Geachte Burgemeester. Ik schreef een brief naar Daniël Termont. [update 09/10]

(Deze brief werd vanzelfsprekend ook naar de burgemeester zelf verstuurd. Lees meer over wat momenteel gebeurt op FC De Buurt)

Watmet

Geachte burgemeester
Beste Daniël

Op 10 september 2014 verscheen op de facebookpagina van De Meubelfabriek, de vzw die de tijdelijke invulling deed van de voormalige fabriek van Vanden Berghe-Pauvers in de meibloemstraat, een statusupdate waarin de laatste activiteiten van die tijdelijke invulling werden opgesomd. De laatste zin van deze status was: “Verder heeft de eigenaar ons gevraagd om mee te delen dat de parking van de bowling gesloten wordt vanaf 30/09.”

Ik heb het even nagekeken, en dit was de eerste communicatie die de eigenaar van de site voerde met de buurt sinds juli 2013.

Dat die communicatie gebeurt op een medium waar een groot deel van mijn buren niet vertrouwd mee zijn, is op zich al ongepast te noemen. Dat de communicatie moest gebeuren door de verantwoordelijken van een tijdelijke invulling (met het accent op tijdelijke) is bovendien exemplarisch voor de wijze waarop Acasa in dialoog treedt met de buurt: vaag, via omwegen en met bijzonder weinig respect.

Ik moet toegeven dat ik hierdoor licht geïrriteerd was. Een sentiment dat mij wel meer overvalt in de schaarse contacten met de projectontwikkelaar die dit gigantische binnengebied heeft verworven.

Onduidelijkheid is de bron van mijn ergernis. Er waren in 2012 en 2013 talrijke vragen om gesprek, wat uiteindelijk resulteerde in een informatievergadering in De Feniks. Een vergadering waarop kritische kanttekeningen werden afgeblokt en opmerkingen van tafel werden geveegd.

Er waren onze zeer talrijke en goed gemotiveerde bezwaarschriften tegen verkavelingsaanvraag. Elk daarvan werd ook aan de projectontwikkelaar overgemaakt, maar de reactie daarop was zo goed als nihil. De avond dat de vergunning zou voorkomen op de gemeenteraad, was er opeens bericht dat Acasa de aanvraag had teruggetrokken. Reden: onbekend. Daarna enkel stilte.

Wat volgde was anderhalf jaar tijdelijke invulling, maar vooral ook nog meer stilte aan de Acasa-kant.

En hoe levendig de invulling ook was, en hoeveel deugd het bij momenten ook deed dat er eindelijk zuurstof en energie werd gepompt in dit deeltje Brugse Poort, de buren bleven zich afvragen wat zou volgen. Wat we mochten verwachten van de projectontwikkelaar. Of hij met ons zou praten, op een bepaald moment.

Neen, zo bleek. Er was een zin in een facebookstatus van iemand anders. En dan was er begin oktober een meneer die bordjes ophing en de poort sloot. Ik sprak hem aan, die dag en hij zei: “Voor zover ik weet is er geen enkel plan met de site. Ik hang alleen bordjes op dat de parking vanaf nu gesloten is.”

Closing time.

Twee uur later hing dezelfde man ook bordjes “Te Huur” op aan een deel van de gebouwen. Blijkbaar is er dus toch een soort van plan met de site. Of zijn er op zijn minst ideeën over wat er nu gaat gebeuren. Ik ben teleurgesteld echter: hoe grondig ik ook zoek in willekeurige facebookstatussen van willekeurige mensen: ik vind hier niks over terug. Het internet is dan ook behoorlijk groot.

Daarom richt ik mij tot u. Omdat u, als baas van de stad, naar alle waarschijnlijkheid wél meer informatie hebt. En omdat wij, niet de tijdelijke maar de permanente buren, nu graag eens willen weten hoe het zit. Wat er gaat gebeuren. Hoe ver de plannen staan en in welke fase het overleg zich bevindt. Waar we aan toe zijn. Hoe dit project ingepast zal worden in een bredere visie over onze wijk, waarvan iedereen ondertussen weet dat er een heleboel noden en behoeftes zijn die nu niet of nauwelijks ingevuld worden. Of er zo’n bredere visie is, uberhaupt. Of er een plan is, een opbouwend toekomstperspectief voor de volledige Brugse Poort. En welke rol u als stadsbestuur daarin wil, kan en zult spelen.

Ik verwacht, na mijn ervaringen van de afgelopen jaren, bijzonder weinig communicatie van Acasa. Maar ik heb goede hoop dat u mijn buren en mij naar best vermogen zult helpen om een antwoord op onze vragen te zoeken.

Voor de projectontwikkelaar heb ik immers niet gekozen. Voor u wel.

Vriendelijke groet en alvast dank voor uw antwoord.

Update. Ik verstuurde deze mail gisterenmiddag, en had gisterenavond een antwoord van Mr. Termont. Alles wat beweerd wordt is dus waar: de man volgt zijn communicatie nauwgezet op. Met zijn toestemming publiceer ik hieronder zijn antwoord, en mijn mail die daarop volgde. Na deze conversatie vroeg de burgemeester aan de bevoegde schepen, Tom Balthazar, om dit verder op te volgen. Ik verwacht ook van hem op korte termijn meer antwoorden op onze vragen.

Mevrouw

Ik ben helaas niet “de baas van de stad”. Ik ben wel burgemeester maar ben daarom helaas niet de baas over alles. Private eigenaars mogen zich in dit land zeer veel permitteren waar overheden en zeker lokale besturen niet altijd iets kunnen tegen ondernemen.

Zo kan de eigenaar inderdaad van de ene dag op de andere de toegang tot zijn eigendom ontzeggen aan anderen.

De tijdelijke invulling van de Meubelfabriek was inderdaad maar tijdelijk. Zoals u weet is deze voormalige fabriek eigendom van een private groep die er een nieuw project wil ontwikkelen. Wij kunnen ze dat niet beletten.

Er is evenwel een alternatief. De vzw De Vergunning die de tijdelijke invulling van De Meubelfabriek heeft geleid, zal nu een nieuw initiatief nemen en De Munter site aan de Drongensteenweg 43 tijdelijk invullen.

Wij hebben beslist vanuit de stad een aanzienlijke toelage te geven om dit mogelijk te maken. Wij hopen dat u daar ook een leuk alternatief vindt.

Wat de actuele stand van zaken van het project in de Meibloemstraat betreft, vraag ik aan schepen Tom Balthazar om u te willen informeren. Tom volgt dit dossier op de voet.

Daniel Termont
Burgemeester Gent

*****

Beste heer Burgemeester

Allereerst dank voor uw antwoord, ik ben zeer verheugd dat ik op zulke korte termijn een opvolging van mijn brief mag ontvangen.
Ik ben op de hoogte van de nieuwe tijdelijke invulling op de Drongense Steenweg, maar dat was niet de reden van mijn brief: ik ben vooral geïnteresseerd in wat er met dit binnengebied gaat gebeuren, en bij uitbreiding met de andere op stapel staande ontwikkelingen in de Brugse Poort. Ik hoor over zaal meibloem, ik hoor over de site De Munter (waar de tijdelijke invulling nu huist), ik kijk rond mij en zie nog een hoop ander mogelijk goud voor privé-ontwikkelaars in de wijk. Als ik dat zie, dan ontwikkelaars ongetwijfeld ook.

Het lijkt alsof er in de Brugse Poort aan sneltempo woningen bijkomen, en voor zover wij kunnen zien is dat telkens hetzelfde type woning: voor eerder kapitaalkrachtige gezinnen, die vervolgens een hek aan de site hangen en een afgesloten gemeenschap vormen. Zie kettingstraat, zie mosterdfabriek in de sparrestraat, om twee recente voorbeelden te noemen.

Ondertussen kreunt de Brugse Poort onder de druk van veel mensen op een kleine oppervlakte, en zijn er basisvoorzieningen die niet of onvoldoende ingevuld worden. Ik verwijs naar de beschikbaarheid van voorzieningen voor bejaarden (zijn die er?), de streefdoelen voor openbaar groen, en ook bijvoorbeeld naar dit artikel dat vandaag verscheen in De Gentenaar, met cijfers over nog steeds tekorten in crèches en nog steeds de Brugse Poort als knelpunt.

De ontwikkeling van de meibloemsite mag dan wel in privéhanden zijn, en ik begrijp dat de Stad daar momenteel wettelijk een aantal beperkingen heeft, maar ik hoef geen stedenbouwkundige te zijn om te weten dat de stad wel de consequenties zal moeten dragen van deze projecten: als er gezinnen bijkomen, dan moeten er voorzieningen bijkomen. Meer kinderen is meer behoefte aan plaatsen in scholen, om maar één punt te noemen. En dan zwijg ik nog over verkeers- en parkeerdruk, over verkeersveiligheid en over hoe deze gated communities ingepast worden in onze levendige wijk.

Mijn formulering “baas van de stad” mag dan voornamelijk stilistische vrijpostigheid zijn, ik ben bijzonder ernstig als ik zeg dat ik denk dat de Stad Gent op zijn minst in de communicatie een trekkende rol kan spelen. Meneer Termont, u zult merken dat er in De Brugse Poort veel mensen wonen en organisaties actief zijn die deze wijk willen laten werken en bereid zijn met doorgedreven engagement de toekomst mee vorm te geven.

Ik vraag u dan ook met aandrang ons te helpen om een rol te spelen in deze en de toekomstige ontwikkelingen van onze buurt.

Wordt vervolgd. En dan hoort u het onmiddellijk.

De laatste. #projectblogboek

De laatste keer dat ik boos ben geworden was deze ochtend rond 7 uur. Dat ik de rest van de dag geen enkele andere keer boos was, is een succes, want ik heb ook de krant gelezen, en ik heb de hele dag gewerkt. Dat is altijd riskant, dat weet iedereen.

Maar om 7 uur was ik dus wel al boos. En ik lag op dat moment nog in mijn bed.

Het zit zo: ik moet meestal vroeg opstaan. In het weekend om half acht met de dochter, in de week gewoonlijk om half zeven.
Soms is er een doordeweekse dag dat ik geen les moet geven het eerste uur, en dan mag ik slapen tot half acht, aka tot de kleine wakker wordt.
Dat uur tussen half zeven en half acht is alsof iemand mij trakteert op een stukje slagroomtaart op het moment dat ik net zat te denken “hm, precies een hongerke”. Ik ben vreselijk gehecht aan dat gestolen uur, zeker als ik zoals gisteren weeral tot een kot in de nacht had zitten lezen.

Als de dochter dan om 7 uur roept dat ze wakker is, zoals vanmorgen, dan ben ik boos. Wild. Razend. Omdat mij een half uur slagroomtaartslaap wordt afgepakt, zonder voorafgaande verwittiging. Zo. Oneerlijk.
Ik ben dan niet boos op haar gelukkig, maar op de wereld. En het leven. Ik haat het leven uit de grond van mijn hart zowat elk eerste uur van elke dag.

Mijn ochtendhumeur is legendarisch. Ik ben daar niet fier op, en ik ga niet onnozel doen: het is niet gemakkelijk. Niet voor de mensen die met mij in één huis moeten zijn ‘s ochtends, en ook niet voor mijzelf. Het stemt mij droevig dat ik zo ben, en dat brengt me naadloos bij de laatste keer dat ik heb gehuild.

Deze ochtend rond tien na zeven was dat. Want de correcte term mag dan wel ochtendhumeur zijn, bij mij is het eigenlijk ochtendverdriet. Pure onversneden weltschmerz. De last van de hele wereld rust op mijn schouders, voor half negen ‘s morgens. Bergen lijken te hoog, het water van de dag die voor me ligt te diep.

En dan ween ik een beetje. Alleen in een hoekje van de badkamer.

Zielig? Goh ja. Een uur later had ik vier koffies gedronken, en toen was het over en was ik mijn eigen vrolijke in cafeïne gedrenkte zelf. Einde verhaal. Morgen opnieuw!

**************
Dit is de eerste post in #projectblogboek, geïnspireerd door het blogboek van Kelly.Een eerste post over de laatste keer. KWEENIE HOE META.

1

Het Blogboek, het project. #projectblogboek

Ten eerste.

Lilith, ofte Kelly, bracht kort geleden een blogboek uit. Het boek dat u moet hebben als u wilt beginnen bloggen, of als het allemaal niet zo marcheert zoals u het zou willen.

blogboek

Nu is dit weblog niet zo nieuw meer (tien jaar dit najaar, jadadde) en moet ik tot mijn eigen schande toegeven dat ik al van bij het begin bijzonder weinig verwachtingen had.
Ik heb geen plan, ik doe maar wat, en ik voel mij daar eigenlijk bijzonder goed bij. Het zou de samenvatting van mijn biografie kunnen zijn.

Ik heb Kelly graag, altijd al. We go way back, gelijk ze zeggen, al sinds de oertijd van de blogosfeer. Tales from the Crib was één van de eerste blogs die ik las en het is één van de enige die ik ook vandaag nog consequent bij elke post lees.
We kennen elkander ondertussen ook al geruime tijd in het echt, inclusief mannen en kinderen. Er zijn de wunches, er waren de wijvenweken, er zijn de bezoekjes van tijd tot tijd. Volgens mij staat dat vermiste loopwagentje voor peuters zelfs ergens op haar zolder stof te vergaren.

Enfin. Om maar te zeggen: ik ben niet geheel onpartijdig in deze. In die mate zelfs dat het mij een beetje irriteerde dat er een paar weken na dat van Kelly nog een blogboek is verschenen, geschreven door een jongedame die blijkbaar een streepje voor heeft in de traditionele media. NEEN IK WEET NIET HOE DAT ZOU KOMEN STOPT MET HET TE VRAGEN IK GA ZELFS NIETS INSINUEREN.

Ten tweede.

Op de trouwerij had Kellster een exemplaar van haar boek mee, inclusief een bijzonder lieve opdracht. En sindsdien loop ik te kauwen op wat ik ermee ga doen.

Het lezen, ja, en dat heb ik intussen gedaan. Ik heb er veel wijsheid in gevonden, verpakt in handige lijstjes en duidelijke verhalen. Het leest vlot weg, ik heb hardop moeten lachen en het is leutig om eens een paar dingen in propere overzichtjes te lezen.
Consequent bepaalde regels volgen is niks voor mij want ik heb kijkeenvogeltje, en ik zondig tegen zowat elke tip die in het blogboek gegeven wordt. Maar ik kan mij dus wel voorstellen dat andere mensen veel baat hebben bij de tips (Herlees uw posts voor u op publiceer klikt, bijvoorbeeld. Dat zou een goede kunnen kijkeenvogeltje.) lijstjes, de planningen en de apps.

*Over dat laatste trouwens, Kelly. Er was een avond dat ik vanuit mijn zetel naar de man riep: “Kelly heeft een lijst van wat er in haar diepvries zit in Evernote! Wat een goed idee hé zeg!” Hij lachte en mompelde: “it ain’t gonna happen, babe.”*

Maar ik wilde dus meer doen dan het alleen lezen. Omdat er misschien wel wat meer aandacht zou mogen zijn voor dit blogboek in de traditionele media. Maar ook omdat ik geloof dat voor een boek constante aandacht bij het doelpubliek de enige aandacht is die nodig is. Jullie zijn dat doelpubliek. Zet u en drinkt iets, het is hier gezellig.

Ten derde.

I give you: #projectblogboek.

In Het Blogboek verspreid staan lijstjes met als titel “15 ideeën voor je volgende blogpost”. In totaal zijn er 8 lijstjes. Dat zijn 120 ideeën voor blogposts, alstublieft.

15 ideeen

Ik ga die allemaal doen.
Allemaal? Ja. Allemaal.

Simpel toch?
En overmoedig, ik geef dat toe. Maar van een beetje overmoed is nog niemand doodgegaan. Behalve misschien Icarus. En Macbeth. En die gasten van de Darwin Awards. Maar bij mij zal het vast zo’n vaart niet lopen.

Aniehoews. De komende wekenmaandenjaren krijgt u hier regelmatig een post voor #projectblogboek. En al moet ik er vijf jaar over doen, ik zal ze allemaal schrijven. Want behalve overmoedig en een vreselijke uitsteller, ben ik ook hartstochtelijk koppig en geduldig.

Ten vierde en tot slot.

Maar natuurlijk.
Ge moogt ook meedoen. Graag zelfs. Neem een foto van het idee dat ge gebruikt uit het boek, of steel gewoon de prentjes van hier. Voeg de hashtag #projectblogboek toe en laat het mij efkes weten, dan zet ik een linkje hieronder.

Ook in #projectblogboek

* Michel
* Romina
* Tante Alice
* Sofinesse
* Anne
* nobutterfly
* Hi-ke
* Kruimel
* Kattebelle
* Tifosa
* Ellen
* Jeroen
* Sheena
* Kelly zelve

* Charlotte
* Isa Belle
* Upje
* Tiny
* Stephanie
* Bentege
* Madrina
* Mafaldine
* Trijnewijn

De langste vijf minuten.

Ze zat op tien meter van mij een klein hondje aan een leiband te strelen. Op haar hurk, en ondertussen pratend met de hondeneigenaars. Ik keek naar het uur en zei tot mijn gezelschap: “Tijd om de bus te nemen, want binnen een half uur heb ik drama’s met de juffrouw daar, als ik blijf.” Ik draaide, riep de naam van een kameraad een eindje verder, stak mijn arm omhoog en riep: “Tot de volgende!”. Ik draaide me weer naar haar toe.

Zo moet het gegaan zijn.
Dat duurde niet langer dan 20 seconden.
En zij was weg.

We waren op WildeMannenWoesteWijven. Topnamiddag. Veel bekenden, veel volk. Druk en chaotisch. De kleine was uitgelaten, ik was vrolijk. En toen was ze weg.

In dat laatste uur had ik haar al aan paar keer even niet gezien, maar toen kon ik altijd onmiddellijk de vriendinnetjes met wie ze speelde localiseren. Zie de vriendinnetjes, zie het kind, zo werkt dat.
Maar nu was het anders. De vriendinnetjes speelden elders, aan het podium, zij had alleen bij het hondje gezeten. En het hondje was ook weg. Ik ben normaal niet van het paniekerige type, maar soms schreeuwt mijn instinct keihard ALARM en dan is het all systems go.

Terecht, zo blijkt. De juffrouw was achter de mensen met het hondje aangelopen, omdat er ergens in haar kleinemeisjeshoofd een verhaal was ontstaan dat het hondje naar het asiel moest. Ze zou het in het geheim volgen en dan meenemen naar huis om het te redden. Toen was ze plots aan de andere kant van het podium en realiseerde ze zich dat ze was afgedwaald.

Ze heeft gelukkig het verstand gehad om terug te keren naar waar ze met het hondje had gezeten en waar ik naar haar had gezwaaid.
(“Als je mij kwijt bent, keer dan altijd terug naar waar je me het laatst hebt gezien.”)
Ze heeft gelukkig het verstand gehad om tegen een mevrouw met een kindje te zeggen dat ze mij kwijt was.
(“Als je mij kwijt bent, vraag dan aan een mevrouw of een meneer die zelf kindjes bijheeft om je te helpen.”)

Minder dan vijf minuten later huilde ze in mijn armen, ik wiegde haar en fluisterde dat alles nu ok was. Met elke streel over haar hoofd, slikte ik een stukje van de paniek in mijn keel door.

Ik heb gezegd dat ze heel moedig was. En superflink.
Ik heb verzwegen dat ik beter had moeten opletten.

September 2014.

Oelala. Het is al 3 oktober en ik heb het nog niet eens over september gehad. Het mooiste bewijs dat ik het blogboek dan wel gelezen heb, maar te zwak ben voor organisatie. Aniehoews. September 2014.

-…was de laatste maand ooit waarin mijn burgelijke staat “ongehuwd” was. Aja, het belangrijkste eerst.
-…betekende daardoor dat ik nooit eerder geziene hoeveelheden tijd stopte in de voorbereiding van één dag. Van kleedskes over boeket langs catering naar een flipperkast: ik zag het allemaal. Volgens mij heb ik een T-shirt verdiend.
-…bracht speelstraatleute. Veel speelstraatleute: er waren thema’s, er waren lachende kinderen, er was zelfs The Grind.
-…was veel werken, maar met hernieuwde kracht en met een heleboel opleidingen en denkvergaderingen. Ik denk graag na. Boeiende maand.
-…vernielde een vingernagel en zorgde voor een gekneusde duim. Avondschool is gevaarlijker dan u denkt.

Maar 3 keer op mijn hand geklopt en 1 gebroken nagel.

-…zal altijd de maand blijven waarin ik voor het eerst mocht boogschieten op een staande wip. Het zal niet de laatste zijn.
-…zat ook vol elke maand terugkerende elementen: dagen op het strand, wandeldagen aan zee, aperitiefkes met de buren en voetbalavonden met de maten.

Net wat ik nodig had.

-…eindigde met de terugkeer van de jonge meute. Mijn studenten, die ritme brengen in de dagen en energie in mijn hoofd.
-…was druk maar bijzonder. Voor altijd in mijn geheugen gebeiteld.