Ja!

[stokje] Oude Foto’s.

erica.jpg

Els gooide het, een hele tijd geleden. En ik liet het schaamteloos liggen, jawel. Ze drong nog eens aan via mail, het kwam er weer niet van omdat ik te lui was om met de scanner van het lief aan het werk te gaan. Van uitstel kwam afstel, en toen kreeg ik plots nog een stokje en als ik dat wil beantwoorden, dan moet ik natuurlijk ook dat met die foto’s doen. Dus! Geen excuses meer! Ik heb namelijk de oplossing gevonden: ik neem gewoon foto’s die ik al digitaal heb. En dat zijn er van vroeger welgeteld twee, die u nu allebei krijgt. Op de eerste ben ik naar schatting zes en ben ik bloemen van Erica haar trouw aan het kapotprutsen.

De tweede verscheen hier al eerder, en is het bewijs dat ik ook als klein kind al niet graag op de foto stond. U ziet de kindjes uit onze straat. Groter formaat hier. Als u kindjes begint te tellen van rechts: ik ben de vierde, met de staartjes. De mevrouw is mijn tante, Neef T. staat er ook op, net als neef S. in de buggy, denk ik. En voor de mensen uit mijn geboortedorp die hier lezen: u herkent vast ook Kerstin, Anouk, Bruno en misschien nog andere kindjes die ik niet eens meer ken. In de commentaren mag uw aanvulling!

buurt_sm.jpg

Update: doorgeven, ilse. Een stokje moet je doorgeven. Aan de mensen in de commentaren: Annie! En Miss Punt Komma!
En dan ook nog

werk

The interwebs.

Daarnet even opgezocht. “Internet” is een item van alle leerplannen secundair onderwijs. Een mens vraagt zich af waarom een deel van mijn eerstejaars dan denkt dat het internet “een grote computer die in Amerika staat en waar wij op inbellen” is. Vreemd is dat.

werk

SIDin

Zeven. Aantal uur in Flanders Expo vandaag.
Vierendertig. Aantal minuten dat ik met Tom zijn account op een telenet-hotspot heb mogen surfen, om mijn mails te checken tussen de middag.
Zeven-en-een-half. Aantal euro dat een uur hotspotsurfen kost. Voor mensen die al abonnee zijn. Dieven zijn het.
Vier. Aantal tassen koffie die ik gedronken heb uit de thermos van mijn dierbare concullagae aan de stand naast de onze.
Acht. Aantal koekskes die ik heb gepikt van dezelfde mensen.
Eén. Aantal chocoladekoeken gekregen van mijn eigen collega.
Zestig. Aantal keer dat ik de uitleg over onze school heb gedaan.
Honderdveertig. Aantal leerlingen uit het laatste jaar die een formulier hebben ingevuld om nog eens extra gecontacteerd te worden door ons departement.

internet

Ik ben geen leesteken.

En als ik er al één was, dan had ik geen kwis nodig om mij te zeggen welk het was. Het zou een punt zijn. Punt.

Serieus jong, ik wil niet weten welke smaak ijscreme ik ben, welke kleur kerstboom (groen, misschien?), wat mijn bijbelse naam is of — ja hoor — welk soort BH ik ben. Ben, niet heb.

Het wordt helemaal te gek als half bloggend Vlaanderen de quiz du jour begint over te nemen. Kwisjes zijn even 2007 als skinny jeans, zeggen wij hier op Kerygma. En ze zijn enkel voor als een mens geen inspiratie heeft om iets op zijn blogue te zetten en toch compulsief aan zichzelf verplicht is om iets te posten. Laat het gaan, dames en heren, het is maar een website. Of zet er ook dagelijks zo’n delicious ding op, dan heb je binnen vijf jaar ook “minstens elke dag iets gepost”.

Maar bon, eigenlijk meen ik dat allemaal niet. En ik kan dat ook niet zo goed, mensen uitlachen. Maar ik vind wel dat het al veel te lang geleden is dat er nog eens gelachen werd met de Blogosfeer. Aangezien we het van Tom en Stijn niet meer moeten hebben sinds ze verliefd zijn op elkaar en enkel nog elkander pesten, vind ik dat we troonopvolgers moeten aanduiden om de honeurs waar te nemen. Uw kandidatuur in de commentaren, graag. De verkiezingen zullen met een quiz op blogthings gebeuren.