Ik zal Conchita missen.

R. zegt dat Sinterklaas niet bestaat. En dat ik kinderachtig ben dat ik nog in Sinterklaas geloof.

R. is haar vriendin. Even oud als de dochter, maar trekt veel op met de oudere meisjes uit de klas. Die oudere meisjes, van wie ik al hoorde waaien dat ze niet meer zouden geloven. Die vertellen dat natuurlijk tegen de kleintjes en dan zit ge opeens in de auto en haalt ge de mentale restanten van uw cursus ontwikkelingspychologie boven.

– Oh? Is dat zo? Wat denk jij zelf?
– Ik denk van wel. Dat hij wel bestaat.

Ik zie hoe ze nadenkt, achter in de auto. De man trekt een bezorgd gezicht, maar ik glimlach geruststellend en zeg: ze is zes, ze is daar nog niet klaar voor.

– Maar mama? M. zegt het ook hoor. Die zegt dat de mama en de papa alles kopen en klaarzetten.
– En wat denk jij? Zouden wij dat klaarzetten?
– Ik denk dat dat niet kan. Want Sint komt ook bij meme en pepe voor mij en dan ben jij daar niet om alles klaar te zetten. Toch?

Iedereen gerustgesteld. Maar mijn hart bloedt een beetje. Ik weet dat het dit jaar nog niet zal gebeuren. En volgend jaar waarschijnlijk ook nog niet.
Maar dat de magie van brieven schrijven, schoenen zetten en “er zijn dit jaar geen stoute kinderen” al bijna aan een laatste editie toe is: ik negeer dat precies liever nog een beetje. Net zoals zij liever negeert dat die Sint in de winkel helemaal niet lijkt op die op tv.

11 thoughts on “Ik zal Conchita missen.

  1. bij mij in het vierde (vierde !!!) weten ze het allemaal, maar deze week waren sint en piet toch in de klas gepasseerd, ‘s nachts, sint had letterkoekjes gebracht, en piet allerlei kattekwaad uitgehaald: touwen tussen de banken gespannen zodat het laserstralen leken, de klok op zijn kop gehangen, wat op het bord gekribbeld, zwarte vegen in hun schrift… GEEN KAT die dacht dat ik het geweest was…ineens is de magie weer terug

    1. zo leuk Vee. Vierde leerjaar daar hangt die magie inderdaad nog wel een beetje. Mijn dochter zit nu in het vijfde en schreef vandaag vol overtuiging nog een brief waarop ik even later toch even voorzichtig polste bij haar (je weet immers maar nooit) en zij me met een lieve knipoog te kennen gaf: ik vind het schrijven van zo’n brief gewoon leuk en ik schrijf die toch gewoon voor “zijn geest”, allez naar jou dus. Toch ook wel nog een beetje smelten dan 😉

  2. Jammer hé, dat de magie zo vlug verdwijnt. Mijn kinderen wisten het ook in het eerste leerjaar. Gelukkig heeft de sint zich daar niets van aangetrokken en blijft hij nog elk jaar langskomen met chocoladen ventjes, speculaas en een kleine verrassing. Ik vind het zelf ook nog altijd fijn om hem daarbij te helpen 😉

  3. Die magie kan je nog vele jaren in stand houden hoor, hier is de sint – met ongeveer alles erop en eraan, inclusief schoen zetten, alleen het zingen bleef wat achterwege – pas vorig jaar echt afgeschaft (oudste was dus al 25 en de jongste 17). Ik geef toe, met meerdere kinderen blijft de magie sowieso langer duren, maar zelfs als ze de ware toedracht kennen, kan je nieuwe tradities in het leven roepen, waar iedereen van kan genieten.

