Category Archives: eten

ik ben gelijk een foodie

Weekmenu, de achterstand.

Ik weet het, ik weet het. Ik heb een zware achterstand op weekmenugebied. Er is er eentje, van deze periode en van de vorige, maar als ik heel eerlijk ben dan zijn er aan de afgelopen weken wel wat werkpuntjes geweest. En bijgevolg wisselingen, bijsturingen en af en toe een schouderophaal. Er is _wel_ een rode draad: ik kookte bitter weinig. En als ik al kookte, dan was het meestal nog iets wat ik niet had gepland.

Dit was dus de theorie. Maar de praktijk was pure chaos. Die chaos had allerhande redenen.

Ten eerste: er was opeens een massa witloof op de boerderij, dus ik maakte dagenlang dingen met witloof. Ovenschotels, tarte tatin, slaatjes, pasta: you name it, I made it. Nu is het witloof op (wenen!), dus de chicory extravaganza kan stoppen.


(Rechtsonder witloof tarte tatin met slaatjes. Bovenaan is overigens een pasta uit de Veg!, gemaakt door mijn lief. Links een rijstnoodlesoep met een eitje. Man dat was lekker.)

Ten tweede: ik geraakte in een fase van chronisch te veel werk, en dus namen mijn echtgenoot en mama nogal eens over. En ge kunt nog altijd niet beslissen wat iemand anders gaat koken, nietwaar. (Alhoewel de man dat nog wel gemakkelijk vindt: een gij kookt gevolgd door pagina 58 in dat boek.)

Ten derde: krokusvakantiegewijs was de dochter enige dagen uithuizig, en wij sloten vervolgens aan bij haar aan zee. Dat, gecombineerd met de zware werkweken, zorgde dat wij terwijl ze weg was extra lang doorwerkten en dan uit eten gingen. Ook aan zee deden we vooral restaurants. Dat beviel nogal, en we besloten daar dat we wat minder veeleisend zouden worden voor onszelf wat betreft alles zelf willen doen. Dus aten we ook deze week al een paar keer dingen die niet door onszelf gekookt waren.

Gevolg evenwel: deze weekmenu’s lezen ondertussen bijna als een restaurantgids. En laat ik het dan maar meteen zo doen: welkom bij i.’s restaurant-tips voor dates en drukke dagen, deel 1! Ofte: waar ik de laatste weken zoal mijn eten haalde. Continue reading

Dagen zonder Vlees heeft mijn leven veranderd.

In 2012 schreef ik mij voor het eerst in voor Dagen Zonder Vlees. Ik kan af en toe eens een uitdagingske gebruiken, en eens kritisch naar uw eigen gewoontes kijken, dat kan nooit kwaad. Dat vond ik toen al, en dat vind ik nu nog altijd.

Dagen zonder Vlees heeft mijn leven veranderd. Voor die allereerste keer in 2012, kookte ik volgens de gewoontes die ik van thuis had meegekregen: avontuurlijk en niet bang voor iets nieuws, maar wel altijd met vlees of vis.

En toen schreef ik mij in bij Dagen zonder Vlees en ging ik 40 dagen lang op zoek naar alternatieven: ik zocht recepten, keek rond, las, leerde en leerde vooral anders koken. Ik ontdekte nieuwe smaken, producten, combinaties, en vooral: een andere manier om naar eten te kijken. Het beviel. Ik begon verder te zoeken en te lezen. Want boontjes uit Kenia. En kippenfilets die de helft kleiner werden na het bakken. We keken naar een paar documentaires, ik leerde en zocht en dacht na.

In 2014 schreven we ons in op een zelfoogstboerderij, en opnieuw veranderde mijn leven. Ik leerde mezelf koken met de seizoenen, zocht recepten, las, keek rond en ontdekte gans andere gewoontes. Gewoontes die ik eigenlijk al kende van thuis, want mijn halve familie had een moestuin en wij bleken vroeger thuis die seizoenen best wel te volgen. Maar die ik blijkbaar wat vergeten was.

De laatste jaren ben ik intensief bezig met hoe je oogst kan bewaren voor momenten dat er niks is. Ik heb een droogmachine, ik experimenteer met bokaaltjes en inmaken, ik stop de zomer in potjes in de vorm van liters pasatta. Ik lees, kijk rond, experimenteer en leer bij.

