Category Archives: En al

Wanderlust.

Wanderlust – a strong desire for or impulse to wander or travel and explore the world.

Wij reizen behoorlijk vaak en het dochterkind daardoor natuurlijk ook. Want we reizen — op die ene keer Berlijn na — eigenlijk nooit zonder haar. De behoefte is er niet, en de dingen die een kind ziet en doet op reis, wij vinden dat zo schoon, telkens weer.

En natuurlijk reizen we anders, sinds zij er is. Meer georganiseerd, vaker op zekerheden terugvallend.

Ik mis het soms, dat onbezorgde van vroeger. Roekeloos en ongeorganiseerd. Een ticket boeken naar Zuid-Amerika en vertrekken zonder plan, alleen een Footprint en een afspraak op de luchthaven met vrienden.
Mompelen “ik wil nog eens naar Barcelona” en twee weken later op een vliegtuig stappen. Wijzen naar een plek op de kaart van Frankrijk en daarheen rijden met de oudste auto ooit.

Langer blijven als het moment dat vraagt, doorreizen als het weer tegenvalt.

Dingen doen die ge nog nooit hebt gedaan.

Wanderlust. En die wanderlust vol achterna gaan.

Ik mis het soms. We evolueerden de laatste jaren nochtans in sneltempo. Na ik mijn lief zoveel jaar geleden, hebben we ook haar besmet met shabby hotels en campings zonder warm water. Met zwemmen aan afgelegen watervallen en zandwegjes inslaan omdat het er daar wel cool uitziet. Van huisjes met een zwembad in de peuterjaren ging het zo weer naar echt kamperen. Eerst op deftige camping, dan steeds minder en daardoor steeds meer luxe. Zij die elke keer meer een wild kind blijkt dat overal wel aardt, zolang er maar stokken en modder en beesten zijn om mee te spelen.

The thing is: we kennen dat. Kamperen en watervallen en het Zuiden en bergen en wandelen en zwemmen tussen viskes. Ik weet hoe dat werkt. Dus eigenlijk is dat allemaal behoorlijk veilig. Wij zijn op die reizen de bedreven stuurlui, en zij vaart mee op het schip.

Maar sinds het voorjaar las ik dus. Over een land dat ik niet kende, waar een taal gesproken wordt die ik niet versta en waar ik putje zomer kleren ging dragen die ik normaal reserveer voor de periode november tot februari. Waar het water dat uit de douches komt ruikt naar eitjes en waar het meestal regent en altijd waait, zo werd mij verteld.

De kriebel in mijn buik deed me denken aan die reizen lang geleden. En ik had het blijkbaar nog meer gemist dan ik dacht.

Maand 1. #circulatieplan

Ik kwam het al te zeggen, toen ik erover schreef na een week: ik zou ook nog schrijven na een maand. Dat is nu! Of bij benadering nu, maar ik ben een beetje gelijk het openbaar vervoer: stipheid is nooit echt mijn ding geweest. (BAM. Direct een mobiliteitsmopje.)

In deze eerste maand circulatieplan zaten drie Echte Werkweken. Voor mij de werkelijke test. Want eerlijk? Fietsen in mijn vrije tijd en voor boodschappen, dat is allemaal nog niet zo’n onoverkomelijk probleem. Op werkdagen echter, terwijl ik vaak van hot naar her cross: dat zag ik eigenlijk wat minder zitten. Bovendien heb ik een hekel aan natte kleren en ben ik absoluut geen ochtendmens. Dus het vooruitzicht op om half acht ‘s morgens in de regen naar het hoogste punt van Gent te fietsen, dat was nu niet echt een droom van hoe ik mijn dagen wil beginnen.

