Kerygma

Alles van waarde is weerloos

En toen werd het opeens lastig.

29 September 2011 over mira

Op woensdag is de creche altijd gesloten, en normaal zorgt het lief dan voor de dochter terwijl ik uit werken ga. Maar omdat het lief druk is tegenwoordig, zou Mira deze week naar mijn ouders gaan.
Vanavond is de eerste opname van zonde van de zendtijd (maandag uitzending!), en ik wilde graag gaan. Dus zou Mira bij mijn ouders logeren. En morgen heb ik lang les, en kan haar niet op tijd afhalen van de creche, dus zouden mijn mama en papa haar ophalen.
En toen werd er stralend weer voorspeld, en veranderden de plannen: op woensdagochtend vertrokken de grootouders met het kleinkind naar zee, om haar dan vrijdagavond terug te brengen. Drie dagen vakantie en strand voor het kindje: ik moet u niet zeggen dat ze het helemaal zag zitten zeker.

Ik bel haar drie keer of wat per dag. Ik hoor verhalen over hoe ze zich keihard amuseert, en ik zie de foto’s op facebook (danku, papa…). En ik vind dat cool, dat ze dat zo cool vindt, zo drie dagen verwend worden, daar. Maar ondertussen, nu het donderdagavond is, luister ik naar haar fijne stemmetje aan de telefoon, dat zegt dat ze suiker op haar pannenkoek gaat doen. En krijg ik kroppen allerhande in mijn keel en een steen in mijn maag.

Morgenavond lijkt nog weken ver weg, en ik vind het bij momenten bijna ondraaglijk. Ik hoor soms verhalen van vrienden en kennissen, die er “een weekje tussenuit gaan zonder de kinders” en dan denk ik altijd: oh, dat moet wel zalig zijn, zo onder uw twee.
Maar ondertussen weet ik dat, dat ik daar niet voor gemaakt ben. Ik zou helemaal verpulveren van het missen, denk ik.

En als u mij nu wilt excuseren, ik ga een beetje naar filmpjes van mijn kindje kijken.





Groententaart en pompoen.

27 September 2011 over what's cooking?

Omdat het te lang is voor een facebookcomment, en omdat het vreselijk lekker is: een recept! Een vegetarisch recept! Want zo zijn wij, helegans hip regelmatig eens veggie eten om onze ecologische voetafdruk te verkleinen.

Taart met pompoen, feta en rode ui.

* Haal uw kruimeldeeg, die u die middag uit het versvak van den delhaize meegrabbelde, alvast uit de verpakking. Dat moet namelijk twintig minuten rustig op adem komen. Een beetje zoals uzelf, na een drukke werkendag. Met dat verschil dat als u dit niet doet, u daarom nog niet aan uw meegeleverde bakpapier blijft plakken en de kruimeldeeg wel. Verwarm ook uw oven voor op 200°.
* Snij een pompoen in stukjes. Vloek, want pompoen kuisen, dat is verdorie niet van de poes. Het helpt als u het ding in werkbare stukken kapt met uw grootste keukenmes en ondertussen luid vuile woorden roept. Kieper de stukjes in een ovenschaal en overgiet met olijfolie. Gooi er ook nog een teentje of vier knoflook bij, niet gepeld. Makkelijk zat, niet?
* Terwijl uw pompoen gaar wordt in de oven: snij rode ui in ringen. Of in halve ringen, want dat is minder lastig en het leven van een huisvrouw is zo al lastig genoeg. Ik neem een grote ui, of twee kleintjes. Doe olijfolie in een pan en laat op een middelmatig vuur de ui zacht worden. U zult af en toe moeten roeren. Als de ui zacht is: giet er een fikse geut balsamico-azijn bij en een grote soeplepel donkerbruine suiker. Laat karameliseren. Kleverig worden, dus.
* Haal de ovenschaal uit de oven, haal de knoflook eruit (bijhouden!) en kieper ui bij pompoen, nadat u eventueel het teveel aan olijfolie hebt afgegoten. We letten op de lijn, tegenwoordig.
* Neem een bad. De hele handel moet namelijk afkoelen, nu, en u kunt uw tijd wel besteden. Laat uw oven aanstaan, of tenminste dicht dat hij warmblijft, want u heeft hem nog nodig. Kruimeldeeg, remember?
* Als het mengsel wat afgekoeld is: voeg een blok verkruimelde feta toe, een eetlepel fijngeknipte rozemarijn en de inhoud (moes!) van uw teentjes look. Peper en zout erbij en goed mengen.
* U heeft, voorzienig als u bent, uw kruimeldeeg vast al in een vorm klaargezet. En u heeft gaatjes geprikt in het deeg. Kieper het mengel in de deegvorm, verdeel over de taart en zet alles dertig minuten in de oven op 200°. Of tot het klaar is, ik ken uw oven niet.

Heyho, presto. Slaatje erbij (zak van delhaize opentrekken, jawel) en u heeft vers gekookt. Wat een vrouw bent u toch!





Engelbewaarder, pt 2.

25 September 2011 over leven

Oeh, flikken, dacht ik. In Gent is dat niet eens denigrerend als ge dat denkt, want de politie dat zijn gewoon de flikken, dat weet iedereen sinds die serie waar iedereen Antwerps sprak en niemand Dampuurte correct kon uitspreken. Maar oeh, flikken, dus. En vervolgens: oei, hysterisch huilend meiske op een stoel. En daarna: verward uitziende mevrouw, druk bellende tankstationbaas, bleek weggetrokken V. achter de toonbank.

Bleek dat mijn tankstation, waar ik snelsnel een pakket kwam afhalen van de Kialavrienden, even voorheen overvallen was, zeg. Geen buit, zei V. (die er bijna altijd staat op weekdagen, en bij wie ik mijn pas niet meer moet tonen om mijn pakket te krijgen, en die mijn dochter spekken geeft). Maar het huilende meiske, dat was de nieuwe medewerkster. Eerste dag alleen in het tankstation vandaag, beetje over haar toeren.

Er kwam een tweede politiewagen aangereden, en de baas vroeg via de telefoon bewakingsbeelden op. Veel courage, fluisterde ik. En terwijl ik naar de auto waar lief en kind wachtten terugliep, dankte ik mijn engelbewaarder voor het treuzelen met het fruit, die middag.





Fresia’s.

22 September 2011 over vriendjes

Neem die. Mijn mama haar lievelingsbloemen, vroeger. Fresia’s zijn mooi en wit, en dat riekt goed.
(Hij kijkt bedenkelijk en ik zie hem proberen de geur op te vangen.)
Die niet, Tom, ze zijn nog toe. Ruik eens aan die daar. (ik wijs op een boeket waar de bloemen openstaan)

Ja, riekt maar nen keer, treedt de bloemenvrouw mij bij. En de bloemenman: goh, jong, als die openkomen, dan riekt heel uw huis daarnaar. Ik ben eens met een volledige camionette vol fresia’s naar huis moeten komen van de veiling en dat was in den tijd dat ik nog geen camionette had die was afgesloten, dus heel die geur hing overal en jongens jongens jongens ik werd daar helegans ongemakkelijk blablablablabla.

(Ik zie hem synchroon met mijn verloofde terugdeinzen en weet dat ze allebei proberen in te schatten wat de snelste ontsnappingsroute is.)

Twee pakken fresia’s, zeg ik. En ik geef hem een van de twee. Anders heeft ze straks geen bloemen. Of gele.





En Alain?

21 September 2011 over leven

Hoe zou het nog met Alain zijn, u heeft het zich de afgelopen dagen ongetwijfeld meermaals afgevraagd. Niet over mijn persoonlijke Alain, die eigenlijk een kloon is van de bekende Alain (vanaf 1 min! Dus lang genoeg kijken.) en die elke keer op reis meegesmokkeld wordt in de valies, samen met Monsieur Le President en de uitroep “Bonjour, Citoyens!”.
U wilt het eigenlijk niet weten, en ik heb het gelukkig ook niet over hem. Ik heb het over onze nieuwe Alain, vorige week geïntroduceerd als nieuw personage op dit weblog.

Alain dus. Van de sms-jes. Na vijf dagen en een aantal berichtjes per dag kreeg ik nog eens een bericht terwijl mijn verloofde naast mij in de zetel zat. “Lise, je moet maar keer bel, goed groetjes alain xx” Ik rolde met mijn ogen en sprak tot het lief: trrr, daar is hij weer, het begint op mijn zenuwen te werken.
Want zo’n eenrichtingsgedoe met veel spelfouten, dat is grappig de eerste drie keer. Maar zoals dat gaat met stylistische miskleunen hebben we het na een paar episodes wel gehad, eens we de puberteitsleeftijd voorbij zijn. Is het niet, Stephen King?

Enfin. Mijn lief die rolde ook met zijn ogen, en vroeg of ik Alain eigenlijk al eens een antwoord had gestuurd. Waarop ik moest ontkennen, natuurlijk, want ik converseer slechts zeer sporadisch met manvolk dat ik niet ken. En ik reageer voorlopig nog steeds niet als u Lise roept, ondanks het anagram-gehalte.
Hij zuchtte, nam mijn gsm en schreef:
Sorry Alain, maar dit is niet het telefoonnummer van Lise. Groetjes, Bart.
Al die onbekende namen, ik begon het knap ingewikkeld te vinden, ik moet het u niet vertellen. Vooral toen Alain in zijn geheel eigen stijl antwoordde met de vraag of hij dan “lise haar gesm numer mag gepen”. I kid you not.

Het lief antwoordde kordaat dat wij hier geen Lise hebben en dus ook geen nummer, en vervolgens bleef het stil. Dus waarschijnlijk schuimt Alain nu het nachtleven af op zoek naar een glimp en denkt hij ik zie haar nooit meer terug. Met een beetje malchance gaat hij zelfs hardop praten in zichzelf en staat hij uren met zijn handen op de leuning van de brug.

Ofwel heb ik veel fantasie en te veel kleinkunst in mijn onderbewustzijn. Zou ook kunnen.





De boekskes en de twijfel.

21 September 2011 over ergert u zo niet!

Dik een maand geleden kreeg ik een mailtje, via dit weblog. Van de toenmalig hoofdredacteur van een gerespecteerd blad. Dat ze graag een cherchez-la-femme-reportage wilden maken over little old me, in kader van dat nieuwe seizoen dat zou starten. Ik dacht na, ik praatte erover met een paar mensen, en op één iemand na zei iedereen: doen. En die ene, die telt niet wegens persoonlijke ervaringen met een vrouwenboekske.
Het is niet dat het gerespecteerd blad in kwestie een reputatie heeft over slechte interviews, een paar mensen zegden “ik vind dat ge wel interessant genoeg zijt” en ik gooi sowieso al veel op het interwebs, dus ik heb wel wat ervaring met wat ik kan zeggen en wat niet. En ik geef toe: ik was geflatteerd. Vooral omdat ik niet was gecontacteerd via managment of lief, maar via iets van mezelf. Door iemand wiens boek en schrijverij ik graag mag lezen. Dus zei ik ja.

Gisteren verscheen een boekske, een ander boekske in zowat alle opzichten. Wat het lief vorige week gaf als een gewoon interview (ik heb het zelfs nagelezen en goedgekeurd, begot, omdat ik er niet gerust op was) is in publicatie door titels en subkoppen een bijzonder vreemde ervaring geworden. Uit de context gerukte citaten, nogal beledigende taglines. Om maar te zwijgen van de foto: twee pagina-groot, onflatterend en vooral, met yours truly erop. En dat wisten we dus niet van tevoren. Het onding dateert van even na mijn bevalling, die keer dat het lief een ster zou winnen. Maar lelijk zeg, ongelooflijk.
Ik ben daar gigantisch van geschrokken. Om niet te zeggen dat ik behoorlijk overstuur was. Ik zag het op facebook, wat ook niet hielp natuurlijk. En ik was zodanig over mijn toeren dat ik de hele avond heb zitten janken.

En dat tweede, dat zorgt nu dat ik heel erg twijfel over dat eerste. Het eerste zou een uitzondering zijn op de regel “ik doe niet van de boekskes”. Om de redenen hierboven genoemd.

Maar nu? Ik zou het eerlijk gezegd niet weten, of ik het nog zou doen. En ik heb zo weinig tijd en goesting om erover na te denken. Ik heb mijn zen te onderhouden, weet u wel.





Twee. Met een hashtag.

19 September 2011 over lichtbak

#zvdz.
Vandaag binnen exact twee weken wordt mijn lief nog eens voor de leeuwen gegooid van pers-, facebook-, blog- en twitterkritiek. Mensen zullen dan voor hun lichtbak zitten met hun iPhone-gedoe in de aanslag, en online hun mening laten geworden over dik een jaar werk. Ze zullen het hebben over wat ze grappig vinden, maar vooral wat niet, en ze zullen snoeihard en persoonlijk zijn. Want zo gaat dat. Ge zoudt denken — nu het al de derde keer is — dat het minder spannend wordt, maar dat is niet zo. Ik vind het vreselijk enerverend en ik lees het allemaal, achteraf.

Binnen exact twee weken en een dag, rond de middag, zal ik een sms krijgen met de kijkcijfers. Want tv-makers die zeggen dat ze niet geven om de kijkcijfers: volgens mij lullen die een eind weg. Ik zal blij zijn, want ze zullen goed zijn. Ik kan het voelen.

Dan is het al dinsdag, en op donderdag is er weer een opname. Dus dan zal hij een paar dagen na elkaar erg laat thuis zijn, moe zijn, even iets eten, en dan verder werken. Ondertussen zullen er recensies verschijnen, in kranten en tijdschriften. Soms zal dat leuk zijn, en een boost en vreugdedansje geven. En soms zal dat minder leuk zijn, en dan zal er sprake zijn van enig happen naar adem, eens goed roepen en daarna verderwerken.

Zo zal dat acht weken gaan. En in een week negen zal er rust zijn. Dan zal mijn lief weer thuis zijn, en zullen wij gezellige dingen doen met ons kind.

Nog twee weken.

U kunt die twee weken gebruiken om uzelf fan te maken op facebook (het programma, het lief) of follower op twitter (het programma, het lief). En er is een hashtag. Of zoals het lief dat zegt: een twitterdink. Vinger aan de pols, die vent van mij.





De zen.

16 September 2011 over leven,werk

Deze zomer was, behalve de zomer van de dochter, ook de zomer van veel nadenken. Over mijn werk, over afbakenen en over wat ik nu wil, en waar ik naartoe wil. Existentiele vragen, quoi.

Zij was aanleiding, met een commentaar dat eigenlijk over iets anders ging. Zoek uwe zen, jong, zei ze. En ik realiseerde me dat mijn zen en ik precies de laatste vier jaar van dikke vrienden naar verre kennissen zijn gegaan. Schokkend, eigenlijk. Het is alsof ik de laatste jaren mezelf constant voorbijhol, om het met een cliché als een dikke duitser te zeggen. En waar een hels ritme en chronisch tijdstekort vroeger nog exemplarisch waren voor een boeiend leven met veel prikkels, voelde het alsof spanningshoofdpijn en gejaagdheid een stuk van mijzelf waren geworden.

En dus zocht en vond ik mijn zen. In mijn kleine. De allesopeisende peuter werd zo halverwege de zomer de reden dat ik het gewoon opgaf. Ik begon opeens mijn dagen zonder verwachtingen, zonder to do lijstjes. Ik stapte in mijn auto en reed naar zee als ik daar zin in had. Ik scharrelde een hele dag rond met de dochter in huis, als mijn stemming daarop stond. En opeens kreeg ik meer gedaan dan anders, en was ik ‘s avonds content over kleine verwezenlijkingen. Ik gaf mezelf pluimen als ik tegen de avond al één keer mijn mail had opengedaan die dag, bijvoorbeeld. Of als ik de was had opgevouwen. Dikke duim voor mezelf.

Met het nieuwe academiejaar in het vooruitzicht werd ik wat angstig. Dat ik mijn zen weer moest afstaan, net nu we onze vriendschapsband zo hadden hernieuwd. En dus dacht ik na over verandering. Het vorige jaar was slopend. Emotioneel was ik begin juli een leeg vat, want het was echt niet fijn geëindigd, en ik was daar kapot van. Opeens had ik de weerslag van jarenlang keihard werken, perfectionisme en constante onzekerheid. Dat ik het allemaal niet zo goed meer wist, eigenlijk.

En dus begon ik dit jaar met een schone lei. Met een leeg hoofd, gulzig maar zorgvuldig wakend over grenzen. Praktisch, in bijvoorbeeld een aparte mailbox en niet opstapelen, maar ook emotioneel. Ik besloot mezelf af te sluiten als ik dat nodig had, en bewuster te genieten van fijne momenten.

En zo komt het dus dat ik vandaag een slopende vergaderweek — met verschillende keren een duidelijk “howla, maakt u niet druk, het is maar een vergadering” tegen mezelf roepend in mijn hoofd — afsloot met een vakgroep vol gelach, en daar veel deugd van had.

Mijn zen, die is er nog altijd. Volgende week komen de studenten, en ik ben er klaar voor.





