Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Newsletter – maand 7.

8 March 2010 over mira

(een dag te laat, wegens gisteren in zetel in slaap gevallen)

Lieve Mira

Je slaapt terwijl ik dit schrijf, boven in je bedje. Ik ben zo blij dat je daar bent: ik kan gewoon de trap opgaan en naar je slapende gezichtje kijken, als ik dat zou willen. Ik kan mijn hand op je haren leggen en ze zacht strelen. Ik kan muisstil naast je bed staan en luisteren naar hoe je ademt. Je bent maar een paar treden van me weg en dat is zo’n fijn idee.

Het valt me nu nog meer op hoe ik je nabijheid nodig heb om m’n onrustig hart te kalmeren, want dit weekend was je uit logeren, bij je grootouders. Je bent daar verwend, bepamperd, overladen met aandacht en hebt de hele dag gespeeld. Dat is zo leuk voor je en je doet dat graag. Maar ik heb je iedere minuut gemist. Zaterdagnacht waren we heel laat thuis, en je papa moest heel vroeg alweer vertrekken. Ik had afgesproken je ergens rond de middag op te halen, dus ik kon gemakkelijk nog een paar uur slapen. Maar ik had het te druk met dat missen van jou om dat te doen.

En dat, mijn lieve dochter, is wat ik volstrekt fout had ingeschat voor je er was. Ik dacht namelijk dat ik je zonder probleem aan de vaardige handen van babysitters zou overdragen als je daar de leeftijd voor had. Je zou misschien protesteren, maar je zou het ook wel leren. Alles zou wennen. Maar ik had er dus absoluut geen rekening mee gehouden dat ik dat misschien gewoon niet echt zou willen. Want hoe vermoeiend dat actieve en intense leven met jou ook is, ik tel de minuten voor ik jou en al je hevigheid weer mag afhalen. En hoe erg ik ook kan uitkijken naar een avond voor mezelf, na een paar uur verlang ik alweer naar jou. De baby. Mijn baby.

Je bent zeven maand nu en dat is best al groot, eigenlijk. Zo groot zelfs dat het bij momenten pijnlijk duidelijk is: soms heb je me niet echt meer nodig. Je hebt namelijk een piano met dierengeluiden en veel lichtjes, en die is minstens zo boeiend als je moeder. En je hebt boekjes waar je aan kunt frummelen, je hebt een plastiek krokodil waar je lange verhalen tegen kunt vertellen en oh-my-god-hoe-vreselijk-boeiend-is-die-lege-evian-fles-zeg.

Ik sta een beetje aan de zijlijn, te supporteren als je geconcentreerd probeert of je de zetel kunt versleuren. Terugpratend als je me vrolijk iets ingewikkeld probeert uit te leggen en snel ingrijpend als je -alweer- wilt proeven of de gazet lekker is vandaag. Je bent een ontdekkingsreiziger geworden, de laatste weken, en je vindt werkelijk alles bijzonder boeiend.
Dat impliceert evenwel ook dat je weigert te slapen in de auto, tijdens wandelingen en in de winkel vanaf nu (al die kleurtjes en bewegende dingen, waarom zou je ook?). En thuis is het helemaal een ramp: je wil spelen, spelen, spelen, tot je zo lastig wordt van de vaak dat je bijna omvalt en dan nog wil je spelen, spelen, spelen. We moeten je bijgevolg een beetje tegen jezelf beschermen en je op tijd eens in bed stoppen, wat je dan geheel verontwaardigd probeert te voorkomen.
Deze middag bijvoorbeeld, is er aan je middagdutje een pantomine van anderhalf uur vooraf gegaan, met hysterisch gekrijs (van jouw kant), gesus (van mij), hysterisch gekrijs (jij weer) en zelfs wat traantjes (wij allebei). Uiteindelijk heb ik gewonnen.
Ik hoop dat je snel door zult krijgen dat ik minstens zo koppig ben als jij. En dat we het deel waarin jij doet alsof in bed gelegd worden gelijkstaat aan zware kindermishandeling binnenkort achter ons kunnen laten. Neem uw balpen en schrijf op: mama is baas. En dat blijft nog wel een poos zo.

Tot slot nog dit: je schattigheid neemt nog steeds elke dag toe. Ik verwacht dat je binnenkort gewoon gaat ontploffen van schattigheid, want er moet toch ergens een grens zijn. Let je een beetje op, daarmee?

De ontdekking van de letter f en de letter s bijvoorbeeld, die waren hilarisch. Vooral omdat je twee dagen enkel woorden met f en s hebt gebrabbeld.
En dat je altijd luid gilt terwijl je probeert vooruit te kruipen. Dat je zo hard kunt lachen dat de buren waarschijnlijk denken dat je gek geworden bent. Dat je je armen naar me uitstrekt als je wilt gepakt worden. Dat je minutenlang hetzelfde voorwerp op tafel kunt laten vallen om te proberen hoe dat klinkt, telkens opnieuw. Dat je nu al zelf banaan eet. Dat je roept naar je vader op de lichtbak. Dat je doelbewust je sokken uittrekt, sneller dan ik het zelf kan, en zo’n honderd keer per dag. Dat je aaikes geeft als we erom vragen.

Het zijn hoogtepunten, lieve dochter. En ik noteer ze hier enkel voor jou, want voor mij is het niet nodig ze op te schrijven: ze staan al in mijn geheugen en mijn hart gegrift. Voor altijd.

zoen

je mama

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5
Maand 6





Mira ziet haar papa. In vier stappen.

5 March 2010 over mira

stap 1: wees enigszins humeurig stap 2: ontdek uw vader
stap 3: besluit vader grappig te vinden stap 4





Ik had ook niet gedacht dat het ooit zover zou komen, neen.

1 March 2010 over mira

En toen hield ik mijn handen als een kommetje onder de kin van mijn dochter, zodat ze haar maaginhoud daarin kon ledigen. Want ik had die middag al drie keer de parket gedweild en een hand is rapper afgewassen dan een vloer gedweild. Efficient parenting 101, peoples.

Het was begonnen met een piepje op de babyfoon, een half uurtje na de start van het middagdutje. We bleven rustig zitten, want de dochter durft al eens een huiltje doen midden in een dut, en vaak is het na een halve minuut weer van slapende baby. Zo ook deze keer. Toen er nog een half uur later toch nadrukkelijker gehuild werd, toog ik naar boven om daar de dochter aan te treffen middenin tussen onder en geheel gedecoreerd met –hoe zal ik dit op een delicate manier uitdrukken — haar groentenpap. Die van twee uur tevoren, jawel. We moeten u niet uitleggen dat het schuldgevoel over het niet reageren op het piepke van tevoren immens was. En de compassie met de slappe dochter nog immenser.

Kindje werd gewassen, bed werd ververst en het scenario herhaalde zich, deze keer met parketvloer en outfit van moeder als slachtoffer. Na nog een keer, en een wel heel platte baby, trok ik toch naar de dokter van wacht. Verdict: een oorontsteking. Dubbel. En meteen ook de derde in zes weken tijd. We trekken deze avond dus opnieuw naar de kinderarts, en gaan daar toch eens serieus praten over structureler oplossingen.

Deze ochtend omstreeks half zeven werd ik trouwens door kokhalsgeluid gewekt. Uit het bed gesprongen, half in paniek, de deur van de dochter-kamer opengezwaaid om daar een verstoord uit haar slaap gewekte Mira aan te treffen. Direct vrolijk, dat wel en geen sprake van enig maaginhoud ledigen.
Bleek het de kat te zijn die zonodig een haarballeke moest ophoesten in de gang. Tsk. En zo kon onze dag ook alweer beginnen.





Allez. Dat kan ze dus nog niet.

13 February 2010 over mira

Ik ben redelijk losjes als het op mijn dochter en eten aankomt. Ze eet natuurlijk haar melk, en ik geef ook gepureerde groenten en fruit, maar daarnaast krijgt ze al maanden vanalles toegestopt van wat wij eten ook. Gestoomd worteltje in zijn geheel, groot stuk banaan, kwart kiwi, stuk peer (glibberig, dat laatste…). En als wij pasta eten: pasta zonder saus, in een bordje aan tafel. Ze kan dat allemaal nog niet zo goed, en het is een gigantische kliederboel, maar ze vindt het bereleuk en ze leert aparte smaken en structuren kennen.

Gisterenochtend zat ik een boterham te eten en ze keek die bijna uit mijn hand, dus ik dacht: ik geef haar ook iets, dat schaap. Ik was te lui om op te zoeken of ze eigenlijk al brood mag, dus werd het een rijstkoek. Daarvan wist ik namelijk zeker dat dat al mag.

Koekje in handje, koekje in mond en dan een heel vies gezicht. Ik kan haar geen ongelijk geven, want rijstkoeken, dat is ook redelijk degoutant. Maar ze at toch verder. Wat niemand hoeft te verwonderen, want ze lekt ook aan de bus van de douchecreme. En aan de vloer. Mmmmm, Mister Proper. Opeens had ze gevonden dat als ze met haar twee tanden langs de rijstkoek gaat, dat ze dan een stuk kan afbreken. Een stuk dat vervolgens in haar mond kan verdwijnen. Om daar haar wurgreflex in gang te zetten. Om er dan voor te zorgen dat ze de ganse fles melk die ze net ophad, terugstuurt naar afzender. Ahum.

