kinderspam

Nieuw! *flitslicht* Nieuw!

Het is misschien vreemd om te zeggen, maar sinds een paar weken hebben wij precies een nieuwe baby. Ik weet niet hoe het komt, maar Mira is helemaal omgeslagen. Ze was voorheen ook het grootste deel van de tijd een vrolijk kind, maar ze was ook — hoe zullen we het vriendelijk zeggen — nogal high maintenance. Ze is snel voor haar leeftijd, en begrijpt veel. En ze heeft daardoor veel frustraties. Een bewerkelijke baby, die als het haar niet zinde haar toevlucht zoekt tot hysterie. Ze heeft namelijk door dat onmiddellijk volledig door het lint gaan meer effect heeft dan een beetje jengelen. Man, mijn dochter kan krijsen, u heeft daar geen gedacht van.

En er waren dagen dat ze voor het minste krijste. Niet genoeg aandacht? Keel open. Niet kunnen rollen? Keel open. Bij iemand anders dan mama op schoot? Keel open. Op een bepaald moment wilde ze zelfs niet meer door Lief getroost worden. Alleen door mij. Ze wilde niet slapen, was doodmoe, wilde de hele tijd gedragen worden: the works. En hoewel ik mijn dochter onvoorwaardelijk en doodgraag zie, stond het huilen me af en toe nader dan het lachen als ze zo’n buien had. Vooral omdat de wereld u dan ook nog eens overspoelt met goede raad. “Ge moet haar eens laten schreien, ze is verwend.” Tot ik haar liet schreien en ze dat dus anderhalf uur volhield. Met gebalde vuisten en een wijdopen keel in haar park. Anderhalf uur. En dan was het voor mij genoeg, alleszins.

De laatste weken is het vreemd, eigenlijk. Vorige week waren we bij mijn grootmoeder en zij en haar zus wilden Mira allebei vastpakken. Ik zette me schrap voor een scene, maar baby zat vrolijk op schoot te lachen. Tot twee weken geleden huilde ze van rond half zes tot acht uur, iedere dag. Nu is ze daarmee gestopt. Dinsdag is ze nog eens boos geworden in de creche en sindsdien niet meer. Dat is een volle week. Zonder woede-aanval. Ze heeft nog een paar keer gehuild, maar dat was (a) omdat ze honger had of (b) omdat ik een shitload fysiologisch water in haar neus aan het kieperen was. Geen abnormaal gedrag, dus.

Misschien is ze er overheen gegroeid? Misschien verveelde ze zich steendood, zo alleen thuis met mij? Misschien komt het binnen een paar weken keihard terug, die buien?

Maar ondertussen is het een zaligheid: ze schatert de hele tijd, is supervrolijk en alles is ok: ze wil bij iedereen op schoot, ze is gemakkelijk bezig te houden, doet regelmatig een tukje en zit over het algemeen bijzonder goed in haar vel. En dat terwijl ze dus wel degelijk ziek is. Ik geniet van ieder moment. En duimt u even mee dat het blijft aanhouden, dat voorbeeldig gedrag?

En al

De nacht en de clown.

Voor u zit een gebroken vrouw. De afgelopen nacht was er namelijk eentje van het helse soort. We zijn alledrie verkouden, hier ten huize, waardoor ikzelf moeilijk sliep (wat als u verder leest eigenlijk niet zo’n probleem was), het lief een eind wegsnurkte en de baby zich de hele nacht — toch vanaf een uur of twee — beperkt heeft tot dutjes: een half uurtje slapen, dan weer wakker en huilen, dan nog een half uurtje slapen, enzovoort enzoverder.
Mijn nacht bestond dus voornamelijk uit het sussen, troosten en ontstoppen van de baby, het me ergeren aan het gesnurk van het lief en dan ook nog een paar hazenslaapjes.

Het allergrappigst was echter dat ik op een bepaald moment werd wakkergemaakt door een geluid. Geen gehuil op de babyfoon, geen geronk van de bedgenoot, maar een zacht murmelen. Na een paar minuten drong het door wat hij precies mompelde. Noni, noni, noni, noni.

Ahum. Als u de eerste aflevering ziet, gaat u naar het schijnt begrijpen hoe het komt. Ondertussen, als iemand Bumba kwijt is: hij ligt ‘s nachts in mijn nest, blijkbaar.

En al

En binnen een paar dagen dooit het en dan is het toch allemaal weg. ha.

Ja, ik zou kunnen zagen over de sneeuw en hoe ik daar zo’n hekel aan heb. Ik doe dat elk jaar, namelijk: over dat het leutig en schoon is zolang ge er niet doormoet, maar dat het voor de rest dikke miserie is, dat wit gedoe. Ik zou kunnen brommen over mijn botten die vol plekken zijn van dat vuil strooizout en over hoe koud en nat en vies sneeuw wel niet is. Ik zou ook kunnen klagen over hoe twee straten ver stappen op een gladde trottoir met een maxicosi aan uw arm vreselijk irritant en pijnlijk is. En ik zou vast nog wat ander gemopper kunnen bedenken.

Ik ga dat niet doen. Want mijn klas van deze ochtend was zo groot dat ik er eerst schrik van had, maar ze waren zo lief en oplettend en hadden helemaal geen sneeuwzot in hun kop, hoewel ik het wel gevreesd had. Fijn was dat. En ik heb alweer een eind weggekletst met een paar collega’s, in de pauzes. Ik heb vandaag ook voor het eerst in maanden een douche genomen zonder dat er een baby die om aandacht kraait naar mij zat te kijken in de wipper. Ik heb een soep gegeten als lunch en ondertussen door een krant gebladerd. Ik ben naar de kapper geweest. En ik heb daar champagne gekregen.

En toen ik Mira uiteindelijk ging afhalen, tegen vieren vanmiddag, was ze vreselijk content aan het spelen en druk in de weer met zeer interessant gedoe aan haar zitstoel. Ze lachte naar mij, trappelde even met haar benen en speelde toen verder. Dat is goed, want dan ben ik gerust dat ze daar niet zit weg te kwijnen van mij te missen.

Dus de sneeuw: die kan mij gestolen worden. Binnen een paar dagen is ze toch weer weg. Vandaag doe ik van vrolijkheid, omdat mijn ontredderd gevoel van zondag al heeft plaatsgemaakt voor gloednieuwe voldoening. Het komt allemaal in orde.