Twintig kaarten zijn er nog voor het premiere-weekend. Op vrijdag is alles uitverkocht, op zaterdag zijn er dus nog een paar plaatsen.
Iedereen die momenteel nog geen kaarten heeft besteld voor de vrijdag, of zijn aanvraag naar tickets@uitbureau.be heeft gestuurd, of geen mailke terug heeft gekregen: het is te laat.
Wie nog wil komen kijken op zaterdag: wees snel!
Het is al jaren een marginaal trendje te noemen: stadsmensen (ja, zo refereer ik al graag eens naar mezelf en de 237 249 andere mensen die op de 156 km² die wij de Arteveldestad plachten te noemen samentroepen) hebben een klein zwak voor den buiten. Op zondag trekken wij al eens onze gummilaarzen aan om door de modder te ploeteren in onze geliefde Bourgoyen. En er wordt bij wijlen een plattelandsvakantie gedaan, of (oh, avontuur) een fietsvakantie. We hebben zelfs boerenmarkten tegenwoordig: waar de landbouwende medemens uit het hinterland (met paard en kar stel ik me dan altijd voor, maar eigenlijk is het met camionette en kiekenskot) zijn waren aanprijst aan de stedelijke inwoner die normaal voor commisses naar de colruyt gaat — of bij speciale gelegendheden: naar de aula. Wij vinden het allemaal fantastisch, maar laten we wel wezen: men moet niet overdrijven.
Zo bleek er vanmorgen een gigantische mol het trottoir omgewoeld te hebben hier in de straat. En vanmiddag reed er zowaar een tractor met pikdorsgedoe op de ring. Aan vijf per uur. In de spits.
Alsof dat nog niet genoeg was, stond er vanavond in de straat hierachter opeens een geitenstal, midden in de straat. Met GEITEN.
Het is begonnen, lieve stadsvrienden: de buitenmensen zijn hun slapende suburbia beu geworden en ze komen naar hier. Ze hebben genoeg van het kwetteren van gevogelte en de stilte, en nu sluipen ze de stad in. En ze brengen hun gewoontes, hun voertuigen en hun beesten mee, zo blijkt.
Sluit uw luiken, Houd uw dochtes binnen: de stad is niet veilig meer.
(en als ge dan toch per sé buiten wilt komen: dit weekend is er een kunstproject in de Geitstraat. Komt gerust eens af, en geef mij een seintje als ge er zijt)
Project Runway. Heidi Klum komt op het podium.
Lief: ah kijk, Auf Wienerschnietzel is daar.
Een half uur later zit ik nog luidop te lachen.
Wow. Dat was een rotnacht zeg. Zeker 20 keer wakker geweest, waarvan de helft bijzonder angstig. Dat er een mens op onze kamer stond, dat er ingebroken werd, dat er een stuk van het dak was ingestort, dat ik te laat was voor de les,…
Ik heb mijn lief een keer of drie wakker gemaakt, in paniek, om te vertellen dat er iemand ronddwaalde in ons huis. Waarna hij dus opgestaan is om te kijken en mij vervolgens gerust te stellen.
Oh, zo’n ambetant vrouwmens dat gij zijt zegt iedereen nu, hem zo wakker maken. Oh, dat valt wel mee, zeg ik dan, aangezien dat de 10 keer dat ik niet werd gewekt door de angstdromen dat het zijn schuld was. Hij is namelijk verkouden. En we weten allemaal hoe aangenaam het is om de sponde te delen met een snipverkouden man.
Bon. Goed. Het is herfst, ik weet het, dus het is allemaal normaal dat het afkoelt. Maar toch: het is koud in huis. We hebben geen verwarming. En er is geen warm water momenteel. En het tocht. En er moet nog steeds chappe komen. En ik weet niet wat ik nog kan klaarmaken in de wok.
En mijn schouder doet zeer, dat ook. En ik ben moe. En ik heb veel werk. En ze maken lawaai beneden.
Om maar te zeggen: ik heb het een beetje gehad, momenteel.
Boehoe verbouwingen! Boehoe ontwrichte schouders! Boehoe werk en lawaai!