Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Bavo.

2 June 2013 over leven

Lang geleden brachten ik lange uren aan de toog van een jeugdhuis door. We schrijven meetjesland, ergens in de jaren negentig. We waren 16 of wat en iedereen aan die toog kende elkaar al minstens 10 jaar. We zaten samen in de chiro, namen samen de 676 naar school in Gent. We zaten samen aan de toog en fietsten samen naar fuiven in de wijde meetjeslandse omtrek. Het leven zou nooit meer zo licht zijn als toen, maar zoals dat gaat is dat iets wat niemand op dat moment gelooft.

Ik denk dat u de hele jeugdhuisbende gerust als enigszins alternatief zou kunnen omschrijven. We kochten onze kleren in de Fans in oudburg, onze sjaals bij Ricky aan sint-jacobs. We betoogden al eens tegen racisme, en zelfs de meisjes droegen getten. Alles wat ik weet over muziek, heb ik in die tijd geleerd, van gasten die vier-vijf jaar ouder waren en achter de draaitafel stonden daar in het jeugdhuis. Daar begon mijn liefde voor luide gitaren, en voor optredens en festivals.

Er was die ene maat daar aan de toog, eentje van het punkerige soort. Tekende anarchismesymbooltjes op de voering van zijn jas, kleefde nie wieder faschismus-stickers op verkeersborden. U kent het soort, ongetwijfeld. Het groeit er een beetje uit met de jaren en de volwassenheid, dus misschien bent u gewoon het soort.

Wanneer de avond nacht werd, en de uren wegtikten, dan gebeurde het al eens dat er afgeweken werd van het normale gitaarmuziek-gamma. We hadden daar immers ook een collectie kleinkunst, en iedereen aan de toog had zijn eigen voorkeur en verzoeknummer. De punkermaat, die kon deze woord voor woord meezingen, wat hij steevast ook deed. Het hoort evenveel bij de soundtrack van mijn jeugd als Debaser van Pixies.

Da-ag Miel Cools. Gekke kabouter.





Kleine handen.

29 May 2013 over leven

(één)
Ze is ondefinieerbaar ergens tussen 14 en 17, al jaren. Ze woont in onze straat, met haar ouders en een broer. Ze lacht altijd, en ze ziet eruit alsof ze altijd hier heeft gewoond. Wat ook zo is, voor zover ik weet.

Ze draagt geen hoofddoek, kleedt zich zoals de meeste meisjes tussen 14 en 17. Haar vel is wat donkerder, ja. Maar voor de rest is er geen verschil met de blondine van om de hoek, of de half-Afrikaanse leeftijdsgenote twee huizen verder.

Op zondagavond belt ze geregeld bij ons aan. Of we kranten hebben die ze mag gebruiken. Ze moet prentjes zoeken namelijk, als huiswerk. De ene keer over bureaumateriaal, de andere keer over bejaarden. Altijd prentjes zoeken.
Als ze belt zijn er zoveel verschillende gedachten in mijn hoofd. Prentjes zoeken, alweer, begot, denk ik dan, en mijn ogen rollen automatisch bijna uit hun kassen over wat het onderwijs soms is.
Ook vertedering zit erbij, natuurlijk. Ik herinner me hoe ik tussen 14 en 17 jaar ook altijd op zondagavond nog mijn huiswerk moest maken. Veel kans dat als ik nu huiswerk kreeg, dat ik het ook op zondagavond nog moest maken. Trouwens.
Maar al die dingen worden steevast overschaduwd door machteloosheid. Omdat ze eigenlijk zeer onbeholpen Nederlands spreekt, voor een kind dat hier is geboren. Veel fouten. Ze moet woorden zoeken. Ik heb het daar zo moeilijk mee, ik kan het bijna niet uitleggen. Omdat het zoveel zegt over kansen, over omkadering, over onderwijs. Over deze buurt, over deze stad. Over ons collectief falen.

Vorige week was ze er op vrijdagavond. Er was een taak voor Engels, en een vertaling die niet lukte. Het onderwerp was vrij te kiezen, ze schreef over reizen. Of ik wilde helpen. Ik kreeg een Nederlands kladje, en de moed zonk in mijn schoenen, omdat ik een tekst las waarvan ik de taalvaardigheid zelfs niet in een niveau durf in te delen.
De moed zonk verder toen ik las dat het onderwerp reizen eigenlijk Mekka was, en wat dat betekent voor gelovigen.

Als ik nadenk over onderwijs, dan probeer ik steevast voor ogen te houden dat een leerkracht zich bewust moet zijn van het eigen referentiekader. Dat mijn waarheid niet die is van een ander. Mijn opvoeding, mijn achtergrond, mijn waarden zijn niet die van andere mensen, en dat is niet erg. Veroordeel niet, zie verschillen als kansen. Ik zeg het honderden keren, ook tegen mezelf.

(twee)
Ik loop in het park, op weg naar de bakker. Een jong koppel komt met een grote sporttas uit de struiken. Ze spreken me aan, in moeilijk Nederlands. Een lastige conversatie, met veel gebaren en gewijs later, over waar ze het OCMW kunnen vinden en over een vrouw die hun had aangeboden bij haar te slapen maar dat ze niet hadden kunnen bellen en haar niet vonden en dat het koud was geweest om te slapen waar de kinderen spelen, geef ik hen 3 euro. Om brood te kopen, want ze hebben honger. Ik wandel verder, en laat mijn hart in duizend stukken op de grond achter, daar in het park.
Op mijn terugweg kom ik de buurtwerker tegen. Ik vertel over het koppel in de struiken, hij weet over wie het gaat. Hij vertelt over de oplossingen die al gezocht zijn voor hen. Nachtopvang, OCMW, begeleiding. Over elke uitgestoken hand die niet aanvaard wordt; kansen die niet genomen worden. Over wanhoop aan beide kanten.

(drie)
Soms, als ik mijn handen op de wereld leg, zijn het kleine handen. (*)

(*)Vrij naar Jotie





Alles gaat voorbij (ii).

25 May 2013 over leven

Dra rijst voor haar aan ‘t horizon
lauwer en zegekroon
Dan schallen bazuin en klaroen
AG is kampioen.

Ik ben opgegroeid in een voetbalfamilie. Niet de kleuren die ik nu bij elke thuismatch draag, maar die andere ploeg waar in het Meetjesland wel wat supportersclubs van te vinden zijn. Het zijn daar al boeren, ja. Mijn nonkels hadden (hebben?) abonnementen, en op familiefeesten gaat het steevast over de pintjesliga.
Mijn vader en ik, wij zijn de buitenbeentjes. Voor ons geen rijke ploeg uit het Bokrijk van Vlaanderen, maar de schoonste indiaan van ‘t land. Slechts een paar kilometer van huis, dus dat is de logica zelve. Daarbij: nen echte Gentenaar is nen Buffalo, zo is dat maar net.
Sinds een paar jaar — de papa in aanloop van pensioen en eindelijk wat tijd voor zo’n dingen — hebben we samen een abonnement, en gaan we naar alle thuismatchen. Ik kan u zelfs niet beschrijven hoe ongelooflijk plezant dat is, voetbal in een stadion. Als u mij niet gelooft: u moet het zelf eens doen, echt waar. Want een spannende voetbalmatch op een kille winteravond, in een stadion vol gezang en met zoveel adrenaline dat ge de kou vergeet, dat is één van de meest ontspannende dingen die er zijn.

Ondertussen, zoals dat gaat met abonnementen, kennen we een hoop mensen daar in onze tribune. De gewone voetbalmaten (die ge echt wel kent, weetwel) buiten beschouwing gelaten is daar iets wat mij ongelooflijk fascineert: jarenlang zit ge naast, vlak achter, voor mensen waar ge een heel rare relatie mee opbouwt. Ge kent hun naam niet, maar ge weet wel of ze moeten werken volgend weekend. Ge weet niet wie hun vrouw is, maar wel waar ze op vakantie geweest zijn en wanneer. Soms valt er iemand vantussen, en dan zijt ge zelfs een beetje bezorgd. Hij zal toch niet ziek zijn of iets mankeren? En ge weet niet aan wie ge het zoudt moeten vragen, want ge kent die mensen eigenlijk niet. En toch ziet ge ze vaker dan sommige van uw beste maten.

