All posts by i.

De letters op de muur.

Artist in Residence.

Een artist in residence is een kunstenaar, academicus of curator die wordt uitgenodigd om tijdelijk een woon- en werkplek te betrekken los van hun bekende omgeving. Dit geeft kunstenaars de gelegenheid om onderzoek te doen, nieuw werk te creëren of tentoonstellingen voor te bereiden.

De school van de dochter heeft er eentje, sinds kort. Klaas, heet hij, en het is zo één van die mensen die al een tijdje af en toe mijn pad kruist. Begeleider van muzische stages van onze studenten. Buurman van een favoriete collega. Vorig jaar ook plotsklaps: mentor in een kleuterklas waar ik op bezoek was.

En nu dus artist in residence in de Feniks. Dat laat al hier en daar zijn sporen na. Als ik passeer aan het zwembad, bijvoorbeeld, dan zie ik opeens grafische werkjes met transparant papier. De dochter zegt dan “ah, een projectje van klaas”, alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is.

(wat is het heerlijk op te groeien in een school waar zo’n dingen gedaan worden)

Maar het schoonst en opvallendst zijn de letters.

Klaas zette een brievenbus in de zaal. En legde op het podium uit dat iedereen zinnen de bus in mocht stoppen. Grappige, lieve, mooie zinnen. Dingen die de kinderen hebben gehoord. Of gedacht. Zowat elke dag leegt Klaas de bus, kiest een zin en plaatst die met een paar kinderen op zijn lat.

Elke keer als ik passeer, kijk ik even omhoog, meestal met een hoop gillende en vermoeide kleuters om me heen. Soms moet ik glimlachen, soms ben ik ontroerd, soms zie ik in mijn hoofd de zinnen gekozen worden.

De kinderen om me heen zijn uitgelaten en joelen. En ik word elke dag een beetje stil.

(Ellen schreef ook)

Gegiechel op de babyfoon.

Ruim zeven is ze nu, de dochter. En toch staat er hier nog altijd een babyfoon aan in de living, terwijl zij boven slaapt. Natuurlijk is ze oud genoeg om naar beneden te komen als er iets scheelt. En ik ben flink genoeg om naar boven te gaan als ze zou roepen. Maar ik vind dat precies gemakkelijk, en omgekeerd ook. Als er achtergrondmuziek opstaat (altijd als ik alleen ben), of ik in de keuken pruts (meestal als ik alleen ben), dan ben ik zeker dat ik het zou horen als er iets scheelt. Anders spits ik tien keer op een avond mijn oren omdat ik denk dat ze roept.

Een paar jaar geleden was de oude kapot, en toen kocht ik een nieuwe, meer geavanceerde versie. Met talk-back-functie. Ik zit namelijk vaak buiten of op straat, in de zomer, en dan is dat een grief.

– Mama?
– Ja kindje?
– Ik heb zo’n dorst.
– Ik ben buiten op straat, kan je zelf een beker water halen? Dan kom ik u straks nog eens instoppen.

Dat soort conversaties.

Maar het heeft nog meer voordelen. Op avonden als deze, bijvoorbeeld, als er een vriendin blijft slapen. Ik schrijf stageverslagen, en hoor hen ondertussen stil praten. De babyfoon staat niet luid genoeg om te horen wat ze zeggen, en dat hoeft ook niet. Maar ik hoor stil gefluister en gegiechel zoals alleen twee meisjes van (bijna) acht kunnen giechelen als het eigenlijk al ver na bedtijd is.

Het is de schoonste achtergrondmuziek die ik ken.

Dagen zonder Vlees heeft mijn leven veranderd.

In 2012 schreef ik mij voor het eerst in voor Dagen Zonder Vlees. Ik kan af en toe eens een uitdagingske gebruiken, en eens kritisch naar uw eigen gewoontes kijken, dat kan nooit kwaad. Dat vond ik toen al, en dat vind ik nu nog altijd.

Dagen zonder Vlees heeft mijn leven veranderd. Voor die allereerste keer in 2012, kookte ik volgens de gewoontes die ik van thuis had meegekregen: avontuurlijk en niet bang voor iets nieuws, maar wel altijd met vlees of vis.

En toen schreef ik mij in bij Dagen zonder Vlees en ging ik 40 dagen lang op zoek naar alternatieven: ik zocht recepten, keek rond, las, leerde en leerde vooral anders koken. Ik ontdekte nieuwe smaken, producten, combinaties, en vooral: een andere manier om naar eten te kijken. Het beviel. Ik begon verder te zoeken en te lezen. Want boontjes uit Kenia. En kippenfilets die de helft kleiner werden na het bakken. We keken naar een paar documentaires, ik leerde en zocht en dacht na.

In 2014 schreven we ons in op een zelfoogstboerderij, en opnieuw veranderde mijn leven. Ik leerde mezelf koken met de seizoenen, zocht recepten, las, keek rond en ontdekte gans andere gewoontes. Gewoontes die ik eigenlijk al kende van thuis, want mijn halve familie had een moestuin en wij bleken vroeger thuis die seizoenen best wel te volgen. Maar die ik blijkbaar wat vergeten was.

De laatste jaren ben ik intensief bezig met hoe je oogst kan bewaren voor momenten dat er niks is. Ik heb een droogmachine, ik experimenteer met bokaaltjes en inmaken, ik stop de zomer in potjes in de vorm van liters pasatta. Ik lees, kijk rond, experimenteer en leer bij.

Het begin van dat hele proces is ondertussen vijf jaar geleden. Vijf jaar is een eeuwigheid, in een samenleving en ook in gewoontes. Toen ik pas begon met minder vlees eten, greep ik vaak naar vleesvervangers. Nu nooit meer, want ik vind ze niet zo lekker. Dagen zonder Vlees was het startpunt voor mij, maar in de laatste jaren merkte ik overal om me heen een hele beweging in de richting voor eerlijker, duurzamer, minder perfect, ecologischer, gezonder, kleinschaliger. Mooi, dacht ik.

En toen begon Dagen Zonder Vlees 2017. En opeens was precies er een gans andere vibe: half Facebook en Twitter moet verkondigen dat het betuttelend is en dat ze Extra Veel Vlees zouden eten deze vasten. In Knack verscheen een stuk over dat vegetarisch eten een privilege is dat voor de gegoede mensen is weggelegd (dank voor de Fact Check, trouwens, De Standaard). Er verschenen artikels over vleesvervangers die extreem ongezond zouden zijn. En ook een artikel met de compleet foute kop “Vegetarisch eten niet per se goed voor het klimaat”, dat eigenlijk gaat over hoe groenten die van ver moeten komen ook belastend zijn voor het milieu. Bijna even goed als die keer met dat artikel dat biovoeding kanker niet kan genezen.

De Boerenbond roerde zich, en er was een meneer van het Boerensyndicaat die zijn vlezekes promoot.

Ik heb mij dit jaar niet ingeschreven bij Dagen Zonder Vlees. De meeste dagen zijn hier zonder vlees, dus veel nut heeft dat niet meer. Maar aan de mensen die dit ooit opgestart hebben even een boodschap, ter compensatie van al dat gezeur van de laatste dagen: jullie hebben 5 jaar geleden mijn leven veranderd. Merci daarvoor.

1 is 3.

Ik kwam het al te zeggen: het zijn hier wanhopige tijden, met vreselijk veel les en een overvolle agenda. Vandaar dat het hier ook een beetje stil was, de laatste dagen.

(Vorige week verscheen er zo’n artikel over de werkdruk bij leerkrachten en het aantal uur dat ze kloppen per week, en ik dacht voor de lol dat ook eens bij te houden. Op woensdag ben ik ermee gestopt, omdat ik een beetje neerslachtig werd en omdat ik voor mezelf besloot dat ik het eigenlijk niet meer wilde weten. Ik werk namelijk 4/5 en de mensen die zeggen “dat is gewoon voltijds werken voor minder geld”, ik heb die altijd tegengesproken. En ik heb momenteel te weinig energie om mijn ongelijk toe te geven.)

Dagen getekend door vermoeidheid en wat overspoeld worden, dat zorgt niet alleen voor een regelmatige bleitinge, het geeft me ook bij momenten een nogal kort lontje. Ik ben daar niet fier op, maar het is nu eenmaal zo: na een hele dag praten en input en prikkels en vragen en nadenken, dan wil ik eigenlijk ‘s avonds alleen nog een pitta met andalouse in mijn hoofd steken en in de zetel liggen jammeren.
Het zijn die momenten waarop een discussie over het al dan niet meenemen van elektronisch speelgoed naar school of iets op het bord dat niet lekker is, al eens uit de hand durft te lopen en ik ruzie maak met mijn geliefden. Want echt komaan, hij is de 40 voorbij, dat gezeur over uw bord leegeten mag dan al eens stoppen.

Dat laatste zinneke was een grapje, mijn echtgenoot is een flinke eter. Hij kan bovendien redelijk goed tegen mijn kortvanstofstemmingen, wegens volwassen en nu ook niet meteen de gemakkelijkste in huis. Hij is heel begrijpend dus (lees: hij negeert mij al eens).
Ik vind het vooral zielig voor de dochter, die sneller dan gewoonlijk een snauw krijgt en die — ondanks mijn verwittigingen– toch niet ziet aankomen dat ik meer principes heb als ik moe ben. Iets van neen is neen is neen en stel u niet zo aan.
Pas op, ik vind die ruzies ook zielig voor mezelf, want ik heb dan achteraf een groot schuldgevoel en dan slaap ik niet goed en hopla de volgende dag is het allemaal nog lastiger. Hashtag firstworldproblems en ikwordmoevanmijneigen.

Een paar maand geleden las ik iets in een opvoedingsboek. Op het moment zelf rolde ik nogal hard met mijn ogen, zoals vaak bij zo’n boeken, maar ergens vorige week dacht ik eraan terug, begon ik er plots mee en ik ben er precies wel content van.

Het idee is simpel: per keer dat je iets doet waar je minder blij mee bent in je oudermodus of je zegt/doet iets waar je kind wat verdrietig van wordt (een laatmijgerust, een zagerij, een princieps-neen of gewoon keer uitvliegen over te veel lawaai want ge hebt hoofdpijn), verplicht je jezelf om in de minuten of uren daarna drie extra lieve dingen te doen. Een complimentje geven, eens gewoon meespelen zonder dat het gevraagd wordt, iets meebrengen van de winkel dat uw pup superlekker vindt, een extra verhaal vertellen,…eender wat. Kleine dingen.

Ge moogt met uw ogen rollen, ja.
Want doe ik anders nooit toffe dingen met de dochter ofzo? Jawel, natuurlijk. Maar ik moet toegeven dat het mij makkelijker valt in tijden van kabbelend leven in plaats van in periodes van onversneden hectiek.

Is dat pure compensatie? Natuurlijk. Zou ik niet beter gewoon altijd lief en vrolijk zijn? Ongetwijfeld.

Maar ook: is dit ideetje goed voor de sfeer in huis? Gigantisch, want de lieve dingen zijn altijd in het numerieke overwicht en dat scheelt al een eind. En zo bewust iets liefs doen voor de dochter, dat blijkt ook gewoon goed voor mijn eigen humeur.

Win win win. Probeer het eens als ge gestopt zijt met dat oogrollen.

Weekmenu 7 & 8 – Desperate times.

Ik heb daarnet in de rapte even mijn weekmenu gemaakt voor de komende twee weken en mijn conclusies getrokken: van de 14 komende dagen, zal ik maximum 7 dagen eventueel tijd hebben om te koken. Dat is een optimistische schatting, want het wordt gigantisch druk met lange lesdagen en veel vergaderingen.

Desperate times call for desperate measures: de komende twee weken zijn er geen regels, behalve zo vaak mogelijk anderen laten koken en me niet ambetant voelen als op de 7 kookdagen er toch uit eten wordt gegaan of een meneer met een mobilette iets brengt.

Geen vegetarische dagen, geen geplande vastendagen (ik denk dat ik gewoon 16:8 ga doen, wegens overdag toch geen tijd om te eten), geen diepvriesverplichtingen en geen gekozen kookboek. No rules, springen en hopen dat het goedkomt. U hoort het binnen twee weken.

Over de afgelopen twee weken kan ik drie dingen zeggen:
– Polenta is niet lekker. Waarom heeft niemand mij dat ooit verteld? Ik had dat nooit eerder gemaakt, het werd een smakeloze brij met een vieze textuur. Ik zei er post-fiasco iets van tegen een paar vriendinnen en zij waren unisono: polenta is het voedsel van de duivel. Moet er iemand een half pakske hebben? Of heeft iemand een recept dat wel lekker is?
– Nigella makes a bitchin spaghetti met ballekes. Links op de foto hieronder. De saus werd nog lekkerder dankzij de passata die ik vandezomer zelf maakte met boerderijtomaten. De zomer op mijn bord. Is het al bijna zomer, alstublieft?
– Mijn risotto met aardpeer en knolselder is ondertussen een waar succesverhaal geworden. Het staat hier rechts op de foto, en ik geef u bij deze even het telegramrecept. Dat is dan voor op uw weekmenu zie. Hashtag graaggedaan.

Ajuin, look, wit van prei, knolselder en aardpeer aanstoven in olijfolie, met peper zout en venkelzaad. Dat venkelzaad is belangrijk, want het maakt het af. Eventueel te vervangen door wat komijnzaad als ge echt geen venkel hebt. Wanneer de groenten zo goed als gaar zijn: uit te pan scheppen.
Risotto maken in dezelfde pan: ajuintje, risottorijst glazig laten worden in boter. Blussen met witte wijn en bouillon. De laatste 5 minuten de groenten toevoegen.
Parmesan erdoor en wat bladpeterselie: hey presto. Als er iets van vlees bijmoet, dan gooi ik er krokante rauwe ham op (een paar minuten op hoge temperatuur in de oven op een bakblik en dan laten uitlekken op keukenpapier). Of zoals deze keer: er stond een doosje spekjes in de frigo dat op moest, en ik gooide dat bij de ajuin voor bij de risotto. Dat was lekker.