolgd worden. Zulke dingen boezemen mij vertrouwen in en vertrouwen is goed, als ik overweeg een dure aankoop te doen. Een goed voorbeeld van juist gebruik van online media, zou Pietel zeggen. En ze hebben er niet eens voor moeten betalen, gewoon vriendelijk zijn. Kudos voor Pastoe dus. En voor Remco.





Gervais.

19 November 2010 over lichtbak

Gisteren werd hier een filmke gehuurd op de belgacom-bak. Een aanrader, niet in het minst omwille van Ricky Gervais, die een zeer fijne meneer blijft. Eender welke rol hij speelt, hij blijft meesterlijk een soort ongemakkelijk gevoel oproepen bij ondergetekende: een mix tussen plaatsvervangende schaamte en overweldigende empathie. Ik wil altijd een dekentje over Ricky Gervais leggen en hem ergens te slapen leggen, want hij is zo triest. Maar dan wel met een plakker over zijn mond zodat hij stopt met genante dingen zeggen.





Good times. Good times.

15 November 2010 over coo-hool

De reclame-regie mailde vorige week, of ik iets wilde schrijven over de Canarische Eilanden, in kader van het ons allen momenteel als grote blauwe monsters overvallende winterblues. Ik antwoordde dat ik niet meteen zag hoe ik daarover kon schrijven, behalve als ik eens zou vertellen over die keer dat vriendin B en ik “I will survive” tweestemmig zongen voor een bar vol overdreven enthousiaste Engelsen. Ze moesten lachen, zouden wel verder zoeken dan. En ik schreef het toch. Voor de herinnering en omdat het zo leuk was, daar op de Canarische. En dat ik het winterblues-gewijs nu niet zou afslaan, zo’n reisje naar de zon.

Op onze blote voeten stonden we daar, in het reisbureau. Dat we graag eens op reis zouden gaan. Twee 20-jarigen met het zot in onze kop. Waar we heen wilden? Maakt niet uit, als het maar warm is. Wanneer we wilden vertrekken? Neen, vanavond lukte niet meer. Morgenvroeg, eerste vlucht. Tenerife.

Last second, heette dat. En het betekende dat we van tevoren niet wisten welk hotel we zouden hebben. Er zou een busje op de luchthaven staan en dat zou ons naar een beschikbare kamer brengen. We haalden onze schouders op, want wat gaf het ook: het academiejaar zou bijna weer beginnen en er was in de Vlaanders een week hondenweer voorspeld. Dus als we maar wegwaren, was al de rest bijzaak.

De volgende week was een aaneenschakeling van de meest absurde situaties. We kwamen terecht in een *****-hotel, en hadden er een suite. Aangezien dit gigantisch uit het budget was van de modale student (behalve last second, aha) waren we de enige jonge mensen in het hotel. Wat privileges opleverde waar we zonder scrupules van profiteerden. Toen ze ons bij aankomst vroegen of we “drinks included” hadden geboekt, knikten we overtuigd en werden aldus geregistreerd. We werden ‘s ochtends vriendelijk gewekt door de receptie (“I thought you didn’t want to miss breakfast. Again”) en gingen dan maar in pyjama een eitje eten. We sliepen aan het strand of het zwembad, kregen demonstraties Capoeira van twee toevallige brazilianen op een toevallig terras in een al even toevallig vissersdorp. We gingen dolfijnen kijken, en lagen de hele dag te zonnen op de kajuit van de schipper. We zongen karaoke “omdat toch niemand ons kende”, gingen dansen in Motown zelve “omdat de muziek er zo funky was” en keerden onder het ochtendgloren per taxi terug naar onze suite.

Een week later kwamen we terug met een bruin vel, stroblond haar en een vettig Cockney-accent waar onze docente Engels maanden aan zou moeten schaven. Ah. Tenerife. Good Times, Good Times.





Ik weekmenu.

13 November 2010 over what's cooking?

Jawel, ook wij hier ten huize doen aan weekmenu’s. Anderhalve week, vaak, wegens dat ik niet elke week naar de colruyt kan. Maar dus wel degelijk planningen, want het leven kan hier soms ingewikkeld zijn: het lief en ikzelve hebben allebei een nogal onregelmatig leven, en om niet constant toevlucht te moeten zoeken tot koken met een gsm en een mobilette moet er hier al eens nagedacht worden over hoe we de voedselkant van het leven invullen. Daarom: een exclusieve kijk in onzen privé, en in mijn kookpotten voor de komende week.
Paars betekent: dingen die het avond-eten beïnvloeden — ofwel het lief uithuizig, ofwel ikzelf. Op zo’n dagen probeer ik zoveel mogelijk ‘s middags te koken, maar als het werkendag is, dan eet ik ‘s avonds brol, en het lief eet brol op zijn optredens.
Groen betekent: dingen die ik moet maken voor de volgende dag. Ik werk voltijds é, dus organisatie is key.

Enfin. Het ziet er zo uit. (klik voor groter)
weekmenu

Ik maak veel soep ja, mijn kind eet dat graag en ik ook. Voor de rest van de recepten: er is een keer het kieken, want dat is mijn lief zijn favoriet.
De rest is vrij simpel. Een ovenschotel, een vis die ik met tapenade insmeer voor hij in de oven gegooid wordt. Een keer vlees, patatten en groenten. Veel recept kan ik dus niet vertellen, tenzij van deze geniale pasta met pompoen.

Snij de pompoen in blokjes, strooi er ruim rozemarijn over en een paar teentjes geperste knoflook. Overgiet met olijfolie en zet in een oven op 200°. Lees een boekje of hou u op andere onnuttige manieren bezig: de pompoen moet toch drie kwartier in de oven, en de rest is maar twintig minuutjes werk. Vrije tijd dus.
Na een half uurtje: breng water aan de kook.
Snij een rode ui in ringen, smelt boter in een pan en laat de ui even stoven. Overgiet met wat honing en laat een beetje karameliseren. Voeg een flinke scheut kippenbouillon toe (ik gebruik een half blokske, want ik ben niet zot en ook geen wonderhuisvrouw, dus ik heb geen tijd om dat vers te maken) en laat pruttelen.
Als het water kookt: kook uw penne.
Snij een blok feta in blokjes.
Als alles klaar is: penne afgieten, veel olijfolie erover. Pompoen uit de oven, bestrooien met grof zout en zwarte peper. Uienmengsel erbij kappen, mengen en dan de pasta erdoor mengen. Op het einde: de feta en de rucola erin en nog eens mengen. Direct opdienen, overstrooien met parmesan of andere kaas die ge ter plekke grof raspt. Lekker en al.

Hou weekmenuten in de gaten voor het eten van creatievere geesten.





Volgende Pagina »