De zesjarige en het avontuur.

“Oe-oe-oe, mag ik ook onder de auto, meneer?”
Ze gaf hem haar allercharmantste glimlach, hij scheen met de lamp gewillig op de onderkant van de auto, telkens naar de plek die ze wilde bekijken.
“Wat is dat?”
“En dat?”

Soms is de dochter, zoals elke zesjarige waarschijnlijk, het meisje van honderdduizend vragen. In de auto op weg naar het keuringsstation had ze er ongeveer 90.000 daarvan aan mij gesteld. Wat is dat een autokeuring? En waarom is dat? En hoe vaak moet je dan gaan? En waarom heb jij zo’n rode kaart? (een akkefietje met twee verschillende achterbanden. Stop met lachen. Ik weet ondertussen dat ik de enige persoon ter wereld ben die niet wist dat dat niet mocht.) Als er iets kapot is, maken zij dat dan? Hoe, maar ze zeggen dat je auto niet ok is en dan mag je toch rondrijden? Is dat niet gevaarlijk? Moet je daarvoor betalen? Wat is die roze kaart? Waarom staan er hier zo letters en cijfers?

Enzovoort. Enzoverder.

Ik had haar verwittigd “soms is het lang wachten en saai”, maar we waren meteen aan de beurt. En zij vond dat geen vervelend klusje, maar de coolste uitstap van de dag. Een auto die omhoog gaat, ge moogt daar onder kruipen en met een zaklamp kijken hoe het eruit ziet. EAT YOUR HEART OUT PLOPSALAND.

Terwijl ze daarna zorgvuldig alles spelde dat op mijn (groen!) keuringsbewijs te lezen stond, bedacht ik hoe heerlijk het moet zijn, om aan een extra autokeuring nog het avontuur te zien en niet enkel het enerverende tijdsverlies.

Misschien moet ik maar weer eens op zoek naar mijn innerlijke zesjarige. Ik zal het eens inplannen in mijn agenda.

Over het waard zijn en genialiteit.

Het is hier stil, ik weet het. De reden daarvoor is dezelfde als de reden waarom ik eerder deze week de kaarten voor het concert vanavond van één van mijn grote helden heb verpatst. Ik ween, maar het is wat het is, en het is nu niet anders.

(U leest hem trouwens hier, die reden, en terwijl u daarmee bezig bent kunt u ook de petitie tekenen, desgewenst.)

Gisteren echter, voor de zoveelste keer op rij, riep iemand “moh, wat een slim idee.” en ik dacht: ha, ik moet dat eens vertellen aan het internet. Want het is zo geniaal dat het de mensen van het internet hun leven vast even hard gaat veranderen als dat het idee het mijne heeft veranderd, nu een jaar of twee geleden. (ja, dat is een heel kreupele zin, maar ik ben moe en nadenken over een zinsconstructie kost te veel tijd. 33% meer studenten, weetnog.)
Maar genialiteit dus. Hier komt het.

Sleutels. In. De. Frigo.

Aha. Nu bent u vast achterover gevallen.
Of indien niet, dan valt u alsnog na mijn uitleg.
Sinds een paar jaar leg ik mijn sleutels in de frigo als ik daar boodschappen (bijvoorbeeld vis, zoals in dit geval) in gestopt heb op het werk (of op een stageschool, zoals in dit geval).
Vroeger had ik namelijk bijna wekelijks hetzelfde scenario: dan had ik in een bui van georganiseerdheid tussen de middag rap al iets voor het avondeten gehaald en mezelf daarvoor met complimenten overladen. Maar dan had ik dus 90% kans dat mijn vlees/yoghurt/vis/afhaaleten/soep, wanneer ik die ‘s avonds wilde klaarmaken, nog op het werk in de frigo stak. En we dus boterhammen met eitjes moesten eten. Ook lekker, daar niet van. Maar wel een beetje onpraktisch.

En nu steek ik dus mijn sleutels in de frigo, bij het eten. Als ik dan naar huis wil rijden, dan sta ik eerst vijf minuten aan mijn auto te draaien op zoek naar mijn sleutels, en dan denk ik: “just! de frigo!” en hopla, het avondeten gered.

De vis was lekker. Ik deed er een pesto bij en rijst met groenten.

En voor die sleutels-in-frigo-tip: het is graag gedaan.

Die avond.

– We moeten vandaag mijn valies maken, mama.
– Het is donderdag, schat. We maken zondag uw valies.
– ZOOOOOOOOONDAAAAG? Dat is toch in het weekend?
– Ja. Zondag is de dag voor maandag.
– Dat mag niet van juf. Juf heeft gezegd dat we _voor_ het weekend aan onze valies moeten beginnen, want dat we anders niet meer naar de winkel kunnen als we nog iets niet hebben en nodig hebben.
– Ik heb het lijstje bekeken. We hebben alles.
– Maar…
– We maken zondag uw valies.
– Maar…
– We gaan daar duidelijk over zijn, kind. In dit huis wordt inpakken gedaan maximum een dag van tevoren. En eerder maken we ons geen zorgen. Dat werkt al tien jaar zo. En dat werkt goed.
– Maar…
– Weet ge wat? We zullen zaterdag alles al een beetje klaarleggen.

Het zou kunnen dat de twee meest onbezorgde reizigers ter wereld een voorzienig kind hebben voortgebracht.

Dat, of ze heeft een eenmalig stresske in verband met haar allereerste bosklas.

Verbeke Foundation.

Dat ge instant verliefd kunt worden op een plek.
Daarover gaat dit stukje. En over gisteren, toen ik instant verliefd werd op een plek en gelukzalig tegen mijn echtgenoot zuchtte “Dit. Dit zou ik kopen als ik 10 miljoen zou hebben.”

Dat van die 10 miljoen is geen ambitie, of toch niet direct, maar het was een vraag die recent gesteld werd tijdens het voorstellingsrondje op een vergadering en waar we dan achteraf thuis even over gepraat hadden.
“Wat is je passie, en wat zou je doen met tien miljoen?” Ik antwoordde toen, op die vergadering: “Momenteel dingen in bokalen stoppen en de meubelfabriek kopen.”
Vandaag zou ik antwoorden: “Dingen in bokalen steken, de meubelfabriek kopen en daar iets van maken zoals de Verbeke Foundation.”

Dat ge zo instant verliefd wordt, dat heeft met veel dingen te maken. Het licht, en wat je er kan zien, en wat een plek ademt.

"Beetje gelijk Lou Reed ontmoeten voor muzikanten is", zei @henk.rijckaert. #starstruck #theojansen

Een video die is geplaatst door ilse baetsle (@ilsebtsl) op

Maar ook met de verliefdheid van dierbaren. Dat het kind met open mond rondloopt, haar vriendin vergeet en van het ene werk naar het andere holt. Dat ze op drie uur tijd honderd keer OOOOOHZOCOOL gilt. Dat de echtgenoot als een verlegen jongetje handjes gaat schudden met een persoonlijk held en verhalen vertelt over wie de dingen in de tuin heeft gemaakt.

En het licht dus, in een grote serre en een hal. Het licht ook in het park en de vele fascinerende constructies daar.

FullSizeRender (8)

En wat je er kan zien en wat een plek ademt. Tientallen installaties, honderden kunstwerken. Het blijft maar komen. Momenteel ook de Strandbeesten, de lievelingsdieren van de man. We hoorden Theo Jansen het gisteren zelf uitleggen en demonstreren. Ik ben voorzekers niet het enige kindje daar op de grond dat er deze nacht van gedroomd heeft.

FullSizeRender (9)
(Foto door vriend K.)

We wandelden na afloop naar de auto en ik had het over hoe stom dat was, dat we hier nooit eerder waren geweest. Hoe we zo’n heerlijke plek over het hoofd hadden kunnen zien. De dochter antwoordde: “Maar dat geeft niet, want nu kunnen we altijd terugkomen.”

You betcha, baby.

In een bokaal.

Ik durf het toe te geven: ik kan bij momenten nogal maniakaal in een nieuw projectje verdrinken. Meestal tot het volgende passeert waarvan ik denk “moh gow, zo cool” om dan alles te laten vallen en in iets helemaal nieuw te duiken.
Zo komt dat dat ik plotsklaps kon programmeren, weet hoe ge een website maakt, u kan onderhouden over de ziektes in uw moestuin en absurd veel ken van verfsoorten en hoe ge oude kasten het best restaureert.

In de keuken is het van hetzelfde, dat is evident: om de zoveel tijd heb ik een nieuwe obsessie. Dan ben ik bijvoorbeeld weken na elkaar bezig met allerlei soorten broodpudding. Of maak ik elk weekend minestrone. Of ik brouw duizend varianten op ice-tea.

Tegenwoordig steek ik dingen in bokaalkes.

Het is allemaal begonnen met confituur uit melancholie. Toen volgden wat augurken van de boerderij, en een zotte oogst tomaten. En toen ik recent het boek van de Superette las (ja, weeral Dorien. Dorien is mijn goeroe, geloof ik), begon het steeds meer te kriebelen. Dus kocht ik Food in Jars en haalde ik Van het huis en het al eeuwen rondslingerende The Art of Fermentation weer boven.

En sindsdien steek ik altijd maar meer dingen in bokalen.

Wortels, bijvoorbeeld, of hier van links naar rechts: pickles van aardperen, zoetzure bietjes en een starter voor gemberbier.

FullSizeRender (6)

Maar wat ik eigenlijk wilde vertellen. Deze week kocht ik geheel stoemelings een heerlijk boek. Gewoon in de Supra Bazar (ze hebben er écht alles!), in de veronderstelling dat het een recent boek was. En hoewel er op de kaft staat “2014”, durf ik te betwijfelen dat er de laatste pakweg dertig jaar nog een update is gebeurd. Want zo peinzend poseren met potten mirabellen en een earlyeightieskapsel: ik zie dat tegenwoordig niet meer zo vaak, eigenlijk.

Image (1)

Ik heb het boek dit weekend in één keer uitgelezen, ondertussen mijn echtgenoot om de haverklap enthousiast lastigvallend met het voorlezen van zinnen als “De ervaren huisvrouw weet zeker en vast dat er ook voor een goede runderrollade een geschikte Weckpot is.” en “De trechter is een onmisbaar accessoire. Gedaan met gemorste bessen op de keukenvloer!”

Edoch. Mijn allerfavorietste passage (het was moeilijk kiezen) is het gedeelte waarin de firma Weck een pleidooi houdt tegen de trend van tegenwoordig, het diepvriezen van voedingswaren.

FullSizeRender (7)

Ik weet niet hoe dat bij u zit, maar als er hier ooit een kerncentrale-blackout van komt, dan hebben wij tenminste nog onze bokaaltjes. Om van die keukenvloer zonder gemorste bessen nog maar te zwijgen.