De statistieken, want meten is weten

– Op 13 werkdagen sinds start circulatieplan, nam ik 8 dagen alleen maar de fiets. Dat is — snel uitgerekend — 8 keer meer dan voor het circulatieplan.
– Ik werkte 1 dag thuis, en nam 4 keer mijn auto. Maar daarover later meer.
– Op die 8 dagen fietsen kwam ik één keer doornat op het werk aan. Het was met hagel en onweer. Dat was op dag 1 van het circulatieplan, en het voelde een beetje alsof het universum mij iets duidelijk probeerde te maken. Gelukkig ben ik bij momenten optimistisch van gemoed en las ik de verborgen boodschap als: “Kijk i., dit is het slechtste dat kan gebeuren”.
– Op 8 fietsdagen hielp ik 4 kokerrokken om zeep. Ik laat dat even bezinken. VIER. Ik zie daar geen directe oplossing voor, maar ik heb wel enig vestimentair denkwerk te doen, zoveel is duidelijk. Ik draag namelijk kokerrokken en plan daar niet mee te stoppen. ER ZIJN GRENZEN, GENT, OOK VOOR MIJ.
– Voor onze vrijetijdsbesteding namen we enkel de fiets, en het aantal ritten liep al gauw tegen de 20: uitgaan in Gent, uit eten, naar de bloemenmarkt, naar een tentoonstelling, kleine boodschappen. Flinkigheid, uitgespaard taxigeld en altijd overal rapper dan met de auto. Zeer content van.

Die keren dat ik de auto nam
Continue reading

OJOZODEMAXMAAT.

Ik heb een zak vulling die zo groot is dat ik hem alleen met heel veel moeite gemanouvreerd kreeg naar de kelder. Er ligt vullingpluis overal op mijn terras. Het vullingpluis stinkt een beetje. Dat het doorweekt is, heeft daar voorzekers niet aan geholpen.

Het is een klassiek geval van hoe de dingen uit de hand kunnen lopen.

Het begon namelijk onschuldig op een een schone lentedag ergens in Malem.
Of neen: het begon in de Colruyt.
Of neen, het begon eigenlijk op FACTS.
Of nog beter: het begon met een goed rapport.

Want de dochter, zij had een goed rapport. Dat is erg flink van haar, en daarom kreeg ze een centje van mijn mama en zegden wij “je mag daarmee kopen wat je wilt”. We gingen de volgende dag toevallig naar FACTS, en het centje werd gespendeerd aan een Pikachu-knuffel. Niks groot. Gewoon, een knuffel.

De dochter was wild van de pikachu-knuffel, hij moest de volgende dag mee naar de colruyt, alwaar ze er een hele conversatie mee voerde, daar in de rayon tussen de pasta en rijst.
Deze schattigheid werd opgemerkt door een oudere dame die de dochter vroeg of ze van Pikachu hield en of ze er nog ene wilde. ‘t zal wel zijn, ja.

En zo stond ik een uur later, met een verfrommeld papiertje waarop — ter hoogte van de tomaat concassee — een adres was gekribbeld, op Malem. Voor de deur van een mevrouw die op haar zolder een MEGAGROTEOJOZODEMAXMAATPIKACHU had liggen van haar zoon. Die had het beest 25 jaar geleden gekregen en speelde er nu niet meer mee. Want jongens van 27 die met megagrote knuffels spelen: dat is een zeldzaamheid.

(behalve misschien op FACTS, geheel terzijde.)

MEGAGROTEOJOZODEMAXMAATPIKACHU verhuisde naar de Brugse Poort en bleek een beetje te stinken bij het openmaken van de zak waarin hij vermoedelijk al een tiental jaar had doorgebracht.

Dus MEGAGROTEOJOZODEMAXMAATPIKACHU moest in bad.

Wat blijkt? Stiksels van 25 jaar oud, die zijn geheel verstorven en komen los in bad. Redelijk rap ook.

En nu zit ik dus met een zak doorweekte, stinkende vulling. En een Pikachu-vel. En een dochterkind die over het vel aait en fluistert “niet wenen, Pikachu, mijn mama gaat jou herstellen en alles komt goed”.

Dat blind vertrouwen, dat is het schoonste aan die kindertijd.

Alles komt goed. Maar wel met vers niet-stinkend vullingpluis.

