Newsletter – maand 1.

*Aren’t we all inspired by Dooce sometimes?*

Lieve Mira

Ik tik dit met één hand, want mijn andere zit aan een arm die in gebruik is. Door jou, om precies te zijn, want je hebt besloten dat die de ideale locatie is voor een tukje. Aangezien je vandaag niet de vrolijke baby bent die je gewoonlijk placht te zijn, laat ik je even liggen en loop liever niet het risico je wakker te maken door je te verplaatsen.
Neen, je bent niet vrolijk vandaag, maar we veronderstellen dat dat komt door het grote feest van gisteren: 160 mensen die je komen bewonderen en koechiekoechie boven je hoofd doen, het zal misschien wat veel geweest zijn voor een meisje van een maand.

Jawel! Een maand! Vandaag precies een maand geleden kreeg ik jou boven mijn gezicht gezwaaid, vers uit mijn buik gesneden. Ik kon je niet vastnemen, want mijn handen waren aan de operatietafel gebonden. Een gemis dat ik echter sindsdien ruimschoots heb goedgemaakt. Soms, als je ligt te slapen, moet ik al mijn wilskracht gebruiken om je met rust te laten en niet een beetje aan je voeten of handen te komen futselen.

Het is me nogal een maand geweest, lieve Mira. De eerste helft heb ik voornamelijk al jankend doorgebracht, met hormonen die me tot wanhoop dreven. Als jij je keel openzette (want dat doen baby’s van jouw leeftijd nu eenmaal), was de normale procedure die eerste weken dat ik gewoon een potje meehuilde.Van vermoeidheid, van onverwerkte emoties of gewoon zomaar.
Nu nog kan ik er niet tegen als je pijn hebt: vorige week lag je naast me te slapen in de zetel en je had duidelijk krampen in je buik. Dat kunnen we namelijk zien aan de pijnlijke gezichten die je maakt en het strekken van je rug en benen. Je sliep door de krampjes heen, gelukkig, maar mijn hart brak toen ik je ongemak zag en dus heb ik maar in jouw plaats een beetje gehuild. Omdat ik niets kon doen om te helpen.
Deze ochtend ook: plots trok je een pruillip — die heb je pas ontdekt –, zette een keel open en je ogen vulden zich met tranen. Je allereerste tranen, kind, dat is alweer een stap naar volwassenheid en functionerende traankanalen. En een aanleiding voor een volgeschoten moedergemoed.

Je allereerste tranen zijn natuurlijk niet de enige mijlpaal: zo lach je sinds vorige week geregeld naar ons. Soms zelfs met een glimlach die je hele gezicht laat oplichten. Wij smelten dan natuurlijk. En roepen hysterisch naar elkaar van moetkeerkomenkijkenmaat (dat is gents voor zie nu toch eens). Die lachjes maken alles wat lastig is aan kleine baby’s weer goed, maar zullen we afspreken dat we die glimlach niet meer doen in het holst van de nacht? En hem niet laten volgen door je we-gaan-spelen-gekraai op dat ongoddelijk uur? Dat zou fijn zijn.
Je vader en ik waren eerder deze week ook onder de indruk dat je nu ook speelgoedjes die boven je hoofd worden gehouden kunt volgen met je ogen. We hadden je bijna ingeschreven in de kangoeroeklas, maar dat is misschien wat voorbarig.

Je vader, dat is die man met de prikkende baard die gezwind en zonder morren overneemt als ik niet meer kan. En die de slappe lach krijgt als je nog maar eens probeert of je met je uitwerpselen tot aan je nek kunt geraken als je maar genoeg in één keer kakt.

Het antwoord is ja, trouwens.

Je papa blijkt ook heel goed in je rustig krijgen als je over je toeren gaat (Hij heeft natuurlijk al vijf jaar op mij geoefend, en jij en ik: we hebbben dezelfde genen). Verder denk ik dat hij veel van zichzelf herkent, want ik kan het nu al met zekerheid zeggen: je karakter lijkt als twee druppels op dat van hem. Dat maakt het nog gemakkelijker om je graag te zien natuurlijk, en ik heb het vooruitzicht dat ik je binnen een paar maand gewoon voor de televisie kan neerplanten als ik eens een uur of zes voor mezelf nodig heb.
Maar alleszins: hij zorgt goed voor ons, en ge moogt dat niet vergeten. Ook niet als hij binnen zestien jaar de jongens aan onze voordeur wegstuurt en u zegt dat ge een ander kleedsken moet aandoen en die schmink van uw gezicht moet vegen voor ge buitengaat.

De voorbije maand is een beetje ingrijpend geweest voor ons allemaal, en het valt me op dat de vierde week zoveel leuker was dan de eerste. En dat elke dag een beetje plezanter is, omdat we jou steeds meer leren kennen. Ik kan nauwelijks wachten om aan maand twee te beginnen.

dikke zoenen

je mama.

16 thoughts on “Newsletter – maand 1.

  1. Ik kan daar eigenlijk nie zo goed tegen. Dooce was grappig, als ‘t mensen zijn die je in ‘t echt kent dan moet ik altijd een beetje tsjiepen. Een zacht ei! Ik! Schoon zun.

  2. a zo scheune!
    en dat al je wilskracht gebruiken om da schoon klein wezentje niet aan te raken als ze slaapt is zoooo herkenbaar.
    arne is nu 2 en ik heb da nog 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *