Die keer met het paniekmoment.

“Laat mij anders vijf minuten grust” snauwde ik. “Ik ben in paniek en ik ga nu een cola drinken, een sigaret roken en rustig proberen worden.”

Het was half drie, ik stond buiten op onze stoep te roken, en en zag hoe de dikke regendruppels het stof op mijn pijnlijke armen in vuile vegen veranderde. Ik ademde diep in en uit, en sloot mijn ogen.

Vijf minuten later stapte ik weer binnen, in de chaos die eerst onze inkomhal was, maar nu alleen maar een jeukende puinhoop van half afgekapt plakwerk. “Beter” mompelde ik. Meer om mezelf te overtuigen dan voor mijn lief en mijn vader. “Het ligt hier nu, we kunnen het maar beter proberen wegkrijgen”.

Ik ben een fel wijf, soms. Een hele tijd geleden vroegen we offertes voor een laatste verbouwingsfase en toen die boven ons budget bleken, besloten we zelf af te breken. Af te kappen. In het vuil te ploeteren.
Ik ben niet bang om mij vuil te maken, neen. Ik sleur stenen en zware bakken als een echte. Ik ga muren te lijf met een boorhamer en zet zonder angst koevoeten in gipsen plafonds. Een stofmasker assorteert schoon bij mijn warrig haar, en ik heb zelfs een paar schoenen zonder hakken gevonden voor zulke gelegenheden. Ik kan daar allemaal tegen, en ik doe dat zelfs soms graag.

Maar echt, als ik midden de afbraakmiddag onze zorgvuldig afgeplakte woonruimte binnenga voor een flesje water, en het blijkt dat het afplakken niet gewerkt heeft en er overal overal een dikke laag stof ligt en ik bedenk dat ik twee uur later mijn kindje van school moet afhalen en dat die naar huis moet komen en het boven ook miserie zal zijn, met dat fijn stof, op de — ook zorgvuldig afgeplakte — slaapkamers en badkamer, dan heb ik enkel nog blinde paniek.

Zo van die momenten dat ge het opeens niet meer ziet zitten. Een cola, een sigaret en een regenbui, dat helpt in zo’n geval. En een lief en een papa die binnen rustig en standvastig voortwerken, natuurlijk. Ik denk dat ze alleen af en toe even pauzeren om eens naar elkaar met hun ogen te rollen over mijn drama-gehalte.

18 thoughts on “Die keer met het paniekmoment.

  1. Wij gaan binnenkort onze keuken er uit snokken, blij dat we in de keukenkasten dan toch geen stof zullen vinden. Denk ik.

    Och ja, het is een fase. Niet vergeten. En je kindje is toch nog niet oud genoeg om het allemaal vreselijk erg te vinden. Ik herinner me nog nauwelijks iets van de verbouwingen die mijn ouders gedaan hebben toen ik 12 of zo was, dus zo traumatisch zal het allemaal wel niet geweest zijn.

    Come to think of it: stof in ne pamper, geeft dat aanleg tot diaper rash denk je?

  2. Dat valt nog mee, ik kreeg hysterische huilbuien op onze werf. Wel er even aan toevoegen dat ik hoogzwanger was van de zoon toen.

  3. Er zijn geen woorden voor zo’n momenten. Je doet zo hard je best, bent zorgvuldig met al je spullen en dan is er dat niets ontziende stof, overal kruipt het door en je spullen waar je zo voor gezorgd heb worden gewoon besmet. Je wordt nonchalant want het heeft toch geen zin en er lijkt geen einde aan te komen. Er is die geur, die smaak in je mond, stofmasker of niet en je haar dat ook na twee keer wassen nog hard aanvoelt. Je vel dat trekt, je lippen die springen,…. nooit meer

  4. Ik weet het jong, dat kruipt overal.
    Maar als het af gaat zijn gaat ge zó genieten. Nog even doorbijten!

  5. Vorig jaar zat ik in dezelfde fase en zie mij nu zitten: relax in mijn net gepoeste ruime living en blinkende keuken.
    Stof is goed, stof betekent verandering.

  6. Ik weet wat dat is, maar dat is geen troost uiteraard. Eerst in een huis gaan wonen en dan beginnen verbouwen, dat geeft van die dingen. Hoogzwanger met uw winterjas bij -13° naast de snelkoker staan en wachten op warm water voor de afwas, bijvoorbeeld. Courage. En kijk nog even niet in uw schuiven.

  7. dat roept herinneringen op. Muren afkappen op de warmste dag van het jaar, zodat mijn zweet beekjes trok in het stof op mijn armen. En ruzie maken met mijn moeder, die wou verder doen en ik die het niet meer zag zitten en mijn moeder die toen de hulplijn belde (in casu, Jean en mijn vader). Sterkte.
    Gelukkig verdwijnt zelfs fijn stof. Ooit wel eens…

  8. wij hebben en hele zomer zo geleefd. Het plan was buiten te leven in en zoonige zomer gdurende twee maanden. Het echte leven wes een triestige zomer en bijten in ht stof. Veel moed!

  9. wij hebben en hele zomer zo geleefd. Het plan was buiten te leven in een zonnige zomer gdurende twee maanden. Het echte leven was een triestige zomer en bijten in het stof. Veel moed!

  10. Volgende keer als ik in paniek ben, en ze staan met hun ogen te rollen, kom ik hier nog eens lezen.

    Die “efkes-verbouwen-huis-op-orde-geen-wal-te-bespeuren-en-oh-ja-ik-heb-ook-nog-een-3-gangen-menu-gekookt-voor-12-personen”-vrouwen bestaan niet echt…

  11. ‘Zorgvuldig’ afgeplakte deuren: been there.
    Hysterisch wezen omdat alle, werkelijk a-l-l-e kleren in onze ‘walk-in’ dressing van een donzig laagje stof voorzien waren: done that!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *