C19

Coronawalks.

Ergens in de jaren ’90.
De zomerdag eindigt zoals het merendeel van de zomerdagen. Zo gaat dat in het dorp: er zijn hier geen honderd keuzes om als puber de middag te spenderen, maar de opties die er zijn, zijn zo mooi dat ze volstaan.

De zon staat laag. Ik fiets aan hoog tempo, in gezelschap van een roedel kameraden, de brug op. We zijn te laat voor het avondeten, want ook dat gaat meestal zo.
Onder mijn T-shirt kleeft mijn halfnatte badpak aan mijn huid, mijn gezicht gloeit een klein beetje van de zon. Zonnecrème smeren doe je in de jaren 90 enkel op vakantie en meestal pas als je al een klein beetje verbrand bent. Bij de Unic aan de kerk is de hoogste te verkrijgen factor 10.

Zoals zo vaak hebben we die middag gezwommen, in Lo-put. Over een prikkeldraad, langs een smal pad aan een maïsveld, een steile bergaf en dan heerlijk koel water. Alleen mensen die hier wonen kennen de weg. Iedereen die volwassen is zegt dat we er niet mogen komen want het is gevaarlijk. We luisteren niet, want wij zijn toch voorzichtig en er kan niks gebeuren. Onoverwinnelijk en overmoedig, zoals alleen tieners dat kunnen zijn.

voorjaar 2020.
We zijn weggevlucht uit de overbevolkte Bourgoyen. Half Vlaanderen heeft in De Lockdown (we denken nog dat het bij eentje zal blijven) het wandelen ontdekt. Het is aanschuiven in het Gentse groen. Hier, in het natuurgebied van mijn jeugd, is het nog rustig. De vertrouwelijkheid die deze plek oproept, blijkt geen onaangename emotie in tijden waar zowat alles onbekend is.
Terwijl we wandelen, vertel ik over de zwemput aan de dochter. De wilde haren en verhalen vliegen in het rond. In 2020 wordt er (terecht!) strikt op toegezien dat er niet gezwommen wordt. De natuur is te kwetsbaar.

Ik haal de factor 50 uit mijn handtas en smeer het gezicht van de dochter in. Met de eerste zon kunt ge niet voorzichtig genoeg zijn.

Najaar 2020.
De Oude Kale-vallei heeft met lovende woorden in De Libelle gestaan. En blijkbaar in nog wat andere boekskes ook, want het is er over de koppen lopen, de laatste weken. We besluiten uit te wijken naar verder gelegen bossen voor onze wandeling. We vinden best wel wat leuke plekken, maar het is moeilijk inschatten hoeveel volk er zal zijn en wat de beste tour is als je een gebied niet kent…

De lockdown is nog niet voorbij en deze stadsbewoners hebben soms wat ademruimte nodig. Daarmee.
Wat zijn de natuurgebieden van uw jeugd, lieve lezers?
Waar kunnen we nog wandelen zonder het gevoel te hebben op in Inca Trail te lopen richting machu picchu?
Waar kan je, op maximum een uur rijden van Gent, een kilometer of 10 stappen, in het groen?

We horen het graag in de commentaren. Ik beloof dat ik niet zal zwemmen op plaatsen waar het niet mag.

C19

Elke dag een werfje.

Tegenwoordig is het niet evident om op het eind van de dag het gevoel te hebben dat ik iets echt verwezenlijkt heb. Mijn dagen zijn momenteel nogal gevuld met lange termijn-projecten: ik schrijf bijvoorbeeld mijn masterproef, maar daarvoor moet ik eerst massaal veel interviews coderen. En ok, zo 10 interviews op een dag bekijken, dat is best wel flink, maar het zijn er 137 en ik moet ze allemaal minstens twee keer analyseren van mezelf. Dus de vooruitgang gaat traag en er zijn geen zichtbare resultaten. Dat werkt op mijn gemoed.
Daarom heb ik deze week besloten dat ik elke dag een mini-werf zou aanpakken vanaf nu. Want wij hebben dingen die blijven liggen. En ook overal nestjes, in huis. Stapeltjes papieren die rondslingeren. Geboortekaartjes waar ik dan eens een kaartje voor moet sturen. Potjes met kleine brol die geen andere plaats heeft. Bekers met balpennen voor als je snel een pen nodig hebt maar waarvan de helft eigenlijk niet schrijft en dan neemt ge een pen en die schrijft niet en dan steekt ge ze gewoon terug. Kendet? Ge kent het.
Eergisteren heb ik oude kranten uitgesorteerd en naar de doos in de kelder gebracht. Vandaag heb ik de koffiezet ontkalkt. En een potje balpennen getest en er 8 in de vuilnisbak gekeild. Zelfs degene die nog half maar niet goed genoeg meer schreven en dat vroeg discipline want ik ben slecht in weggooien. Maar oh, de ergernis van een maar half werkende stylo.

Tien minuten werk. Maar mijn dag voelt nu al als een succes.

vriendjes

Oogst.

Het was eind december 2018, ergens in een huis in Zeeland. De kinderen gibberden het laatste restje energie weg op hun kamers, de volwassenen hadden wijn en een chipke. Sien rommelde in haar tas en haalde een stapeltje geprint papier boven.

Wil iemand lezen?

We lazen. Een paar verschillende kortverhalen, telkens een paar blaadjes lang. Sommige had ik al eerder gelezen, maar Alina en het telefoongesprek met haar mama was nieuw. Het ging nogal naar mijn hart, zoals de dingen recht naar uw hart kunnen gaan de laatste dagen van wat een goed jaar is geweest. Ik weet nog dat ik zei: het is schoon, volders. Maar het doet wel een beetje pijn.

Alina bleek geen kortverhaal. De maanden daarna vertelde Sien over wat ze las, de verhalen die ze hoorde, de helpers met wie ze sprak. Ik leerde over moderne slavernij, over de mensen in de serres, over Roemenië, over de tomaten in mijn spaghettisaus.

Sien leerde dan weer zinnetjes in het Italiaans zodat ze op zijn minst deftig een gesprek kon starten. Zij reisde naar Sicilië in elk seizoen. Ze verdiepte zich in verhalen. Ze nam man en kinderen mee naar Roemenië op gezinsvakantie. In augustus 2019 spraken we af in Napels, in het heetst van de zomer en van Italië. Ze nam daarna haar zoon mee naar het eiland. Hij is zowat Lucians leeftijd.

Enfin. Ik wil maar zeggen: als ge bij het lezen van Oogst denkt dat het voelt alsof alles wonderlijk klopt, dan komt het omdat het gewoon klopt. Sien combineert de zorgvuldigheid van een chroniqueur met de strijdvaardigheid van een idealist. Maar bovenal en vooral is ze een vrouw die schrijft en zo perfect weet te vatten hoe de rauwe kracht van moeders in elkaar zit.

Ik ben zo fier. Alweer.

(De foto is van Sien zelf. Ze laat weten dat ze niet kan kadreren maar dat er wel kastanjes opstaan ter compensatie.
En Oogst, natuurlijk, dat u hier kunt bestellen of gewoon haalt bij uw lokale – essentiële, jawel – boekhandelaar.)

C19

Wat we nodig hebben is een plan.

Tijdens de eerste golf, in het voorjaar, deden wij wat veel mensen deden: pompen om niet te verzuipen. De situatie was dramatisch, maar minder dramatisch dan op veel andere plaatsen en dat besef was er altijd. Het was hier thuis, zoals Maartje dat zegt, geen ramp, eerder een rampje.
Een dochter thuis (gezellig, dat wel, maar zo’n kindje alleen dat wordt snel eenzaam zonder anderen), een man in de cultuursector (hij schakelt gemakkelijk, maar heeft vooral iets nodig om zich op te richten voor mentaal welzijn) en ikzelf met een ambitieus jaar loopbaanonderbreking waarin ik twee masterjaren zou combineren (haha, dat was een goed idee zeg).

De eerste dagen, weken, zelfs maanden was zoeken. Pompen om niet te verzuipen. Het leek beter te gaan, toen in het voorjaar, eens we een plan hadden. Toen we vonden hoe we het moesten regelen. Toen we een ritme vonden, de draai van het leven in lockdown, wat echt telde, wat we wilden en aan welke perspectieven we ons konden optrekken.

Nu we weer die richting uitgaan en de tweede golf hoger blijkt dan verhoopt, wil ik sneller proberen om wat grip te krijgen. Concrete maatregelen. Houvast. Een plan. Want ik wil blijven drijven deze keer.

Daarom: wat is uw plan, voor de komende weken?

Foto door Maartje. Ze heeft een mooie boekenwinkel.

werk

14 kinderen.

Deze blog staat al geruime tijd op een laag pitje. Dat heeft te maken met die opleiding, die goed loopt maar wel al mijn tijd consumeert, zeker in combinatie met de tijd die ik met mijn heerlijke man en kind wil spenderen en met andere engagementen. Dat wil zeggen dat schrijven, buiten de opleiding, er wat bij ingeschoten is. Dat is niet erg en ik ga er mij ook niet voor excuseren. Het komt wel weer terug, ik heb altijd al geschreven en vroeg of laat doe ik dat wel weer. Alles komt altijd goed.

Edoch. Een intermezzo in de stilte. Voor mijn opleiding kreeg ik een opdracht een paar weken geleden. Een vervangopdracht, want de geplande dataverzameling in scholen kon om evidente redenen niet doorgaan. Dus werd ons gevraagd om te reflecteren, als pedagogen, over de impact van de schoolsluiting op het leren van kinderen. Omdat de veiligheidsraad gisteren nog niets besliste en de scholen niet opengaan, gaan we naar een systeem van nieuwe leerstof. Dus misschien is wat ik 3 weken geleden schreef toch relevant. Ik heb geen mening over heropening en wanneer dat moet gebeuren, daarvoor ken ik niet genoeg van statistieken en epidemies. Ik heb wel een mening over onderwijs.
Ik dacht toen, drie weken geleden, na over hoe dat zit voor lager onderwijs, want daar ligt mijn hart en mijn ervaring. Wat doet de sluiting met onze kinderen? En is dat jaar nu hopeloos verloren, grote leerachterstand inclusief als we niet snel beginnen met online lesgeven? Ik post wat ik vlak voor de paasvakantie doorstuurde naar de prof integraal hieronder. To whom it concerns. Als misschien een extra perspectief, voor volgende week.


Bereken de oppervlakte van een vel toiletpapier en meet een tafel in je woonkamer op. Hoeveel velletjes passen er in de tafel? / Lees de achterkant van de verpakking van een product uit de kast. Draag deze zo expressief mogelijk voor en film jezelf. / Maak een stamboom en ga zo ver mogelijk terug. / Tel alle schoenen in huis. Hoeveel schoenen heeft elk van je huisgenoten gemiddeld? Wie is de mediaan? / Beeld een spreekwoord uit en neem daar een foto van.

Elke dag om 9 uur logt de dochter in op de Google Hangout van de klas, op haar eigen laptop. Wat een geluk dat ik vorig jaar de afgeschreven laptop van mijn werk kon overnemen voor een klein prijsje, bedenk ik. Anders had ze nu geen eigen toestel en moesten we kiezen: ik werken of zij werken. Wat een geluk dat wij internet hebben, bedenk ik. Wat een geluk dat ik een bureau heb waar ik even rustig kan zitten, terwijl zij pictionary speelt op Zoom met haar vriendinnen. Wat een geluk dat ik haar kan helpen met die formule om de oppervlakte te berekenen of met die mediaan. Ons gezin heeft, zoals iedereen, wat zorgen en veel stress in deze (noem-het-geen-)lockdown-tijden. Maar ook: wat een geluk.

Elke dag om 9h geeft juf drie of vier challenges door. Dat doet ze goed, die juf: het woord challenge gebruiken in plaats van opdracht sluit aan bij de leefwereld van de kinderen en motiveert hen al op zich. De opdrachten zijn uitdagend genoeg, toch haalbaar én ze kunnen offline uitgevoerd worden. Er worden geen instructies gegeven over hoe gedetailleerd iets moet en dat geeft ruimte voor differentiatie. Mijn kind verliest zich zoals altijd in details. Als ze een stamboom moet maken, dan belt ze de hele dag met grootouders en familie en loopt uiteindelijk vast ergens half de 19e eeuw. Haar stamboom wordt een groot kunstwerk dat dagenlang op de grond van de woonkamer ligt. Wat een geluk dat we stiften en grote bladen papier hebben, bedenk ik. En ruimte om zo’n werk te maken. En dat haar grootouders kunnen videobellen, dat ook.

