Nu we aan het werken zijn in ons nieuwe huis, worden lief en ik voor het allereerst geconfronteerd met de combinatie van het concept samenwerken en het concept wij. Zoals in “wij werken samen”. Tegen alle verwachtingen in gaat dat wonderwel en zijn er nauwelijks discussies. Ik had dat, zijn en mijn karakter in overweging nemend, niet echt verwacht. Koppigheid en een duidelijk idee over hoe dingen er moeten uitzien, het is niet altijd evident als ge allebei die eigenschappen tot de uwe moogt rekenen, meneer. Gelukkig sluiten onze ideeën zeer nauw bij elkaar aan en is onze smaak ook bijna volledig complementair. Geen ruzies dus, en zelfs nauwelijks discussie.
Eén ding echter: Lief heeft zich de afgelopen weken ontpopt tot de man van de duizend vragen. Per uur. Die hij allemaal, stuk voor stuk, aan mij stelt.
– Lief, waar is die schuurspons?
– Achter u, schat
– Hebben we nog vuilzakken?
– ik weet het niet, kijk eens in die doos
– Welke doos?
– die op de vensterbank
– Welke vensterbank?
– Waar is de Engelse sleutel?
– Ik weet niet eens hoe dat eruit ziet, laat staan dat ik zou weten waar hij is
– Hoe lang moet dat drogen?
– Dat staat op de verpakking
– Met welke borstel moet die verf geschilderd worden? Waar moet die zak naartoe? Waar is sleutel? Waar is het schuurpapier? Zijn er nog vodden? Waar liggen de sponzen? Zijn er nog emmers? Moet dat met white-spirit?
Toen ik vanmiddag daarover vertelde aan een collega, antwoordde die dat zulk gedrag in de mannelijke genen zit. Blijkbaar iets met “makkelijke weg kiezen” en “niet de moeite willen doen om zelf te zoeken”.
Geheel nieuw licht op de mannenzaak, zeg ik u.
De werken schieten goed op. Met amper tien dagen te gaan, lijkt het plots alsof alles in een stroomversnelling komt. We zijn in de eindfase van het schilderen (MDF not included), vandaag hebben we een eerste laag boenwas op de vloer van mijn bureau gegooid, zaterdag komt papa behangen, vandaag heeft Peterken (met assistentie van mijn ook al beresterke lief) de gietijzeren radiatoren naar beneden gebracht, en die gaan ze bij de schoonouders zandstralen en schilderen.
De slaapkamer is geschilderd nu, behalve de plinten en radiotor-toestanden. En de kasten, natuurlijk, maar dat is evident want die worden pas woensdag geplaatst. Voor de binnenkant van die kasten (en een paar buizen in de kamer zelf) wilden we trouwens knalrood. Na het bestuderen van een hondertal rode tinten, hebben we uiteindelijk de kleur gevonden die perfect was wat we in ons hoofd hadden. En dat bleek het rood te zijn uit de spring-collectie.
Wij zijn echt kleine kinders, soms. Zelfs onbewust, zo blijkt.
Leuke dingen vandaag:
– ontbijt op het terras van de Broderie
– slalom rijden door het volk in de Lange Munt
– in de voorzichtige zon, aan de oever van de Leie zitten en lekker eten
– de verf-lakkers van de muren halen en concluderen dat ge het goed hebt gedaan, dat schilderen
– de al helemaal groot geworden dochter van een vriendin
Niet leuk:
– een half uur te laat zijn op een verkoop en daardoor geen leuke spullen meer vinden
– uw tong af moeten bijten om niet te reageren op uitspraken die van weinig tact getuigen
– Het besef dat het weekend voorbij is
