Het gemberbier. Het recept.

Zullen we het een keer over gemberbier hebben? Awel ja, dat zullen we zeker. En wel om volgende redenen:

Ten eerste.
Gemberbier is afgrijselijk lekker. Het is gelijk gember zelve: gezond, heerlijk fris en heet tegelijk, een beetje tintelend, en nooit braaf. Gemberbier is frisdrank voor grote mensen.

Knipsel

Ten tweede.
Zelf gemberbier maken blijkt een heel boeiende bezigheid, die bovendien perfect te combineren valt met het leven van De Moderne Vrouw (m/v): ge hoeft er niet zo heel veel tijd in te steken, maar het is wel ongelooflijk fascinerend en telkens anders. En spannend. Na een paar dagen krijgt ge bovendien een persoonlijke band met uw fermenterende gemberbacterie-starter. Ik zorg voor de potten en flessen als voor een teer plantje, roer en bestudeer. Ik praat tegen mijn gemberbier. Ik heb het gevoel dat het luistert, ook. En dan drink ik het op want zie ten eerste.

Ten derde.
Ik heb, na ondertussen 6 batchen van 7 liter, het recept zodanig gefinetuned dat het perfect is. Mijn echtgenoot wordt van dit gemberbier bovendien (a) erg blij en (b) een beetje flatterend bezitterig (“neen. geen gemberbier in de punch gieten. het gemberbier is van mij.”) Dat maakt mij dan weer blij.
Blij gemberbier. Als ik ooit in massa-productie ga, heb ik mijn tagline al gevonden.
Maar samengevat: ik ben er dus uit, hoe het recept het beste werkt. En ik wil dat delen met u, zodat u ook blij gemberbier kan maken.

Ten vierde.
Ik ben bang dat ik mijn papierke met mijn recept ga kwijtgeraken. /doceert Zelfkennis is het begin van een verwittigd man!

Maar laat ons beginnen bij het begin.

Continue reading

Door haar neus.

– Zelfs door mijn neus, hé mama.
– Echt, schatteke? Wauw.

Ik stond in de gang, in het lokaal waar ik net uit was weggelopen praatten mijn collega’s over kinderarmoede. Mijn lip trilde.
Een uur voordien was er blijkbaar een gemiste oproep geweest van de school en dan een sms van de echtgenoot dat de pup ziek was en hij haar zou ophalen.

Ze had overgegeven door haar neus. Daar was ze behoorlijk trots op. Ik was vooral bezorgd, want de oorzaak was niet een buikgriepje maar een harde val in de turnles.
En ik zeg harde val, maar ik bedoel eigenlijk

En toen moest ik een salto doen van L., en ik deed dat en toen is mijn knie in mijn oog gevallen.
Ik had zo veel pijn. Superveel. En ik was aan het wenen. En toen ben ik gevallen op weg naar de meester omdat ik duizelig was en toen moest ik aan de kant een beetje wenen.
R. en A. waren superlief: R. heeft de hele tijd op mijn rug gewreven. A. zei dat ik aan iets anders moest denken. Ze riep de hele tijd DENK AAN IETS ANDERS MIRA DENK DAT GE EEN GROTE ZAK CHIPS AAN HET ETEN ZIJT DAN GAAT DE PIJN WEGGAAN.

Na het even rusten was er blijkbaar nog steeds duizeligheid, misselijkheid, een uur later overgeven door de neus en bijgevolg een namiddag bij oma in de zetel. Het gaat beter ondertussen. Ik kreeg ook een schamper opgetrokken wenkbrauw toen ik daarnet grappend zei dat ik haar elk uur zou wakkermaken, deze nacht.

Dus het is vast ok, ik voel het. Het dochterkind is een halve aap en een gevaarlijk acrobaat, en hoewel ik liever niet toekijk, kan ik daar behoorlijk wat vertrouwen in hebben. Nu heeft mijn vertrouwend moederhart een deukske gekregen, ook dat voel ik.

Ik ga een beetje aan een zak chips denken en hopen dat het rap weer overgaat.

Stoeferij!

Ik ben niet de handigste hier thuis. Ook niet de creatiefste. Ik leef in mijn hoofd, en in mijn hart, maar meestal vind ik geknutsel maar iets om zenuwachtig van te worden. Mijn echtgenoot, dat is de maker in huis. Hij bouwt en last en vouwt en creëert, en ik sta daarbij en ik kijk daarnaar.

Daarmee dat het niet evident was, toen ik vorig jaar met die opleiding voor het zetelmaken begon. Met hamers en naaimachines en power tools. Ik was, we gaan daar niet onnozel over doen, de kluns van de klas. Maar ik bleek het wel erg graag te doen. Een avond per week bezig zijn met mijn handen, met iets dat zo veel concentratie vraagt dat ik geen ruimte meer heb in mijn hoofd voor ander denken: dat bleek het helende te zijn waar ik al zo lang naar zocht. Het zachte dekentje dat mijn stress en racen en piekeren één avond per week toedekte en mijn kop liet rusten.

En dus schreef ik me opnieuw in dit jaar. En het blijkt dat onderwijs werkt. De naaimachine waar ik vorig jaar zo op vloekte kan ik nu bedraden met mijn ogen dicht. Als ik een zetel zie, dan zie ik hoe hij in elkaar zit. En de laatste zes maanden heb ik mezelf geen enkele keer pijn gedaan in de les.

Bovendien is er dit.