    1. Pakweg tien jaar geleden dachten mijn zonen (inmiddels 26 en 23) eens grappig te doen, door met veel knipogen en zo te vragen: ‘En? Zou hij ook nog bij ons komen? En we zijn toch braaf geweest en ik zou wel blij zijn en si en la.’ Waarop ik zei dat ik hen anders nog niet bezig gezien had aan een brief voor de Sint… Een half uur later lagen er twee doorwrochte, hilarische epistels op tafel, opgesmukt met prentjes en al. Daar kon de Sint natuurlijk niet aan weerstaan. En die brieven heeft de goedheiligman bovendien netjes in mìjn schoentje achtergelaten. Omdat hij wist dat ik die zou bewaren. En tonen aan de kleinkinderen, later… 🙂

  4. Excuseer dat ik de droom doorprik, maar als ze nu begint te twijfelen is de kans groot dat ze volgend jaar definitief van haar geloof valt. Ik zie het op school bij al die tweedejaarkes gebeuren: vlak voor en – hopelijk voor jou – soms vlak na 6 december. Weet ge wat, toon haar een keer de aflevering van “Dag Sinterklaas” over het geloof in Sinterklaas. De voorlaatste uit de reeks, geloof ik. Mijn dochter die nu toch al goed op de hoogte is, begon te schuivelen op haar stoel. Sinterklaas heeft dat niet graag dat hij niet bestaat. 😉

  5. Mijn L., die bij jouw M. in het 2e zit, kwam onlangs af met: ” Die grote kinderen geloven niet in Sinterklaas, dan zingen ze vuile liedjes, en dan komt hij niet meer. En dan moeten de mama en de papa het zetten natuurlijk”. Huh? Maar ze bleef af en toe vragen stellen, en omdat we niet wilden liegen, en niet wilden dat ze haar kleine broertjes ook zou doen twijfelen, heb ik het haar onlangs gezegd. Ja, de mama en de papa zetten de cadeautjes. “OK, ik dacht het al.” En Sinterklaas bestaat niet. “Maar mama toch, dat is niet waar, hij bestaat wel. Jij denkt ook dat Jezus niet bestaat. Maar er zijn toch mensen die denken dat hij wel bestaat, en in Jezus geloven. Of in Allah. En ik geloof in Sinterklaas!”

  6. Het is altijd een beetje kiezen tussen “groot zijn en wéten” en “wéten, maar doen alsof, want anders krijg ik misschien niets meer”. Ik heb er hier eentje in huis van bijna 64, die allang wéét omdat hij zelf voor sint speelt, maar die altijd een verrukte blik in de ogen krijgt als ik toch nog een kadootje en een speculoosùan voor hem gekocht heb. En die er dan voor mij ook eentje uit zijn mouw tovert … Morgen brengt de sint een figuurtje van pure chocola bij mijn moeder en zondag een zonder suiker bij mijn schoonmoeder. Respectievelijk 85 en 92. En denken jullie nu echt dat die dat niet ontzettend leuk vinden?

  7. Om eerlijk te zijn kijk ik zelf wel al uit naar het moment waarop ik mijn dochter (ook zes) de waarheid kan vertellen. Ik vind het nu gewoon moeilijk om telkens als ik iets uitleg (hoe de wereld in elkaar zit, hoe oud mensen worden, wat kan en wat niet kan) te moeten antwoorden op de vraag hoe het dan zit met Sinterklaas. Soms denk ik: ik zeg het haar gewoon, dat is zoveel eenvoudiger.
    Ik denk dat de Sinterklaassfeer nog wel even blijft hangen ook als ze het weten. Ik zit er alleszins niet mee in.
    Ik zeg het haar nog niet omdat ik niet wil dat ze als enige van de klas de waarheid kent. Ik ben ook bang dat ze het zou doorvertellen. Ikzelf wist het toen ik 7 was en ik was helemaal niet ontgoocheld, in tegendeel: ik voelde me groot en wijs.

    1. O, o. Wat was ik boos toen een klasgenootje van het eerste leerjaar mij vertelde dat sint niet bestond en dat mama en papa voor de cadeautjes zorgden. Ik was zo’n naief en goedgelovig kind… en zij: Zo liegen! Mijn moeder wist geen raad met mijn colère en kon enkel nog maar de waarheid vertellen. Een verhaal waar ik nog niet aan toe was. Heel anders ging het bij mijn 7 jaar jongere zus. Die begon vragen te stellen, zoals: “wij hebben geen schouw, hoe kan de sint hier binnen?” En in het pré-‘Dag Sinterklaast’tijdperk was dat niet altijd gemakkelijk om overal een antwoord op te weten. Maar we deden ons best… Ze is er uiteindelijk zelf achter gekomen, op het moment er gevraagd werd hoe het dan zat met paasklokken of -hazen…
      De cadeautjes werden afgeschaft, maar elk jaar was er lekkers van de sint 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *