En er zijn zo van die dagen dat het zo lijkt tegen te zitten dat het haast vertrouwd begint aan te voelen, al die kloterij.
[oh. trouwens. Rookvrij: 309 uur. Ik geef echter geen garanties voor de komende uren.]
In kader van gedichtendag (ja, dat is vandaag) krijgt u het gedicht waaruit de regel hier bovenaan dit weblog komt. Het is graag gedaan.
De zeer oude zingt:
er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings
alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk
als het hart van de tijd
als het hart van de tijd
-Lucebert-
Als u zich in het verleden al heeft afgevraagd of ik een andere hoed draag bij Gentblogt dan hier op Kerygma, bij deze krijgt u uw antwoord.
Ik heb vanmiddag op Gentblogt een artikel gepost over de comedy-zone, waar ik onder andere Lief voorstel aan het …ahum…Gentse publiek. En wel alsvolgt:
De eerste try-out is voor de rekening van Henk Rijckaert en luistert naar de naam \”Loebas\”. Henk begon zijn podiumleven als improvisator bij de BIL en de Lunatics en startte een aantal jaar geleden met soloprojecten. Na \”De Duif\” (finale Humorologie) en \”Het Vergrootglas\” (publieks- én persoonlijkheidsprijs Humorologie) schrijft Rijckaert nu voor het eerst aan een avondvullende voorstelling, waarvan u een stukje te zien krijgt in de Minard. Loebas wordt een voorstelling over honden en kinderen. Of zo u wil: huisdieren allerhande.
(volledig artikel hier.)
Neutraal, niet? Ziet u wel dat ik professioneel kan zijn als het nodig is? Hier op mijn eigen weblog veeg ik daar natuurlijk vierkant mijn voeten aan, aan objectiviteit en al die zever.
Bij deze: de nieuwe voorstelling van Lief is nog niet af, maar is nu al bijzonder grappig. Dat komt omdat lief bijzonder grappig *is*.
“Loebas”, zo heet het en tegen september zal het avondvullend zijn. Lief springt, zingt, danst(!) en vertelt vooral veel lollige dingen in deze show. Volgende vrijdag, 3 februari, is er een try-out in de Minard.
U weet wat u te doen staat.
Zo. Dat hebben we ook alweer gehad.
(Comedy Zonesgewijs en om op de weg der subjectiviteit verder te ploeteren, kan ik u Han Coucke en Gunter Lamoot zeer erg aanraden. De zaterdag, die cover contest, zal denk ik ook de moeite zijn.)
Even ter info, want misschien was het niet duidelijk:
– Ik ken *niemand* uit de Kempen, dus ik zou begod niet weten hoe die mensen zijn.
– Ook al zou ik iemand kennen uit de Kempen, dan nog zou die in mijn ogen niet de maatstaaf zijn voor *alle* mensen uit de Kempen.
– De dames die door onze kleedkamer huppelden waren bijzonder schaars gekleed. En zeer jong om zo weinig aan te hebben.
– De toon van de meneer waarover ik het had was echt wel “om-te-lachen”
– Ik vond het heel erg om te lachen, daarom dat ik het vertelde.
– Ik ben zelf naar ‘t school geweest in Eeklo, en daar zullen we best geen verhalen over beginnen vertellen.
Voor mensen zich aangevallen voelen en al.
Humor en van die dingen.
Vrijdagavond. Een zaal ergens in de Kempen. Comedy Night. Lief heeft al opgetreden en kijkt naar de voorstelling van een collega op het podium. Ik lees in de kleedkamer een boek, in gezelschap van een bekende Antwerpse comedian, die straks de headliner is en aan de tafel dingen op een papiertje krabbelt voor zijn act.
Zeer schaarsgeklede jongedames met te veel make-up en te veel tatoeages lopen op regelmatige basis door de kleedkamer, want dat is de kortste weg naar het toilet.
Als een 16-jarig kindje binnenkomt met een ultrakort rokje en een massa cleavage, ontlokt dit mijn gezelschap de opmerking: “Oei, gij hebt niet veel aan é meiske. Pas op, dat is niet veroordelend ofzo, gewoon een constatering: gij hebt echt niet veel aan…”
Als het meisje na een paar grapjes over en weer de kleedkamer weer verlaat, vraag ik voorzichtig: “Ligt dat aan mij, of zijn de vrouwen hier nogal…auhm…marginaal?”
De Antwerpenaar barst in lachen uit en zegt: “Dat is de kempen.” Als ik nogal verbaasd kijk gaat hij verder:“Neen, serieus, dat is typisch de kempen. Dat is een soort niemandsland tussen Antwerpen en Limburg en dat zorgt dat de vrouwen hier niet echt weg weten met hun eigen. Echt waar, vroeger, toen wij uitgingen enzo, dan was dat algemeen geweten dat ge als ge van de grond wilde gaan, ge naar de kempen moest komen. Gewoon één of andere fuif hier en altijd prijs.”
Wel.
Een mens leert wat bij, op een doorsnee vrijdagavond in een kleedkamer ergens ten lande, zeg ik altijd maar.