En al

En al

Stoeferij!

Ik ben niet de handigste hier thuis. Ook niet de creatiefste. Ik leef in mijn hoofd, en in mijn hart, maar meestal vind ik geknutsel maar iets om zenuwachtig van te worden. Mijn echtgenoot, dat is de maker in huis. Hij bouwt en last en vouwt en creëert, en ik sta daarbij en ik kijk daarnaar.

Daarmee dat het niet evident was, toen ik vorig jaar met die opleiding voor het zetelmaken begon. Met hamers en naaimachines en power tools. Ik was, we gaan daar niet onnozel over doen, de kluns van de klas. Maar ik bleek het wel erg graag te doen. Een avond per week bezig zijn met mijn handen, met iets dat zo veel concentratie vraagt dat ik geen ruimte meer heb in mijn hoofd voor ander denken: dat bleek het helende te zijn waar ik al zo lang naar zocht. Het zachte dekentje dat mijn stress en racen en piekeren één avond per week toedekte en mijn kop liet rusten.

En dus schreef ik me opnieuw in dit jaar. En het blijkt dat onderwijs werkt. De naaimachine waar ik vorig jaar zo op vloekte kan ik nu bedraden met mijn ogen dicht. Als ik een zetel zie, dan zie ik hoe hij in elkaar zit. En de laatste zes maanden heb ik mezelf geen enkele keer pijn gedaan in de les.

Bovendien is er dit.

Ooit kochten wij twee oude zetels in de kringloopwinkel. Mooi, maar versleten. De kat maakte de situatie nog erger en in januari zagen ze er zo uit.

IMG_4227

Woensdag nam ik ze mee naar huis van op het CVO. En nu staan ze in mijn living en maken me gelukkig elke keer als ik ernaar kijk.
Ik heb dat zelfgemaakt, peoples. En ik heb me ingeschreven voor het derde jaar.

IMG_4230

(ja, mijn kleine moet haar kast opruimen. Kweetet.)

En al

Erfgoed.

Ze fluit bewonderend en ze aait zacht de klosjes.
“Zo veel verschillende kleurtjes groen. Waarom is dat?”

Ik zeg dat ik dat niet weet maar dat ik denk dat meme misschien vaak groene jurken naaide. Ze kijkt me niet-begrijpend aan. Ik leg uit dat de doos met klosjes garen niet van mij is, maar van meme, haar overgrootmoeder. Die is ondertussen al meer dan twee jaar niet meer hier, maar dochter praat nog vaak over haar. Ze weet ook wat hier in huis uit haar huis komt: de kom met de mooie bloemen voor de salade, de koffietassen, die ene vaas, de soepkommekes. De taartenscheppers.

Van de doos met naaispullen wist ze het niet, zo blijkt. Ik leg uit dat toen we na de begrafenis het huis leeghaalden, dat iedereen al een doos vol naalden en garen en ritsen en knopen bleek te hebben. Iedereen behalve uw moeder, mijn kindje, die heeft zichzelf tot haar 36ste beholpen met een reisnaaikitje en een nietjesmachine.
Dat ik dus al het naaigrief had meegenomen. Omdat je naaispullen van iemand die naaister-van-beroep was niet kan weggooien.

Ze luistert aandachtig naar mijn verhaal. Rommelt wat in de blikken doos en glimlacht dan breed.

“Meme naaide ook vaak roze jurken, denk ik.”

***

Dit stukje hierboven schreef ik maanden geleden in een boekje, maar door het leven en de drukte geraakte het nooit hier. Tot ik het vanavond opzocht en overtikte.

***
Dit is de machine waarop het kleedske van mijn communie werd genaaid door mijn Meme. En ik heb ze aan de praat gekregen.

Ik dacht weer aan het stukje omdat ik eerder deze week eindelijk ook deze schoonheid bovenhaalde. Een erfenis uit dezelfde naaikamer waar ooit mijn communiekleedje werd genaaid. Ik spendeerde een avond onder een warm dekentje van melancholie terwijl ik ze aan de praat probeerde te krijgen. Ik stikte wat proeflapjes om te kijken wat ze aankon — zoals voorspeld: zeer veel. Daarna begon ik aan een jurkje voor de pop van de dochter.

Ik bleek naaigaren te hebben in precies de juiste kleur roze en kon niet stoppen met glimlachen.

En al

Alles van waarde is weerloos.

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd

– Lucebert –

1012708_10209047672938066_4971957070685835789_n

(Tekening door Randall Casaer)

Dagen als deze. Gisteren met verbijstering en localiseren en afschuw en woede en een hoofd dat dingen blokkeerde. Mijn hersenen susten mijn lijf: “Dit is erg. We moeten nu even wachten tot het voorbij is en we weer kunnen kijken.” en ik werkte zo goed als dat kon verder. Dacht na over wie ik moest helpen, en wat ik de pup zou vertellen. Ik dronk koffie met dierbaren en stuurde sms’en met scheldwoorden naar anderen.

