Dienstmededeling.

Een tijd geleden, toen ik dreamhost buitengooide wegens complete incompetentie, bleek er één en ander fout gegaan te zijn bij de conversie van de database. Daardoor hadden veel oudere posts en comments allerlei rare tekens.
De oorzaak was iets met UTF-8 en dingen die ik niet begreep, maar waarvan mensen met meer verstand van zaken dan ikzelf beweerden dat ik ze kon oplossen in de database.

Brrr. Database.
Dat klinkt als niet zo plezant, vind ik. En ik bedacht ook dat iedereen best wel weet dat een é eigenlijk een é hoort te zijn. Dus haalde ik mijn schouders op, dacht “ik ga dat eens uitzoeken als het past” en ging andere, leukere dingen doen. Ge weet wel.

procrast

Edoch. Vandaag was ik op zoek naar een oud recept voor risotto en opeens stoorde UTF-8 mij zoals alleen UTF-8 mij kan storen.
Nu heb ik dus dingen aangepast in de database en voel me een superheld van de IT want ik heb niet eens aan Michel moeten vragen om mij te helpen. Ik overweeg zelfstandig in bijberoep te worden als coach van mensen die dreamhost buitengooiden en iets fout deden in de database van hun blog en niet weten hoe ze het moeten oplossen. Ik voel het, ik ga daar rijk mee worden.

Aniehows. De rare tekens zouden weg moeten zijn, maar als u er toch nog tegenkomt, dan mag u het altijd laten weten.

Of u kan het ook negeren, dat werkt ook.

Wat blijkt? Een screenzombie kan best een mening hebben.

Gisteren was er een uitzending van Terzake over het gebruik van tablets in kleuterklassen. Ik werd verwittigd met de elektronische tamtam en overwoog even gewoon verder te lezen in mijn boek.
Iedereen weet ondertussen immers: als de woorden tablets en kleuters in één zin worden gebruikt in een duidingsprogramma is dat zelden goed nieuws. Hysterische overdrijvingen over afstompende nieuwe media zijn beter voor de kijkcijfers en leveren een grotere hastagscore dan genuanceerde verhalen.

Ik keek toch, uit eerlijke beroepsernst. En wat een fijne rit was me dat, zeg. De aankondiging van de reportage zette meteen de toon, met een ongerust kijkende Annelies Beck en een welgemikt: “De experts zien de evolutie met lede ogen aan.”

Mijn lede ogen moesten toen al een beetje rollen, en ik moet u niet vertellen dat het er niet op verbeterde toen bleek dat de experts in deze vertegenwoordigd werden door slechts één meneer: Dr. Theo Compernolle.
Ik kende hem niet. U misschien ook niet, maar het onderwerp was wel mijn vak en ik ging ervan uit dat ik misschien een cruciale gezaghebbende stem in het vakdomein had gemist. Dus gooide ik snel Google open, want zo zijn wij ICT-ers geprogrammeerd.

(Ik leer mijn studenten als test om bronnen te beoordelen de CRAP-test. Een schone checklist, vind ik dat. De A in het letterwoord staat voor Authority: wie is de auteur en is hij/zij een autoriteit terzake? Terzake is hier een kernwoord, en ja the pun is intended.)

Wat bleek? Ongetwijfeld zal Dr. Compernolle vriendelijk, goedgekleed en verstandig zijn, en ook expert in heel veel dingen.
Ik lees op zijn site bijvoorbeeld over boeken als “Ontketen je Brein”, “Stress: VRIEND EN VIJAND” “De POWER NAP”.
Interessant op zich, maar nog geen reden om iemand op te voeren als de vertegenwoordiger van De Unie van Bezorgde Experts Inzake Tablets Bij Kleuters, lijkt me.

Nog verder zoeken leerde me dat hij co-auteur is van een handvol opvoedingsboeken. Aan de ene kant: welke zichzelf respecterende psychiater is dat niet, tegenwoordig? Aan de andere kant: de redactie van Terzake zal vast wat research gedaan hebben, ernstig actualiteitsprogramma zijnde.

Ik gaf de goede dokter dus het voordeel van de twijfel en keek hoe hij in de reportage peuters in de weer met een tablet observeerde. En toen ging het fout.
Er werd geciteerd uit een aantal sowieso al gecontesteerde onderzoeken en op geen enkel moment vroegen de Terzake-mensen naar enige staving, of werd er overwogen er misschien nog iemand bij te halen die een andere visie heeft. Neen hoor. Theo mocht de volle zes minuten helemaal alleen vullen.

Dr. Compernolle had bovendien duidelijk geen schroom om na deze observatie een paar fantastische uitspraken naar kijkend Vlaanderen te gooien. Kinderen werden screenzombies genoemd, ICT was de duivel en oh ja, er was ook nog iets met gender.

Ik geef u de highlights van de avond, gewoon om de dokter te helpen bij de selectie voor het kopje one-liners op zijn site.

“Zoals ze bezig zijn, dat is zoals ratjes. Op een hendel duwen en een beetje eten, ook al hebben ze geen honger meer. ”
“Hoe meer kinderen bezig zijn met ICT, hoe slechter ze presteren, hoe slechter ze sociaal functioneren.”
en mijn persoonlijke favoriet:
“Dat het goed is voor het ontwikkelen van kennis en inzicht in ICT is volslagen onzin. _AL_ het onderzoek bewijst het tegendeel.”

Mijn reacties waren achtereenvolgens:
a. “Ik wil AL HET ONDERZOEK lezen!” naar mijn tv roepen
b. Klagen tegen Pedro op twitter (hij schreef ook over de uitzending trouwens. Hij kent er iets van. Dit is een hint, Terzake.)
c. Beslissen er niks over te schrijven. Het de volgende dag toch doen.

Volgende week Koppen over Tablets. Ik heb er nu al zin in.

Ik weet het, ik kan nogal een eindje zagen soms.

Soms moet een goede dag van kleine dingen komen.

Zo’n dag na een onrustige nacht en een kind dat roept een half uur voor de sowieso al veel te vroege wekker moet afgaan. Een hoofd dat eigenlijk niet honderd procent staat op wat verwacht wordt en het gevoel dat ge meer hadt kunnen halen uit wat op het programma stond.

Een intensieve voormiddag, hoofdpijn en dan thuis een mail met een onverwachte afspraak de volgende dag. Een afspraak waar nog behoorlijk wat denkwerk aan vooraf gaat. Hoofdpijn.

Een kind dat doodmoe is na vier dagen school en bijgevolg de oren van uw kop zaagt over details. Op weg van school naar huis (vijfhonderd meter, mensen!) 83 keer “stap nu toch eens een klein beetje door jongske” moeten herhalen. En had ik al hoofdpijn gezegd?

Op zo’n dag moet het van kleine dingen komen.
Een stoel vinden in de kringloopwinkel voor mijn eerste stoffeeropdracht.
Een lief dat zegt: kom, we gaan naar de frietketel.
En de coolste buren ooit, die ook vinden dat we allemaal wel een aperitiefje en een barbecue verdienen na zo’n eerste schoolweek, morgenavond.

De zomer van 2014.

Omdat ik op 1 augustus op een berg in Frankrijk zat met een kop koffie in mijn handen en een zonnebril op mijn neus, deed ik een maand geen overzicht. U vergeeft mij dat vast wel, want iedereen heeft al eens congé nodig. Maar bij deze.

De zomer van 2014…

– … begon met een spurtje in het trouwvoorbereidingsgebeuren. Op een week tijd was zowat alles geregeld: ik verzamelde adressen, we kozen een cateraar, Martha maakte een prachtuitnodiging, Kevin een website geheel in stijl, we lieten de kaarten drukken en maakten alles postklaar. Bovendien koos ik een kleed voor mezelf en kind, regelde kappersafspraken en de coolste fotografen ter wereld.
– … is de laatste zomer geweest waarin ik niet getrouwd was. Hoe bijzonder is dat feitelijk niet?
– … was kinders. Van mijzelf, van buren, van vrienden. Nieuwe kinders, groter wordende kinders, verjarende kinders. Kinderen overal. Vakantie placht dat al eens te hebben.

Loompauze #kindjesruil

– … bracht een pracht van een huwelijk, van mensen die ons zeer dierbaar zijn. Een sprookjesachtige avond en een fabuleuze nacht, met zowat al mijn beste vriendjes. Ik moet nog grijnzen als ik eraan terugdenk, en we waren niet eens verkleed deze keer.
– … ging opnieuw bijzonder vaak richting zee, voor mooie dagen, heerlijk koud zout water en wandeldagen met mijn voeten in het zand.

Such a hipster.

– … was een heerlijk mooie reis, een drie weken durend bewijs dat dat marcheert, wij drie. Zelfs als er geen warm water is.
– … was daarnaast ook voetbal, uitzonderlijke Gentse Feesten en een heleboel andere festiviteiten.
– … bleek niet altijd even rustig voor mijn hoofd. Maar ik vond dat precies niet erg.
– … bewees op meerdere tijdstippen dat wij de beste buren van de wereld hebben, met hun aperitiefkes, geïmproviseerde parknamiddagen, kinderruil en speelstraten. Ik ga hier nooit meer weg.
– … bracht me een dochter van vijf en een man van veertig.
– … bleek te kort. Ik heb nu al heimwee.

Aan de andere kant.

Back to school in september!

Morgen is het één september, en dan gaan we terug naar school. De dochter, natuurlijk, maar dit jaar ook: uw dienaar zelve. Ik hoor u denken dat zulks nogal evident is als leerkracht, dat ge terug gaat naar school, maar dit jaar is anders. Ik word een leerling. En dat is geleden van die halfslachtige poging ergens rond 2003 om mijn Frans wat op te frissen. Die keer dat ik dacht: “ik kan geen Frans” en me inschreef bij de beginners. Ik bleek toch geen beginner, en na de 4e week vervoegingen van werkwoorden op -er, verveelde ik mee steendood en ging op café in plaats van naar de les. Einde.

Maar deze keer roep ik al jaren tegen iedereen dat ik een opleiding wil volgen, maar daar geen tijd voor heb.
Vorig jaar was echter zo impactrijk op werkgebied dat ik mijn hoofd met moeite boven water kon houden bij momenten. Toen werd ik ziek in de winter, en dat was precies het laatste roodgloeiend alarmsignaal dat ik nodig had. Een alarmsignaal dat bovendien maanden aansleepte en dus nogal moeilijk te negeren was.

Er werden mogelijkheden bekeken om minder te werken, ik polste bij ouders en lief voor het kindopvang-gedoe en kijk: ergens in juni geraakte ik na 3,5 uur wachten samen met een massa andere mensen die graag eens iets willen bijleren, ingeschreven.

Woensdag start ik. Ik ben al wat zenuwachtig en probeer me te herinneren hoe dat ook al weer was: in een klas zitten zonder de leerkracht te beoordelen. Hopelijk weet ik het tegen woensdag, want anders gaat dat wat onaangenaam worden voor de meneer die de lessen geeft, natuurlijk.

Enfin. Woensdag. Aan de slag met scharen en stof en een echte naaimachine en patronen tekenen. U kunt dus vanaf later deze week hier terecht voor een reeks over “hoe i. zichzelf pijn deed bij het leren meubels stofferen”. Dat wordt spannend.