Category Archives: Neen!

Murphy, Kafka en hun maten.

Oh, Murphy, wat zijt ge toch soms een smeerlapke zeg. En als ge dan nog samenwerkt met Kafka: helemaal het einde.

De laatste weken heb ik meer tijd dan me lief was gespendeerd in de diepe krochten van het internethelpdeskgebeuren. Ik heb bij momenten mijn gezicht in kussen geduwd om het gillen te smoren (de buren, ge weet wel). Ik ben op een bepaald moment boos geworden op een Indische meneer (sorry, Sarajadj) en ik heb herhaaldelijk NO REALLY? YOU MUST BE JOKING! geroepen naar mijn computer. Gevolgd door vuile woorden die ik niet ga herhalen, want dit is een proper weblog.

Het zit zo.
Het bloedmooie weblog vertellementen.be, van de heerlijke Marie, staat sinds jaar en dag op mijn virtueel erf. Ik huur dat erf al geruime tijd bij A Small Orange, en er was nog plaats, dus zij woont daar ook.

Toen ze daar kwam wonen deed A Small Orange nog geen .be-domeinnamen en dus registreerde ik vertellementen.be ergens in 2008 bij ovh. Frans, degelijk, goedkoop, ik had er al een account: ge kent dat.
De dns-records bij ovh verwezen naar A small orange, and all was cool. Jaarlijks kreeg ik een factuurke op mijn Gentblogt-mailadres, ik betaalde en vertellementen bestond weer een jaar.

Gentblogt-mailadres. Juist. U voelt het komen. Met Gentblogt en het internet is het tegenwoordig een beetje relatiestatus “it’s complicated”, en ik weet niet of het één met het ander te maken heeft, maar sinds een paar maand komen er op dat adres blijkbaar geen mails meer toe. Niks van gemerkt, hier, want alles komt samen in mijn gmail en dan let een mens daar zo niet op. En ik ben slordig, dat ook.

Maar dus. Lang verhaal kort:
– Factuur niet ontvangen
– Factuur niet betaald
– Domein in quarantaine gezet

Ik wilde snel dat efkes regelen in mijn OVH-webpanel, maar was het paswoord vergeten. Ik vroeg een nieuw paswoord aan en dat werd naar mijn gentblogt-mail gestuurd. Haha!

Ik dacht: ik bel efkes om mijn mailadres aan te passen en toen opeens zat Kafka – de sloeber – me op te wachten en geraakte ik verstrengeld in absurde procedures.
Mijn account staat namelijk op ons bedrijf, mijn man is zaakvoerder, en om een e-mailadres te veranderen had ik opeens een uittreksel van de kamer van koophandel, de schriftelijke toestemming van de man, scans van zijn paspoort, een bewijs dat hij elke dag een propere onderbroek aandeed en watnogmeer nodig. Ik deed braaf wat gevraagd werd, maar rolde wel met mijn ogen. En ik was een beetje boos toen alles geregeld was.

En dat was fout. Ik was boos, ik wilde weg en ik dacht: “weet ge, ik doe een transfer van die domeinnaam naar A Small Orange. Gemakkelijk. Dan staat alles tesamen.”
En toen vulde iemand op de helpdesk van a small orange een verkeerd formulier in, werd alles geblokkeerd en had men “second line support” nodig en “A senior Advisor”.

Die second line senior advisor folks (dat is internetshizzle voor “zij die weten hoe je problemen echt oplost”), die zitten in de hoofdkantoren. In Houston. Ge weet wel. Die met hun orkaan Harvey. Dat is de beste maat van Murphy.

Echt. Wekenlang werd ik van hot naar her gestuurd, en ik deed tientallen support requests. Ik vond een steun en toeverlaat in de helpdesk van DNS-belgium (Dag Jasper!) en later ook bij een vriendelijke meneer aan de telefoon bij OVH.nl.
En toen opeens was het hele gedoe mij zo grondig beu en betaalde ik OVH om toch bij hen te mogen blijven. Wat nu dus in orde is, eindelijk.

Vertellementen is terug, internet. En ik heb al mijn nagels afgebeten.

Doe er iets aan, Telenet.

ja, ge moet naar jongensfilms gaan, mama. De films voor jongens zijn cooler.
Ik staarde ietwat verbijsterd naar het scherm, deed wat ze suggereerde maar was sinds dat moment voornamelijk bezig met wie ik een gemanicuurde wijsvinger in het oog kon planten. Dat bent u dus, Telenet. En wel hierom.

Het was een zondagmiddag, na het middageten. Regen en koud. Deze moeder moest stageverslagen schrijven, de man werkte. Dus ik deed wat elke ouder op zo’n moment doet en zei tegen de dochter: “Als ge wilt moogt ge een film kiezen en gezellig wat tv kijken”. Genius.

Enter Play More van Telenet. Want behalve de series die wij verslinden, zitten daar ook behoorlijk wat kinderfilms in het aanbod. Ik scrollde door het menu.
Kerstspecial.
Disneyfilms.
Jongensfilms.
Meisjesfilms.

Euh? Pardon?

Het meisjesfilmsmenu bleek een shitload aan prinsessen, elfen en roze te bevatten. Waarop mijn zesjarige dus zei dat ik naar de jongensrubriek moest, wegens cooler.

Nu is mijn kind niet vies van wat roze, glitter en make-up. Ik heb daar absoluut niks op tegen. Ik zou niet anders kunnen, want ik ben zelf nogal van de hoge hakken en mooie kleedjes. Ik ben een meisjemeisje, net als mijn kind.
Ze speelt graag met poppen, is zot van My Little Pony en verkleedt zich bij voorkeur als prinses Elsa.
Daarnaast houdt ze van boogschieten en op dingen klauteren. Ze knutselt graag robots en vecht met haar maat op de speelplaats, waarbij ze geen schrik heeft om haar (roze) kleren vuil te maken of zichzelf pijn te doen.
Ze groeit op in een gezin waarbij de vader haar boterhammen maakt en naar school brengt, en haar moeder het voetbal volgt op tv.
Om maar te zeggen: het is hier allemaal niet zo zwartwit. Of roze-stoergrijs. En dat is hoe we dat proberen te doen.

Ik druk haar regelmatig op het hart dat er maar één ding is dat enkel meisjes kunnen (een baby in de buik dragen) en maar één ding dat enkel jongens kunnen (rechtstaand plassen zonder hulpmiddelen). Dat er voor de rest geen verschil is. En hoewel ik merk dat ze die simpele boutades vlekkenloos napapegaait, voel ik dat ze het nog niet helemaal gelooft.

Er is ook zo veel dat mij en haar vader tegenspreekt. Soms onbedoeld en onnadenkend.
In terminologie zoals schoolpoortmama’s, bijvoorbeeld.
In het eeuwige “het onderwijs is zo’n mooie job voor een vrouw, zo veel thuis met de kindjes.”
Of deze week nog, toen ik naar een debat ging waaraan mijn lieve slimme vriendin deelnam. Zij stond aangekondigd als docente, haar mannelijke collega met dezelfde functie als hoogleraar. Op het Festival van de Gelijkheid, oh bittere ironie.

Het is altijd allemaal niet zo bedoeld, en dat zal voor uw meisjesrubriek bij de films ook wel gelden, Telenet. Maar toch. Een beetje nadenken over welke boodschap we jonge kinderen willen meegeven over gender, dat zou geen overbodige luxe zijn.

Dus het is simpel, Telenet. Ik ga niet bitchen of de moeilijke feminist uithangen. Geen sarcastische opmerkingen geven of moralistisch pleidooi voeren. Maar zet het eens op uw agenda, deze week, in een meeting hier of daar. Praat er keer over, daar intern. Ik ben zeker dat jullie de juiste conclusies zullen trekken.

Dat kan niet anders, zo’n bende slimme jongens en meisjes onder elkaar.

Na juni komt juli.

De ergste maand van het jaar is juni.

Het is minder eenzaam, maar ik blijf overlopen van zelfmedelijden. #junischmuni #deooievaarvandemeibloem

Om dit, natuurlijk, maar om nog zo veel andere dingen.