Als ik daaraan denk dat het de laatste keer was dat we allemaal, in die formatie, samenzaten, donderdagavond, dan word ik wat melancholisch.

Donderdagavond was legendarisch. Met stip in mijn top 5 van meest memorabele voetbalavonden in ons vervallen stadion (Ook daarin: de 6-2 tegen Club, in de allereerste play-offs en die Europese keer met vreselijk veel sneeuw. En die keer tegen Feyenoord. En die keer tegen Club voor de beker, vorig jaar.), en aangezien het de allerlaatste was, zal die daar ook blijven staan, dat is evident.

Om u een idee te geven: hier.

Even na 22 uur was het gedaan, en veranderde alles. We gaan naar een nieuw stadion. Het logo kijkt naar de andere kant nu. En met dit laatste beeld nam ik donderdag afscheid.

fin.





Ik ben een paar jaar geleden gestopt met schuldgevoel, en sindsdien gaat alles beter.

21 May 2013 over leven

Vrees niet, jonge mensen. Ik weet dat jullie het stuk van Sofie hebben gelezen, op haar blog, of op de Knack of op de media die het daarna nog hebben overgenomen. Ze heeft gelijk, natuurlijk, zoals haar leven nu in elkaar zit, en ik ken de situatie bij hen behoorlijk goed zelfs. We hebben daar al wel eens over gepraat, zij en ik, en ik ken haar bezorgdheden. De keuzes die jonge mensen moeten maken zijn ook niet van de poes, en kiezen is per definitie delen in deze.
Maar ik wil toch efkes schrijven. Niet om oneer te doen aan haar verhaal, want er zijn veel mensen die hiermee worstelen, maar om ook te tonen dat het iets is waar ge uiteindelijk in groeit. Ge maakt keuzes, zoekt evenwicht en uiteindelijk vindt ge dat. Want kiezen, en dus delen, is niet per definitie verliezen. Integendeel.

Ik schrijf dit ook omdat het niet zo erg is als alles niet perfect loopt zoals ge het in uw hoofd hadt op uw twintigste. Of op uw dertigste. En omdat ik wat droevig word van jonge mensen die door ons aller angsten over de keuzes en problemen die een gezin meebrengt zeggen dat ze niet weten of ze nog wel kindjes willen. Want dat het niet te doen is, als ge het zo leest.

Vreest niet, jonge mensen. Want volwassen zijn, en een kindje hebben, dat brengt natuurlijk bepaalde uitdagingen mee. Maar het is vooral ook leuk, en schoon en het gezinsleven is ook zo zwaar als ge het zelf maakt.
Als ge denkt dat ge er klaar voor zijt: sluit uw ogen en spring, doe uw best, maar voel u niet schuldig of slecht als het niet allemaal lukt.
Morgen is er weer een dag, en dat kan een leutige zijn of een mindere. En daarna komt er nog eentje. En dan weer.

Het heeft bij mij jaren geduurd voor ik zover was, maar echt: niet te veel eisen van uzelf, dat is de beste beslissing die ge kunt nemen. En het besef dat schuldgevoel alleen lastig is voor uzelf, en iedereen waarvoor ge schuldgevoelens hebt daar absoluut niks aan heeft.

Maar u bent natuurlijk op zoek naar praktische tips over hoe u ook zo’n vrolijk, monter en onbezorgd gezinsleven kunt hebben. Ik versta dat, dus daarmee dat ik schrijf.

1. Een vrolijk, monter en onbezorgd gezinsleven bestaat niet.
Er bestaat een relatief rustig en kabbelend gezinsleven met mensen die al eens kunnen lachen en waarbij de dramamomenten overbrugd kunnen worden. Als u dat heeft, dan bent u de eerste van de klas. Echt, het wordt niet beter dan dat. En dat is niet erg, want ge wordt daar heel gelukkig van.

2. Werkliefde beats Locatie beats Tijd beats Geld.
Ik doe mijn job doodgraag en ga zelden tegen mijn zin werken. Dat komt deels en ook omdat ik werk waar ik woon. Eens ge een gezin hebt is tijd wat ge het meeste tekort hebt. In Gent werken is daarom de belangrijkste beslissing die ik ooit heb genomen, om het leven leefbaar te houden.
Als mijn droomjob in Brussel was, dan zou ik in Brussel wonen. Op lange lesdagen begin ik om 8.15h met mijn eerste les, en eindigt de laatste om 17.45h. Als ik daar twee keer een extra uur verplaatsing bij zou nemen, dan heb ik geen leven meer. Ik verdien een pak minder dan in mijn vorige job, maar dat stoort mij niet. Of nauwelijks. Tijd is belangrijker dan geld, voor mij.

3. Steun en uitbesteding zijn geen schande.
Wij hebben het geluk om aan beide kanten op de grootouders te kunnen steunen, zeer hard. Mijn ouders vullen met de glimlach elk gat in onze agenda op, mijn schoonouders springen in als mijn ouders niet kunnen. We profiteren daar niet van, en ik ben ervan overtuigd dat ze dat voelen. Ik vraag zelden om op de kleine te passen voor zaken die niet werkgerelateerd zijn, omdat ik gewoon niet zoveel niet-werkgerelateerde dingen doe. Daarover later meer.
Ik voel mij daar niet schuldig over, omdat het win-win-win is: wij kunnen met een gerust hart en volle focus ons werk doen, de kleine wordt fantastisch gesoigneerd, én de grootouders zijn zot van het kind en hebben haar graag bij zich. Win-win-win.

Verder doen wij niet graag van huishouden, dus hebben wij twee keer per week een poetshulp, die ook strijkt en de ruimte heeft om dingen te doen die ik vervelend vind, zoals bedden verschonen. Ik zie mensen soms met hun ogen rollen als ik dat zeg, maar ik schaam mij daar niet over. Er was een tijd dat ik geen poetshulp had — Lang geleden. De eerste zes maanden dat ik alleen woonde, denk ik. Ik was de allereerste in mijn hele vriendenkring die iemand betaalde om dingen te doen die ik liever niet zelf doe. En daar is dus niks verkeerd mee, ik vond dat al heel snel de investering meer dan waard. Want dat kost wat geld, maar opnieuw: zie verder.

Eerst kwam de hulp eens om de 14 dagen. Toen kreeg ik een kind en kwam ze wekelijks. En toen ging het lief nog meer werken, werd ik vervelend omdat ik meer moest huishouden en sindsdien komt ze twee keer per week. Soms kijken mensen dan wat raar, en pakweg vijf jaar geleden zou ik het gevoel gehad hebben dat ik faalde in mijn huishoudcapaciteiten, maar daar doe ik niet meer aan mee.

Net zoals ik mij ook niet meer schuldig voel als mijn mama mijn huis opruimt of een strijk doet (al zal ik het nog steeds zelden zelf vragen om zoiets te doen). Net zoals ik het absoluut niet erg vind als mijn papa mijn huis helpt verbouwen. Of mijn schoonmama mijn terras heeft geschuurd terwijl ze oppast. Geen schuldgevoel, ik geniet gewoon en zeg: danku, dat is heel lief dat ge dat doet, en ik heb dat graag. Ik meen dat ook oprecht. En neen, dat is niet profiteren. Ouders helpen hun kinderen graag, en ik zou hetzelfde doen voor mijn kinderen. En als onze ouders hulp nodig hebben, dan zijn wij er ook, altijd.

4. Kies (of ook: alle zie-verders hierboven)
Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik niks heb opgegeven voor mijn kleine en Het Gezin. In mijn geval: ik ga bijna niet meer uit, ik koop bijna niks meer en ik heb geen hobby’s buitenshuis. Ik ga om de twee weken naar het voetbal, met mijn papa, maar voor de rest blijf ik thuis, voornamelijk. Op weekendavonden, en heel vaak in de week ook, is mijn lief uit werken, en dan werk ik thuis. Ik steek het kind in bed, en ik bereid mijn lessen voor, lees papers, corrigeer en doe ander schoolwerk tot elf of twaalf uur. En dan ga ik slapen. Ik kijk nauwelijks TV, lees geen boeken meer en sport niet. Dat lukt niet meer, en ik vind dat een kleine opoffering voor wat in de plaats komt: tijd overdag om met de belangrijke dingen bezig te zijn. De kleine, mijn lief, mijn familie en vrienden.

Er zijn ook zaken waarvoor ik standaard pas, tenzij het echt vlotjes uitkomt zonder geregel. Zo doe ik geen nieuwjaarsrecepties, geen werketentjes voor pensioenen, geen avondvergaderingen, geen extra-curriculumdingen met de collega’s. Hoe gezellig dat soms ook kan zijn, ik doe dat gewoon net niet graag genoeg om daar zaken voor te regelen. Weekendjes weg met vriendinnen, zijn nog zo’n voorbeeld, zij het dat ik dat wel veel liever doe dan werkdingen. Ik geniet daar enorm van als het eens lukt, maar meestal ben ik al moe als ik denk aan al het geregel alleen al. Babysit, mijn werkritme dat verstoord is, achteraf werk inhalen, te weinig slaap en daardoor een week moe. Als het dus past: zeer graag. Maar ik wring mij niet in 1000 bochten. Want dat moet niet meer van mezelf.

Dat van nauwelijks nog iets kopen heeft in sé niks met gierigheid te maken. Ik had gewoon op een bepaald moment genoeg, een beetje zoals bij haar (zie dit artikel). Gewonnen: tijd, een gerust gemoed, geld. Om drie uur extra poetshulp per week te betalen, bijvoorbeeld. MWOEHA!





Over privacy. En een beetje over feminisme ook.

24 March 2013 over leven

Soms denk ik: ik ga daar niet over schrijven. En dan doe ik het toch. Ah ja, elk zijn zwakte zeker.

Er was hier recent een incident met een facebookpagina van een grote liefdadigheidsactie en een foto van ons kindje die daar ongevraagd gebruikt werd. Met een verzonnen verhaal erbij dat ik kanker zou hebben.
Het scenario van hoe zoiets gebeurt is poepsimpel: iemand heeft op flickr een foto gezocht van een kindje dat zijn tong uitsteekt, ik heb er zo eentje, die persoon heeft hem ingezonden en er een zielig verhaal bij bedacht. Gelukkig heb ik opmerkzame en lieve bloglezers, die mij in zo’n geval een mailtje sturen (merci, nele!).
Ik was in eerste instantie alweer wat verontwaardigd, het lief van zijn kant was ziedend. Maar een paar mailtjes later was de foto verwijderd en het probleem opgelost. It’s the internet, baby. Bygones dus, en iedereen verder met zijn leven. En toch heb ik al een paar dagen overpeinzingen.

Wat mij frappeerde aan de hele zaak zijn twee dingen.
Ten eerste dat ik de vraag kreeg ofdat mijn foto’s misschien niet genoeg zijn afgeschermd. Van verschillende mensen, en eigenlijk als suggestie die geïnterpreteerd kan worden als enige verantwoordelijk afwimpelen en indekken. Door slechter karakters dan het mijne, dat is evident. Ik zou dat nooit denken.

Maar mijn foto’s zijn niet afgeschermd, neen. En dat is zelfs een bewuste keuze. Ik zie niet in waarom. Als de wereld het niet mag zien, zet ik het niet op het internet maar op mijn harde schijf.

Maar toch. Het lijkt mij zo’n fundamenteel foute vraag “Ben je zeker dat die foto niet ergens openbaar is te vinden?”. Alsof het eigenlijk mijn eigen schuld is dat één of ander kipje te veel fantasie heeft en mijn materiaal daarvoor gebruikt zonder het te vragen.
Het deed mij wat denken aan het verhaal van Zerlina Maxwell, die recent in een storm terecht kwam na een gesprek op de Sean Hannity show. Het onderwerp was dat de stelling dat alle vrouwen legaal het recht zouden moeten hebben om een geweer bij zich te dragen, om zichzelf te beschermen tegen verkrachters.
Zerlina had het lef om te suggereren dat de pijlen misschien eerder zouden gericht moeten worden op de algemene preventie van sexueel geweld en het aanpakken van daders, in plaats van op de slachtoffers en zo *nog* maar eens een extra verantwoordelijkheid bij vrouwen te leggen. Ze heeft gelijk. “Ge zijt lastig gevallen? Tja, dan hadt ge maar een wapen bij moeten hebben, dan was het niet gebeurd.” Dat is precies hetzelfde als “ze zocht het wel wat zelf, zo in een kort rokje rondlopen”. Neen. Ze zocht het niet zelf. Punt.
En het is een veel onschuldiger voorbeeld, en de impact is sowieso niets (absoluut niets) in vergelijking met iemand die seksueel aangevallen wordt, maar: ik zocht het niet zelf door foto’s online te zetten. Mensen moeten ze gewoon niet pikken zonder toestemming, punt.

Het tweede, en daar was ik wat meer van geschrokken, was dat mijn lief de volgende dag telefoon kreeg van de boekskes en gazetten voor een reactie. Ik vergeet soms een beetje dat hij met zijn kop op de lichtbak komt, en ik zou daar misschien beter voorzichtiger in zijn. Slotjes op al mijn sociale mediadinges werden even overwogen, maar ook daar ben ik ondertussen al van teruggekomen.
Het idee dat ik mijn manier van communiceren moet aanpassen aan zijn beroep staat de feministe in mij namelijk wat tegen. Om maar te zwijgen over de feministe in hem, die een behoorlijk ontwikkeld manwijf is bij momenten. Zo vertelde ik daarnet: “Ik ga er toch over schrijven, ‘k zal het u dan eerst eens laten lezen voor ik publiceer” en hij antwoordde, met enige verontwaardiging “Waarom, gij schrijft toch wat ge wilt zekers, ik heb daar niks aan te zeggen”.
Damn right he hasn’t, maar het doet deugd dat ik daar niet voor moet vechten en het een evidentie is.
Over de reactie waar naar gevist werd: hij heeft er geen gegeven, trouwens. Omdat de dochter en ik niet willen meedoen aan de boekskes. Al wie dus zit te wachten op dat diepte-interview over onze relatie of onze laatste vakantie in een tijdschrift van uw keuze: u bent eraan voor de moeite. But then again: er verschijnt hier al genoeg om alle gepaste nieuwsgierigheden te bevredigen, nietwaar.

Aniehoew. Ik ga mijn gedrag dus niet aanpassen, online noch offline, omdat er af en toe vervelende dingen gebeuren. En man wat hou ik veel van het internet, en van mijn lezers, en van al wat dat al heeft betekend voor mij.
Ik ben niet van plan om eender wat af te schermen, maar ik wil wel van dit moment efkes gebruik maken om het nog eens duidelijk te stellen: dat hier foto’s en verhalen staan, wil dus niet zeggen dat iedereen dat allemaal zomaar mag gebruiken en overnemen. Op alle beelden en teksten die van mij verschijnen zit copyright. Als u iets wil gebruiken: contacteer me, ik bijt slecht sporadisch.

Zo. Blij dat we dat even besproken hebben. En nu terug naar de vegetarische receptjes.





Het kan verkeren.

15 March 2013 over leven

Soms zijn er van die weken. Zoals deze. Ik heb razend veel werk en moest uren en uren na elkaar les geven. Mijn lief is nog steeds ziek van de wintervirusdinges en daardoor maar een halve. Of driekwart, ik wil ervan af zijn. Hij moest net deze week veel werken, en is dus afwezig en moe. En ik allenig en moe. In die allenige dagen sneeuwde het ook nog, en u weet allemaal hoe dat gaat met sneeuw en mij. We tolereren elkaar, maar het zal nooit zegmaar een warme liefde worden.

(Daarvan gesproken. De volgende keer dat u in december manisch euforisch doet over de eerste koude vlokjes en hoe schoon en wit en stil het dan niet is, zal ik u met graagte herinneren aan uw gezeur over de lente van de laatste dagen. Ik heb screenshots van uw facebookstatus als bewijs opgeslaan in een mapje dat ik “de horror van maart 2013″ heb genoemd. Want we gaan daar eerlijk in zijn: ge kunt niet de ene dag in de fanclub zitten en twee maand later de tegenbetoging organiseren. Zijt keer een beetje consequent, gasten)

Enfin. Niet zo’n goed humeur, die i.

En net in zo’n week komt alles een beetje samen. Het universum is een trut zonder mededogen, en dus had ik lastige dag na lastige dag. Gesprekken over dat niets zeker is en alles eindig, die me meer van slag maakten dan wat ik van tevoren durfde in te schatten. Ruzies, onzekerheid, stress. Ontnuchtering over dingen die soms groter zijn dan wat ge kunt bevatten. Agenda’s die anders zijn dan wat ge kunt inschatten. Nachten zonder slaap. Tranen die constant prikten achter mijn ogen. Mezelf met veel moeite en koffie opladen en les geven, tussendoor dan toch overstuur geraken als lieve mensen vragen of het wel gaat.

It has not been a good week. Not at all.

Vandaag was er een straaltje zon, deze middag, en moest ik eens glimlachen. Deze avond was er stralend blauwe hemel, toen ik uitgeput thuiskwam. Er was koffie, ik kreeg applaus, de dochter had een tekening gemaakt als cadeautje. En er hingen vlaggen in de living. Allemaal voor mijn vrolijkheid.

een lastige week, dat genezen mijn lief en kind met een versierd huis. <3

Ik heb veel geluk, ik.





Bouwproject.

12 March 2013 over leven

Weet nog, toen ik u vertelde dat wij vanaf nu in projectontwikkelaarsland woonden? Voor een stand van zaken: lees op Het Project..





It’s the little things.

3 March 2013 over leven

We reden naast het kanaal, op weg naar zee. De zon probeerde voorzichtig of ze al eens lente zou maken, en achteraan zat de dochter ingesnoerd in haar reglementair gekeurde zetel heur zonnebril op te poetsen. Klaar voor de zomer, die van ons.

Ik staarde wat naar buiten, en zag iets waar de meeste mensen misschien gewoon voorbij razen. Dat gebeurt al eens, ge weet dat ondertussen, en het is meteen ook de reden waarom ik ‘s avonds altijd doodmoe ben. Prikkels prikkels overal prikkels.

Ik grijnsde en zei “Kijk”.

Want er was een roeiboot, zo’n professioneel ergonomisch en aerodynamisch geval, daar op het kanaal. Erin vier jongens in hetzelfde broekje en shirt. Perfect synchroon en symmetrisch, dus ik hoopte meteen dat ze ergens voor aan het trainen waren. Ze gaan voorzekers winnen, dan.
Ze doorkliefden met gestage regelmaat het kanaal. Door niets tegengehouden, blijkbaar, want daarbij loodrecht een koppel witte zwanen van elkaar scheidend, tot ontsteltenis van de arme dieren.
De zwanen vlogen op, voor de boot uit, vlak boven het water. Die boot, de voorzichtige zon, de zwanen met hun verwarring: prachtbeeld.

Dus ik zei “kijk”. En terwijl ik mijn hoofd naar hem draaide, wist ik dat hij het ook al lang gezien had.





Onze flexibele mini.

18 February 2013 over leven,mira

*Ik moest nog gestoef overtikken uit mijn boekske! Voor de archieven, begin februari 2013.*

Mijn kleine, toen zij nog een kleinekleine was, dat was geen evidente baby: rap overstuur, nogal gevoelig, een slecht slaperke en veel huilen. Ge ziet dat kindje graag, dat is evident, maar ge kunt ook niet geloven dat het waar is wat iedereen zegt: dat het beter wordt.
Wel. Ik kan bijna niet geloven dat het .zo.veel. beter wordt. Misschien hebben wij ons deel van de minder evidente tijden gewoon wel gehad. Iets met karma en alles, want echt mensen, mijn kleine, dat is zowat de meest flexibele kleuter die ik ken.

Zo gingen wij dus naar Lanzarote en hadden daarvoor een vlucht om 6h10 op Zaventem. Dat betekent om 4h aanwezig zijn, en dus om kwart na drie vertrekken in Gent. Met een bang hart, en voorbereid op het ergste (gekrijs, gezeur, twee dagen ambetantigheid, ik had het allemaal gepikt en begrepen), haalden wij haar in het holst van de nacht uit haar warme nest, de ijzige februari nacht in. Na een 20 seconden waarin zij even stelde dat ze toch liever in haar bed wilde blijven verliep de dag alsvolgt: kijken naar de lichtjes op weg naar Brussel, spelen op de luchthaven, het helemaal spannend vinden bij de security check, geduldig wachten op boarden, vier uur boekjes lezen, tekenen, iPad spelen en filmpje kijken op het vliegtuig. Beetje spelen bij het wachten op bagage. Beetje spelen bij het wachten op de bus. Na korte aansporing van ons een half uurtje slapen op de bus naar het hotel. Geduldig wachten op check in. Lunch. Naar de kamer, badpak aan, zwemmen, spelen, filmke kijken terwijl moeder de valiezen uitpakt, in bad, en dan diner in het hotel. En daar, om half acht ‘s avonds, terwijl wij al zes uur onszelf schrap zetten voor een complete melt-down, zei de fantastische kleine simpelweg na een half bord spaghetti: en nu wil ik graag in mijn bedje.

Een verzoek dat wij natuurlijk met veel liefde en onmiddellijk ingewilligd hebben. Want zeg nu zelf: een driejarige die al anderhalve dag op is, en nog steeds niet hysterisch wordt, daar laat een mens al eens een dessertenbuffet voor staan.

Ze sliep tot de volgende ochtend, wij zeiden tegen elkaar: vandaag zullen we het krijgen, de weerbots. Maar niks. Nada. De dochter bleef de hele dag haar vrolijke zelve. En ging ‘s avonds weer vrolijk slapen, voor een ganse nacht.

De dagen, mensen, ze gingen daar open en dicht, alsof het niks was. En dat kwam door haar en omdat zij zo’n fantastisch gemakkelijk kind is.





Weekendochtend.

16 February 2013 over leven

Het is half negen, een doorsnee weekendochtend. Ik lig in de zetel, zij ligt voor me. Lepeltjes in een stil schof, haar hoofd op mijn arm, haar haar voor mijn neus.
We hebben een deken of drie, we hebben kussens. Want ze vroeg om een nestje te bouwen. De televisie staat op en ik hoor vaag kwiskat overgaan in kaatje. Ze ligt rustig, wriemelt wat aan mijn hand, duwt koude kleutervoetjes tegen mijn knieën en ik vind dat niet erg. Ik hou haar dicht bij me en dommel af en toe in.

Zo zien mijn weekendochtenden eruit, tussen half acht en negen. Ik klaag over dat ik nooit eens kan uitslapen, door dat werk van mijn lief. Maar eigenlijk vind ik het stiekem het mooiste moment van de dag. Zij en ik, en nog even geen werkelijkheid in ons nest.

Ik weet ook dat het niet voor altijd zo blijft, dat ze zo bij mij wil liggen. Ze is drie, wordt gauw vier. Grote meisjes liggen niet eindeloos met hun moeder in de zetel, ik weet dat.

Dus ruik ik aan haar hoofd, en sla de geur op voor dagen van later. Ik voel nu al hoe de weemoed die terugdenken hieraan mijn hart zal overspoelen.





Volgende Pagina »