Ja!

Trein.

Hij is kalend, een vijftiger. Grijs pak, bordeaux jas en een blauw hemd. Zoals ik me een zakenman voorstel: De Standaard, een aktentas, duur horloge (met wijzers!) en een ietwat vermoeide blik.
Hij gaat zitten en opent een zakje van een broodjeszaak. Ruikt even en haalt er dan voorzichtig een kaasrol uit. Die hij smakelijk opeet. Er zit veel kaas in, dat is duidelijk: netjes eten is niet zo makkelijk met dit soort voedsel.
Als hij klaar is, veegt hij zijn handen af aan de witte serviet en nestelt zich in de hoek aan het raam.

Een klein half uur later, als ik in Gent Sint-Pieters van de trein stap, slaapt hij. De mond een beetje open en drie kaasdraden nog steeds aan zijn kin. Iemand zou het hem moeten vertellen, maar hij slaapt zo zoet, dus ge kunt zo’n mensen toch niet wakker maken. Toch?

Van een ander

Claus in mijn nota-boekjes (I).

Ik schrijf je neer

Mijn vrouw, mijn heidens altaar,
Dat ik met vingers van licht bespeel en streel,
Mijn jonge bos dat ik doorwinter,
Mijn zenuwziek, onkuis en teder teken,
Ik schrijf je adem en je lichaam neer
Op gelijnd muziekpapier.

En tegen je oor beloof ik je splinternieuwe horoscopen
En maak je weer voor wereldreizen klaar
En voor een oponthoud in een of ander Oostenrijk.

Maar bij goden en bij sterrenbeelden
Wordt het eeuwige geluk ook dodelijk vermoeid,
En ik heb geen huis, ik heb geen bed,
Ik heb niet eens verjaardagsbloemen voor je over.

Ik schrijf je neer op papier
Terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit.

Ja! Neen!

Hij komt.

Hij komt naar België, deze zomer. Concreet betekent dat: we kunnen weer met z’n allen een lamme duim krijgen van het repeat duwen op de telefoon om vervolgens drie dagen depressief te zijn dat we geen kaarten hebben.

Zes maand later kunnen we dan collectief boos worden over hoe every freakin BV het concert als beste concert van het jaar bestempelt in de eindejaarsvraagjes van wie-leest-die-vod-nog.

Ik zeg: als ge kaarten wilt bestellen, dan moet ge minimum tien CDs kunnen voorleggen ter bewijs van uw fanstatus. En een liedje kunnen voorzingen. Mensen die het op gitaar of piano kunnen spelen mogen twee kaarten bestellen.

Dat zou nog eens eerlijk zijn.

Neen! werk

Een beetje zielig.

Lief is optreden in een leuk café, vanavond. En ik wilde graag meegaan. Dat ik nu hier aan de pc zit, betekent dus dat ik een beetje zielig ben.

Gisterenochtend zat ik in een jury voor de provinciale finale van Talent in De Kijker. Gisterenmiddag was er een digitale kloof te dichten. Gisterenavond een optreden. En zo was het plots zondag en bleek na een paar uur zwoegen dat ik mij ferm had mispakt aan het fenomeen “studiefiches”. Bah. Administratie is so not fun.

En dus formuleer ik doelstellingen en evaluatietoestanden voor volgend academiejaar, in plaats van aan de toog te zitten met een frisse pint en misschien wat aangenaam gezelschap. Awoert!