Ik keek geen filmpjes, klikte geen foto’s aan. Ik keek het nieuws om zeven uur en zette daarna de tv uit. Ademde diep in en uit, en besefte dat mijn hele zijn sinds november in Parijs mechanismen heeft ontwikkeld om hiermee om te gaan.

Er zijn veel dingen die me kwaad maken vandaag en dat is er één van. Dat ik gisteren aan de dochter vertelde dat dit in het nieuws was omdat het niet vaak gebeurde. Dat ik daarna besefte dat ik zo rustig bleef omdat het te vaak gebeurde.

En al

Ook de afbreker bouwt op.

Het was daar dat we van de 679 moesten overstappen op de 676. De 676, oftewel De Zomergem.

Die 679 waar we eerst opzaten, dat was de Bassevelde. Elke dag om 16h vanaf Sint-Jacobs bevolkt door alles wat op Sint-Bavo of Sint-Lievens zat, en naar het Meetjesland moest.

De 676, die kwam van het station. Daar zat Sint-Pieters al op, en Sint-Paulus. En de Voskeslaan.
Ze wachtten daar op elkaar, de 676 en de 679, en daar werd gewisseld van bus. Vaak stapten we af en klommen we niet aan boord van de andere bus. We bleven wachten op de volgende en vertelden thuis nadien een verhaal over vertraging of nipt aansluiting gemist, terwijl het eigenlijk gewoon door een lief kwam of twintig extra minuten op zulle op uw gat, met sigaretten en gegiechel.

Mijn echtgenoot, die is wat ouder. Drie jaar is bijna een generatie als je 16 bent, maar hij nam wel dezelfde bus. En heeft dezelfde herinneringen aan die halte, daar aan de sociale woonblokken van het Rabot.

16118152314_f1654ef710_o

Daarmee dus. Dat deze foto boven onze tafel hangt. Instant verliefd was ik, op de beelden van Pieter Lozie. De vrolijkheid van al die verschillende kleuren, de tristesse van al die mensen die daar in die kleine hokjes hebben geleefd. Maar vooral: dat ik jarenlang verhalen heb verzonnen over wat er achter die gigantische gevels gebeurde. En dat die gevels dan weg waren.

Daarmee ook. Dat wij vanmiddag even naar adem moesten happen toen we aan het grote gat passeerden waar een week geleden nog de laatste restanten van de toren stonden. Kijk eens bij Sammy Van Cauteren om te zien hoe dat was.

De opbouw begint binnenkort. Nieuwe, moderne gebouwen. Helemaal anders, en maar goed ook.

Maar ik weet nu al dat mijn hoofd bij het woord Rabot, altijd die torens zal blijven zien.

En al

Bommelding en een klemtoonprobleem.

Dinsdag nam ik mondelinge examens af. We schrijven iets voor de middag, en ik had op dat moment al een 25-tal studenten gezien.

Ik weet niet of u ooit al mondelingen hebt afgenomen, maar ik verzeker u: er zijn weinig facetten aan mijn job die lastiger zijn dan een hele dag examineren.

Zo vlak voor de middag, dat is vaak het moment van het kleine dipje. Er was dan ook niemand die verwonderd was of beschuldigend keek toen ik vroeg “sorry, ik was heel even afgeleid, kan je dat laatste nog eens herhalen?”

Het was echter niet door de honger. Of door de vermoeidheid. De oorzaak was een bericht op mijn gsm, die tijdens de examens altijd naast mij ligt om het uur in de gaten te houden.

Het bericht verscheen.
Ik las het vluchtig.
Ik dacht wat is een bommel-ding en waarom is er zo één in de straat van de kleine haar school?
Mijn hoofd verwerkte de informatie een paar seconden.
OW FAK. EEN BOM-MELDING.

Stomme klemtoon.

En toen was de concentratie een beetje weg, u zal mij dat niet kwalijk nemen. Ik laste een korte pauze in, en deed wat telefoons, want toch wel een stresske. Niet omdat er een verdacht pakket was gevonden, want ik vind verdachte pakketjes die gevonden worden altijd een beter idee dan degene die niet gevonden worden, en eens die stoere robot van Dovo in de buurt is, kan er niet veel meer verkeerd gaan, right?

Allez, ik heb toch nog nooit gehoord in het nieuws “Er was een verdacht pakket, politie en Dovo kwam ter plaatste, en het explodeerde toch en de halve wijk was vernield.”

Mijn bezorgdheid was vooral: stel dat ze moeten evacueren, hoe moet ik dat dan regelen?
Want ik ken mijn bloed: zo van die stresssituaties, enig drama is haar niet vreemd op dat moment. Twee telefoons later wist ik dat ze voorlopig op school mochten blijven, en dat er een bevriende papa haar zou meenemen, just in case.

bom

De examenstroom ging verder. Ik deed van focus, ook wel een beetje om niet te veel aan de bom te denken (dat van dat drama, ze heeft dat niet van vreemden).
Want ik geef eerlijk toe: mijn hart klopte pas weer normaal toen er op facebook een bericht verscheen dat het pakket gecontroleerd tot ontploffing was gebracht. En dat er alleen kartonnen dozen inzaten.