Vrijdag 12h
Lief plet een pil in een halve lepel yoghurt en smeert vervolgens de yoghurt aan de neus van de kat. De kat likt in reflex en de pil is binnen.
Vrijdag 9.30h
Hij ligt nog steeds op het bed, waar hij de hele nacht bij ons heeft gelegen. Hij staat mee op; eet een klein beetje en gaat vervolgens in de zetel liggen. Toch een beetje ziek.
Vrijdag 1.20h
Bij thuiskomst blijkt hij de vaas met tulpen omgegooid te hebben. Someone was bored.
Donderdag 19.20h
Hij kruipt in de vaatwasser. Stil protest.
Donderdag 19.00h
Hij probeert bij lief onder de douche te springen.
Donderdag 18.45h
miauwt nog steeds. Zelfde locatie.
Donderdag 18h
De pijnspuit heeft zijn werk gedaan. Boogie wil buiten spelen. Hij miauwt hartstochtelijk bij het gesloten kattenluik aan de achterdeur en kijkt me zielig aan.
Donderdag 16h
Ik ben hem kwijt en vind hem uiteindelijk slapend tussen de badhanddoeken terug.
Donderdag 15h
De dierenarts geeft hem een spuit, geeft me pillen voor de komende drie dagen en de raad om hem een paar dagen binnen te houden en te laten rusten
Donderdag 14.45h
Zijn longen, hart en koorts zijn ok. Als zijn rug aangeraakt wordt bijt hij en miauwt luid. Zijn klauwen, zowel aan voor- als achterpoten blijken volledig weg/afgebroken. Waarschijnlijk is hij lelijk gevallen.
Donderdag 14.10h
Ik bel de dierenarts. Binnen een half uur mogen we gaan.
Donderdag 13.45h
Boogie stormt binnen, reutelend, met dikke staart. Hij kan bijna niet ademen en piept en kokhalst als je hem oppakt.
Donderdag 13.30h
Ik hoor de katten vechten op het dak.
315 van de 420.
Dat is 75%.
Of drie kwart.
Of: zo ver over de helft, dat binnen heel kort het einde dichter is dan de helft.
Ik heb nu, op dit eigenste moment 315 van de 420 taken verbeterd die erdoor moesten in de kerstvakantie. Hoera!
Waarom houdt ge u in godsnaam bezig met dat te tellen ilse?
Vraag het aan eender welke leerkracht: we doen dat allemaal. Statistische drang, vermoed ik.
Meer statistieken dus! Statistieken galore!
5 taken per uur.
Dat is om de 12 minuten eentje.
Dat is 63 uur verbeterwerk, tot nu toe.
Ofwel: ongeveer 8 werkdagen van normale mensen.
Ik moet er nog 105.
Of nog 21 uur.
Of nog 2 werkdagen en een half.
Einde in zicht. Einde. In. Zicht.
Een stokje van Gudrun!
– Wat wilde jij later worden toen je nog een kind was?
Toen ik heel klein was, de gewone meisjesberoepen: bloemenwinkel, kapster, juffrouw, dat soort dingen.
Daarna, in mijn idealistische jaren: oorlogsjournalist, arts zonder grenzen, onderzoeker in een ver land.
In dagen van overmoed, tomeloze ambitie en zelfoverschatting: burgelijk ingenieur bouwkunde, architect, vrouwelijke Hugo Claus.
Om dan uiteindelijk uit te monden in het ultieme: Baas van de Wereld. Dat laatste is nooit meer over gegaan.
– Wat ben je dan uiteindelijk geworden?
Lector aan een Hogeschool, en met veel plezier. Ik ben ook een beetje baas van de wereld, maar hou dat alstublieft geheim.
– Hoe wilde je er als kind later uitzien?
Een grote slanke negerin die goed kan dansen en goed kan zingen.
– Hoe zie je er nu uit? ik ben niet groot, niet slank, geen negerin en ik kan niet goed zingen en dansen.
– Hoe zag de man/vrouw van je dromen er uit, als puber? Ik heb nooit een ideaalbeeld gehad, tenzij dan een lichte voorkeur voor groot en ietwat getormenteerd. Verder heb ik het nooit gehad voor jongens en halve vrouwen: doe mij maar mannen met stoppelbaarden, mannenvriendschappen, nuchtere realiteitszin, emotionele onbeholpenheid en een afkeer van vrouwenactiviteiten als winkelen, naar de beautyfarm gaan en praten over gevoelens.
En er waren een paar eisen: hij moest verstandig zijn, hij moet mijn lollen verstaan en ge moet er mee buiten kunnen komen.
– En was is het in echte leven geworden? de jongeman waar ik op mijn 15e al een ferme boon voor had. Van dat getormenteerd was ik al even afgestapt wegens vermoeiend, en al de rest zit wel snor.
– Hoeveel kinderen wilde je later, en op welke leeftijd? Voor mijn dertigste, vijf stuks.
– Wat is het uiteindelijk geworden (of wat zal het wellicht worden)? Zeker niet voor mijn dertigste, haha. En mijn lief wordt bleek om zijn neus als ik het over vijf kinderen heb. We hebben maar drie slaapkamers meer over in ons huis.
– Wat was als kind je lievelingseten? En wat lustte je totaal niet? Witloof in d’hespe met puree was mijn lievelingseten. Niet lusten: bloedworst, koetong en paling…allemaal textuurproblemen.
– Lust je dat nu nog (niet), of heb je andere favorieten? ik kan mij nog steeds misselijk eten aan witloofrolletjes, jawel. En ik eet de bloedworst, koetong en paling wel, maar ik vind het nog steeds niet lekker. Voor de rest ben ik een gemakkelijke eter: ik lust zowat alles, en ik eet heel veel dingen heel graag.
Klijn! Miss Puntkomma! Veerle! Vangen, dames….