Een kind is altijd onverdacht.

Naar aanleiding van.

Een hele tijd geleden ging ik naar een studiedag over Armoede bij kinderen. Ik hoorde Pinxten daar zeggen:

“Kinderen zijn onverdacht. Bij volwassenen kun je eventueel nog vragen stellen bij de oorzaken van armoede, maar kinderen hebben nooit gekozen voor armoede. Ze worden geboren in onze wereld, die draait volgens regels die wij bepaald hebben.”

Sindsdien is dat een mantra geworden in mijn hoofd. Elke overweging wordt daartegen gespiegeld. Elk idee wordt daarop afgetoetst.

Een kind is altijd onverdacht.

Dat ene zinnetje hoort een leidraad te zijn voor alle leraars, voor alle directies, voor iedereen die het beleid maakt, elke minister en iedereen die besluiten neemt die invloed hebben op kinderen.
Of: voor iedereen die ooit iets met kinderen te maken heeft. Voor elke volwassene.
Ik zeg het tegen mijn studenten, ik herhaal het in discussies, ik schrijf het op en ik heb soms zin om het te roepen als ik de krant lees.

Een kind is altijd onverdacht.

Want het is een waarheid. Een feit. Onweerlegbaar. Kinderen kiezen niet voor armoede. Kinderen kiezen eenvoudigweg niet. Ze komen terecht in een situatie en daarmee moeten ze het doen. Een kind maakt geen keuzes waardoor dat kind honger heeft, of kou, of tekort aan honderden omringende zaken die nodig zijn om te groeien en te ontplooien. Voor kinderen worden keuzes gemaakt, en daar moeten kinderen het mee doen.
Het is als samenleving onze verdomde verantwoordelijkheid om voor kinderen te zorgen. Ook op momenten dat ouders dat misschien minder goed kunnen. En is dat erg, dat het sommige ouders misschien op sommige momenten minder goed lukt? Is dat schrijnend? Zeer zeker. Maar onze eerste bekommernis hoort niet te zijn om daarover te oordelen. Onze eerste bekommernis hoort te zijn: hoe kunnen we voor die kinderen zorgen?

Want een kind is altijd onverdacht.

16 thoughts on “Een kind is altijd onverdacht.

  1. Ik vind jouw blog steengoed! Ik vind deze post van jou machtig! Blijven verspreiden, dit mantra. Maar… Waarom was je boos? Wat was de aanleiding om dit nu te schrijven?

  2. Ik heb daar nog les van gekregen van Pinxten 🙂 Kan zijn verhaal heel enthousiast en oprecht overbrengen.

    Ga dat zinnetje eens meenemen naar ons zorgoverleg. Is een heel mooi uitgangspunt.

  3. Ik vind het – zoals steeds – weer heel mooi geschreven van jou. Maar… Er zijn vier paradigma’s om over armoede te denken en te handelen. Individueel ongevalmodel: die mens heeft pech gehad in zijn leven, hij/zij kan er niets aan doen – daarom moeten we er als samenleving voor zorgen. Individueel schuldmodel: die mens had maar beter moeten studeren, werken, enzovoort – we moeten er als samenleving niet per se naar omkijken. Structureel ongevalmodel: in een samenleving zijn er nu eenmaal altijd groepen die uit de boot vallen – we zullen wel voor hen zorgen. Structureel schuldmodel: door de manier waarop onze samenleving georganiseerd is, zorgen we er verdorie zelf voor dat er groepen uit de boot vallen, daarom is het onze verdomde plicht om er iets aan te doen.

    Wat Pinxten zegt – maar ik ruk zijn woorden nu waarschijnlijk heel sterk uit de context, ik heb ook les gehad van hem en hij zegt vaak wijze dingen – maar wat hij dus zegt over onverdachte kinderen, klinkt zeer sterk als het individueel ongeval model: ze kunnen er niets aan doen, we zullen ze beschermen. Dat kan leiden tot een sterk charitatief model van armoedebestrijding: goede zorgen voor kinderen die vaak gepaard gaan met toch een soort vingerwijzing naar de falende opvoeder(s).

    There’s no such thing as childpoverty. Er zijn alleen kinderen die in arme gezinnen leven. Het is onze plicht om het voor die maatschappelijk kwetsbare gezinnen in hun geheel beter te maken. Bijvoorbeeld door het onvervreemdbaar recht op goede kinderopvang en goed onderwijs, maar ook door goede huisvesting, waardig loon voor waardig werk, goede sociale correcties, enzovoort. Dingen waar jij allemaal voor staat.

    Begrijp me niet verkeerd: in praktijk komt armoedebestrijding vanuit het ene model of van het andere model soms neer op dezelfde dingen. Alleen is het vanuit het ene model structureler ingebed (recht op menswaardig bestaan en zo). Vanuit het andere model blijft het altijd een beetje hangen bij de goodwill van de mensen (zo van: goed, het zijn onschuldige kinderen, zij mogen toch niet de dupe zijn…)

    Daarom vind ik het wel een mooi zinnetje, maar heb ik er toch mijn twijfels bij. Enfin, misschien moeten we toch maar eens op café gaan, hé? 😉

    1. Natuurlijk is het onze plicht om het voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen in hun geheel beter te maken, daar ga ik niet over discussiëren. En in een ideale wereld is alle nodige omkadering structureel ingebed, maar dat is niet zo, en hoe meer ik lees over accenten van het huidig beleid, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat die structurele inbedding er voorlopig niet komt. En dan vind ik wel dat je als leraar, of als zorgverlener, of als directie, of als volwassene in contact met kinderen, de behoefte van die kwetsbare kinderen op de eerste plaats moet laten komen.
      Ik hoor soms in discussies “jamaar, ze hebben geen geld om de schoolmaaltijden te betalen, maar ze hebben wel een dure GSM” en dan denk ik: “niet mijn eerste bekommernis, mijn eerste bekommernis is: dat kind moet eten.”

      Pintje, Ellen? 🙂

  4. “een kind is altijd onverdacht”…die zin neem ik mee. Bedankt om te delen, om soms zaken goed onder de aandacht of goed onder woorden te brengen.

  5. Ik ben leerkracht in het buitengewoon onderwijs in hartje Sint Jans Molenbeek. Ik sta volledig achter jouw post en ik word enorm boos van zo’n uitspraken als deze van mevrouw Horemans. Ik kan verhalen vertellen van kinderen bij ons op school waar je niet van goed van zou zijn. En wat ik dan ook denk is wat jij schrijft: een kind is altijd onverdacht.
    Roep het van de daken I. !

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *