projecten

That’s why.

Kijk, dit is waarom Het Project altijd waardevol zal blijven. Al zijn er honderd krantenwebsites en nieuwssites.

Omdat er op Het Project bij momenten nagedacht wordt over dingen waar elders niet over gesproken kan worden. Over vuile commentaren, bijvoorbeeld. Lees het stuk van de voorzitter.

En al

Ge moet maar eens mailen, anders.

Donderdag was een fijne dag: San kwam speelgoed van de kinderen brengen (ja, speelgoed, daar groeien ze ook uit, blijkbaar, hoewel ik niet begrijp hoe iemand een knisperboekje ooit beu kan worden) en bleef onverwacht een beetje hangen. Eens binnenspringen werd koffie drinken, en werd daarna samen overschotjes van het avondeten van de dag voordien opeten. En dan samen de kleine troosten, die de laatste dagen in de namiddag behoorlijk veel last van haar maagje heeft.
Vorige week ook: toen kwam lien op een middag met broodjes en kaastaart. Of die keer daarvoor, dat Tom een avond verbijsterd naar mijn dochter kwam staren en verklaren dat hij geen kinderen wilde.

Ik heb daar deugd van, dat volwassen gezelschap.

Want laten we wel wezen: met een lief dat ofwel bij het ochtendgloren naar de grote toren vertrekt en pas laat op de avond thuiskomt, ofwel uit optreden is, kunnen de dagen lang zijn, zo alleen met de baby. Zeker als ge dan ook nog eens de zon hebt zien opkomen, ‘s ochtends. Het is een gevoel dat alle moederschapsrusters kennen, veronderstel ik.
De eerste weken was ik zodanig overdonderd dat ik alle bezoek heb geweigerd, maar ondertussen is het al veel beter.

Dus. Vrienden. Ge moet maar eens binnenspringen, anders. Zo op de dagen dat henk werkt. Of op die avonden dat hij moet optreden. Belt gerust eens, of stuurt een mailke.

zot van

De eerste.

Vandaag is de eerste man op wie ik ooit een crush had, gestorven. We schrijven 1987, ik was tien, pre-puberaal as hell en ik zag de film wel 15 keer. Ik had het cassetje met de muziek en draaide dat grijs, ondertussen zwijmelend dat ik ook like the wind was, ik. Het buurmeisje en ik, wij deden het dansje na, op onze kamer. Zij was dan de jongen en ik het meiske. Dat mocht allemaal, in die tijd.
Het buurmeisje was niet verliefd op hem, zij was namelijk nog altijd niet over Top Gun heen.

Het zou nog twee jaar duren voor ik nog eens zo’n zware crush had, in 1989 en dichter bij huis deze keer. Ik geef dat toe, mijn smaak in mannen was niet onberispelijk in die tijd. Maar ik was tenminste niet verliefd op Mac Gyver *kuch* hilde *kuch*

En al kinderspam

Ja, ik ben stil.

Dat komt omdat een nieuwe fase in het leven van mijn dochter is aangebroken: die waarin ze went aan haar eigen bed. Ze slaapt namelijk heel licht en kan niet goed tegen lawaai, dus als ze in de living slaapt kan ik niks doen: de juffrouw wordt al wakker van een glas cola uitgieten.

Vorige week hadden we een keer geprobeerd, maar ik denk dat we het volledig fout hadden aangepakt: de baby was in slaap gevallen op lief zijn arm en we hadden haar in haar bed neergelegd, gewoon met haar kleerkes aan. Een uur later werd ze wakker en was het groot drama, dat is evident. Een mens zou voor minder overstuur zijn: ge valt in slaap in de armen van uw vader en ge wordt wakker alleen in een donkere kamer die ge niet kent. Niet. Zo. Goed. Ontroostbaar en al.

Sinds gisteren ben ik echter bezig met een andere methode. Als ik zie dat ze moe wordt neem ik haar mee naar boven, geef ik haar een verse pamper en doe haar slaapzakske aan. Daarna ga ik ermee in haar kamer, zit een vijftal minuten met haar in de zetel en leg haar dan in haar bedje. En dan blijf ik nog een kwartiertje zitten, zodat ze mij ziet als ze haar ogen toedoet. En daarna ga ik dus buiten, want anders heeft dat alleen slapen weinig nut, ziet u.

Resultaat: gisterenmiddag een tukje van anderhalf uur, gisterenavond geslapen van 21h tot 0.30h. En nu ligt ze dus weer in haar bedje, en heeft het hele ritueel maar een kleine twintig minuten meer geduurd.
Ze is wel nog onrustig, hoor ik op de babyfoon. Maar we hebben tijd, natuurlijk. En geef mij een project en ik zal er mij wel opgooien tot het lukt, zo ambitieus zijn we wel.

Het oneindig boeiende leven van een jonge moeder, jawel.

En al

Zen en al.

Bon. Ik moet een manier vinden om me meer te ontspannen. Mijn nek, schouders en hoofd doen constant pijn en ik ben dodelijk vermoeid. Zelfs niet zozeer van het slaaptekort (hoewel dat behoorlijk groot is, maar wie heeft dat eigenlijk nodig, slaap? *kijkt verwilderd*), maar van de constante staat van alertheid waarin ik me nu al vijf weken bevind. Het is nogal overrompelend: iedere kik die Mira maakt trekt mijn aandacht, elke beweging heb ik gezien. Ja, ook ‘s nachts — elk kreuntje, elke grom heb ik gehoord en neemt u van mij aan: het zijn er veel.

Het is een vreemde gewaarwording, vind ik, dat gigantisch verantwoordelijkheidsgevoel over het klein hoopje mens dat momenteel naast me in de zetel ligt.
Als het lief beneden is met haar en ik probeer boven bij te slapen, dan nog: als ze een beetje huilt, dan moet ik al mijn kracht gebruiken om niet te gaan kijken. En dan lig ik daar dus, boven in mijn bed, met wijd opengesperde ogen te denken waarom ze huilt en dat ik beter naar beneden zou gaan.

Of zoals vandaag: ik was in bad gegaan. Voor het eerst sinds ze geboren is (en even daarvoor, maar dat was omdat ik dacht niet meer in het bad te passen. Bygones.). En in plaats van te lezen lag ik te denken “ik zou beter een beetje gaan slapen in plaats van mijn tijd in bad te verdoen, dan ben ik straks frisser om voor haar te zorgen”.

Vanavond ga ik een uurtje of twee naar een trouwerij. Alleen. En ze blijft bij mijn lief thuis. Ik heb nu al stress, hoewel hij perfect voor haar zorgt. Loslaten is zo nooit mijn ding geweest, vrees ik.

En ja, inderdaad. Ik word soms ook moe van mijn eigen. Ge zijt niet alleen.