Wat hebben wij daaruit geleerd?
a. baby is te klein om zelf koeken te eten
b. als vader van baby thuis is, moet ge de volgende twintig minuten horen hoe hij aan baby vraagt: “en wat heeft mama gedaan? u doen overgeven? maar schaapke toch, slechte moeder. Kom maar bij papa, ik ga u geen vuile koeken geven.”
c. ondergespuwde baby’s om half acht ’s morgens zijn slecht voor ochtendhumeur.

on a related note hebben we ook geleerd afgelopen dagen:
a. Als baby smekgeluiden of schraapgeluiden maakt en het is geen etenstijd: check of krant nog volledig is.
b. Als baby op doploze tube coldcream duwt terwijl tube in haar mond zit, dan trekt baby een half uur lang vieze gezichten. Coldcream is nog degoutanter dan rijstkoeken, blijkbaar.





Newsletter – maand 6

7 February 2010 over mira

Lieve Mira

wat ben je ziek, schat. Dat is het enige zinnetje waarmee ik deze maand kan samenvatten. Je was namelijk al twee weken verkouden toen ik de vorige nieuwsbrief schreef, en je bent nu nog steeds niet genezen. Acht weken, dat is lang, lieveke. Bijna een derde van je leven buiten mijn buik, om precies te zijn. Het begon met een banale verkoudheid, er kwam er nog één bovenop, het bleef aanslepen, werd erger, beter en dan weer erger. Je nam siroop, je kreeg neusspray, je aerosolde en pufte. Ik goot liters fysiologisch water in je neus, je rook elke ochtend naar eucalyptus — kudoos to the suppositoirs — en ik moest zelfs zalf in je oogjes doen, want ook daar had je een ontsteking te pakken. Je vindt het overigens allemaal even onaangenaam, die medicatie, dus ik heb je veel zien huilen deze maand.
En toen kreeg je een dubbele oorontsteking, helemaal cadeau als extraatje. We probeerden de koorts te drukken met perdolan en junifen, en je krijgt nu ook antibiotica sinds een paar dagen. Je kreeg nog een tand bij, weigerde te eten, sliep slecht en piepte als een oud manneke dat vijftig jaar lang groene michels aan de lopende band heeft gerookt. Dat alles zorgt ervoor dat mijn maand eigenlijk gewoon was: proberen je erbovenop te helpen. Ik hield je vast en wiegde als het weer even niet ging. Deed manisch enthousiast over je groentenpap, maakte flesjes aan de lopende band om je toch wat te laten drinken. We probeerden bekers, lepels, tuitbekers. Ik nam tien keer per dag je temperatuur op, leerde tapoteren om je pijn te verzachten en liep de dokters deur plat. Ik nam je elke dag mee naar de kine, hield met argusogen je gedrag in de gaten en stond nacht na nacht naast je bedje bij elke kuch en elke kreun. Overdag nam ik examens af en dacht de hele dag aan jou. Je vader werkte harder dan ooit tevoren en probeerde te helpen waar het kon, maar het kon niet zo veel. En dus reed ik van hot naar her, troostte en zorgde, wiegde en droogde traantjes. Ik ben zo moe, lieve Mira. En jij bent zo moe van al dat ziek zijn.

Ik heb nieuwe grenzen leren kennen aan mijn emoties. Machteloosheid en wanhoop zoals ik ze nooit eerder heb gevoeld. Ik kijk naar je, terwijl je ligt te slapen en zachtjes zucht omdat dat gemakkelijker is dan gewoon ademen, en het enige dat ik kan doen is hardnekkig mijn tranen verbijten en keihard hopen dat je beter wordt. Ik hang aaneen van de schuldgevoelens, tijdens die nachten naast jouw bedje. Wat als ik langer was thuisgebleven, was je dan gezond gebleven? Wat als ik flinker was geweest en langer borstvoeding had gegeven, was je immuniteit dan beter geweest? Als ik een week eerder naar de kine was gegaan (ik heb het even moeten uitstellen, de examens), was je dan misschien al genezen geweest? Het vreet, mijn lieve kind.

