En al

En al

Elke.

Eén.
Het is in de tijd dat zij en ik elkaar nog niet zo lang kennen. Hoe gaat dat, zo’n dingen: ge zijt allebei rappe examenmakers, en dan zit ge in de gang te babbelen terwijl ge wacht op uw klasvriendinnen die altijd zo lang moeten nadenken, blijkbaar. En dan blijkt ge na een tijdje dezelfde interesses te hebben (op café zitten, onnozel doen, sigaretten roken waar ge niet moogt roken, dat soort dingen — we zijn 17, vergeef het ons). Het lijkt alsof ik Elke niet zo lang na Lien heb leren kennen. Alleszins haar verhaal, en af en toe — bij hun thuis — ook Elke zelf. Op een dag komt Lien breed grijnzend op school. Dat haar zuske weer een stoot had gedaan, de dag ervoor. Ze stond ‘s ochtends te wachten op haar bus naar school. En toen stopte er een andere bus, en er stapten allemaal kinders op. Het zag er gezellig uit, dus Elke was meegegaan op uitstap met die klas. Het had even geduurd voor de leerkrachten doorhadden dat er een leerling bijzat die niet van hen was. Iedereen was tegen dan al doodongerust, maar Elke is dat jaar toch fijn twee keer op schoolreis geweest. Ha.

Twee.
Lien en Peter trouwen. Ik hou lien gezelschap, die geheel volgens allerhande trouwtradities, bij haar ouders gaat slapen de nacht voordien. Lief slaapt bij Peter, en samen zullen ‘s ochtends in zijn stoer gepimpte auto naar Eeklo rijden op de wedding party op te halen. Elke heeft het lastig, die avond. De Grote Dag die komt, het zorgt voor nogal wat stress die nacht.
De volgende dag op de trouwerij zelf is ze bij momenten zo bij de pinken dat mijn hart ervan breekt. Soms wist ze zo goed dat ze anders was en dat daarom voor haar alles anders zou zijn in het leven.

Drie
Een grijze dag in de stad. Ik krijg een sms: Elke is in Gent, en ze is een beetje onrustig. We gaan uitwaaien op de Graslei.

Lien en elke

Vier
Ik sta in het examenlokaal en Lien belt. Dat ze me even moet storen. Een fractie van een seconde ben ik in de war, want ik had ander nieuws verwacht. En dan is alles stil.

Het ga je goed, Elke. Alles gaat door, dat is waar. Maar ge zult niet gemakkelijk vergeten worden.

En al

En met u?

Baby? Hoest nog steeds.
Examens? Nog steeds bezig.
Lief? Werkt nog steeds even veel.
Tijd? Nog steeds geen.

En met u? Alles goed daar aan de andere kant van het interwebs?

En al

Dat ik verwend nest ben, ja. En ik weet het.

Maar het is mijn blogue, dus ik mag zagen als ik dat wil. En als ge het niet wilt lezen, dan moet ge niet. Ge kunt een beetje televisiekijken of een sprei crocheren in de plaats. Dat laatste zeg ik alleen maar omdat ik daarnet een gehaakte pannenlap zag passeren bij In De Keuken en ik moest denken aan mijn overgrootmoeder, die in witte draad van die ronde lapkes crocheerde. Allemaal dezelfde lapkes, en daarna naaide ze die aan elkaar en dan kregen we nog een tafelkleed voor op de salontafel. Ze maakte ook sloefkes voor mij, voor in de winter. Met pomponnekes als ik dat vroeg. Maar ik vroeg me dus af daarnet of (a) mijn mama die tafelkleedkes nog zou hebben en (b) als ge mij een crocheerhaak in mijn handen zou steken of ik dan nog zou weten wat ik daarmee moet doen. Behalve dan in mijn haar steken als japans aandoend ornament. Want een mens weet dus blijkbaar nog meer van vroeger dan ge bewust beseft. Mijn lief was dit weekend bijvoorbeeld liedjes van kinderen voor kinderen aan het beluisteren op youtube (lach niet, dat is zijn werk zegt hij) en ik kan die dus blijkbaar nog allemaal woord voor woord meezingen. Liedjes van 1986 en al. Zotjes.

Maar ik dwaal af. Het leven zit niet mee, lieve lezer. Niet alleen heb ik nog steeds stapels en stapels examens te verbeteren en werkt mijn lief tegenwoordig zoveel uithuizig dat ik al content ben als hij in de boekskes staat, zodat ik weet of hij een proper hemd heeft aangedaan en zich heeft geschoren — neen, niet alleen dat maar mijn ergste nachtmerrie is ook nog eens uitgekomen: mijn poetshulp heeft ander werk aangenomen en de poetshulpleverancier heeft geen vervanging. Ik sta op een –wait for it — wachtlijst.
*gasp*
En de dochter rolt hier tegenwoordig de hele living rond en ik zie haar af en toe aan de vloer lekken. Dus gewoon alles laten liggen en niet poetsen is geen optie. Wegens bacterieën en kinderbescherming en al.

Als ge dus plots niets meer van mij hoort: het zou kunnen dat ik verdronken ben in een emmer allesreiniger, gestikt ben in een zeemvel of vastzit onder mijn Dyson. Kom mij redden é dan, peoples.

En al

2010.

Net als vorig jaar krijgt u vanzelfsprekend alvast wensen. Voor een mooie, warme en onstuimige avond, straks. Doe voorzichtig met het fonduestel en de dingen die heet uit de oven komen. Zie mensen graag, en kus om 12 uur.

En voor 2010? Dat er vrolijkheid moge zijn. En liefde, onbezorgdheid. Zomernachten met goede vrienden op een kaarsverlicht terras. Ontroering en liefde. Vriendschap en gezondheid. Als u een baby verwacht: dat het schoontje mag wezen, en kerngezond mag zijn. En dat het vanaf dag één moge doorslapen ‘s nachts.

En dat alles, maar dan ook alles, beter mag meevallen dan eerst gedacht.

Happy 2010!

En al

Het wordt nooit wat met mij en van die projecten.

Het is 31 december en ik zit nog maar aan maart in het facebook-gedoe. Ah. Dan is ook dat maar iets onafgewerkt, zekers. In het licht van de eeuwigheid is zoiets amper van enig belang te noemen.

Een jaar geleden leefde onze familie de week tussen doodgaan en uitvaartviering. Er was vooral veel verdriet. Nu die verjaardag er is, is er nog steeds verdriet, dat spreekt. Maar voor de rest is alles beter dan een jaar geleden, durf ik te zeggen. Het leven ging hard, dit jaar, en het werd opeens compleet op 7 augustus.

Ik was een beetje dik bij het begin, gigantisch in het midden en ben even licht (*kuch*) als voordien op het einde. En hoe meer ik gewicht verlies, hoe meer die dochter van ons groeit en groot wordt. Ik sta erbij en kijk ernaar, ook op de laatste dag van het jaar. En dat hoop ik vooral volgend jaar ook te doen: rust te vinden, mijn baby zien opgroeien tot een peuter, en dat met mijn lief en dierbaren aan mijn zijde. En dat die allemaal gelukkig en gezond mogen zijn.