En al

En al

Oh boy.

Hij heeft mij een beetje ziek gemaakt, de snoodaard. Met zijn valling en zijn hoesten. En hij is er bovendien ook de oorzaak van dat daar chemicaliënsgewijs weinig aan te doen valt. Boe-hoe!
Over dit alles later ongetwijfeld meer, maar ik voel dat ik onweerstaanbare drang krijg om dingen in rijmvorm te noteren en laten we wel wezen: daar is niemand van gediend.

Een tuk, dan maar. Een tuk.

En al

Pompoen.

Toen ik dit weekend mijn bureau opruimde, viel mijn oog opeens op een plastiek tasje, half weggeraakt achter een kast. Bleek er een pompoen in te zitten. Voor u dat vreselijk gek vindt en denkt dat wij hier groenten laten rondslingeren op de meest absurde plaatsen: toen mijn meme in oktober een paar pompoenen uit de tuin meegaf, was onze keuken er nog niet. Het bureau was toen een beetje een opslagplaats. En ik kwam het al te zeggen: half weggeraakt achter een kast.

Maar goed. Daarnet besloot ik dus soep te maken, van die laatste pompoen van dit jaar. En terwijl de uien en het pompoenvlees zachtjes sudderden in de boter, drong het opeens door: misschien is dit wel de laatste keer dat ik groenten klaarmaak uit de grootouderlijke moestuin. Want wie gaat er nu het onkruid wieden en de tomatenplanten ontluizen? De boontjes planten en de patatten opspitten? De zurkel en de salade uitstekken?

Het voelt als het eind van een tijdperk, gelijk.

En al

Het is een beetje triest, eigenlijk.

Bij het bezoek aan de dierenarts werd het monster ook routineus even gewogen. Zo gaat dat daar namelijk. Bleek het beestje sinds april vorig jaar opnieuw een kilo bijgekomen te zijn. Dat maakt dat wij dus nu een kater hebben van 6,8 kg.

Ahum.

De dierenarts keek ietwat vermanend en sprak dat hij echt niet boven de zeven kilo mag gaan. En dus geven we hem nu eten in de portie zoals dat op de zak van whiskas staat aangegeven.
Dat ratsoen is zowat de helft van normale portie, en ik zweer u dat hij me aankijkt alsof ik stiepelzot ben geworden.

En al

Ik heb hem verraden.

Hij keek al argwanend naar lief die het kattenluik op slot deed voor we aan het ontbijt begonnen. Om daarna, van zodra de reismand uit de berging was gehaald, en dreigend midden in de keuken stond, een klagend janken aan te heffen. Ondertussen zielig — en tevergeefs, natuurlijk — met zijn poot tegen het kattenluik duwend.
Hij protesteerde heftig toen we hem in de reismand duwden en miauwde de hele weg naar de dierenarts beschuldigend. Gelukkig is de dierenarts maar twee minuten van hier.
Daar aangekomen speelden we het spel van onder de kast kruipen, achter de printer kruipen en van de tafel springen. Tot de twee spuitjes gegeven waren en we weer dezelfde toeren uithaalden om terug te keren.

We zijn thuisgekomen, ik heb hem uit de kooi gelaten en sindsdien kijkt hij enkel zwaar beschuldigend in mijn richting en weigert hij streeltjes en knuffels. Ge ziet de beschuldigingen in zijn ogen.

Dat zal proper worden als we met dat dieet beginnen.