En toch. Het is niet allemaal kommer en kwel. Sinds een dag of wat lijkt het beter te gaan. De koorts is gezakt onder de 38°, je eet weer een beetje. Er is hoop. En wat meer is: je bent –ook tijdens het ziek zijn de hele tijd bijzonder charmant gebleven. Je hebt de kunst onder de knie om met je schattigheid een hele kamer direct voor je te winnen. Gewoon door geconcentreerd en breed lachend een stuk speelgoed op een tafel te slaan. Je hebt een streepje voor natuurlijk, bij de mensen: je bent immers bloedmooi en je blauwe kijkers worden omzoomd door de langste wimpers die ik ooit heb gezien. We worden daar op straat en in de winkel op aangesproken, zelfs. Mensen staan stil, kijken naar je, en gillen verrukt: wat! heeft! ze! lange! wimpers! Vervolgens lach je breed naar hen en dan gillen ze nog verrukter: oh! en! ze! lacht! zo! schoon!
Ik hou mijn hart vast voor de dag dat je ontdekt dat dergelijk gedrag chocolade of koeken kan opleveren. Of dat je je realiseert dat grote mensen eigenlijk werken met een afstandsbediening en dat jouw ogen en lach de knopjes bedienen. You will be a little puppetmaster, ik voel het al komen.

Ons avondritueel heeft ondertussen een vaste vorm gekregen en het moment dat voorafgaat aan het badderen en crèmekes smeren en pyjama’s aandoen is het mooiste moment van de hele dag. Ik neem je op de arm en draag je sesamstraatzingend naar boven. Ik leg je midden op het grote bed en doe de rolluiken naar beneden. En dan gebeurt het allergrappigste dat ik ooit heb gezien. Al sinds je heel klein bent kom ik namelijk altijd even bij jou liggen en spelen en kriebelen we. Een paar maand geleden ben je begonnen met hard te lachen, te schateren als we zo spelen. En sinds een paar weken lig je al heel luid te gillen, lachen en te zwaaien met je armen en benen van zodra ik je neerleg. Pure anticipatie. Als ik naar het bed toekom en alleen nog maar zeg “moh, hier ligt een babieken op mijn bed, ziet da nu” dan begin je zo hard te schateren dat de hele wereld en alle miserie even verdwijnt. Dat moment, Lieve Mira, zo zou het altijd mogen blijven. Op dat moment ben ik perfect gelukkig.

zoen,

je mama.

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5





Eerst.

3 February 2010 over mira

Een kind krijgen, dat is bijna een aaneenschakeling van eerste keren. Het begint bij de zwangerschap al: de eerste keer dat uw BH niet meer past (confronterend), de eerste keer dat ge baby voelt bewegen (verwarrend), de eerste wee (oh, ge herkent dat trouwens, ook al hadt ge van tevoren gedacht van niet). En dan de eerste keer vasthouden, de eerste keer in bad, de eerste keer iets volgen, de eerste keer lachen, de eerste keer hoofd opheffen, de eerste keer rollen, de eerste keer zitten, de eerste fles, de eerste keer groenten, de eerste keer fruit, de eerste keer soep (vandaag!). Maar ook: de eerste keer keihard met het hoofd tegen de grond gaan wegens dat zitten is toch nog niet je dat (vorige week) , de eerste keer zichzelf en slaapzak volledig onderkakken in het midden van de nacht (bij voorkeur doen als alle reserve-pyjama’s in de was zitten — zoals vandenacht, jawel) en de eerste keer serieus ziek zijn (acht weken and counting). You win soms and you lose soms, als ouder.

Gisteren was een leuke eerste keer: ik had tegen saskia-van-de-creche laten vallen dat ik dacht binnenkort vlees te beginnen, aangezien Mira niet goed aankomt en vlees is extra eiwit en dat is goed. Gisterenavond reden we naar huis, en bij het rood licht keek ik even in haar schrift en daar stond “flink gegeten, aardappelen + wortel + tomaat + kalkoen”. Ik was er efkes van gepakt zowaar en gilde naar het kind in de maxicosi naast me op de passagierzetel: HEB JIJ VLEESJE GEGETEN?

Waarop de baby breed lachte, luidop kraaide en met haar armpjes zwaaide. Het heeft blijkbaar gesmaakt, denk ik dan. Of ze heeft graag dat ik overenthousiast gil tegen haar voor het rood licht, dat kan ook.

Maar wat ik wilde vragen: wat was uw leukste baby-eerste eigenlijk? En de ergste?





Die keer dat wij ons dochter achterlieten, het schaap.

