En al

En al

Things.

Waarover zal ik eens schrijven op mijn weblog vandaag, zo dacht ik daarnet. Ik heb namelijk een stapel notities in mijn boekskes, zoals altijd, en er zit wel redelijk wat bij dat voor openbare publicatie is. Zoals over hoe ik vandaag opeens veel meer dames met een hoofddoek op school zag dan normaal, en hoe ik me afvraag of er een verband is met de recente ontwikkeling.

Of over hoe meisjes soms meer rimpels hebben dan mij, hoewel ze gelijk 8 jaar jonger zijn. En dat schmink niet zo goed is voor een vel, blijkbaar. Plamuur ook niet overigens, dat hebben we proefondervindelijk vastgesteld.

Of over hoe truffel-olie kopen een fantastische investering is voor iedereen die graag kookt en vooral als je er dan ook nog eens oesterzwammen en blauwe kaas bijgooit.

Of over hoe het werk te veel geworden is en ik het gevoel heb dat ik verzuip en het leven me voorbij raast de laatste tijd. December-dipje, zo doet de kalender vermoeden, maar ik heb vandaag oprecht overwogen terug te keren naar de privé.

Ik heb ook met een belspeldame gepraat vandaag, en morgen wordt er betoogd tegen de plannen voor het hoger onderwijs. En er is een mooie film op Canvas, vanavond. En Vitalski doet toch niet mee morgenavond.

Things, things, things. Maar het enige wat ik wil nu is een bad.

En al

Werkweekend.

Gisteren hebben we, in behoorlijk tempo, nog eens een werkdag ingelast in het huis: de traphal en de inkom zijn voorzien van honderden gaatjes, waar we siliconen-calypo’s instoppen, de zolder kreeg nog een laag plamuur, er werd een balk geschuurd en er werd elektriek getrokken. Met dank aan mijn mama en papa voor de intensieve hulp, alweer.
Het hele huis ligt vol stof nu, en hoewel ik heb geslapen voelt het alsof dat niet het geval is. Ik begrijp Patricia helemaal, jawel.

En al

Pillen zijn ook een soort van eten.

Omdat er blijkbaar mensen zijn die het zich afvragen: een Boogie-update! *gejuich*

Eerst en vooral: het is over, dat kwijlen. Gisteren had hij wel een lek-oog aan de rechterkant, maar het is onduidelijk of dat met zijn ziekte te maken heeft, het kan ook dat hij een klauw van die gemene roste kadde van de buren heeft gekregen.
Lief geeft hem ondertussen iedere ochtend en avond plichtsbewust zijn pilletje, wat minder problemen geeft dan verwacht, om de reden die u in de titel al kon lezen.

Het gaat goed dus, dank u.

En al

Ze wandelen.

Vanmorgen, op weg naar het werk in de auto, deed het eerste puntje van het radionieuws even de file om me heen verdwijnen. Het was even geen rotweer, het was even niet donker en mijn rug deed zowaar even geen pijn. Alles werd een beetje naar de achtergrond geduwd. Het eerste punt van het nieuws was namelijk dat ze wandelen. Want zo heet dat, op de fabriek, als er een ploeg het werk neerlegt. Wandelen. Het heeft iets Daensiaans, als het gebeurt. De mannen komen de fabriek uit, in hun werkkledij. Aan de kleur van hun helm en hun hemd kan je zien welke deel van de fabriek het is. Bruin, warmwals. Blauw, koudwals. Oranje, groen, grijs. Hoogovens, staalfabriek, cokesfabriek.

Ze stappen over het terrein, soms kilometers, naar het hoofdgebouw en de poort. Daar staat ook het bord met het aantal dagen zonder werkongeval. We hebben eens een veiligheidshesje gekregen toen er honderd dagen geen ongeluk gebeurd was. Een cadeautje van de directie. In de vijf jaar dat ik daar gewerkt heb, is het één keer voorgevallen, dat van die honderd dagen.
Zo eens om de zes maand zoveel tijd viel er een dode. Dan was er een bloemenwake aan de poort. Eén keer waren het er twee op twee weken tijd. En er waren ongevallen, ontploffingen, gewonden, gasalarm. Het is geen koekskesfabriek, juffrake.

Er was vaak onrust op de fabriek. Ik werkte er amper een half jaar toen er bijna een maand gestaakt werd. Extra weken vakantie was dat toen voor mij. Ik woonde thuis, het was mooi weer, de blaarmeersen was aangenaam warm. Ik had weinig om me zorgen over te maken, en ging zo eens per week dag zeggen aan het piket. Uit eerlijke schaamte.
Toen er op het eind een overleg was, in de refter van het hoofdgebouw, en de CAO daar uiteindelijk werd goedgekeurd, toen begon het te dagen. Die verhitte sfeer, die wanhoop, ge kunt u dat niet voorstellen als ge het nooit hebt gezien. Daar zaten honderden mensen samen die al bijna een maand geen loon meer hadden. Mensen met een afbetaling, met kinderen. In die CAO ging het trouwens niet over geld. Niet over vakantie. Het enige wat gevraagd werd door de werknemers was respect. Het moet al heel diep zitten als een mens daarvoor wekenlang staakt, bedacht ik toen.

Maar goed. Er is opnieuw een besparingsronde op komst. Naakte ontslagen vallen er niet, zo verzekert de patron. Hoogstens mensen die niet vervangen worden. Maar daar wringt net het schoentje. Het is geen koekskesfabriek, juffra. Het is een gevaarlijke fabriek, met grote machines en rollen staal die als ze loskomen boomgrote mannen verpletteren als waren het baby-mieren. Hoe minder personeel je daar gaat gebruiken, hoe hoger de werkdruk wordt. Hoe hoger de werkdruk, hoe meer mensen fouten maken. En ik mag het niet gedroomd hebben dat er iemand een steek laat vallen, uit vermoeidheid of te lage concentratie. Of een staalrol, als u dat beter begrijpt.

En al

Oh.

Ik heb een cake gebakken.
Ik heb soep gemaakt.
Een mens zou denken dat de dingen dan beter gaan, maar ook dat blijkt niet te kloppen.

En zoals zo vaak in mijn uren van desillusie, spelen er andermans zinnen door mijn hoofd.

Het soort ontgoocheling dat je als kind hebt als je van de trampoline op de begane grond springt: niets blijft duren en dat voel je aan je knieën.

Het spreekt voor zich dat ik alweer niet weet waar ik het vandaan heb. Maar doet het er eigenlijk toe? Ik dacht het niet é.
Maar goed. Gelukkig zij die zich omgeven weten met lieve mensen die troostende woorden spreken, als helende zalf op gekneusd zelfvertrouwen. Dank. Ik ga nog een taart bakken.