All posts by i.

Wat voorafging.

7 jaar en 11 maanden dierenliefde, dat ging vooraf. Haar eerste woord was POE, wijzend naar Boogie. Elke kever pakt ze op, elk vogelke heeft ze gezien. Ze speelt met spinnen, aait zonder vrees gigantische paarden en wacht geduldig bij een schaap tot het lammetje geboren wordt.
Ze was drie toen ik een keer zei: “kijk een eend” en ze antwoordde “neen, een waterhoen.”

Dat kind.
Treuzelt door het leven omdat ze het zo druk heeft met alles bekijken. Gaat op haar hurken zitten, maakt een geluidje en heeft er weer een nieuwe kat-vriendje bij, draaiend rond haar benen. Ordent haar herinneringen aan de hand van aanwezige beesten.

De boerderij van Scotta in ijsland, het huisje met Pluisje en Charcuterie in Frankrijk, de camping met Wortel, de camping met Tjoezepoeze. Ze weet van elk dier in haar buurt de naam, en als ze het niemand kan vragen dan noemt ze ze zelf.

“Weet je nog, mama, dat restaurant waar we op de parking die rosse poes zagen? Wel, daar had ik …”

5 jaar gezeur om beesten, dat ging vooraf. Mag ik een puppy? Waarom hebben wij geen hamster? Ik zou zo graag een paard hebben. Mag ik wandelende takken? Kippen? Nog een kat?

Wij zegden altijd neen, met argumenten. Te veel gedoe. De kat is al genoeg. Dan moeten we weer iets zoeken als we op reis zijn. Enzovoort, enzoverder. Volwassen argumenten, die natuurlijk het hart van een dierenvriendje niet vullen.

En toen werd ze acht, ergens op reis deze zomer. Ze kreeg een speelgoedcavia (ze was euforisch, toen al), en de boodschap: je krijgt er ook twee echte, als we thuis zijn.

Ze wees naar haar vader en riep: niet liegen hé papa. als dit een grapje is ga ik echt boos zijn hoor. NIET. LIEGEN.
Hij lachte dat hij niet loog.
Zij weende van geluk.

Dat was dus wat voorafging. Aan dit.

De druivelaar.

De bel. R. voor de deur. Tien jaar ongeveer, Irakees. Ik ken hem want mijn dochter kent hem. Kinderen met hetzelfde park als achtertuin.

Hij begint een gecompliceerde uitleg over de druivelaar aan de deur, met veel wijzen en wijzen naar zijn mama die een eindje verder verlegen wacht. Na een paar minuten weet ik wat hij bedoelt.

In ons stuk straat staat de druivelaar to end all druivelaars. Hij strekt zich uit over vijf gevels en is sterk en krachtig, met prachtige bladeren. Bij mensen uit het Midden-Oosten zijn die heel populair om sarma te maken. Maar ergens halverwege de zomer pakt de buurman de druivelaar in met netten, want anders eten de duiven alle druiven en kan hij geen sap maken. Logisch, maar dat zorgt ervoor dat de blaadjes voor de sarma niet meer geplukt kunnen worden.

Ik wenk de mama en leg uit dat we ook achteraan dezelfde druivelaar hebben staan. En dat ik blaadjes zal plukken de volgende dag en dat ze die mag komen halen. Het is een gesprek zoals dat vaak gaat, hier in mijn wijk: veel traag Nederlands, veel gebaren, veel nadenken en geknik en gelach. Maar het werkt.

Na de afspraken komt de mama helemaal los. Ze wijst naar onze voordeur en zegt: “jij hebt mooi huis”. Ik bedank haar en ze zegt “Ik had ook mooi huis. Groot. En tuin, met druiven. In Mosul. Toen kwamen de bommen. Veel bommen. Alles kapot.”

Een pauze. Ze glimlacht een beetje scheef.

“Nu heb ik klein huis. Hier om de hoek. Geen druiven. Maar ook geen bommen.”

Ik glimlach ongemakkelijk en veeg de scherven van mijn hart samen op de stoep.

Twee jaren later. Dansen dansen.

Ongeveer twee jaar geleden schreef ik dit. We kwamen uiteindelijk uit op een 400-tal bezwaarschriften.

Twee jaar lang was het stil. En nu opeens staat het in de krant: Extra groen in de Brugse Poort.

“Sogent wordt hierdoor eigenaar van de ‘Meibloemsite’ in de Brugse Poort. Hier kan het stadsontwikkelingsbedrijf een site met buurtgerichte functies en openbaar groen ontwikkelen, in een zeer dichtbebouwde buurt.” Het idee is om van de bowling een buurtplek te maken zoals de Standaert-site in Ledeberg en de Wasserij in Sint-Amandsberg. “We willen zo snel mogelijk gaan naar een tijdelijke invulling, samen met de buurt”, zegt Taeldeman.

Vergeef mij, ik moet even een dansje gaan doen nu.

Murphy, Kafka en hun maten.

Oh, Murphy, wat zijt ge toch soms een smeerlapke zeg. En als ge dan nog samenwerkt met Kafka: helemaal het einde.