Als ik haar vraag hoeveel kinderen de challenges doen, zegt ze “een stuk of tien”.
Er zitten 24 kinderen in de klas. En ondanks het feit dat ik blij ben met hoe de school dit aanpakt – met variatie, speelsheid, prikkels, uitdaging, nadruk op praktisch toepassen van wat ze al kennen – denk ik toch vooral: waar zijn die 14 andere kinderen?
Hebben ze geen laptop? Geen internet? Geen zin in challenges? Of zijn die verklaringen veronderstellen enkel het sussen van mijn eigen onrustig gemoed?

Voor ouders met een lagere SES is in het normale omstandigheden al moeilijker om betrokken te blijven bij het schoolwerk van hun kinderen. Niet omdat ze het niet belangrijk vinden, het is een kwestie van vaardigheden, achtergrond, kapitaal en draagkracht (Vellymalay, 2012). Die verschillen worden in de huidige omstandigheden mogelijk nog sterker.

Wij wonen in een Gentse buurt met een kwetsbare populatie. Op de school van mijn dochter krijgen tientallen kinderen elke dag een warme maaltijd, betaald door de stad. Wat eten die kinderen nu? Er is hier in de wijk veel armoede, veel miserie, middelengebruik, intrafamiliaal geweld, vaak verborgen achter muren van te kleine huizen. Leerkrachten houden kinderen in de gaten, er is enige sociale controle op die manier. Als het foutloopt, kunnen zij signaleren. Maar wie ziet nu of het foutloopt? Berkman (2008) beschrijft hoe in veel geïndustrialiseerde landen sociale programma’s voor kwetsbare kinderen voornamelijk vanuit de schoolcontext vertrekken. Gratis maaltijden, signaliseren, ondersteuning geven,… Scholen zonder voorbereiding sluiten zorgt ervoor dat deze ondersteuning wegvalt, met grote gevolgen voor kwetsbare kinderen en hun gezinnen.

De mensen in mijn wijk zijn bang, merk ik. De communicatie van de overheid komt niet altijd bij iedereen aan of is niet voor iedereen duidelijk. Mensen sluiten zich af, plooien terug op zichzelf. Kinderen die normaal op straat spelen zijn nu plots onzichtbaar geworden. Ze mogen niet naar school. Ze zitten niet op de Google Hangout. Esnard, Lai en Wyczalkowski (2018) beschrijven hoe de coping strategieën van ouders een grote invloed hebben op hun kinderen. Als ouders bang zijn in disruptieve situaties, zijn kinderen dat vaak ook. Omdat kinderen niet naar school gaan op dit moment, zijn er geen andere volwassenen die hen perspectief en nuance kunnen geven. Zijn we als samenleving zeker dat die kinderen ok zijn?

In de kranten staat dat er na de paasvakantie aan preteaching van nieuwe leerstof zal gedaan worden, want anders komt er leerachterstand van. Daar vallen een aantal bedenkingen bij te maken. Eerst en vooral: een eenvoudige rekensom (alles is opgefrist, na 3 weken homeschooling van een 10-jarige) leert dat de zes jaren lager onderwijs ongeveer 210 schoolweken tellen. Op het eind van die 210 weken moeten de kinderen de eindtermen behalen. Is het, mits wat verschuiving en flexibiliteit, niet mogelijk om dat ook in 200 weken te bereiken? Uit de resultaten van de wekelijkse coronastudie van de UAntwerpen blijkt dat de Vlamingen al in week 3 van de maatregelen slechter slapen, minder geconcentreerd zijn, meer druk ervaren en we ons neerslachtiger dan gewoonlijk voelen. De voorspelling is dat dit nog zal toenemen. Dus misschien moeten we geen extra druk toevoegen voor gezinnen nu? Misschien is ademruimte en rust geven op termijn waardevoller?