Het is dat, met Alain.

13 September 2011 over leven

Alain stuurt mij smsen, sinds gisteren. Lieve smsen, waaruit blijkt dat hij mij nog maar pas heeft leren kennen. Dit weekend waarschijnlijk. Dat hij mij een toffe vindt. En dat hij graag nog wel eens de toffe ik zou terug zien. En dat hij blij is dat ik mijn nummer heb gegeven.

Spijtig dat ik niet uitgeweest ben, dit weekend. En dat ik geen telefoonnummers heb uitgedeeld. En al helemaal niet aan een Alain.

Wat ik wel heb gedaan, in de tijd dat ik nog geen verloofde was van een meneer, is mijn nummer aan jongens gegeven op café. Allez, 9 juiste cijferkes en 1 verkeerd. Dat klinkt gemeen, maar ge werd daar minder moe van dan van “mag ik u eens bellen? neen jong, ik ben niet geïnteresseerd? Allez toe? Neen zeg, ga weg…”, en ik was ook tien jaar geleden al een lui meiske.

Het is dat wat Alain is overkomen, ik ben het zeker: een lui meiske. Spijtig voor Alain.





10 jaar geleden.

12 September 2011 over werk

Gisteren deed iedereen naar aanleiding van dat met die twee torens en ontelbare doden van “wat was ik ook al weer aan het doen, tien jaar geleden?” Ik overwoog daar efkes over te schrijven, want ik ben keihard een meeloper als ik verkouden ben, maar toen bedacht ik dat u het vast allemaal al elders gelezen hebt: ik hoorde het, ik was geschrokken, ik keek de rest van de nacht naar het nieuws en CNN. Wie niet, nietwaar.

Maar! Door daarover na te denken, dacht ik toch ook aan dit.

Tien jaar geleden werkte ik op de fabriek. Ik deed er dingen met ABAP en SAP, en ik had geen internettoegang. Probeert u vandaag maar eens uit te leggen aan een weldenkend mens dat iemand die programma’s schrijft (op computers!) niet op internet mag. Geen online help, geen google, geen niks te nada. Wij moesten alles uit ons eigen hoofd halen. Of uit een gedrukte handleiding. Of we vroegen aan Pieter hoe het moest, in mijn geval.

Maar geen interwebs dus. Tien jaar geleden was dat zo, daar op de fabriek. En dat kwam …wait for it… omdat ik geen universitair diploma heb, en ik die verantwoordelijkheid niet aankon volgens de procedures. Daarom kreeg ik geen internetpaswoord. En ik stelde me daar niet eens heel veel vragen bij.

Ik sleet mijn dagen in een grijsgroen bureau, met uitzicht op de Kennedybaan. Gemiddeld twee keer per week gebeurde er een ongeluk op het kruispunt, mooi in het zicht. Dat was zowat het spannendste dat daar gebeurde op de fabriek, sociale onlusten en collectieve uitstapjes naar het koffiemachien niet meegerekend.

Ik deelde het grijsgroene bureau met M., die net als ik graag over eten praatte. Hij legde me uit hoe ik langoustines moest klaarmaken. Ik vertelde dan over salades en pasta die ik had gemaakt dat weekend, en zo ging er alweer een dag voorbij. Hij had overigens wel een universitair diploma en daarom dus ook een paswoord. Dat hij aan mij doorgaf, want zo ging dat tien jaar geleden op de fabriek.

M. mocht trouwens parkeren dicht bij het gebouw. Net als alle andere mensen met zijn diploma. Mijn parkeerplaats lang een eind verder. Ook als ik om half acht al op kantoor was, en de hele parking vrij was, dan moest ik nog vijf minuten stappen, omdat ik anders problemen had met de bewaking. Dan kwamen die op mij toegestapt, daar in de ochtendschemering, en vroegen streng of ik wel een A-klasse was. Als ik mijn hoofd schudde, dan moest ik mijn auto verzetten en door de regen naar het gebouw stappen. En ik had nooit een paraplu bij.

Ik had daar meer verlof dan dat ik nu heb, en mocht die dagen vrij kiezen ook. Ik moest er minder hard werken. Ik had een vast contract, mocht er vast blijven tot aan mijn pensioen. En ik verdiende er toen als starter al meer dan nu na zeven jaar onderwijs.

Geen haar op mijn hoofd dat ooit zou overwegen terug te keren.





Volgende Pagina »