Het buitenkind.

Toen wij pas een tuin hadden, heb ik het stadskind echt moeten leren wat dat was, buitenspelen. Of wat dat kan zijn. Want op een speeltuin rondhangen, of in de modder zitten prutsen: dat deed ze altijd al graag. Maar soms heeft ze daar dus geen zin in.

Van zodra de buitentemperatuur hier boven de 17 graden gaat, gooi ik de terrasdeuren open en verplaatst mijn leven zich naar buiten. Op mijn blote voeten. En over mijn dood lijk dat een kind van mij een binnenzitterke zou worden.

Vorig jaar moest ik keihard zagen.
“Ga buiten spelen, jong!”
“Jamaar, ik wil met plasticine spelen.”
“Neem uw plasticine en zet u buiten.”

“Het is mooi weer. Ga naar buiten.”
“Ik ben met de lego bezig.”
“Ik zal uw lego op het terras zetten, kom.”

Dit voorjaar blijkt mijn gezeur eindelijk vruchten af te werpen, want vanmiddag was er dit het gesprek.

“Kom, Sien 90210, we gaan naar buiten.”
“Jamaar, we tekenen toch?”
“We kunnen buiten ook tekenen, kom.”

Voor het Hans-en-grietje-gevoel: kindjes in een kooi.

Ze heeft gelijk, natuurlijk. My sweet brainwash-baby.

5 thoughts on “Het buitenkind.

  1. Ik heb ze vorig jaar nog eens naar buiten geduwd en voor alle zekerheid de terrasdeuren terug gesloten. Deze avond moest ik ze uit de tuin naar binnen sleuren, want bedtijd. Missie tot nu toe geslaagd!

  2. Ik zei het gisteren nog tegen de buurman, dat ik blij ben dat ik tot de laatste generatie hoor die geen computers, tablets en games (buiten de eerste Nintendo) had. Bij de minste zon stormden we naar buiten om te gaan ‘ravotten’ en pas als het donker werd gingen we weer naar binnen, met modder onder de nagels en vol muggenbeten. Zalig 🙂

  3. Soms is het ook een beetje onerhandelen (zonder ruimte voor compromissen, overigens!) als kleindochter in huis wil blijven hangen. Maar eens de drempel over, krijg je haar niet meer naar binnen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *