Category Archives: kinderspam

Zes dingen over afgelopen vrijdag.

Eén.
Er mag altijd maar één ouder mee. Ik snap het, maar dat is van het ergste, voor iedereen. Zij wil niet kiezen, hij wil het mij niet ontzeggen, ik krijg het niet over mijn hart om mijn plaats af te staan. En dan zit ge op recovery met kinderhandje in uw ene hand, en een gsm in de andere. Ge streelt het handje, en ge stuurt per tien seconden een bericht naar de vader aan de andere kant van de deur. Want daar zijn is nog erger dan hier zijn en hier is het al zo moeilijk.

Twee.
Het was nog vroeg toen we naar Ieper reden. Zoals sommige mensen de liefde volgen naar de andere kant van het land, zo volgden wij een dokter, van het UZ naar een ziekenhuis in Ieper. Het is niet anders.
Mijn nacht was kort geweest en voornamelijk woelen. En dat was al een paar nachten zo. Maar we deden flink, zij deed flink. Ze maakte grapjes en was vrolijk, tot ze dat operatiehemdje kreeg en ze met haar kleren ook haar moed uittrok.
Ik kon alleen maar bij haar liggen en wachten tot de pré-medicatie begon te werken.
Hij kan alleen maar naast ons zitten en zacht over haar hoofdje wrijven.

Drie.
De beslissing, die werd op de halfjaarlijkse controle genomen, voor de zomer. Ik vroeg wat ik elke keer vraag, al zes jaar: Als het uw dochter was, zou u opereren, dokter?
Voor het eerst in die zes jaar zei de dokter ja. Omdat haar ogen volgroeid zijn, omdat haar bril niet echt nodig is voor zicht, enkel voor het wegdraaien van dat oogje. Omdat er voor de bril rigoureus afgeplakt was. Omdat het er niet zou uitgroeien. Ja, ge weet het wel hé, dan. Maar het is nooit van harte, zo’n afspraak maken.

Vier.
Het wachten. Hels, tergend, vloekend wachten. Bladerend in een krant want een mens moet toch wat. Sociale media en tijdsverdrijf. Mijn man en ik, wij zwijgen niet vaak, maar dat uur dat ze wegwas, toen wisten we allebei niet wat zeggen. Omdat het maar over één ding kan gaan, en als ge daar te veel over praat op dat moment, dan gaat het opeens niet meer.

Vijf.
Toen ze terug op de kamer was, liet ik haar bij hem achter en ging alleen een broodje halen. Halverwege de weg naar de cafetaria kon ik nog net op tijd een toilet binnenvluchten, zodat ik een beetje ween-privacy had. Er zijn limieten aan elkeen zijn flink, zo blijkt.

Zes.
Het zijn van die dagen die een ouderhart aan stukken rijten. Stukken die gelukkig bij de opluchting al weer een beetje aan elkaar geplakt worden. Maar ge weet al van tevoren dat ge het altijd gaat blijven zien, die scheuren, ook al is alles in principe hersteld. Het zijn die dagen die ge nooit meer vergeet, omdat een hart maar een bepaalde hoeveelheid machteloosheid aankan. Eens daar voorbij, is dat gevoel voor altijd in uw lijf gebeiteld.

***
Deze brug is genomen, nu volgen druppels (teh drama!), herstel, controles, opvolging en dan hopelijk een positief verdict. Of opnieuw een operatie. Maar laat ons dat nog efkes negeren, voorlopig.

Er is weinig was.

“Ik heb drie keer geweend. Dus dat viel mee.”
“Oh? Toch drie keer? En waarom?”
“De eerste keer toen we vertrokken op de bus, omdat ik dan sowieso moet wenen.
De tweede keer toen de bus aankwam op bosklas, omdat ik dacht dat ik ging moeten overgeven.
En de derde keer toen we de tweede dag soep kregen die smaakte zoals de soep die jij maakt. En toen moest ik jou missen.”

Ze gaat vaak logeren aan zee, maar dan bel ik elke dag wel eens om dag te zeggen.
Tijdens een bosklas belt ge niet en hoort ge weinig. Er is een af-en-toe-facebook-foto waarop alle ouders dan vast even hard zitten speuren naar hun kind.