Een tweede bedenking is zo mogelijk nog belangrijker. Leerkrachten merken na de zomervakantie vaak een terugval in het leren van kinderen en die is nog sterker bij kinderen uit kwetsbare gezinnen. Onderzoek bevestigt dit: de negatieve impact van een lange vakantie op het leren is groter voor kinderen met een sociaal zwakkere achtergrond (Cauchemez et al., 2009). De huidige schoolsluiting is geen vakantie, maar zal ongetwijfeld op de leerprestaties van alle kinderen een invloed hebben. Dit blijkt na andere schoolsluitingen (bijvoorbeeld na natuurrampen) waar steeds een negatieve invloed op de academische prestaties werd vastgesteld (Convery, Balogh & Carroll, 2010; Scrimin et al., 2009). Nieuwe inhouden aanbieden dan maar en zo de schade beperken? Voorzichtigheid lijkt hier aangewezen, de 14 kinderen indachtig: als we een groep kinderen met een sterke achtergrond (die we nu bereiken) wél nieuwe inhouden aanbieden en de meer kwetsbare leerlingen zijn niet mee met dit verhaal, dan creëren we een kloof tussen deze groepen leerlingen die misschien, eens de scholen terug open gaan, nog moeilijk te overbruggen valt.

De laatste weken heeft het Vlaamse onderwijs grote sprongen gemaakt op gebied van digitalisering. Er werd gezoomd, geskyped, er werden kennisclips opgenomen en kinderen kregen opdrachten via allerlei digitale platformen. De Kahoots en andere online kwisjes volgden elkaar in sneltempo op. Dat is positief, we leren als leraren bij. De chaotische onoverzichtelijkheid van de eerste weken kan vergeven worden.

Van alle kanten wordt ondersteuning geboden, door kennisplatformen, pedagogische begeleidingsdiensten, lerarenopleidingen, uitgeverijen, techprofessionals. Leerkrachten werken keihard om toch maar hun leerlingen les te kunnen geven. Dat is op zich heel nobel en er valt niets op af te dingen. Maar misschien moeten we, nu we daar een beetje onze weg hebben gevonden, het accent verleggen. Neen, niet naar nieuwe inhouden aanbrengen. Misschien moeten we minder bezorgd zijn of de Vlaamse 10-jarige met twee thuiswerkende ouders wel voldoende onregelmatige Franse werkwoorden zal leren na de paasvakantie. Misschien moet onze focus verschuiven naar de kinderen die we nu nog niet bereiken. De 14 kinderen die niet op de dochter haar klashangout zitten, de duizenden kinderen over heel Vlaanderen die we nu uit het oog verloren zijn. We moeten vermijden dat zij van de radar verdwijnen en op zichzelf zijn aangewezen. Nu is het moment om actief naar hen op zoek te gaan. Om hen op te bellen, briefjes in hun bus stoppen, hen te betrekken. Maar vooral hen te laten zien dat hun school hen niet vergeten is.

De nieuwe Kahoots en online preteaching kunnen nog wel even wachten.

Bronnen
Berkman, B. E. (2008). Mitigating pandemic influenza: the ethics of implementing a school closure policy. Journal of Public Health Management and Practice, 14(4), 372-378.
Cauchemez, S., Ferguson, N. M., Wachtel, C., Tegnell, A., Saour, G., Duncan, B., & Nicoll, A. (2009). Closure of schools during an influenza pandemic. The Lancet infectious diseases, 9(8), 473-481.
Convery, I., Balogh, R., & Carroll, B. (2010). ‘Getting the kids back to school’: education and the emotional geographies of the 2007 Hull floods. Journal of flood risk management, 3(2), 99-111.
Esnard, A., Lai, B.S., Wyczalkowski, C. et al. School vulnerability to disaster: examination of school closure, demographic, and exposure factors in Hurricane Ike’s wind swath. Nat Hazards 90, 513–535 (2018). https://doi.org/10.1007/s11069-017-3057-2
Scrimin, S., Moscardino, U., Capello, F., & Axia, G. (2009). Attention and memory in school-age children surviving the terrorist attack in Beslan, Russia. Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 38(3), 402-414.
Vellymalay, S. K. N. (2012). Parental involvement at home: Analyzing the influence of parents’ socioeconomic status. Studies in Sociology of Science, 3(1), 1.