Over de zon, een lampje en het licht zien.

Ik pruilde een eind weg, een paar weken geleden, toen de laatste loodjes nog niet eens in zicht waren terwijl de voorlaatste al zo zwaar wogen. Dat Facebook me met zwembadfoto’s terugzwierde naar tijden voor we een schoolplichtig kindje hadden, hielp natuurlijk niet. Vol wanderlust en week van verlangen naar zon op mijn huid, zocht ik op waar het meer dan 25 graden zou zijn begin februari. Ik noemde het “pauze nemen”, klapte mijn pc open en vroeg google hoe lang 25 graden vliegen was, al mijn ecologie-principes onderwijl negerend. Want het was januari, en koud en ik mocht ook wel eens iets.
Daarna dacht ik natuurlijk na of dat eigenlijk wel de moeite was voor een dag of drie. Ik concludeerde van neen, want zo realistisch ben ik dan wel, ook in tijden van massaal te veel werk. Bovendien bleek het vooruitzicht van geregel (ah, een ticket boeken en koffers pakken, en hoe zouden we dat doen met de dochter en en en) bij voorbaat al te vermoeiend voor mijn overvolle hoofd.

Ik nam pruilend afscheid van het 25graden-idee en er vormde zich een ander plan. Ik maakte een lijstje van uitsteldingen. Alles waar ik zo graag tijd voor wil maar die ik haast nooit heb. Er kwamen dingen op die mijn hoofd sluimerend troubleren (ik zou echt een keer die verzekeringen moeten checken en ook die badkamerkast opruimen en ik wil zo graag eens een handtas maken en…). Ik schreef in de agenda van de dochter dat deze mama wel eens meekon met de klas gaan zwemmen. Ik maakte afspraken met mensen die ik te weinig zie, en met mensen waarmee ik al zo lang graag een koffie wil drinken. Ik boekte dat bijzondere restaurant voor een lunch met mijn lief en legde het boek klaar waarvan ik te veel moest wenen toen ik eigenlijk te moe was om te lezen.

Vanmiddag wandelde ik in de Belgische vrieskou, maar wel met een zonnebril op mijn neus. Een uur daarvoor waren man en kind thuis komen middageten. Geen snelle boterham, maar Echt Zelfgekookt Eten. Ik had die ochtend boodschappen gedaan voor een week en die bovendien zelfs uitgepakt. Toen ik door de kou naar mijn auto stapte, met het vooruitzicht van mijn boek en pianomuziek op spotify, bedacht ik dat het nog zo slecht niet is: een vakantie zonder 25 graden.

Slijm. Uw recept om te scoren bij de youngsters. #vingeraandepols

Ze hebben geweend hé? Uw kinderen? Geef maar toe. Of op zijn minst gevloekt en gezaagd? Ja, ik weet het. Omdat het weer mislukte. Dat is niet tof, iedereen verstaat dat toch. En het ziet er nochtans zo simpel uit op youtube.

En als zij niet geweend hebben, dan misschien gij zelf. Omdat het slijm overal plakte, bijvoorbeeld. Aan uw keuken, uw stoelen, uw tafel. Aan de zetel. In hun haar ook.
Of omdat er nergens nog knutsellijm te vinden was. En ze hadden het nog zo gevraagd om er mee te brengen. Miserie Miserie.

Ik verzin het niet, al het bovenstaande. Het zijn allemaal kerstvakantie-verzuchtingen die ik in mijn directe omgeving kon horen. “Hoe haalt ge slijm uit lang haar?” “Waarom is er in heel Gent geen enkele tube lijm meer te vinden?” en het terugkerende “Heeft iemand een goed recept? DAT WERKT BIJVOORBEELD?”.

Als u kinderen heeft, die ouder zijn dan 5 en jonger dan pakweg 15, dan durf ik er namelijk mijn hand voor in het vuur te steken dat u in de laatste maanden al geconfronteerd bent met het fenomeen. Slijm. Slijm maken. Fluffy slijm maken. Glitterslijm maken. All things slijm: de hype van het moment bij het jonge grut.

Ik hoor de verhalen van ouders die wanhopige pogingen doen en alleen een plakkerige blubber overhouden. Grappige verhalen over de ingrediënten ook, zoals dat van een niet nadergenoemde (*kuch*codenaam schoonzus*kuch*) die in de Delhaize op zoek ging naar linzenvloeistof omdat haar kinderen beweerden dat het dat was wat ze nodig hadden. Linzenvloeistof. Damn you, Zita Wauters met je Brabantse accent.

Er gaan veel recepten de ronde en niet alles werkt zoals het belooft te werken. En nu is die kerstvakantie voorbij en is het weer niet gelukt. Toemme toch.
Treur niet langer. Ik ga u helpen.

Het is namelijk zo dat mijn 8yo nogal vinger-aan-de-pols is. Ze volgt de youtubes op (I wonder why), en het is ondertussen al van vorige lente dat het kind over dat slijm bezig is. Gelukkig is de man ook nogal vinger-aan-de-pols, en volgt hij de youtubes ook een beetje. Hij wist bijgevolg waar hij recepten kon halen, en sinds het voorjaar werd hier duchtig geëxperimenteerd. Met trial-and-error kwamen we tot een werkend recept. In de eindfase van het ontwikkelingsproces heeft ook deze moeder zich gemoeid en werd het recept geperfectioneerd. Voor massaproductie, dat is evident.

Binnen niet-zo-heel-lang is het krokusvakantie. Nog een paar weken en dat geeft u tijd om
a) alle ingrediënten te verzamelen en
b) het recept te leren zonder een meute jengelend jong om u heen.
Krokusvakantie. Schrijf het op, want dan begint uw heldendom. Dan zult ge opeens de beste mama/papa/babysit/nonkel/tante/… van de wereld zijn. Uw populariteit zal door het dak gaan, dankbaarheid en eindelijk van het gezeur af zullen uw deel zijn. Allemaal dankzij slijm.

*** Uw boodschappenlijst ***

1. Borax
Borax is hetgeen wat de andere ingrediënten tot slijm maakt. De meeste recepten hebben het over lenzenvloeistof (met een E. Zie boven), waarin (als u geluk heeft, want niet elke soort heeft het) boorzuur zit, met dezelfde werking. Maar lenzenvloeistof is natuurlijk al een verdunning, en een pak duurder. Dus bestel Borax, of spreek een bevriende chemicus aan. Kies de kleinste verpakking, want u heeft eigenlijk niet zo veel nodig: een koffielepel verdunnen met 250 ml water. En van die verdunning heeft u telkens maar een paar koffielepels nodig (zie verder in het recept). Dus ik stel voor: organiseer u en ga voor een gezamelijke wijkaankoop.
Eens de borax gearriveerd is kan je al een oplossing maken, dan staat dat al klaar en hebt ge geen gedoe met wilde en ongeduldige kinders. 250 ml heet water, een flinke koffielepel borax oplossen. Het goedje bewaar je bijvoorbeeld in een bokaal. Het is lang houdbaar. Ge moogt het niet opdrinken. Dus labelen en veilig bewaren.

2. Knutsellijm
Witte of transparante knutsellijm. In grote hoeveelheden. Zoals deze bijvoorbeeld. Ge moogt die ook niet opdrinken.

3. Voedingskleurstof
Het kleuren kan ook met verf, maar die voedingskleurstof heeft als voordeel: weinig nodig, dus het recept geraakt niet in de war. Ik deed ooit een poging met goudverf, en dat werkte niet. Ik moest te veel gebruiken om effect te hebben, en het slijm mislukte. Voedingskleurstof is courant te vinden in uw supermarkt, of bijvoorbeeld bij Aveve. Opdrinken kan geen kwaad, maar het kleurt wel uw tanden, lippen, tong en dat dat duurt wel een aantal dagen voor ge dat wegkrijgt. #voorugetest.

4. Scheerschuim
Schuim, geen gel… dat is redelijk essentieel. Een wit product volstaat. (niet opdrinken, voor de volledigheid)

5. Attributen
Plastiek potjes voor het mengen, lepels, keukenrol voor plotse slijm-overal-gebeurens. Bokaaltjes of zakjes om het slijm in te bewaren achteraf.
Optioneel: glitters. (ok, ik zeg optioneel, maar we weten allemaal dat dat gelogen is. Slijm met glitters is cooler dan slijm zonder glitters)

*** Het recept ***

– Doe een scheut lijm en een dot scheerschuim in een potje. De verhoudingen zijn ongeveer half om half. Meng goed door elkaar.
– Voeg de kleurstof toe naar believen, en “optionele” glitters. Meng goed door elkaar.
– Laat iemand boraxoplossing (zie boven!) lepelen in je mengsel. Begin met 1 koffielepel, meng, voeg nog eentje toe, enzovoort.
– Op een bepaald moment merk je dat het slijm de juiste consistentie heeft: het blijft niet meer plakken aan de randen van je pot, maar hangt als soort bolleke aan je lepel.

– Haal slijm uit pot en kneed slijm.
KLAAR.

Troubleshooting:
– Als het nog wreed aan uw handen plakt hebt ge niet genoeg borax gedaan daarnet. Je kan nog wat toevoegen, maar dat is wel geklungel en gedoe.
– Als het slijm te stevig is: te veel borax.
– Slijm is niet eetbaar. Maar dat hadt ge al door, vermoedelijk.

Bewaar slijm in afgesloten potje. Hou weg van zetels, stof en haar (ge kent de hashtag al, ondertussen).

Bij twijfel, altijd Noord.

Gisterenochtend dronk ik koffie bij haar, mijn favoriete peuter op schoot en onder een dekentje. Er zijn niet zo veel mensen bij wie ik onder een dekentje kruip in hun zetel. Zij is er eentje van.

We hadden het over de eerste reacties, nu Het Boek bijna een maand uit is. En hoe lovend die zijn. Op de sociale media, maar ook in de recensies. Ik was niet verrast, zei ik. En ik bedacht dat ik nog eens moest schrijven hier. Het plan in mijn hoofd was eerst lezen, dan schrijven. Ik heb Noord namelijk gelezen een hele tijd voor verschijnen en dus ook een tijd voor de definitieve versie. In de boek-versie van nu zijn er personages gesneuveld, en allerlei verhaallijnen nog helderder gezet. Razend benieuwd ben ik, naar hoe het nu is. Maar de omstandigheden en zelf-discipline hebben bepaald dat ik het boek waarschijnlijk pas begin februari opnieuw zal lezen. Over die omstandigheden vertel ik u trouwens een andere keer.

Pas in maart vertellen over Noord, plots leek dat zonde. Want het boek leent zich zo goed voor leesavonden bij het schemer van een kerstboom, in uw comfortabele zetel, verdrinkend in de warmte van haar woorden. En we gaan daar eerlijk in zijn: de komende weken heeft u waarschijnlijk wel tijd voor boeken. Of u zoekt nog een cadeautje voor iemand dicht aan uw hart. Dus krijgt u vandaag het verhaal van 23 november 2017.

23 november was een schone avond. Om zo veel redenen: één van mijn beste vriendinnen stelde – eindelijk, eindelijk – haar debuut voor, al mijn favoriete maten waren er, en er was heerlijke blues-muziek.
23 november was ook de avond dat ik zachtjes stierf van de stress omdat ik zou gaan speechen. Na Mensen Die Kunnen Speechen, zoals ene Guy Mortier die ooit nog een boekske had en die best mondig is naar het schijnt. Spreken in bijzijn van Allerlei Mensen Die Goed Zijn Met Woorden, ook. Ik stierf dus stil de halve avond en nam uiteindelijk halfdood toch de micro. Omdat sommige mensen het waard zijn om angsten voor te overwinnen.

“Wat doet die vriendin Sien van u feitelijk?” dat vroegen mensen mij de laatste jaren zo af en toe.
Ik zei dan: ze bouwt een huis. Ze heeft net een kind op de wereld gezet. Ze doet copywriting. Of ook: ze haalt nog eens een diploma. Ze werkt als bouwvakker voor een aannemer. Ze studeert binnenhuisarchitectuur.

De laatste twee jaar zeg ik altijd: ze schrijft. Een boek. Want van bij het begin voelde ik dat het dit was: schrijven, dat is waarvoor gij geboren zijt en dat wordt het.

Zie ons hier nu staan zeg. Uw maten, en tegelijk ook uw bewonderaars. We hebben ooit allemaal hetzelfde meegemaakt: die dag dat ge chaotisch en met wapperende haren ons leven binnenwaaide, zeulend met kinders, intense gesprekken voerend, nachtelijk tooghangend, uit de losse pols vijfgangenmaaltijden kokend. Met uw onverwachte wendingen, uw intense vertellementen, uw standaard sms-ke dat ge wat vertraging hebt. Met al uw warmte en liefde en ideeën en zo onvoorwaardelijke en totale vriendschap en aandacht.
Bij elk van ons zijt ge ons leven binnengewaaid, en bij elk van ons zijt ge recht naar ons hart gestormd.Toen ik het dus mocht lezen, dat boek, deze zomer, ging ik kapot van de stress.

Ik ben een slechte leugenaar, en mijn grootste angst was dat ik niet van Noord zou houden zoals ik van Sien hou.
Ik las en ik las en ik las, tot ik uiteindelijk – na een dag of twee – dit bericht kon sturen.

“Het is uit. Het is perfect. Ik heb moeten wenen op het eind, maar niet heel hard. Een beetje verdwaasd nu. Maar, lieve Sien. Het is menselijk en helder en oprecht en doorleefd en romantisch en onstuimig en wild en zinnelijk en vreselijk meeslepend.
Gelijk gij dus.
Ik ben onbeschrijflijk fier op u.”

En dat zegt het allemaal. Ik vind bij deze dat u allemaal Noord moet lezen. Omdat Sien mijn vriendin is, jawel, en een fantastisch mens. Maar vooral omdat haar boek wild, warm, helder en prachtig is. En u het uzelf niet zult beklagen.

Over de Koterij en de volgende stap.

Do what you love, love what you do.

Dat avontuur van mijn lief op het internet, dat is nogal wat. Ik vertelde daar al eerder over, hier en hier. 54 afleveringen van de Koterij zijn er ondertussen, en 7600 abonnees.

Maar ondertussen is er meer.
Make in Belgium, bijvoorbeeld, waar bijna 2000 Vlaamse makers van zeer divers pluimage elkaar helpen. Er loopt een Secret Santa, momenteel, en ik vind die zo schoon dat ik er soms wat van gepakt ben.
En mijn man vergadert vaak, de laatste maanden, want hij heeft weer grote plannen. Ik mag daar nog niks over zeggen, maar het wordt allemaal zo cool. You will love it.

Ik ben daar ongelooflijk fier op. Dat hij altijd doet wat hij het liefste doet. Dat hij zo veel energie in al die dingen steekt, gewoon uit liefde voor heel het maker-verhaal. Dat hij altijd zo keihard zichzelf blijft en doet wat hem gelukkig maakt.

Portret Henk Rijckaert, 2016, Working Class Heroes, Atelier, Gent, Hout, knutselaar, Comedian,

Het is constant zoeken en proberen. Beter worden. Experimenteren. Monteren tot een kot in de nacht. Soms vloekend om het koterijgebeuren te combineren met zijn ander werk. Zoeken ook naar wat daar nu eigenlijk het verdienmodel van is. Want we moeten daar eerlijk in zijn: hij is per week 4 of 5 dagen bezig met iets waar hij eigenlijk niks mee verdient. We denken allemaal mee, de mensen rond hem. Workshops geven. Hier en daar iets gesponsord doen. Wat kruimels van youtube, af en toe. En het zien als een soort van idealisme.
De laatste maanden kreeg hij echter steeds meer vraag van kijkers die zeiden: we willen ook iets doen, we willen helpen.
Met schroom en na veel nadenken besloot hij een paar weken geleden om toch eens te kijken naar dat Patreon-gedoe. Omdat de suggestie ondertussen al van zo veel verschillende kanten was gekomen. Patreon is een platform genre kickstarter, waar je mensen die iets maken kunt steunen. Een hedendaagse vorm van mecenaat, zeg maar. Sinds vandaag heeft hij dus een account.

Daarnet had ik hem aan de lijn, en hij was er oprecht van gepakt. Dat er al 15 mensen zich hebben ingeschreven zeg.

Ik moest lachen. Want als er één iets is dat ik heb geleerd dan is het dat oprechtheid altijd wordt beloond, op één of andere manier.

Dus. Als ge u geroepen zoudt voelen: check het eens, die Patreon. Misschien is het iets voor u. En indien niet: nog altijd even welkom, natuurlijk, op dat youtubekanaal.

Hoe Jurgen Gielen mij online probeert te intimideren.

Ah, het internet. Ik ben hier al efkes, en ik ben hier over het algemeen erg graag. Ik durf na al die jaren op allerlei platformen te zeggen dat ik al het één en ander gezien heb. Dat kan ook niet anders: ik heb hier al 13 jaar mijn eigen online erf, er was ooit Het Project (we zijn terug online trouwens, checkt het), ik ken mijn weg op twitter en ik weet wel het één en ander van hoe conversaties online soms verlopen.

Ik schreef in het begin van dit jaar dat ik voorzichtiger ben geworden met het verkondigen van online meningen, omdat ik ooit iets schreef over een staking en toen wekenlang werd bestookt met de meest absurde verwijten, in mijn mailbox en via andere kanalen. Ik schreef daarover: dat mensen de moeite namen om mijn mailadres op te zoeken om mij vervolgens op een compleet overtrokken manier (en niet gebaseerd op echte informatie) uit te schelden voor het vuil van de straat, ik was daar oprecht niet goed van. Ik schreef toen ook dat de openbare ruwheid mij bang maakt. En dat is nog steeds zo. Dit weekend nog raakte een internetkennis betrokken in een discussie waarin de berichten uiteindelijk ronduit bedreigend en geweldadig werden. Dit is dus geen evidente post voor mij. Omdat ik weet wat kan komen.
Ik heb de afgelopen dagen al 10 keer op publish willen drukken, om dan opnieuw terug te krabbelen. Met als voornaamste reden: ik heb hier schrik van. En dan denk ik: ik laat het rusten. Maar na een uur of wat begint het weer te knagen. Zo onfair. En ik heb niks verkeerd gedaan. En als iedereen blijft zwijgen, dan is dat gewoon alsof ge wegkijkt terwijl iemand gepest wordt op de speelplaats. En ik probeer mijn kind te leren om niet weg te kijken. En niet bang te zijn van andere mensen.

Do as you preach.

Ik heb een verhaal dat ik met u wil delen.

Sinds een hele tijd ben ik één van de moderatoren van een grote groep op Facebook, de groep van mijn wijk. Meer dan 3600 leden zitten daar, en meestal loopt dat verbazingwekkend goed. De groep is divers, er wordt soms fel gediscussieerd, maar over het algemeen is er weinig moderatie nodig. Net als Gentblogt indertijd, is de community over het algemeen zelf-regulerend. Soms moeten we ingrijpen, maar eerlijk: zeer weinig. Schoon is dat, hoe woord en wederwoord kunnen, en hoe gebruikers er elkaar vaak zelf op wijzen als het uit de hand loopt. Ik zei het al: ik ben graag op het internet.

Vorige week kregen we een nieuw lid bij op de groep: Jurgen Gielen. De eerste post van deze meneer ging over een bevraging die hij organiseerde over het circulatieplan. Hij zei een expert te zijn en postte een link naar de bevraging.

Er kwamen onmiddellijk veel reacties op dat bericht. Er werden vragen gesteld over wie het initiatief nam, wie de vraagsteller was. Er kwam woord en wederwoord: iemand zei “ik ken wel iets van onderzoek en dit lijkt me ok opgesteld”, iemand anders zei “ik vind de vragen niet ok, en het is erg tendentieus”. En er werd veel herhaald: wie ben jij, Jurgen, voor wie werk je?

Ik begrijp die vragen. Sinds het circulatieplan hier in Gent wordt er frequent geprobeerd om te polariseren, door verschillende partijen. De mensen zijn daar voorzichtig in geworden.
In mijn hoedanigheid van moderator stelde ik in een persoonlijk bericht en in de post zelf de vraag aan Jurgen Gielen om een aantal dingen te verduidelijken, wat hij vervolgens deed.

In zijn aanpassing van de oorspronkelijke post vertelde hij dat hij werkte in opdracht van IntelliGent Mobiel (Voor de niet-Gentenaars: dat is een burgerinitiatief dat geboren werd in de vruchtbare schoot van de Gentse oppositie. Maar dat ondertussen geen politieke banden meer heeft. Ze probeerden een referendum af te dwingen, in het najaar, maar dat lukte niet. Ze zijn ondertussen niet meer politiek geïnspireerd en volledig onafhankelijk, zo zegt hun website.)
Meneer Gielen had het over samenwerkingen met onder andere de Fietsersbond, Trage Wegen, het Gents Milieu Front, Unizo,… en gaf zichzelf zo een zekere autoriteit.

Dat van die samenwerkingen bleek snel daarna niet helemaal te kloppen, en ik kreeg daar – opnieuw als moderator betrokken in de discussie – berichten over. Wat daarbij vooral opviel was dat verschillende mensen stuurden “We horen wat gezegd wordt en zouden willen reageren, maar dat kan niet, want Jurgen Gielen heeft ons geblokkeerd op Facebook, dus we kunnen zijn posts niet meer zien.”

Opnieuw plaatste ik een commentaar op het bericht van Jurgen Gielen, waarin ik aangaf dat ik dit oneerlijke communicatie vond: mensen die niet akkoord gaan met wat je schrijft blokkeren, en zo de mensen hun recht op weerwoord ontzeggen. In een andere parallelle post gaf ik zijn antwoorden weer aan de geblokkeerde mensen. Het leek me maar eerlijk dat ze konden volgen, te meer omdat Gielen het had over “Wij voeren momenteel een onderzoek naar deze personen” en ik dat redelijk angstaanjagend vind klinken, eigenlijk.

Uiteindelijk verliet de man dezelfde dag opnieuw de Brugse Poort-groep, naar eigen zeggen omdat “het debat niet sereen verliep”. Dat mag, ik vind dat ok. Ik vond het debat wel deftig, maar hij kreeg niet van iedereen gelijk, en moest inhoudelijk argumenteren. Wat moeilijk viel, blijkbaar. Ook dat mag. Iedereen heeft het recht een discussie niet aan te gaan.

Dit weekend, een paar dagen later dus, kreeg ik een bericht dat Jurgen Gielen op zijn eigen pagina een publieke post had geplaatst, en deze ook herhaalde in een aantal groepen. In die post gebruikte hij een screenshot van een commentaar van een mevrouw op De Brugse Poort groep die zijn enquete ok vond en schreef hij:

“In een democratie wordt het beleid bepaald door te luisteren naar de stem van het volk. Naar aanleiding van een opiniepeiling op de pagina Brugse Poort, uitgevoerd door (XX) (XX) (XX) (XX) (XX) (XX) en andere opiniepeilers heeft een expert in onderzoek haar mening geuit over de bevraging van Intelligent Mobiel.

Jullie nederige dienaar Jurgen informeert”

Eén van die (XX) is mijn volledige naam. En nu niet voor het één of ander, maar de frasering is van die aard dat het lijkt alsof ik samen met Jurgen Gielen een opiniepeiling heb gedaan. En dat is niet zo.

Ik ben een beleefd meisje, dus ik stuurde Meneer Gielen een privé-bericht om mijn naam weg te halen uit zijn openbare bericht omdat ik niet met hem geassocieerd wil worden. Hij zei dat hij dat niet wilde en voor ik kon antwoorden blokkeerde hij mij. Dus ik kan zijn posts nu niet meer zien. En ik kan hem ook geen berichten meer sturen.
De andere XX-en en de mevrouw uit het screenshot reageerden eveneens, Jurgen Gielen weigerde ook hun verzoek en blokkeerde.

Ik probeerde hem te bellen, in de hoop toch te communiceren. Hij nam niet op, en ik heb een bericht op zijn voicemail ingesproken waarin ik mijn vraag herhaalde. Ondertussen heeft hij zijn oorspronkelijke post aangepast. Mijn naam staat er nog steeds, en hij elaboreert nu zelf over de situatie. Ik kan dat natuurlijk niet zien (geblokkeerd, remember), maar andere mensen in mijn omgeving wel.

Hij voegde dit toe:
Voor de mensen die niet zouden begrijpen waarom dit bericht hier staat:
Ik heb de enquête van Intelligent Mobiel gepost op de pagina van Brugse Poort/Rooigem.
Gedurende 4 uur ben ik bestookt geweest met berichten en vragen door de vermelde personen. Dat is volgens Wikipedia een peiling naar de opinie van een belanghebbende. In dit geval ben ik een van de belanghebbenden van deze enquête https://nl.wikipedia.org/wiki/Opiniepeiling. Ik ben door het slijk gehaald en valselijk beschuldigd. Ik heb verschillende kwetsende reacties gerapporteerd aan de beheerder van de pagina, toen dat niets uithaalde heb ik mijn bericht verwijderd van hun pagina, omdat ik niet de tijd had om op alle vragen te antwoorden. Daaropvolgend heeft de beheerder mijn bericht gedeeltelijk gereconstrueerd met screen shots met de vermelding dat ik oneerlijk communiceer. Aanvankelijk had ik niet de bedoeling om dit op deze manier kenbaar te maken op de sociale media omdat ik alleen, positieve communicatie beoog. Ik wil een correct, inhoudelijk en constructief debat in het belang van alle Gentenaars. Ondertussen verneem ik dat andere mensen op Facebook hetzelfde lot ondergingen als ik. Laat dit een les zijn voor iedereen die betrokken is bij communicatie terreur.

Spijtig is dat. Ik begrijp dat het internet zo gezelliger is: comfortabel in een peergroup van gelijkgestemden die voor de goede zaak samen mensen met een afwijkende mening intimideren en blokkeren.
Maar het internet is groot. En ondanks mijn angst ben ik ervan overtuigd dat het merendeel van de mensen op het internet goed is. En ik wil eigenlijk helemaal niet bang zijn.

In essentie komt het hierop neer: ik wilde graag dat mijn naam verwijderd werd, en ik wil dat nog steeds. Ik heb geen opiniepeiling uitgevoerd, ik heb niks met die meneer te maken en ik wil niet dat mijn naam met hem verbonden wordt. Volgens mensen die er iets van kennen is dat ook mijn recht.
Maar ik heb niet zo veel opties meer om te communiceren met Mr. Gielen: mijn berichten worden geblokt, mijn telefoons genegeerd. Rest nog de politie (die volgens mij wel andere katten te geselen heeft) en deze blog. Het is dat laatste geworden, zoals u merkt.

Dus ja, ik weet wat er kan komen nu. Ik zet me schrap, en ik heb me voorgenomen alles waardoor ik me geïntimideerd voel bij te houden, en dan op termijn te beslissen wat ik ermee zal doen. Als u dus ergens op het internet zaken tegenkomt die van die aard zijn zijn, maar die ik niet kan zien (geblokkeerd, remember), dan mag u me ook screenshots sturen.

Be a nice human. Dat las ik ergens eerder vandaag.

Ik ben benieuwd.