De pauw.

Deze week was de kleine een dag bij haar oma. Toen we haar gingen ophalen vertelde die dat de mini had verteld over de pauw, en dat van de pauw je niet mag trouwen als je in de kerk woont. Het gevolg van een hele hoop gesprekken, de laatste maanden.

Eerst was er een vraag over de kerk, en mijn uitleg over dat het huisje van een club was. En dan de vraag of wij ook in de club mogen, en nadat ik had verteld dat we dat niet wilden, maar dat gelukkig zelf mogen beslissen kwam het onvermijdelijke “WAAROM willen wij niet in de club?”

Ik heb toen verteld dat we de baas van de club niet leuk vinden. Dat de baas van de club de paus is, en dat die allerlei gekke dingen zegt. Ik moest natuurlijk uitleggen welke gekke dingen. Ik heb één voorbeeld gegeven, en dat was voldoende voor het kind. “De paus zegt bijvoorbeeld dat meisjes alleen op jongens verliefd mogen worden, en jongens niet op andere jongens. En meisjes niet op andere meisjes.” Dat vond ze redelijk absurd, en ik dacht: ik doe dat hier niet slecht, met die vierjarige.

Vorige week passeerden we weer een kerk, en kreeg ik hetvolgende gesprek op mijn boterham.
“Woont de pauw dan in de kerk, eigenlijk?”
“De paus, liefje. Neen, dat is de grote baas. Die woont ver weg, in Rome, maar hij is wel de grote baas van alle kerken.”
“En wie woont dan in deze kerk?”
“niemand, maar de kerk heeft wel een pastoor. Dat is de kleine baas van deze kerk.”
“Oh. En heeft elke kerk een pastoor?”
“Ja, dat denk ik wel.”
“Of twee? Of drie?”
“Goh, dat was vroeger misschien zo, maar nu zijn er niet zoveel pastoors meer. Dus is eentje per kerk al meer dan genoeg.”
“Waarom zijn er nu niet veel pastoors meer?”
“Ik weet het niet goed, maar misschien wel omdat de paus die gekke dingen zegt en dat dat moeilijk is voor de pastoors. En dat daarom mensen geen pastoor meer willen worden.”
“Wat zegt de pauw dan?”
“De paus. Hij zegt bijvoorbeeld dat als je pastoor wilt worden, dat je dan nooit mag trouwen of een liefje hebben.”
“Wat? Waarom?”
“Ik weet het niet, zoetje. Ik weet het niet.”

Vijf minuten later, na een nadenkende stilte achteraan de auto.

“Van mij mogen de pastoors allemaal trouwen en zoveel liefjes hebben als ze willen, mama.”
“Ik zal het doorgeven aan het vaticaan, kind. Dankjewel.”

Een andere keer: het verhaal van die keer dat mijn lief moest uitleggen wat racisme was. Het eindigt met de prachtconclusie van het kind “Allez. Al een geluk dat ons vel wit is, hé, papa.”

9 thoughts on “De pauw.

  1. Geweldige uitleg! Ik neem het mee als er hier nog vragen over komen, voorlopig boeit het hem niet echt meer 🙂

  2. En ik Manlief maar verbeteren als hij ‘de pastoor’ antwoordt op de vraag “wie woont er in de kerk?”. Ik zeg dan altijd: “neen, god woont in de kerk; de pastoor woont in de pastorij”. Vervolgens: “wie is god, mama?”. Ikke: “Dat weet ik niet, die kennen wij niet.”
    Er zijn wel meer absurde kindergesprekken, maar die over geloof vind ik toch de moeilijkste…
    ‘De pauw’ is wel een mooie, bijna te mooi om te gebruiken voor wie hij bedoeld is.

  3. Jamaar ‘t moet ook juist zijn hé. Jongens en meisjes mogen verliéfd worden op wie ze willen, ze mogen alleen geen seks hebben als ze niet getrouwd zijn. En voor de kerk mogen alleen jongens met meisjes trouwen, en dus vandaar.

  4. Ah, kijk, als het metekind nog eens aan mij vraagt waarom ik niet into God enzo ben, dan verwijs ik haar naar u door 🙂
    De pauw, geweldige naam trouwens, die hoort in de Van Dale 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *