Een huisdier is een dier in huis.

MAMAMAMAMAMA, NU HEB IK EINDELIJK EEN HUISDIERMUISJE ZOALS NAOMI!

Ik had de voordeur nog niet dichtgedaan na een lange werkdag, en ze riep het mij toe van aan de tafel waar ze met haar vader zat te eten. Bestek werd neergegooid en ik werd meegetroond naar het terras, waar een doos stond met een piepklein muisje erin. En wat toiletpapier als dekentje.

14797409_10154701289998223_1545150890_n

Het kleine muisje had opeens midden op de livingvloer gelegen, en er waren voor zover we konden inschatten twee opties: ofwel hadden we ergens een nest zitten en was het arm beestje daaruit verdwaald.
Ofwel had de inhuizige kater voor het eerst in zijn 12-jarige bestaan zowaar een muis gepakt en die binnengebracht.

Beide verklaringen leken weinig plausibel, eigenlijk: de kater is vreselijk lui en zijn jachtdrang beperkt zich tot hysterisch miauwen naar vogels. Voor de andere optie: we hadden nog nooit ergens signalen gezien van muizen in huis. Hoewel ik dus eerlijk durf toe te geven dat ik de volgende dag mijn bureau heb opgeruimd just-in-case.

Ik trok een vragende wenkbrauw naar mijn echtgenoot en hij haalde zijn schouders op.
De muis bewoog. Een klein beetje. De muis was echt zielig en bijna dood. Dus werd de dochter alvast voorbereid: dat het muisje waarschijnlijk zou sterven, maar dat ze het mocht houden als het bleef leven. Maar dat het dus waarschijnlijk zou sterven. Echt.
We maakten een doosje met stoffeerwatte als nestje. We gaven het muisje wat melk met een pipet. En de dochter bleef kijken kijken kijken. Met moeite kreeg ik haar uiteindelijk in bed, met de belofte dat ik voor het muisje zou zorgen terwijl ze sliep.

Wat ik deed. Allez, neen, ik heb niet actief voor de muis gezorgd want ik zou niet weten hoe dat moet. Maar ik heb dus ook niet actief het beest om zeep geholpen. En ik heb af en toe eens gekeken. Drie uur later bijvoorbeeld, toen ik me genoodzaakt zag om droevig nieuws naar de man te sms’en.

14826243_10154701330203223_642923360_n

De volgende dag voor school was er een begrafenis. Het was schoon, met een rouwkrans van wilde hop uit den hof.

Edoch. We hebben nog steeds geen nest gevonden, nu twee weken later, dus dat betekent dat het luie monster dat hier op de zetel ligt te ronken in het diepst van zijn gedachten toch een jachtluipaard is. Wel voor mini-muisjes in plaats van antilopes, maar toch. Jachtluipaard.

Fier.

Het was een week van trots zijn, hier ten huize. De man stond met zijn koterij in de gazet de dag nadat hij mijn favoriete projectje van deze zomer had getoond en ik moest een beetje glimlachen. Hoe zijn ideeën en projecten toch altijd hun weg vinden.

Dinsdag zag ik een bijzonder fijne lading studenten zwarte hoedjes in de lucht gooien en afstuderen. En woensdagavond mocht ik naar een boekvoorstelling.

14712702_10154658135203223_8104692280049676549_o-1

Want Lien, die heeft een boek geschreven, over het 5:2-dieet waar heel bloggend Vlaanderen tegenwoordig mee bezig is.

Een heel fijne avond. Niet alleen waren er cava en hapjes (aja, het is vasten én feesten natuurlijk) maar ook bijzonder veel mensen die ik graag tegenkom, veel die ik graag zie en veel die ik veel te weinig zie. Baby June werd als een schattig trofeetje van arm naar arm doorgegeven bij de aanwezige vriendinnen, en we lieten allemaal een boek signeren. (via de site van Lien kunt ge er ook eentje laten personaliseren, trouwens)

Ondertussen staat de teller van mijn eigen 5:2 verhaal op “bijzonder tevreden” (neen, ik ga geen kilo’s noemen. Dat is voor later). Ik heb bovendien het blijde vermoeden dat ik er binnen een paar maand ook 10 jaar jonger ga uitzien, gelijk Lien zelve op de foto. Als ge zelf de beste reclame zijt voor uw boek, dan kan het eigenlijk al niet meer stuk.

Tekenlynn.

Het is herfst, en in de herfst raak ik nog sneller ontroerd dan anders. Zoals door dit.

june

Toen de dochter een minimini was, was ze niet zo makkelijk met babysits. De eerste ervaringen waren – ahum – geen succes. Grootouders, al wat ge wilt, maar zo een jong meisje dat thuis kwam oppassen: dat was van wenen en niet akkoord.

Tot Tekenlynn in ons leven kwam. Tekenlynn heet eigenlijk Lynn, maar omdat ze zo goed kan tekenen en knutselen, is ze bij de kinders algemeen bekend onder haar meer passend pseudoniem.
Ze was eerst de oppas bij Lien, kwam zo bij ons terecht (en later ook bij ongeveer iedereen die we kennen) en het was instant liefde tussen haar en de dochter. Tussen haar en alle kinderen, trouwens.

Als Tekenlynn kwam oppassen, dan wisten we dat we vroeg moesten vertrekken, zodat die twee nog veel tijd hadden samen voor bedtijd. Ze arriveerde altijd met enthousiasme en knutselcadeau’s, ze deed de coolste dingen en ze is tot op vandaag de godin van de dochter. Ze stuurt de grappigste foto’s door terwijl wij uit eten zijn, ze introduceerde fimo en parels en veel later ook snapchat bij het kind. Ze haalde haar op aan school, bleef eten en bleef plakken. Ze werd een vriendin des huizes, en paste zelfs twee zomers op ons huis terwijl wij op reis gingen. Op onze trouwerij nam zij de dochter mee naar huis en bleef hier slapen. Zodat wij konden vieren en de volgende dag uitslapen.

Toen ze afstudeerde en begon te werken werd het babysitten minder frequent. Er kwamen ook andere babysits, maar ze bleef de favoriet. In die mate dat ik op den duur begon met eerst Lynn haar vrije momenten te vragen, en dan dates met de echtgenoot in te plannen. Want prioriteiten.

En toen werd ze zwanger. Oh boy, wat hebben we hier thuis allemaal meegeleefd. U heeft daar geen gedacht van.

Toen ik vorige zomer de babyspullen verpatste en ronddeelde, toen mocht het reisbed niet weg van de dochter. “Want als tekenlynn komt babysitten, dan moet haar kindje kunnen slapen”. Ik kreeg het niet over mijn hart om uit te leggen dat dat misschien wat moeilijker zal zijn.
Een paar weken voor de bevalling hadden die twee nog een date en sindsdien vroeg de pup elke dag: “Is de baby er eigenlijk al?”

Ja dus, ondertussen. June. A lucky girl. De baby van de babysit van mijn baby. Die vanmiddag zei: “later kan ik dan op June babysitten, natuurlijk.”

Dat is dan ook al geregeld, zie.

Kindjesruil.

Nu de grote vakantie echt achter de rug is (*weent*), de herfst begonnen is, en de volgende vakantie al lonkt aan de horizon (4 weken, ik zeg het maar) is iedereen al aan het plannen voor die week, ik ben daar zeker van. Want dat is natuurlijk niet altijd gemakkelijk: zelf moeten werken en kinders die thuis zijn en niet naar school moeten. Organisatie!

Daarom, een tip. In juli deden wij hier een kindjesruil. Een geniaal idee dat we hier in de buurt een aantal jaar geleden introduceerden, en deze zomer voor het eerst een volledige week toepasten.
Het plan werd vastgelegd maanden van tevoren, zodat iedereen dan al netjes alles kon inplannen in de agenda en voorzieningen kon treffen.

28138416112_2b69c6be0a_z

In een paar korte stappen:

– Zoek vijf kinderen uit verschillende gezinnen die goed overeenkomen.
– Kies een vakantieweek uit.
– Verdeel de dagen.
– Elke dag zijn de vijf kinderen in een ander gezin. Voor hen is dat: vijf dagen spelen. Voor de ouders is het: één dag vijf kinderen, vier dagen geen/minder (bij ons is het geen, maar wij hebben natuurlijk maar één kiendje). En vier dagen opvanggarantie.

Bij ons kozen eerst de voltijds werkenden en 4/5-mensen hun dag. De onderwijsouders vulden de gaatjes op.

Wij deden het bovendien uitgebreid: met warm eten ‘s middags en alles. Elke avond kregen we een gevoederde en moegespeelde dochter terug, en vier dagen van de vijf konden wij ongestoord boodschappen doen en werken. Bovendien bleek dat op “onze dag” we sowieso ook geneigd waren om iets leuks te doen met de bende. En dat was ook zo in de andere gezinnen, hoorden we elke avond. De kinders hadden een heerlijke week, en wij eigenlijk ook.

Top-concept.

Mijn man en zijn #koterij

Do what you love, love what you do.

Als we hier thuis een motto zouden hebben, dan zou het waarschijnlijk dat zijn. Ik zou het pinterestgewijs op de lichtkrant van ons leven kunnen zetten, maar het is vooral in ons hoofd dat het zo werkt. Het is het kader waarbinnen we hier beslissingen nemen, altijd al. Als er keuzes gemaakt worden is dat immers in essentie het enige wat telt: gaat dat ons gelukkig maken?

Als het antwoord ja is, dan zoeken we tot we een manier vinden om het te doen.

Portret Henk Rijckaert, 2016, Working Class Heroes, Atelier, Gent, Hout, knutselaar, Comedian,

Ik heb het al een paar keer eerder verteld. Mijn man maakt dingen. Behalve voorstellingen en mij en het kindje zielsgelukkig, ook vanalles in zijn kot.
En vanaf vandaag maakt hij daar ook filmpjes over. Dus de boodschap is simpel: ga eens kijken op de website. Volg het youtube-kanaal. Schrijf u in op de nieuwsbrief. En volg wat mijn man maakt.