Kerygma

Alles van waarde is weerloos

Die keer dat wij thuiskwamen.

17 July 2010 over leven

En toen keek ze dus naar de posters in onze inkomhal, ze wees met haar mini-vinger, haar hele gezicht vertrok en ze zette het op een hartverscheurend huilen. Ze pakte me stevig vast. En ik pakte haar stevig vast, want ik herkende het huilen. Het was opluchting. Hetzelfde huiltje dat ze doet als we haar afhalen van de creche. Een paar seconden maar, alsof ze wil zeggen “ik dacht, ze gaan mij nooit meer komen halen, maar ge zijt hier, moeder, en ik ben zo content”.

Ze huilde omdat we thuiswaren deze keer, ik wist het wel. Omdat ze plots besefte dat we *niet* voor altijd in de auto waarin ze de afgelopen 15 uur haar lot lijdzaam had ondergaan, zouden resideren. Omdat ze plots besefte dat ons tijdelijke huis in frankrijk tijdelijk was en dat ze dus helemaal niet hoefde te wennen aan die nieuwe kamer om te slapen. Ze heeft dat zo goed gedaan op reis, dat ik moedersgewijs blink van fierheid: zo blij gespeeld, zo lief geweest voor de andere kindjes, zo flink gegeten en zo vrolijk geweest. Alleen dat slapen in den vreemde, dat was niets voor ons mevrouw. En dat autorijden: niet zo’n succes, zoals bij de meeste kindjes.

Alleszins: haar korte huilbui werd gevolgd door een urenlange euforie, waarbij ze de hele living rondkroop en al haar speelgoed onder luid gebrabbel in het rond strooide. Waarbij ze als een halve zot in en uit de zetel kroop, al haar boeken bekeek en bijna door de vacht van Boogie heen streelde. Toch een beetje gehecht aan haar vertrouwde omgeving, ons Mira.

Maar wij zijn dus terug van een weekje in het Zuiden. En we hebben een hoop fantastische verhalen, die ik de komende dagen allemaal ga uitschrijven. Verhalen over disco time en een Afro. Verhalen over het feest van de brandweer en dat 17 het noodnummer is in Frankrijk. Verhalen over verkleed als smurf naar een markt gaan. Verhalen over eten dat verstopt zit onder uw poep. En verhalen over om half drie met uw baby op een oprit rondlopen om te vermijden dat ze alle andere kindjes wakkermaakt.

Enfin, the usual. Maar nu eerst slapen.





Newsletter – maand 9.

7 May 2010 over mira

Lieve Mira

Je bent negen maand vandaag. Het voelt als een mijlpaal: negen maand uit mijn buik, na negen maand in mijn buik gezeten te hebben. De tijd, de dagen, de maanden…ze vliegen. Ik word er een beetje duizelig van als ik erbij stilsta dat het getal bovaan de titel volgende maand uit twee cijfers bestaat.
Maar ik wil het eigenlijk niet over negen hebben, vandaag. Laten we ons focussen op dat andere getal uit ons leven: honderd.

Honderd keer per dag kruip je naar de glazen schuifdeur die de living van de gang scheidt. Honderd keer per dag zeg ik – als je halfweg bent al – “neen, mira, mag niet”. Honderd keer per dag draai jij je om, geeft me je meest stralende glimlach en draait vervolgens weer voorzichtig richting deur. Je schuift dan aarzelend wat vooruit en ik zeg “neen Mira, mag niet”. Stralende glimlach, draai, schuifel, mag niet, stralende glimlach,…enfin: je begrijpt wel wat ik bedoel.

Je bent nogal koppig, zo blijkt. En je bent er blijkbaar vast van overtuigd dat als je maar lief genoeg bent, dat je dan toch alles mag. Je vergist je. Ik zeg het maar meteen, dat kan ons allebei een hoop gedoe besparen.
Dat ik zo’n honderd keer per dag keihard in de lach schiet met je pogingen tot manipulatie, dat wil overigens niet zeggen dat ik ga toegeven, lief kind. Dat wil alleen zeggen dat ik je gigantisch grappig vindt.

Je mag niet aan de glazen schuifdeur, omdat je sinds kort weet hoe je ze helemaal zelf open kunt krijgen. En omdat de gang aan de andere kant voor ons allebei een heel andere betekenis heeft: voor jou een razend spannende wereld, voor mij een plaats waar ik je niet kan zien vanuit elk hoekje van de woonkamer en keuken. No go, dus.
In de gang staat bovendien het eten van Santa Boogie en je houdt te veel van hem (en van zijn eten, maar dat is een ander verhaal) om bij hem te zitten als hij eet. Hij ziet jou namelijk niet zo onvoorwaardelijk graag als jij hem — en aangezien je al eens een babyhandvol kattenvacht durft uit te trekken, kan ik hem geen ongelijk geven.

Je liefde voor de poes heeft je liefde voor ons een beetje in perspectief gezet. Je zegt namelijk “Poe” tegenwoordig en laat dat volgen door hartstochtelijk gekraai richting Boogie. Je zegt ook “Ba” tegen de bal die je van de buurjongens kreeg.
Dingen die je niet zegt: mama, papa.
Een nieuwe hiërarchie heeft zich bijgevolg in ons gezin geïnstalleerd. Boogie bovenaan, daaronder de bal, daaronder wij. Ver daaronder: de hele rest van de wereld.

De rest van de wereld, lief kind, het is de laatste maand niet altijd even gemakkelijk geweest: het ene weekend bleef je nog vrolijk en als volmaakte blije baby bij je grootouders logeren, drie dagen later gilde je de hele buurt bij elkaar als één van die grootouders nog maar naar je durfde te kijken. Maar we wisten uit boeken dat het zou komen en we wisten uit boeken ook dat het weer overgaat. En zie: ge zijt alweer het vrolijke kindje van een paar weken geleden. This too shall pass, het is een mantra geworden en een troost in de mindere dagen.

Want er zijn soms mindere dagen, ook al zijn ze zeer sporadisch geworden. Soms eet je wat moeilijk. Soms wil je een dagje gigantisch veel aandacht. Soms weiger je te slapen overdag. Maar dat zijn allemaal uitzonderingen: meestal ben je je vrolijke, uitgelaten, actieve zelf.

Je kan stappen achter een wagentje en struikelt daarbij over je eigen voeten. Je verbouwt de CD-kast, je verzet de meubels, je zorgt voor speelgoed-explosies en je vertelt verhalen tegen elk stuk speelgoed en de tafel. Je bent intens, mooi, slim en beweeglijk. Je vader en ik zijn ‘s avonds doodmoe, als je de hele dag bent thuisgeweest. Maar als je er niet bent en ik thuis zit te werken, dan kijk in tijdens mijn pauzes naar filmpjes van jou op de computer. Je vader merkte vandaag op dat ik die filmpjes speciaal daarvoor maak.
Hij verstaat dat.

zoen

je mama

Maand 1Maand 2Maand 3Maand 4Maand 5
Maand 6Maand 7Maand 8





Move over, Albert Einstein.

12 April 2010 over mira

Dus. Gisterenavond zit ik met mijn pruts op schoot (de dochter, peoples. Het lief is te zwaar om op mijn schoot te zitten) en we lezen samen een boek. Het Boek van Dribbel, dat hier hoog op de mega-cool-lijst staat, al wekenlang. En ja, ik schrijf het met hoofdletters, dat is maar normaal gezien het enthousiasme van de dochter over het stoffen dingske in kwestie. Als zij de Booker Price mocht uitreiken, er was geen enkele twijfel, ik zeg maar. In Het Boek van Dribbel zitten namelijk flapjes en achter die flapjes zitten beesten verborgen. Mira weet de flapjes blindelings zitten ondertussen: ze kan met één oog Boogie in de gaten houden en ondertussen nog steeds het flapje openprutsen als ik vraag “en waar zit het konijn?”. Een wonderkind, ik moet het u niet uitleggen zekers? Maar het wordt nog beter.

Gisterenavond zat ze voor haar doen behoorlijk geconcentreerd te kijken toen ik “waar is het konijn?” deed, ze vouwde met haar rechterhand het flapje weg en toen bracht ze haar kleine linkerwijsvinger zeer bewust naar het konijn en wees. Ik gilde naar het lief maatjong-ze-wijst-gewoon-naar-het-prentje-moet-zien-sejieus, waarop hij mij keihard uitlachte en het had over toeval en onbewuste reflexen. Maar hij kwam voor de zekerheid toch even kijken, ik draaide het blad om, vroeg “waar is de vogel” en het mensje dat ik na drie dagen hard labeur en enige operatieve assistentie ter wereld heb gebracht (neen, ik ben het nog niet vergeten) deed het gewoon opnieuw. En daarna dus nog een paar keer. Na vijf keer was Mini het spelletje grondig beu en wilde ze liever aan de zetel lekken en aan mijn haar trekken, wat voorgaand kunstje natuurlijk ietwat relativeerde.

Maar tegen die tijd hadden wij al lang een lidmaatschap van mensa aangevraagd, kunt dat peinzen.





Op proef.

11 April 2010 over leven

Vraagt Goofball in de commentaren hoe het eigenlijk met Santa Boogie is. Mjah. Wel. Niet zo heel super dus.

Weet u nog, die keer dat we een kattenfluisteraar lieten komen? Dat was ergens in juni vorig jaar, nadat de situatie de maanden voorheen geheel uit de hand was gelopen. We hebben onszelf toen keihard uitgelachen, maar hebben wel braaf alles gedaan wat die mevrouw ons heeft opgedragen. Beschutting voorzien aan de achterkant van het huis, beestje aan de prozac: the whole shebang. Langzaamaan zagen we toen verbetering: de kat blijft zichzelf hardnekkig kaallikken, dat wel, maar hij plaste niet meer in huis en de angstaanvallen waren over.
Toen de baby kwam, heeft hij zich eigenlijk behoorlijk voorbeeldig gedragen. Waarschijnlijk ook wel omdat wij zijn positie nooit hebben veranderd in huis: hij is altijd bij ons in bed blijven slapen, ook toen Mira nog op onze kamer lag. Ik ben daar nooit ongerust over geweest, want Boogie toont vooral een complete desintresse voor Mira. Omgekeerd is dat niet het geval, mind you: Mira vindt Boogie helemaal het einde. Ik zal daar eens iets over schrijven binnenkort.
Alleszins: we waren gestopt met de medicatie, en eigenlijk ging alles naar behoren. Behalve een zeer sporadische plas ergens in huis was Boogie een lief proper beestje.

Maar sinds een paar weken is het hek weer helemaal van de dam: we zagen de situatie dag na dag erger worden, met plasplekken overal in huis. Vier, vijf keer per dag. Soms zelfs terwijl we er gewoon op stonden te kijken.
Dus zijn we weer medicatie gaan halen. En is poes weer aan de drugs nu. We hebben hem op proef gezet: als hij binnen de maand niet opnieuw proper is, dan moeten we een andere oplossing zoeken. Het is gewoon te onverantwoord om een baby te laten rondkruipen in de kattenpipi. Maar terwijl ik dit schrijf “een andere oplossing zoeken” breekt mijn hart al, en krijg ik tranen in mijn ogen.





Synchroon.

10 April 2010 over coo-hool

Starring Mira en Santa Boogie.

synchroon (iv)

synchroon (iii)

synchroon (ii)





Goed is relatief.

29 August 2009 over ergert u zo niet! (tags: ) —

“Goh, hij doet dat goed, boogie”, dat hebben we al verschillende keren tegen elkander gezegd de laatste weken. Zo’n lawaaierige baby die opeens met alle aandacht gaat lopen, dat is immers niet evident voor een sowieso al stressgevoelige kater.
Maar hij gedraagt zich voorbeeldig, vinden we.

Behalve deze nacht dan. Ik was eten aan het geven, en dan kan een mens niet zomaar rechtstaan en reageren. En het was nacht en luid roepen is ook al nefast voor de feestvreugde dan. Alsof hij het doorhad: hij keek me doordringend aan, hief zijn staart op en maakte een gigantisch grote plas. Op het aanrecht. Waarna hij zich omdraaide en naar buiten liep.

En dus heb ik na het eten en het boeren en het troosten en in slaap wiegen nog een halfuurke gespendeerd met meerdere malen afwassen en spoelen van het aanrecht om het kattenpipi-vrij te maken. Just my favourite thing om half vijf ‘s morgens, echt waar.





Die keer met de kattenprozac.

18 June 2009 over projecten (tags: ) —

Mja. Dus. Voor ge het weet geeft ge uw kat twee keer per dag medicamenten tegen de angstaanvallen en maakt ge kleine aanpassingen aan de inrichting van uw huis voor het veiligheidsgevoel van het beest. Dat kan ja, ook als ge nuchtere mensen zijt die niet aan zweverigheid doen. En als het helpt dan kan het mij zelfs niet eens meer schelen dat ge mij zit uit te lachen, daar aan de andere kant van het wereldwijde web. Zelfs niet, neen.

Hoe begint dat allemaal, vraagt u? (voor het volledige verhaal, klik op de linkjes) Vorig jaar hadden we Frank Sinatra, het kattenincident waarbij de vreemde kater bruut onze huiselijkheid binnenstormde en de boel ondersproeide. Kort nadien begon boogie af en toe in huis te plassen. Niet veel, niet dikwijls, niet erg: niks om problematisch te noemen, dus. We straften hem, hij mokte een paar uur, we ruimden de rommel op en daarmee was de kous af.

Toen kwam de verbouwing, en de daarbij horende onrust: het hele huis werd opengegooid en de kat had daar duidelijk een beetje last van. Toen alles weer dicht was gemaakt bleek hij toch wel zeer frequent in huis te plassen, altijd als wij er niet bij waren. Vreselijk vervelend, en we straften hem consequent. Maar dat hielp niks en steeds minder. En wij vonden dat steeds minder aangenaam, vooral omdat het dus –inderdaad– niks leek te helpen.
Na enige lectuur over het onderwerp bleek straffen trouwens niet de oplossing, omdat katten straf achteraf niet meer met de actie associëren maar met degene die straft. We zijn daar dan maar mee gestopt.

En toen kwam de nieuwe zwarte kater, die op zijn beurt brutaal probeert het huis binnen te komen en overal op de koer sproeit. En toen kreeg Boogie overal kale plekken van het likken: eerst op de buik (dierenarts zei: hormonaal), sinds een paar weken ook op zijn poten.
En toen deed hij dat rare gedoe met ‘s ochtends paniekerig miauwen. En toen deed hij dat deze week nog eens en werd de situatie steeds erger.

Op zo’n moment hebt ge twee keuzes: ge brengt het beestje naar het asiel en neemt een andere kat. Of ge probeert of er iets aan te doen is, aan het hele probleem. Wij zijn niet zo’n opgevers van aard, en de keuze was snel gemaakt. Dus kwam er een dierenarts langs die gespecialiseerd is in kattengedrag. Gisterenmiddag hebben we de hele situatie met haar in beeld gebracht (waar plast hij, wanneer, wat gebeurt er precies?) en heeft ze de kat een hele tijd geobserveerd. Om dan tot conclusies te komen die heel erg logisch klinken: over territorium en onveiligheid, onrust en angst. En over vicieuze cirkels waar Boogie dus blijkbaar zelf niet meer uitgeraakt. Het likken en haar afbijten is zelfverminking, bijvoorbeeld. Vandaar dat hormonen niks helpen, trouwens

Alleszins: Boogie heeft medicatie voorgeschreven gekregen. En we zorgen voor iets meer beschutting in ons huis waarvan de achtergevel helemaal glas is. En we gaan proberen om de scheefgegroeide situatie recht te trekken. Met een kattenpsycholoog inderdaad. Stopt met lachen, zeg ik u.





Zwarte kat.

23 May 2009 over ergert u zo niet! (tags: ) —

Er zit een kat rond ons huis, de laatste weken. Die van ons heeft er schrik van. Het is een kater, vermoeden we, want hij durft al eens sproeien. En hij wordt de laatste dagen steeds driester: komt nu zelfs echt tegen het kattenluik aanduwen om binnen te geraken. Dat kan normaal niet, want het is een magneetsysteem en alleen de onze heeft een magneet.
Boogie, die miauwt een beetje en laat zich doen. Maar hij geraakt er wel door over zijn toeren, want hij plast in huis opeens. Best zielig, hoor.

Iemand suggesties over wat we kunnen doen? Ik denk niet dat het een zwerver is, want hij ziet er goed doorvoed uit. Maar het is wel een volwassen kat, die er opeens was. En hij is vreselijk brutaal.

Zoals die keer met Sinatra. Zucht.





Santa Boogie is way cool.

15 May 2009 over coo-hool (tags: ) —

Als ge iets zegt tegen onze kat, dan antwoordt hij. Dat maakt het mogelijk om volledige conversaties met hem te houden en dat is grappig. Over of hij tonijn wil, bijvoorbeeld. Meestal komt er dan een overtuigd miauwen dat we interpreteren als “tuurlijk wil ik tonijn, wat vraagde gij nu”.

Het hoeft u dus niet te verwonderen dat Santa Boogie, hier nog een klein mormel, ondertussen is uitgegroeid tot zeven kilo zacht pluizig aanhankelijk beestje. Hij is nog altijd mooi en supercool.

boom

set





De jager.

9 March 2009 over coo-hool (tags: ) —

Andere katten brengen al eens een dood vogeltje mee naar huis. Een muis. Een kadaver van een kotkonijn.
Onze Boogie heeft vandaag al drie keer een wikkel van een koek binnengebracht. Heel trots en al.

Snicker, Leo en grannie hebben waarschijnlijk ferm afgezien. Ocharme.





Volgende Pagina »