JuniSchmuni, zoals zij dat zegt. We vinden wat steun en troost bij elkaar, de junihaters, en dat helpt soms maar heus niet altijd. Want een mens kan wel zeuren over kinderen die oververmoeid zijn, over deadlines die net te vroeg komen en over het geregel van kindvrije studiedagen, sleepovers en eindfeesten, maar het blijft wat het is: kinderen die oververmoeid zijn, deadlines die net te vroeg komen en geregel van kindvrije studiedagen, sleepovers en eindfeesten.

Het zijn de dagen waarop ik wel kan janken als mijn lievelingskop in de vaatwas zit en ik dus koffie moet drinken uit een mindere favoriet. De dagen waarop de echtgenoot me mijn bureau injaagt omdat boos kijken in de living niet meer mag. De dagen ook van tien keer het weerbericht checken (“was het maar warmer, dan kon ik tenminste buiten werken”) en op mijn vingers natellen hoeveel dagen er nog zijn voor Toscane.

Dagen van zelfmedelijden en zomerverlangen. Junischmuni.

Een kind is altijd onverdacht.

Naar aanleiding van.

Een hele tijd geleden ging ik naar een studiedag over Armoede bij kinderen. Ik hoorde Pinxten daar zeggen:

“Kinderen zijn onverdacht. Bij volwassenen kun je eventueel nog vragen stellen bij de oorzaken van armoede, maar kinderen hebben nooit gekozen voor armoede. Ze worden geboren in onze wereld, die draait volgens regels die wij bepaald hebben.”

Sindsdien is dat een mantra geworden in mijn hoofd. Elke overweging wordt daartegen gespiegeld. Elk idee wordt daarop afgetoetst.

Een kind is altijd onverdacht.

Dat ene zinnetje hoort een leidraad te zijn voor alle leraars, voor alle directies, voor iedereen die het beleid maakt, elke minister en iedereen die besluiten neemt die invloed hebben op kinderen.
Of: voor iedereen die ooit iets met kinderen te maken heeft. Voor elke volwassene.
Ik zeg het tegen mijn studenten, ik herhaal het in discussies, ik schrijf het op en ik heb soms zin om het te roepen als ik de krant lees.

Een kind is altijd onverdacht.

Want het is een waarheid. Een feit. Onweerlegbaar. Kinderen kiezen niet voor armoede. Kinderen kiezen eenvoudigweg niet. Ze komen terecht in een situatie en daarmee moeten ze het doen. Een kind maakt geen keuzes waardoor dat kind honger heeft, of kou, of tekort aan honderden omringende zaken die nodig zijn om te groeien en te ontplooien. Voor kinderen worden keuzes gemaakt, en daar moeten kinderen het mee doen.
Het is als samenleving onze verdomde verantwoordelijkheid om voor kinderen te zorgen. Ook op momenten dat ouders dat misschien minder goed kunnen. En is dat erg, dat het sommige ouders misschien op sommige momenten minder goed lukt? Is dat schrijnend? Zeer zeker. Maar onze eerste bekommernis hoort niet te zijn om daarover te oordelen. Onze eerste bekommernis hoort te zijn: hoe kunnen we voor die kinderen zorgen?

Want een kind is altijd onverdacht.

Joepie. Weekend.

Er was een plasje op de grond en een vloek. Ik trok de deur open en toen was er een gulp. Water, en iets wat waarschijnlijk frambozencoulis is. En ook een beetje vol-au-vent. Denk ik.

De diepvries is dood. En bijgevolg ook alles wat erin zat. Mijn hart bloedde een beetje, want al mijn zorgvuldig ingevroren boontjes van de zomer, mijn fantastische tomatensaus, de liters en liters soep voor drukke dagen: allemaal kapot.
Ik dacht eerst nog dat ik misschien de volgende dagen een paar dingen zou kunnen klaarmaken, maar alles bleek al een beetje warm en volgens het internet blijft ge daar dan beter vanaf.

En ja, ik weet dat het wel iets zegt over mijn nogal beperkte huishoudelijke kwaliteiten dat ik niet had gemerkt dat het ding waarschijnlijk al dagenlang uitgevallen is. Stopt met lachen. Het was een drukke week.

En zo sloot ik dus mijn drukke week af met het overgieten van blubber in vuilniszakken en het opdweilen van twijfelachtige substanties op de bergingvloer. In plaats van met schrijven, in de zetel hangen en voetbal kijken.

Zelfmedelijden? Misschien een beetje.