Van een ander

Kaddisj.

Allez hop, het was Zuiderzinnen vandaag, en ik ben daardoor wel in de stemming voor wat poezie. Oorspronkelijk in het Jiddisch, maar voor u (en voor mij, natuurlijks) vertaald. A libelied mikets hajomim (Een liefdeslied aan het einde der tijden), zo heet het gedicht, en de laatste regels zijn van de mooiste die ik ken.

in dichtheid van verdorde doornen
duiken wij weg in het woest en ledig.
Roep nog niet: ‘Verloren!’
het verliezen is pas bezig.

— Jankev Fridman —