Category Archives: projecten

Editie gasmasker.

“Het lijkt wel alsof wij altijd iets verbouwen tijdens Werchter”

Hij lachte, en ik wist dat hij dezelfde beelden in zijn hoofd had.

Het jaar van de vloeren afschuren. Die keer met het tuinhok bouwen. De edities met schilderen, gyproc plamuren, en radiatoren demonteren. Die andere keer met de ingemaakte kast.
De live-uitzendingen van Werchter zijn ondertussen al meer dan tien jaar de soundtrack voor lange dagen en avonden doorbijten en stof uit onze vermoeide ogen wrijven.

Het valt zo gunstig, daarmee. Elk jaar na het laatste examenstresske en het laatste optreden van het seizoen, dan hebben we opeens tijd voor Dingen Doen Aan Het Huis. Of ook bekend als Zullen We Nog Snel Voor We Op Reis Gaan Anders.

De editie 2017 is voorlopig met Warholla, Radiohead en Arcade Fire. Met gasmaskers en een kelder. En met een product met op het blik een “enkel gebruiken buiten of in goed geventileerde ruimtes”.

Het einddoel is iets waarover ik u later wel eens vertel. Maar ik begin nu alvast na te denken wat ik volgend jaar ga verbouwen het eerste weekend van juli.

Over Peru, Israëlische backpackers en week 3/4.

In onze tijd als pril koppel, toen de dieren spraken en weblogs nog maar pas bestonden, trokken we ooit met een nest vrienden door Peru.
Het was een fijne reis van met een Amerikaanse slee door de woestijn racen, duinen beklimmen, varen naast pelikanen, trekken in de Andes en de zon zien opkomen terwijl de condors opvliegen. Bucket list galore.

Er zijn nog een paar restanten in ons huishouden te merken van die zomer: de kat dankt zijn naam aan een Peru-anekdote, de echtgenoot noemt mij nog steeds soms venteocho en in mijn keuken sluipt al eens wat Zuid-Amerika binnen. Wij aten hier bijvoorbeeld al quinoa voor het een hippe superfood bleek, als er ergens ceviche te krijgen is dan moet ik dat eten, en ik herinner me vaag een incident met Pisco Sour op een feestje van ene Brutin.

En er is dus ook de shakshuka die in week 3 op het weekmenu stond. Dat is Israëlisch en niet Zuid-Amerikaans, ik weet het, maar heel Peru liep in die tijd vol met Israëlische backpackers, die dit aten als ontbijt.

Tot Plenty wist ik niet hoe het gerecht heette (wij noemden het gewoon Israëlisch ontbijt) en ik had in de loop der jaren zelf wat geïmproviseerd met kruiding en ingrediënten. Dat was al lekker, maar deze versie is super, en helemaal wat we daar in Peru soms aten. Recept hierzo, of gewoon in de Plenty dus.

De shakshuka staat onderaan rechts op de foto, en was één van de toppers van deze week.


Continue reading

Geheim.

(een stukje dat ik in mijn boekje schreef vlak na nieuwjaar. En nu overgetikt.)

Naar je kamer gaan om een gilet te halen en je bed opgemaakt vinden, je rondslingerende kleren opgevouwd. Naast je bed een glas water, een chocolaatje en een lief briefje.
Of je tanden gaan poetsen in de badkamer en dit op de spiegel vinden. Heerlijkheid.

Dat, lieve blogkinderen, is De Geheime Verwenner, een spelletje dat na een paar keer al een traditie is als wij met een grote bende een paar dagen weggaan, zoals in de kerstvakantie.

Het is een beetje zoals Secret Santa, maar dan zonder cadeautjes. Het gaat puur om attent zijn, en zorgen voor elkaar. Maar dan in ‘t geniep. Bij het begin van onze getaways maken de kinders briefjes waarop de namen van de aanwezigen staan. En dan trekt iedereen een naam. Tot het afgesproken moment (bij ons was dat dit jaar de laatste lunch waarop iedereen er was) is die persoon degene die jij moet verwennen. En op dat eindmoment raadt elk om de beurt wie zijn/haar geheime verwenner is.

Er werden briefjes geschreven, koffies gehaald, spontaan jassen te drogen gelegd tegen een verwarming. Chocolaatjes werden verstopt, tekeningen onder deuren geschoven, kamers versierd en opgeruimd. Bloemen geplukt, schoenen gehaald, extra dessert opgeschept.

En op het eind raadde iedereen juist wie Zijn Geheime Verwenner was.

(De mijne was niet zo moeilijk, want op een nacht kwam ik in de badkamer en ze was haar tandpastaschrijfsels van de spiegel aan het schrobben. De engel.)

BAM.

Niet zomaar kapot, ik zei het al.

Als u de afgelopen dagen mensen spontaan elkander een high-five zag geven, hier op straat. Of u hoorde een YES klinken achter een gevel. Of u zag dat ik bij momenten een krop moest wegslikken: dit is waarom.

WIN

Een tijdje geleden smeekte ik u om ook een bezwaarschrift in te dienen tegen de plannen van de projectontwikkelaar in een binnengebied hier vlakbij. Op het moment dat ik die post schreef stond de teller op 43 en ik vond dat best veel. Uiteindelijk klokten we af op 379 bezwaarschriften. De ontvangstbewijzen zijn vandaag nog steeds te bewonderen aan de muur van het onvolprezen-in-alle-betekenissen-van-het-woord Trafiek en ik moet nog steeds elke keer grijnzen als ik ze zie.

11937450_951169294943656_8885446498932825410_o

Is dat indrukwekkend, die massa bezwaren? Redelijks, ja.

Maar wat nog indrukwekkender is, is dat Gent een stadsbestuur heeft dat luistert. Dat durft te zeggen: weet ge, we hebben eens nagedacht en ge hebt gelijk. Een bestuur dat hiermee erkent dat De Brugse Poort een wijk is met een soms precaire situatie, een wijk die snakt naar zuurstof en ruimte en groen en minder verkeer en meer voorzieningen. Dat het bestuur durft horen hoe de bewoners dit duidelijk probeerden te maken, en dat het bestuur zich durft gedragen als wat ze in essentie zijn: verkozen door die bewoners.
Want vergis u niet: dit gaat niet enkel over de meibloemsite. Dit gaat over de honderden binnengebieden waar projectontwikkelaars graag zouden verkavelen, hier in de wijk en elders in de Gentse dichtbevolkte 19e-eeuwse gordel. Dit gaat over al die dynamische, bruisende maar o-zo kwetsbare buurten, en hoe we samen als bewoners en bestuurders kunnen nadenken over wat de werkelijke noden zijn.

Het indrukwekkendste van alles is echter dit: de tientallen mensen die al vier jaar zo verbeten vechten tegen wat er hier bijna zou gebeuren. Met zo ver doorgedreven engagement dat ik er verstomd naar sta te kijken. De mailinglijsten, de vergaderingen, het niet-aflatende schrijven. Het aanbellen bij mensen die niet weten hoe ze daaraan moeten beginnen, aan zo’n bezwaar. Het schrijven samen met hen, het betrekken van de volledige buurt. Al die liefde voor deze plek. Al die energie. Ge kunt niet geloven hoe dankbaar ik ben dat ik daar een deel van mag zijn.

Vuistje, Brugse Poort. Vuistje.

Stop.

Hoe slecht ben ik in voornemens, feitelijk? Zeer slecht, zo blijkt.

Weet ge nog dat van ik fotografeer alles wat ik kook in september en dan schrijf ik erover? Ja dat. Ik fotografeerde weliswaar alles het meeste, maar veel meer dan geheugenruimte innemen op mijn telefoon gebeurde daar voorlopig niet mee. Ik zou nog altijd eens 5 minuten tijd moeten vinden om aflevering 2,3 en 4 van die serie te schrijven. Want anders is het dus geen serie en dat zou helemaal zielig zijn.

Niet vandaag echter. Vandaag schrijf ik over die ene zin in dat stukje, die u nu al lang vergeten bent.

“En ik had een nieuw projectje nodig, we moeten daar eerlijk in zijn. Maar daarover later waarschijnlijk meer.”

Dat projectje was voornamelijk nodig om mijn aandacht af te leiden van andere dingen. De afgelopen maand heb ik namelijk in stilte online in stilte, offline zeer lawaaierig een heel klein beetje afgezien, en –we gaan daar eerlijk in zijn– mijn naasten bij momenten met mij (Sorry, you guys. Really.) .

Vandaag, op 4 oktober 2015, kan ik het u echter voorzichtig vertellen: ik ben gestopt met roken. Een maand al, en ik ben geweldig fier op mijn eigen, want ik had niet gedacht dat ik het zou kunnen. TAART ALSTUBLIEFT.

De feiten op een rij:
– de redenen om te stoppen waren de gebruikelijke: gezondheid, afhankelijkheid beu zijn, het stinkt ook een beetje, de aankomende winter en het vooruitzicht rillend in de kou buiten staan roken.
– de directe aanleiding was de pup die ergens op een camping in Frankrijk vroeg: “is dat waar, dat je van roken kan doodgaan? Jef zei dat gisteren.” Ik blokkeerde efkes en vertelde het dan dan zoals het is: ja. Dat roken ongezond is, dat je er ziek van kan worden en dat er ook mensen aan sterven.
Ze dacht na en zei: “dan wil ik dat jij stopt met roken, want ik wil niet dat mijn mama doodgaat. Ok?” Ik antwoordde ok, zij speelde verder met de tak die ze had gevonden, ik vermaalde de hele verdere dag haar woorden tot een concreet plan.
– op het eind van zomer 2015 rookte ik 25 sigaretten per dag.
– ergens in de laatste week van augustus ging ik aan de champix, omdat ik van mijn echtgenoot niet zomaar cold turkey mocht stoppen. Hij herinnerde zich te levendig de vorige poging en de bijhorende periode waarnaar wij hier refereren als de zesdaagse van hypochondrie, hysterie en hyperventilatie. De champix is ok. Ik heb wat last van mijn maag, dat wel, maar alle andere bijwerkingen kunnen evengoed van het stoppen met roken zijn. Op dag 7 van de champix rookte ik mijn laatste sigaret en daarna niks meer. Nu zit ik aan champixverpakking twee, en volgens de bijsluiter zou alle afkickshizzle na deze verpakking voorbij moeten zijn. Benieuwd.

En ook:
– Het was niet zo lastig als ik dacht, vermoedelijk dankzij de pillen. Gewoontes doorbreken bleek het moeilijkst: pauzes in vergaderingen, mijn ochtendhumeur afschudden met 5 minuten alleen op het terras. Dat soort dingen.
– Elke dag rond 18h, dat was de eerste week mijn zwaarste moment. Ik moest dan altijd keer ruzie maken of wenen. Om 18.30h was het weer beter. Mijn eigen bleituurke, precies gelijk bij een baby. Ondertussen is dat wat beter, maar zie verder in deze lijst vaststellingen voor enige nuance.
– Ik vergeet de laatste week geregeld mijn pillen, en dan merk ik dat eigenlijk niet echt.
– Als ik lastig ben, dan zegt de echtgenoot tegenwoordig “ah? Hebt ge uw pil al gepakt?”. Terwijl we allemaal weten dat ik ook met champix en overigens ook met sigaretten een behoorlijk lastig meiske kan zijn. Ik zie het als een grapje, want dat is natuurlijk zijn beroep en hij zal best wel weten wat grappig is nietwaar.
– Op de kast hier in de living ligt nog steeds een halve pak sigaretten, met een aansteker. Iedereen zei in het begin “doe dat weg, kind, want als ge een zwak moment hebt dan zijt ge vertrokken”. Terwijl het gewoon een mindgame is: ik word zot van het idee dat ik niet zou kunnen roken als ik daarvoor zou kiezen. Dat niet roken is geen kwestie van niet mogen of niet kunnen. Het is een kwestie van niet meer willen. So I tell myself.
– Ik ben beestig blij dat de echtgenoot al 4 jaar gestopt is, ondertussen. En dat de BFF stoemelings drie weken eerder dan ik plots gestopt was zonder dat ze het wist. Mijn wettelijke, en de BFF zijn de mensen met wie ik het vaakst op café ga. Het is handig dat die niet meer efkes buiten gaan roken.
– Ik heb een app op mijn telefoon die mij vertelt hoe veel tijd en geld ik al heb uitgespaard. En die vol weetjes staat over de zuurstoflevels in mijn bloed en alles. Ik hou van zo’n apps.
– De belangrijkste bijwerking blijkt dat ik ook na een maand nog altijd wat bleitachtig ben: ik ween rapper dan normaal, uit onmacht of uit frustratie, of uit verdriet, maar ook van geluk. En ik kan minder rap stoppen met wenen eens ik begonnen ben.
– Ik heb massa’s meer tijd de laatste maand. Elke dag 25 sigaretten roken, dat is elke dag 25 keer 5 minuten daarmee bezig zijn. Ok, ik combineerde dat vaak met telefoontjes, autorijden of mails beantwoorden, maar toch: dat is elke dag dik 2 uur. Reken daar stops aan de krantenwinkel, tijd verloren om een briket te zoeken en dergelijke meer bij, en ge ziet dat ik het gevoel heb dat ik opeens veel meer uren in een dag heb.

Ik zou die beter gebruiken om keer te schrijven over alles wat ik heb gekookt, denk ik dan.