De laatste weken heb ik meer tijd dan me lief was gespendeerd in de diepe krochten van het internethelpdeskgebeuren. Ik heb bij momenten mijn gezicht in kussen geduwd om het gillen te smoren (de buren, ge weet wel). Ik ben op een bepaald moment boos geworden op een Indische meneer (sorry, Sarajadj) en ik heb herhaaldelijk NO REALLY? YOU MUST BE JOKING! geroepen naar mijn computer. Gevolgd door vuile woorden die ik niet ga herhalen, want dit is een proper weblog.

Het zit zo.
Het bloedmooie weblog vertellementen.be, van de heerlijke Marie, staat sinds jaar en dag op mijn virtueel erf. Ik huur dat erf al geruime tijd bij A Small Orange, en er was nog plaats, dus zij woont daar ook.

Toen ze daar kwam wonen deed A Small Orange nog geen .be-domeinnamen en dus registreerde ik vertellementen.be ergens in 2008 bij ovh. Frans, degelijk, goedkoop, ik had er al een account: ge kent dat.
De dns-records bij ovh verwezen naar A small orange, and all was cool. Jaarlijks kreeg ik een factuurke op mijn Gentblogt-mailadres, ik betaalde en vertellementen bestond weer een jaar.

Gentblogt-mailadres. Juist. U voelt het komen. Met Gentblogt en het internet is het tegenwoordig een beetje relatiestatus “it’s complicated”, en ik weet niet of het één met het ander te maken heeft, maar sinds een paar maand komen er op dat adres blijkbaar geen mails meer toe. Niks van gemerkt, hier, want alles komt samen in mijn gmail en dan let een mens daar zo niet op. En ik ben slordig, dat ook.

Maar dus. Lang verhaal kort:
– Factuur niet ontvangen
– Factuur niet betaald
– Domein in quarantaine gezet

Ik wilde snel dat efkes regelen in mijn OVH-webpanel, maar was het paswoord vergeten. Ik vroeg een nieuw paswoord aan en dat werd naar mijn gentblogt-mail gestuurd. Haha!

Ik dacht: ik bel efkes om mijn mailadres aan te passen en toen opeens zat Kafka – de sloeber – me op te wachten en geraakte ik verstrengeld in absurde procedures.
Mijn account staat namelijk op ons bedrijf, mijn man is zaakvoerder, en om een e-mailadres te veranderen had ik opeens een uittreksel van de kamer van koophandel, de schriftelijke toestemming van de man, scans van zijn paspoort, een bewijs dat hij elke dag een propere onderbroek aandeed en watnogmeer nodig. Ik deed braaf wat gevraagd werd, maar rolde wel met mijn ogen. En ik was een beetje boos toen alles geregeld was.

En dat was fout. Ik was boos, ik wilde weg en ik dacht: “weet ge, ik doe een transfer van die domeinnaam naar A Small Orange. Gemakkelijk. Dan staat alles tesamen.”
En toen vulde iemand op de helpdesk van a small orange een verkeerd formulier in, werd alles geblokkeerd en had men “second line support” nodig en “A senior Advisor”.

Die second line senior advisor folks (dat is internetshizzle voor “zij die weten hoe je problemen echt oplost”), die zitten in de hoofdkantoren. In Houston. Ge weet wel. Die met hun orkaan Harvey. Dat is de beste maat van Murphy.

Echt. Wekenlang werd ik van hot naar her gestuurd, en ik deed tientallen support requests. Ik vond een steun en toeverlaat in de helpdesk van DNS-belgium (Dag Jasper!) en later ook bij een vriendelijke meneer aan de telefoon bij OVH.nl.
En toen opeens was het hele gedoe mij zo grondig beu en betaalde ik OVH om toch bij hen te mogen blijven. Wat nu dus in orde is, eindelijk.

Vertellementen is terug, internet. En ik heb al mijn nagels afgebeten.

Uitloop.

Begin vorige week begonnen we te werken. Dat is met een ochtendroutine (de dochter moet om 9h op haar kampjes zijn) en met plotse regelmaat na zeven weken van de dag die openging en wij die erin stapten.

Dat doet een beetje pijn. Zeven weken is zo lang, dus ik kijk dankbaar terug en kus mijn pollekes voor zo’n uitgebreid verlof, maar we gaan eerlijk zijn: het doet een beetje pijn.

Ik gun mezelf regelmatig een pauze waarin ik door vakantiefoto’s blader en verlangend zucht. Ik zoek alvast wat dingen op voor de reis van volgend jaar. En we verlengen kunstmatig het vakantiegevoel door kleine gewoontes aan te houden. ‘s Avonds scrabble spelen op het terras. Met muggenkaarsen en de kampeerlampjes.

Of deze.

Na een kampeerreis zijn er altijd een paar weken waarbij ik mijn opinel het beste mes ter wereld vind en het dus blijf gebruiken bij het koken.

De vakantie is pas echt voorbij als ik mijn molenmeske weer uit het schof haal.