Het begin van dat hele proces is ondertussen vijf jaar geleden. Vijf jaar is een eeuwigheid, in een samenleving en ook in gewoontes. Toen ik pas begon met minder vlees eten, greep ik vaak naar vleesvervangers. Nu nooit meer, want ik vind ze niet zo lekker. Dagen zonder Vlees was het startpunt voor mij, maar in de laatste jaren merkte ik overal om me heen een hele beweging in de richting voor eerlijker, duurzamer, minder perfect, ecologischer, gezonder, kleinschaliger. Mooi, dacht ik.

En toen begon Dagen Zonder Vlees 2017. En opeens was precies er een gans andere vibe: half Facebook en Twitter moet verkondigen dat het betuttelend is en dat ze Extra Veel Vlees zouden eten deze vasten. In Knack verscheen een stuk over dat vegetarisch eten een privilege is dat voor de gegoede mensen is weggelegd (dank voor de Fact Check, trouwens, De Standaard). Er verschenen artikels over vleesvervangers die extreem ongezond zouden zijn. En ook een artikel met de compleet foute kop “Vegetarisch eten niet per se goed voor het klimaat”, dat eigenlijk gaat over hoe groenten die van ver moeten komen ook belastend zijn voor het milieu. Bijna even goed als die keer met dat artikel dat biovoeding kanker niet kan genezen.

De Boerenbond roerde zich, en er was een meneer van het Boerensyndicaat die zijn vlezekes promoot.

Ik heb mij dit jaar niet ingeschreven bij Dagen Zonder Vlees. De meeste dagen zijn hier zonder vlees, dus veel nut heeft dat niet meer. Maar aan de mensen die dit ooit opgestart hebben even een boodschap, ter compensatie van al dat gezeur van de laatste dagen: jullie hebben 5 jaar geleden mijn leven veranderd. Merci daarvoor.

Weekmenu 7 & 8 – Desperate times.

Ik heb daarnet in de rapte even mijn weekmenu gemaakt voor de komende twee weken en mijn conclusies getrokken: van de 14 komende dagen, zal ik maximum 7 dagen eventueel tijd hebben om te koken. Dat is een optimistische schatting, want het wordt gigantisch druk met lange lesdagen en veel vergaderingen.

Desperate times call for desperate measures: de komende twee weken zijn er geen regels, behalve zo vaak mogelijk anderen laten koken en me niet ambetant voelen als op de 7 kookdagen er toch uit eten wordt gegaan of een meneer met een mobilette iets brengt.

Geen vegetarische dagen, geen geplande vastendagen (ik denk dat ik gewoon 16:8 ga doen, wegens overdag toch geen tijd om te eten), geen diepvriesverplichtingen en geen gekozen kookboek. No rules, springen en hopen dat het goedkomt. U hoort het binnen twee weken.

Over de afgelopen twee weken kan ik drie dingen zeggen:
– Polenta is niet lekker. Waarom heeft niemand mij dat ooit verteld? Ik had dat nooit eerder gemaakt, het werd een smakeloze brij met een vieze textuur. Ik zei er post-fiasco iets van tegen een paar vriendinnen en zij waren unisono: polenta is het voedsel van de duivel. Moet er iemand een half pakske hebben? Of heeft iemand een recept dat wel lekker is?
– Nigella makes a bitchin spaghetti met ballekes. Links op de foto hieronder. De saus werd nog lekkerder dankzij de passata die ik vandezomer zelf maakte met boerderijtomaten. De zomer op mijn bord. Is het al bijna zomer, alstublieft?
– Mijn risotto met aardpeer en knolselder is ondertussen een waar succesverhaal geworden. Het staat hier rechts op de foto, en ik geef u bij deze even het telegramrecept. Dat is dan voor op uw weekmenu zie. Hashtag graaggedaan.

Ajuin, look, wit van prei, knolselder en aardpeer aanstoven in olijfolie, met peper zout en venkelzaad. Dat venkelzaad is belangrijk, want het maakt het af. Eventueel te vervangen door wat komijnzaad als ge echt geen venkel hebt. Wanneer de groenten zo goed als gaar zijn: uit te pan scheppen.
Risotto maken in dezelfde pan: ajuintje, risottorijst glazig laten worden in boter. Blussen met witte wijn en bouillon. De laatste 5 minuten de groenten toevoegen.
Parmesan erdoor en wat bladpeterselie: hey presto. Als er iets van vlees bijmoet, dan gooi ik er krokante rauwe ham op (een paar minuten op hoge temperatuur in de oven op een bakblik en dan laten uitlekken op keukenpapier). Of zoals deze keer: er stond een doosje spekjes in de frigo dat op moest, en ik gooide dat bij de ajuin voor bij de risotto. Dat was lekker.

Week 5 en 6, een deadline die ik niet haalde.

(klik op het prentje voor groter)

Deadlinesurfend op een woelige Atlantische Oceaan, zo voelt het leven momenteel. Het einde van semester 1 is in zicht, en ik geef de laatste punten in en werk cursussen voor volgend semester af. De samenvatting is: het is een beetje druk en ik ben een beetje moe. Ge zult het mij dus vergeven, dat week 5 al bijna voorbij is en ik u nog moest vertellen over het weekmenu. Ik moet u trouwens nog veel vertellen, maar dat stond allemaal op mijn Als-Ik-Eens-Tijd-Heb-Lijstje, waar ik vanaf volgende week werk van ga maken.

Maar eten dus. Ik vertelde al dat ik wel regels kan volgen, en dus werd ik overmoedig en voegde nog een regel toe. Want hier in huis is streber geen scheldwoord maar een schoon compliment.

De extra regel kwam er door praktische overweging. Ik ontdooide namelijk de diepvriezer, op een moment waarop ik niet kon werken want er was een dochter en dochtervriendin aanwezig die om de drie minuten een vraag hadden die startte met mamamamamamamama (dat is mijn naam, wist ge dat niet?) en dat is nefast voor mijn concentratie. Bij ontdooien hebt ge geen concentratie nodig echter, en een mens voelt zich nog nuttig ook.
Ik kwam hoofdschuddend tot de conclusie dat het Een Echte Schande is, dat ik zo weinig uit de vriezer kook. Want daar zitten veel lekkere dingen in, van in den tijd dat het nog zomer was en er tijd was om grote hoeveelheden voedsel in te vriezen voor drukke winterdagen. Voor periodes zoals nu dus.

De nieuwe regel was geboren: wekelijks minstens één keer iets uit de diepvries gebruiken. Ha.
Dat geeft volgende regels
– 4 keer vegetarisch per week
– 2 vastendagen per week
– minstens 1 ingrediënt uit de diepvries
– elke week een recept uit een kookboek.

Het kookboek werd deze keer het willekeurig uit mijn boekenkast gesleurde Nigella Bites. Een confrontatie met mijn verleden, want ik vond Nigella vroeger fantastisch. En nu dacht ik bij zowat elk recept ofwel te zwaar, te vettig, te gewoon of te veel vlees.
Met veel moeite selecteerde ik de dubbelgegrilde ovenschotel met haloumi en een pasta met gehaktballen.

En besloot ik Nigella daarna te verkopen. Iemand?

Over Peru, Israëlische backpackers en week 3/4.

In onze tijd als pril koppel, toen de dieren spraken en weblogs nog maar pas bestonden, trokken we ooit met een nest vrienden door Peru.
Het was een fijne reis van met een Amerikaanse slee door de woestijn racen, duinen beklimmen, varen naast pelikanen, trekken in de Andes en de zon zien opkomen terwijl de condors opvliegen. Bucket list galore.

Er zijn nog een paar restanten in ons huishouden te merken van die zomer: de kat dankt zijn naam aan een Peru-anekdote, de echtgenoot noemt mij nog steeds soms venteocho en in mijn keuken sluipt al eens wat Zuid-Amerika binnen. Wij aten hier bijvoorbeeld al quinoa voor het een hippe superfood bleek, als er ergens ceviche te krijgen is dan moet ik dat eten, en ik herinner me vaag een incident met Pisco Sour op een feestje van ene Brutin.

En er is dus ook de shakshuka die in week 3 op het weekmenu stond. Dat is Israëlisch en niet Zuid-Amerikaans, ik weet het, maar heel Peru liep in die tijd vol met Israëlische backpackers, die dit aten als ontbijt.

Tot Plenty wist ik niet hoe het gerecht heette (wij noemden het gewoon Israëlisch ontbijt) en ik had in de loop der jaren zelf wat geïmproviseerd met kruiding en ingrediënten. Dat was al lekker, maar deze versie is super, en helemaal wat we daar in Peru soms aten. Recept hierzo, of gewoon in de Plenty dus.

De shakshuka staat onderaan rechts op de foto, en was één van de toppers van deze week.


Continue reading