Ooit kochten wij twee oude zetels in de kringloopwinkel. Mooi, maar versleten. De kat maakte de situatie nog erger en in januari zagen ze er zo uit.

IMG_4227

Woensdag nam ik ze mee naar huis van op het CVO. En nu staan ze in mijn living en maken me gelukkig elke keer als ik ernaar kijk.
Ik heb dat zelfgemaakt, peoples. En ik heb me ingeschreven voor het derde jaar.

IMG_4230

(ja, mijn kleine moet haar kast opruimen. Kweetet.)

Groeifeest (iii) – het aanlopen.

Zoals ik al kwam te zeggen in deel 2, was het groeifeest van vorige week — het was heerlijk, trouwens, maar ik wacht op de foto’s ::kuch::wouter::kuch voor ik erover schrijf — het eindpunt van een heus aanlooptraject.
Allez, het is niet dat we catechesegewijs wekelijks met onze kinderen over de wonderen van het leven hebben gepraat, maar we probeerden om dat hele feest toch wat fond te geven. Een fundament of betekenis, zo u wil. Maar vooral: het samen toeleven naar. Does that sound hippie? Dat mag! Hippies zijn lieve mensen die veel van elkaar, de wereld en het leven houden. Er zijn erger dingen dan dat.

We planden drie dagen waarop we samen dingen deden. Ik noteer dat hier efkes overzichtelijk, voor mijn eigen archiefdoeleinden voornamelijk. Maar misschien heeft het ooit voor één van u enig nut.

Dag 1 – Prinsessen en een badstadkoningin

Op de eerste dag trokken we naar Oostende met onze geluksvogels. We, dat is de vier meisjes en hun ouders. Voor één keer (en trouwens voor het hele aanlooptraject) bleven broers en zusjes thuis, wegens dat de ouders dan volledige aandacht voor de groeiende kinders konden doen. Voor ons maakt dat niet veel uit, maar in de grotere gezinnen is dat eens leuk.

We namen de trein.

IMG_2542

Continue reading

Groeifeest (ii) – over vriendinnen en een thema.

Haar vriendinnen.

Toen we aan het brainstormen waren over hoe dat groeifeest van de meiskes er zou uitzien, beslisten we onder andere dat op het feest zelf er een powerpointachtig iets te zien zou zijn. Lees: projectie met foto’s van de meisjes samen, van de laatste jaren.
Ik maakte die deze week en dat ging verbazend snel: zomaar op telefoons en in archieven vond ik honderden foto’s waar minstens twee van hen op stonden. Vaak ook alledrie, of allevier. Het bevestigde wat we al wisten: dat ze dat samen aan het doen zijn, dat groter worden. En dat het samen vieren een goed idee was geweest.

(Tussendoor. Soms heb ik het over de drie, soms over de vier. Drie van de vier hebben zondag samen hun feest. De vierde had al afspraken voor een feest met verschillende familiekindjes samen, maar ze deed wel het aanlooptraject mee.)

girls

Die meiskes, dat is iets speciaals. Ik heb een foto van de eerste dag dat de dochter ging wennen op de kleuterschool, van hoe R. (de oudste die toen al gestart was) zei: “kom, jij moet hier zitten om te schilderen.” Instant vriendschap op nog geen twee-en-half. Het is altijd zo gebleven: ze horen een beetje samen, die bende.

De drie van zondag, dat is van onafscheidelijkheid en slaande ruzie tegelijk. Dat is van gekibbel en gekrakeel. Van wisselende samenstellingen en boel maken, en onvoorwaardelijk samenspannen op andere momenten. Bij elkaar in de klas, bij elkaar in de straat, bij elkaar in het park, bij elkaar in elk van hun huizen.
De vriendinnen weten even goed als de dochter waar de glazen en de koeken staan hier thuis, ze lopen bij elkaar binnen en buiten, gaan mee met elkaar na school en spelen samen in een weliswaar soms wankel evenwicht.
Er zijn periodes geweest van verdriet (“ze pesten mij”) en periodes van pure liefde.
Soms is dat moeilijk. Soms is dat schoon. Maar het is wel groeien en groter worden en leren hoe dat in elkaar zit: vrienden zijn.

geluk

Tijdens het vergaderen kozen we een thema. De Geluksvogels. Ik zette me over mijn afkeer voor de auteur heen. We zouden immers het boek gebruiken, niet de man. En het boek is goed.

Toegankelijk ook, en erg passend. Want onze vogels, die hebben geluk: stuk voor stuk geboren in een warm nest, waar ze ook mogen uitvliegen als ze dat willen. Alles wat ze nodig hebben, en een heel bos vol mensen die van hen houden om hen heen.

In het boek staan tien verhalen. Elk verhaal gaat over een vogel en tegelijk over een pijler van geluk. Er zijn vragen en opdrachten op niveau van kinderen. En een mooie methode om samen met kinderen na te denken. Een vertrekpunt dus, en een dankbaar thema. Want het leven gaat daar natuurlijk wel over: gelukkig zijn.

Ook die vogels, daar kunt ge iets mee. Niet alleen qua decoratie, maar ook op gebied van symboliek. Vogels, dat gaat over uitvliegen, verder van een nest weggaan, veel verschillende soorten vogels die elk op hun eigen manier zingen. Verschillende kleuren veren, andere voorkeuren. Sommige leven graag in groep, andere liever alleen. Eindeloze mogelijkheden, jawel.

Van Geluksvogels vertrokken we om drie verschillende momenten en een feest voor de kinders te organiseren. Maar dat vertel ik de volgende keer.