29 January 2010 over mira

Vanavond was het test-case tijd hier ten huize. Ik wilde namelijk graag donderdag naar de opname van ZVDZ gaan, maar dan moet ik rond zes uur in Gent vertrekken. Omdat het in Brussel te doen is, en dus niet vlakbij om terug te keren én omdat zowel mijn ouders als mijn schoonouders ook gaan die dag (dus geen hulplijn in de buurt), was het plan om een babysit te nemen en van tevoren eens te proberen. Marijke zou komen, en vandaag hebben we dus de test gedaan. Marijke om half zeven naar hier gekomen, wij in de buurt gaan eten, met de gsm op standby. Rond half elf terug naar huis en daar vertelde Marijke dat de dochter de hele tijd heeft geweend, van zodra we wegwaren. Ze heeft een klein beetje gedronken, en is dan uiteindelijk in slaap gevallen. Marijke vond het vooral ambetant voor Mira en ons, ik vond het vooral vervelend voor Marijke.

Conclusie van het verhaal: (1) Mira is blijkbaar nog te klein om zich door iemand anders van avondritueel te laten voorzien (2) donderdag geen opname voor mij, (3) we hopen dat er nog iemand op ons kind wil komen passen, later (4) uitjes beginnen de komende maanden ten vroegste om half negen, als baby in bed zit en (5) binnen een paar weken/maand proberen we opnieuw. Want ze gaat het toch moeten leren, de dochter. Het is even uitstel maar geen afstel, want deze moeder moet af en toe eens na zonsondergang buitenkunnen, jawel.

Hoe ging dat bij u, trouwens, dat babysitgedoe? Vanaf wanneer? En ging het meteen goed?





Die keer dat het opeens niet meer ging.

23 January 2010 over mira

En toen dacht ik: zie mij hier nu staan, op een donkere parking van de ziektefabriek, met een hongerig kind in de regen. Ik was net buitengekomen bij de kinderarts en die had woorden als baby-astma in de mond genomen, wat me toch een beetje overstuur had gemaakt. Mira bleek op zeven weken niks bijgekomen, en niks gegroeid. En ik had een pak voorschriften in mijn tas zitten, voor puffers en kine en watnogmeer. Mijn lief zou er pas ’s avonds laat zijn, want zo’n televisieprogramma, dat maakt zichzelf niet. En ik was al op van vijf uur, voor vergaderingen en verbeteringen.

Zoals een echt wijf heb ik dan maar een potje gehuild, daar in de auto op de parking, mezelf wentelend in zelfmedelijden en compassie met dat kleine zieke schaap in de maxicosi op de zetel naast mij.
En daarna heb ik gedaan wat ik moest doen: eten en medicamenten gegeven. En gebeld naar mijn mama om te horen dat het allemaal wel in orde komt.





Een glimp van logica.

20 January 2010 over mira

Gisterenavond lag de dochter op haar buik op de grond. Naast haar speeldeken, want speeldekens zijn zooooo 2009, dat weet iedereen. Op haar speeldeken lag een stuk speelgoed dat ze graag wilde hebben. Ze had al een paar keer met rollen geprobeerd, maar kwam telkens net te ver uit om eraan te kunnen. En echt kruipen kan ze dus nog niet.

Opeens werd ze heel stil. Je kon haar hersenen bijna horen kraken zo geconcentreerd. En toen trok ze het speeldeken naar zich toe, tot ze wel aan het speelgoed kon, pakte het vastberaden en keek toen heel triomfantelijk naar mij.

Waarop ze het speelgoed in haar mond stak, een beetje te diep en bijna moest overgeven. Dat was iets minder, maar dat gedoe daarvoor was volgens mij een glimp van haar toekomstige genialiteit. Of toch tenminste een schijn van logica, voor het allereerst.





Tand. Tand.

17 January 2010 over mira

Soms weet ik zo weinig van baby’s, ge hebt daar geen gedacht van. Zo is er dat gedoe met die tanden: ik dacht dat die elk om beurt mooi de tijd kregen om door te komen en dat dan pas de volgende begon lastig te doen. Dat zou namelijk mooi geregeld zijn van de natuur. Little did I know, zeg.
Want jawel: de dochter had deze middag een hysterisch krijsmomentje, midden in een middagdutje dat op dat moment nog maar een half uurtje aan de gang was. Pamper was nochtans proper, melk was gedronken en neuske uitgespoeld. Enig onderzoek van de vader wees uit dat tand nummer twee op doorbreken staat. En het schaap heeft er vorige week nog maar eentje gekregen zeg.
We zijn alvast even naar de apotheek van wacht gereden om product om het gedoe te verzachten. En de bijtring ligt in de frigo af te koelen.

En de dochter? Die is op weg naar de apotheek in slaap gevallen en haalt nu haar gemiste middagdut in. Ze mag voor een keer zelfs in haar maxicosi blijven liggen, gewoon omdat het zo al lastig genoeg is.





Volgende Pagina »