Ik speurde hard, ja, want deze editie was voor mij een lastige.
Meer dan de eerste keer toen me verzekerd werd: “oh, die weent vijf minuten op de bus en dan amuseert ze zich.” Ik geloofde dat, natuurlijk, en zette me over de vertrektranen heen.
Na drie dagen kwam ze terug: ze had zich niet of maar matig geamuseerd, had veel verdriet gehad en besloot toen dat ze *nooit* meer elders ging slapen als wij of haar grootouders er niet bij waren.

Enfin. Een jaar later slaapt ze al af en toe bij vriendinnen, maar ze blijft kieskeurig. Een jaar groter zag ze het iets beter zitten om op bosklas gaan, maar we kregen wel een paar weken van stress-buikpijn en veel gedoe.
Ze stapte woensdag “ik ga flink zijn” mompelend op de bus en weende haar vertrektranen.

Ik mompelde hetzelfde, want rationaliseren is mijn ding. Maar ik ben niet beschaamd om toe te geven: mijn onrustig hart werd drie dagen lang met moeite gesust. Want vorig jaar. Ik telde vrijdag dan ook de uren af.

En ze had tranen in haar ogen toen ze naar me toespurte. En haar vastpakking was stevig en lang. Maar ik zag ook een glimlach, en ze fluisterde “Het was leuk. Echt leuk.”

Met een hese stem. Want te weinig geslapen.
En vuile kleren want ik heb die al twee dagen aan hoor, natuurlijk zijn die vuil.

Ze stonk een beetje, zoals dat gaat na zo’n avontuur. Maar het rook vooral naar een kindje dat opeens veel groter is geworden.

Onverhoeds.

Ze ligt naast me en kijkt me smekend aan. Ik zeg “allez hop, voor deze keer” en aai nog wat haar hoofd dat op mijn schoot rust. We hadden afgesproken dat ze om half negen naar bed zou gaan, maar half negen passeerde en ze was zo lief en rustig, daar onder dat deken dicht bij mij.

Het geeft niet. Want het beste aan regels, principes en afspraken is: ze af en toe eens breken. Iedereen weet het: gebroken regels, dat zijn precies onverwachte feestjes. Ik weet dat het eigenlijk geen goed idee is, maar toegeven aan puppy-ogen van tijd tot tijd, dat is pure vreugde voor de pup en stiekem ook voor mezelf.

Net dat beetje langer opblijven. Toch nog dat ene koekje. Een extra hoofdstuk uit het voorleesverhaal. Parfum op uw T-shirt, uit het fleske waar ge zelf niet moogt aankomen. Eten voor de tv, terwijl “we eten hier in huis niet voor tv maar aan tafel”.

Het is geen gebroken afspraak, sus ik mezelf, het is een onvoorziene traktatie.

Ik aai zacht haar hoofd.

Gegiechel op de babyfoon.

Ruim zeven is ze nu, de dochter. En toch staat er hier nog altijd een babyfoon aan in de living, terwijl zij boven slaapt. Natuurlijk is ze oud genoeg om naar beneden te komen als er iets scheelt. En ik ben flink genoeg om naar boven te gaan als ze zou roepen. Maar ik vind dat precies gemakkelijk, en omgekeerd ook. Als er achtergrondmuziek opstaat (altijd als ik alleen ben), of ik in de keuken pruts (meestal als ik alleen ben), dan ben ik zeker dat ik het zou horen als er iets scheelt. Anders spits ik tien keer op een avond mijn oren omdat ik denk dat ze roept.

Een paar jaar geleden was de oude kapot, en toen kocht ik een nieuwe, meer geavanceerde versie. Met talk-back-functie. Ik zit namelijk vaak buiten of op straat, in de zomer, en dan is dat een grief.

– Mama?
– Ja kindje?
– Ik heb zo’n dorst.
– Ik ben buiten op straat, kan je zelf een beker water halen? Dan kom ik u straks nog eens instoppen.

Dat soort conversaties.

Maar het heeft nog meer voordelen. Op avonden als deze, bijvoorbeeld, als er een vriendin blijft slapen. Ik schrijf stageverslagen, en hoor hen ondertussen stil praten. De babyfoon staat niet luid genoeg om te horen wat ze zeggen, en dat hoeft ook niet. Maar ik hoor stil gefluister en gegiechel zoals alleen twee meisjes van (bijna) acht kunnen giechelen als het eigenlijk al ver na bedtijd is.

Het is de schoonste achtergrondmuziek die ik ken.

1 is 3.

Ik kwam het al te zeggen: het zijn hier wanhopige tijden, met vreselijk veel les en een overvolle agenda. Vandaar dat het hier ook een beetje stil was, de laatste dagen.

(Vorige week verscheen er zo’n artikel over de werkdruk bij leerkrachten en het aantal uur dat ze kloppen per week, en ik dacht voor de lol dat ook eens bij te houden. Op woensdag ben ik ermee gestopt, omdat ik een beetje neerslachtig werd en omdat ik voor mezelf besloot dat ik het eigenlijk niet meer wilde weten. Ik werk namelijk 4/5 en de mensen die zeggen “dat is gewoon voltijds werken voor minder geld”, ik heb die altijd tegengesproken. En ik heb momenteel te weinig energie om mijn ongelijk toe te geven.)

Dagen getekend door vermoeidheid en wat overspoeld worden, dat zorgt niet alleen voor een regelmatige bleitinge, het geeft me ook bij momenten een nogal kort lontje. Ik ben daar niet fier op, maar het is nu eenmaal zo: na een hele dag praten en input en prikkels en vragen en nadenken, dan wil ik eigenlijk ‘s avonds alleen nog een pitta met andalouse in mijn hoofd steken en in de zetel liggen jammeren.
Het zijn die momenten waarop een discussie over het al dan niet meenemen van elektronisch speelgoed naar school of iets op het bord dat niet lekker is, al eens uit de hand durft te lopen en ik ruzie maak met mijn geliefden. Want echt komaan, hij is de 40 voorbij, dat gezeur over uw bord leegeten mag dan al eens stoppen.

Dat laatste zinneke was een grapje, mijn echtgenoot is een flinke eter. Hij kan bovendien redelijk goed tegen mijn kortvanstofstemmingen, wegens volwassen en nu ook niet meteen de gemakkelijkste in huis. Hij is heel begrijpend dus (lees: hij negeert mij al eens).
Ik vind het vooral zielig voor de dochter, die sneller dan gewoonlijk een snauw krijgt en die — ondanks mijn verwittigingen– toch niet ziet aankomen dat ik meer principes heb als ik moe ben. Iets van neen is neen is neen en stel u niet zo aan.
Pas op, ik vind die ruzies ook zielig voor mezelf, want ik heb dan achteraf een groot schuldgevoel en dan slaap ik niet goed en hopla de volgende dag is het allemaal nog lastiger. Hashtag firstworldproblems en ikwordmoevanmijneigen.

Een paar maand geleden las ik iets in een opvoedingsboek. Op het moment zelf rolde ik nogal hard met mijn ogen, zoals vaak bij zo’n boeken, maar ergens vorige week dacht ik eraan terug, begon ik er plots mee en ik ben er precies wel content van.

Het idee is simpel: per keer dat je iets doet waar je minder blij mee bent in je oudermodus of je zegt/doet iets waar je kind wat verdrietig van wordt (een laatmijgerust, een zagerij, een princieps-neen of gewoon keer uitvliegen over te veel lawaai want ge hebt hoofdpijn), verplicht je jezelf om in de minuten of uren daarna drie extra lieve dingen te doen. Een complimentje geven, eens gewoon meespelen zonder dat het gevraagd wordt, iets meebrengen van de winkel dat uw pup superlekker vindt, een extra verhaal vertellen,…eender wat. Kleine dingen.

Ge moogt met uw ogen rollen, ja.
Want doe ik anders nooit toffe dingen met de dochter ofzo? Jawel, natuurlijk. Maar ik moet toegeven dat het mij makkelijker valt in tijden van kabbelend leven in plaats van in periodes van onversneden hectiek.

Is dat pure compensatie? Natuurlijk. Zou ik niet beter gewoon altijd lief en vrolijk zijn? Ongetwijfeld.

Maar ook: is dit ideetje goed voor de sfeer in huis? Gigantisch, want de lieve dingen zijn altijd in het numerieke overwicht en dat scheelt al een eind. En zo bewust iets liefs doen voor de dochter, dat blijkt ook gewoon goed voor mijn eigen humeur.

Win win win. Probeer het eens als ge gestopt zijt met dat oogrollen.