De laatste. #projectblogboek

De laatste keer dat ik boos ben geworden was deze ochtend rond 7 uur. Dat ik de rest van de dag geen enkele andere keer boos was, is een succes, want ik heb ook de krant gelezen, en ik heb de hele dag gewerkt. Dat is altijd riskant, dat weet iedereen.

Maar om 7 uur was ik dus wel al boos. En ik lag op dat moment nog in mijn bed.

Het zit zo: ik moet meestal vroeg opstaan. In het weekend om half acht met de dochter, in de week gewoonlijk om half zeven.
Soms is er een doordeweekse dag dat ik geen les moet geven het eerste uur, en dan mag ik slapen tot half acht, aka tot de kleine wakker wordt.
Dat uur tussen half zeven en half acht is alsof iemand mij trakteert op een stukje slagroomtaart op het moment dat ik net zat te denken “hm, precies een hongerke”. Ik ben vreselijk gehecht aan dat gestolen uur, zeker als ik zoals gisteren weeral tot een kot in de nacht had zitten lezen.

Als de dochter dan om 7 uur roept dat ze wakker is, zoals vanmorgen, dan ben ik boos. Wild. Razend. Omdat mij een half uur slagroomtaartslaap wordt afgepakt, zonder voorafgaande verwittiging. Zo. Oneerlijk.
Ik ben dan niet boos op haar gelukkig, maar op de wereld. En het leven. Ik haat het leven uit de grond van mijn hart zowat elk eerste uur van elke dag.

Mijn ochtendhumeur is legendarisch. Ik ben daar niet fier op, en ik ga niet onnozel doen: het is niet gemakkelijk. Niet voor de mensen die met mij in één huis moeten zijn ‘s ochtends, en ook niet voor mijzelf. Het stemt mij droevig dat ik zo ben, en dat brengt me naadloos bij de laatste keer dat ik heb gehuild.

Deze ochtend rond tien na zeven was dat. Want de correcte term mag dan wel ochtendhumeur zijn, bij mij is het eigenlijk ochtendverdriet. Pure onversneden weltschmerz. De last van de hele wereld rust op mijn schouders, voor half negen ‘s morgens. Bergen lijken te hoog, het water van de dag die voor me ligt te diep.

En dan ween ik een beetje. Alleen in een hoekje van de badkamer.

Zielig? Goh ja. Een uur later had ik vier koffies gedronken, en toen was het over en was ik mijn eigen vrolijke in cafeïne gedrenkte zelf. Einde verhaal. Morgen opnieuw!

**************
Dit is de eerste post in #projectblogboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly.Een eerste post over de laatste keer. KWEENIE HOE META.

1

Het Blogboek, het project. #projectblogboek

Ten eerste.

Lilith, ofte Kelly, bracht kort geleden een blogboek uit. Het boek dat u moet hebben als u wilt beginnen bloggen, of als het allemaal niet zo marcheert zoals u het zou willen.

blogboek

Nu is dit weblog niet zo nieuw meer (tien jaar dit najaar, jadadde) en moet ik tot mijn eigen schande toegeven dat ik al van bij het begin bijzonder weinig verwachtingen had.
Ik heb geen plan, ik doe maar wat, en ik voel mij daar eigenlijk bijzonder goed bij. Het zou de samenvatting van mijn biografie kunnen zijn.

Ik heb Kelly graag, altijd al. We go way back, gelijk ze zeggen, al sinds de oertijd van de blogosfeer. Tales from the Crib was één van de eerste blogs die ik las en het is één van de enige die ik ook vandaag nog consequent bij elke post lees.
We kennen elkander ondertussen ook al geruime tijd in het echt, inclusief mannen en kinderen. Er zijn de wunches, er waren de wijvenweken, er zijn de bezoekjes van tijd tot tijd. Volgens mij staat dat vermiste loopwagentje voor peuters zelfs ergens op haar zolder stof te vergaren.

Enfin. Om maar te zeggen: ik ben niet geheel onpartijdig in deze. In die mate zelfs dat het mij een beetje irriteerde dat er een paar weken na dat van Kelly nog een blogboek is verschenen, geschreven door een jongedame die blijkbaar een streepje voor heeft in de traditionele media. NEEN IK WEET NIET HOE DAT ZOU KOMEN STOPT MET HET TE VRAGEN IK GA ZELFS NIETS INSINUEREN.

Ten tweede.

Op de trouwerij had Kellster een exemplaar van haar boek mee, inclusief een bijzonder lieve opdracht. En sindsdien loop ik te kauwen op wat ik ermee ga doen.

Het lezen, ja, en dat heb ik intussen gedaan. Ik heb er veel wijsheid in gevonden, verpakt in handige lijstjes en duidelijke verhalen. Het leest vlot weg, ik heb hardop moeten lachen en het is leutig om eens een paar dingen in propere overzichtjes te lezen.
Consequent bepaalde regels volgen is niks voor mij want ik heb kijkeenvogeltje, en ik zondig tegen zowat elke tip die in het blogboek gegeven wordt. Maar ik kan mij dus wel voorstellen dat andere mensen veel baat hebben bij de tips (Herlees uw posts voor u op publiceer klikt, bijvoorbeeld. Dat zou een goede kunnen kijkeenvogeltje.) lijstjes, de planningen en de apps.

*Over dat laatste trouwens, Kelly. Er was een avond dat ik vanuit mijn zetel naar de man riep: “Kelly heeft een lijst van wat er in haar diepvries zit in Evernote! Wat een goed idee hé zeg!” Hij lachte en mompelde: “it ain’t gonna happen, babe.”*

Maar ik wilde dus meer doen dan het alleen lezen. Omdat er misschien wel wat meer aandacht zou mogen zijn voor dit blogboek in de traditionele media. Maar ook omdat ik geloof dat voor een boek constante aandacht bij het doelpubliek de enige aandacht is die nodig is. Jullie zijn dat doelpubliek. Zet u en drinkt iets, het is hier gezellig.

Ten derde.

I give you: #projectblogboek.

In Het Blogboek verspreid staan lijstjes met als titel “15 ideeën voor je volgende blogpost”. In totaal zijn er 8 lijstjes. Dat zijn 120 ideeën voor blogposts, alstublieft.

15 ideeen

Ik ga die allemaal doen.
Allemaal? Ja. Allemaal.

Simpel toch?
En overmoedig, ik geef dat toe. Maar van een beetje overmoed is nog niemand doodgegaan. Behalve misschien Icarus. En Macbeth. En die gasten van de Darwin Awards. Maar bij mij zal het vast zo’n vaart niet lopen.

Aniehoews. De komende wekenmaandenjaren krijgt u hier regelmatig een post voor #projectblogboek. En al moet ik er vijf jaar over doen, ik zal ze allemaal schrijven. Want behalve overmoedig en een vreselijke uitsteller, ben ik ook hartstochtelijk koppig en geduldig.

Ten vierde en tot slot.

Maar natuurlijk.
Ge moogt ook meedoen. Graag zelfs. Neem een foto van het idee dat ge gebruikt uit het boek, of steel gewoon de prentjes van hier. Voeg de hashtag #projectblogboek toe en laat het mij efkes weten, dan zet ik een linkje hieronder.

Ook in #projectblogboek

* Michel
* Romina
* Tante Alice
* Sofinesse
* Anne
* nobutterfly
* Hi-ke
* Kruimel
* Kattebelle
* Tifosa
* Ellen
* Jeroen
* Sheena
* Kelly zelve

* Charlotte
* Isa Belle
* Upje
* Tiny
* Stephanie
* Bentege
* Madrina
* Mafaldine
* Trijnewijn

De langste vijf minuten.

Ze zat op tien meter van mij een klein hondje aan een leiband te strelen. Op haar hurk, en ondertussen pratend met de hondeneigenaars. Ik keek naar het uur en zei tot mijn gezelschap: “Tijd om de bus te nemen, want binnen een half uur heb ik drama’s met de juffrouw daar, als ik blijf.” Ik draaide, riep de naam van een kameraad een eindje verder, stak mijn arm omhoog en riep: “Tot de volgende!”. Ik draaide me weer naar haar toe.

Zo moet het gegaan zijn.
Dat duurde niet langer dan 20 seconden.
En zij was weg.

We waren op WildeMannenWoesteWijven. Topnamiddag. Veel bekenden, veel volk. Druk en chaotisch. De kleine was uitgelaten, ik was vrolijk. En toen was ze weg.

In dat laatste uur had ik haar al aan paar keer even niet gezien, maar toen kon ik altijd onmiddellijk de vriendinnetjes met wie ze speelde localiseren. Zie de vriendinnetjes, zie het kind, zo werkt dat.
Maar nu was het anders. De vriendinnetjes speelden elders, aan het podium, zij had alleen bij het hondje gezeten. En het hondje was ook weg. Ik ben normaal niet van het paniekerige type, maar soms schreeuwt mijn instinct keihard ALARM en dan is het all systems go.

Terecht, zo blijkt. De juffrouw was achter de mensen met het hondje aangelopen, omdat er ergens in haar kleinemeisjeshoofd een verhaal was ontstaan dat het hondje naar het asiel moest. Ze zou het in het geheim volgen en dan meenemen naar huis om het te redden. Toen was ze plots aan de andere kant van het podium en realiseerde ze zich dat ze was afgedwaald.

Ze heeft gelukkig het verstand gehad om terug te keren naar waar ze met het hondje had gezeten en waar ik naar haar had gezwaaid.
(“Als je mij kwijt bent, keer dan altijd terug naar waar je me het laatst hebt gezien.”)
Ze heeft gelukkig het verstand gehad om tegen een mevrouw met een kindje te zeggen dat ze mij kwijt was.
(“Als je mij kwijt bent, vraag dan aan een mevrouw of een meneer die zelf kindjes bijheeft om je te helpen.”)

Minder dan vijf minuten later huilde ze in mijn armen, ik wiegde haar en fluisterde dat alles nu ok was. Met elke streel over haar hoofd, slikte ik een stukje van de paniek in mijn keel door.

Ik heb gezegd dat ze heel moedig was. En superflink.
Ik heb verzwegen dat ik beter had moeten opletten.

September 2014.

Oelala. Het is al 3 oktober en ik heb het nog niet eens over september gehad. Het mooiste bewijs dat ik het blogboek dan wel gelezen heb, maar te zwak ben voor organisatie. Aniehoews. September 2014.

-…was de laatste maand ooit waarin mijn burgelijke staat “ongehuwd” was. Aja, het belangrijkste eerst.
-…betekende daardoor dat ik nooit eerder geziene hoeveelheden tijd stopte in de voorbereiding van één dag. Van kleedskes over boeket langs catering naar een flipperkast: ik zag het allemaal. Volgens mij heb ik een T-shirt verdiend.
-…bracht speelstraatleute. Veel speelstraatleute: er waren thema’s, er waren lachende kinderen, er was zelfs The Grind.
-…was veel werken, maar met hernieuwde kracht en met een heleboel opleidingen en denkvergaderingen. Ik denk graag na. Boeiende maand.
-…vernielde een vingernagel en zorgde voor een gekneusde duim. Avondschool is gevaarlijker dan u denkt.

Maar 3 keer op mijn hand geklopt en 1 gebroken nagel.

-…zal altijd de maand blijven waarin ik voor het eerst mocht boogschieten op een staande wip. Het zal niet de laatste zijn.
-…zat ook vol elke maand terugkerende elementen: dagen op het strand, wandeldagen aan zee, aperitiefkes met de buren en voetbalavonden met de maten.

Net wat ik nodig had.

-…eindigde met de terugkeer van de jonge meute. Mijn studenten, die ritme brengen in de dagen en energie in mijn hoofd.
-…was druk maar bijzonder. Voor altijd in mijn geheugen gebeiteld.

Over deuren die sluiten.

Allemaal goed en wel, die projectontwikkelaar die de meubelfabriek afsluit. Het is zijn eigendom, dus de wet zegt dat hij dat mag.
Ik ga niet zagen over hoe dat zonde is: al die ruimte die nu niet meer kan gebruikt worden, terwijl er nog geen concrete plannen zijn. Maanden van leegstand en inactiviteit in het vooruitzicht.
Ik ga zelfs niet mokken over hoe de projectontwikkelaar het alweer niet nodig vond om met de buren te communiceren, behalve dan met een briefje onder de ruitenwissers van auto’s.

Closing time.

Is hij wettelijk in zijn recht? Waarschijnlijk wel, ja.
Was het een goed idee om bij de start van deze nieuwe fase in het project al meteen het onbegrip van de buren te cultiveren? De tijd zal het uitwijzen.

Op al de bovenstaande zaken zal ik de komende dagenwekenmaanden nog terugkomen, dat is een zekerheid. Maar de afgelopen 24 uur denk ik alleen maar aan dit.

Aan de jonge mensen die gisterenochtend uit een deurtje kwamen vooraan in het gebouw. Aan hoe ik de mensen uit de struiken herkende. Aan het moeizame gesprek dat volgde, waarin het meisje in moeilijk Nederlands vertelde dat ze zo blij is dat ze daar kunnen slapen. En dat haar man soms kan werken, bij een boss, tegenwoordig.

Ik vroeg voorzichtig of ze wisten dat de poort zou dichtgaan, die dag. Ze begreep me niet, en ik kreeg het niet uitgelegd want ik spreek niet genoeg andertaals huntaals. Ik ben uiteindelijk doorgegaan want de boss belde.

En alles wat ik nu kan denken is: hopelijk hebben ze al een nieuwe plek om te slapen, nu het snel kouder wordt.