VDK fair? #VDK #brugsepoort #gent

Ik draag de mensen van vzw Trafiek hier in de Brugse Poort een bijzonder warm hart toe. U zult misschien denken dat de reden daarvan hun uitstekende vegetarische spaghetti is (best in town, by the way, trust me), maar het gaat om andere zaken: hun engagement is ongebreideld, ze staan voor elke goede zaak zonder aarzeling op de barricades (remember De Zaak Meibloemsite), hun buurthuis is een warm nest waar iedere groep bewoners terecht kan voor vergaderingen en ander leuks én ze maken wel degelijk een verschil voor veel mensen — de soepbedeling op vrijdag in de winter is daar een schoon voorbeeld van.

Ik dacht hun brief eerst gewoon te delen op Facebook, met die handige share-button, maar toen bedacht ik dat ik met deze blog waarschijnlijk meer mensen bereik. En als ik het dan ook nog eens deel op twitter en op facebook, en u doet dat misschien ook: tamtam, kracht van sociale media en al. Hopelijk wordt dit een heel duidelijke roep om de stilte te doorbreken. Want: wat gaat het zijn, VDK?

Hieronder integraal: de open brief van Trafiek aan VDK. Neem tien minuten en lees hem. Deel het gerust. Op alle mogelijke manieren. Go internet.

OPEN BRIEF i.v.m. SLUITING VDK-KANTOOR BRUGSE POORT Continue reading

About Berlin.

1012708_10209047672938066_4971957070685835789_n

(Tekening door Randall Casaer)

Deze week geef ik vier keer een parallel-les in een opleidingsonderdeel over mediawijsheid, aan eerstejaars. Het gaat over beeldvorming in de media, over televisiejournaals, over breaking news, over commerciële belangen. Het is allemaal redelijk basic, want een mens kan niet zo diep gaan op anderhalf uur, maar ik probeer wat grote lijnen te schetsen. Mijn doel (*) is heel eenvoudig: dat ze zelf verder te denken. Dat ze niet alles te geloven wat ze zien en horen en lezen. Voorzichtigheid. Dat ze bewuster kijken naar nieuws. Dat ze bedenkingen maken, en weten dat er achterliggende mechanismen zijn die mee bepalen wat wij weten. Dat wat ze weten en hoe ze dat interpreteren, bepaalt hoe ze naar de werkelijkheid kijken.

(*) Als ik met de studenten die ik voor stage begeleid praat, dan zie ik ze soms denken “daar is ze weer met haar doelen”. Omdat ik daarover doorboom. Honderd keer herhaal. Watisjedoel. Watwiljebereiken. Hoekanjeziendatje datdoelbereikt. Ik besef dat ik doorboom. En dat ik in herhaling val. Maar ook dat heeft dus een doel.

De les is opgehangen aan voorbeelden die de studenten kennen. Het medialandschap en de actualiteit is een dankbaar onderwerp, natuurlijk. Reality tv. De verkiezing van Trump. En vooral sinds vorig jaar: de aanslagen in Brussel van 22 maart.

Ik gaf die les gisteren aan een klas, en vandaag stond er ook ene op de planning.

Gisterenavond vloekte ik, zoals wij allemaal, weer eens luid op de wereld. In mijn hoofd werd de parallel-les al helemaal anders. Want Berlijn.

Vandaag in de les hoorde ik mezelf zeggen “ik denk dat het niet onrealistisch is dat er een dergelijke situatie zal voorvallen eens jullie een eigen klas hebben. Dus we gaan het nu even hebben over hoe je kinderen op zo’n moment kan begeleiden.”

Want ik wil dat toekomstige leraren omzichtig zijn. Over breaking news en kinderen. Ik wil dat ze weten hoe ze kunnen filteren en hoe ze veiligheid kunnen bieden als er weer eens een aanslag wordt gepleegd. Een belangrijk doel. Dreiging kaderen.

Ik hoorde het mezelf zeggen en ik dacht tegelijkertijd: verdorie, ik wou dat we het hier niet over moesten hebben.