Day: February 16, 2013

eten projecten

Dag 3: die met het bezoek. #dagenzondervlees

Er zijn zo van die ideetjes die beter klinken op papier dan in praktijk. Zoals dat ge na een zware werkweek, afgesloten met een middag feedback geven op examens, wel eens fancy vegetarisch zult koken voor vrienden.

(Over die feedback trouwens. Ik bedacht gisterenmiddag dat het één van die meest delicate dingen is aan mijn job. De studenten die je over de vloer krijgt hebben het, op een paar uitzonderingen na, niet goed gedaan. De meesten die langskomen hadden dat niet verwacht. En dan moet je uitleggen hoe het komt, wat ze eraan kunnen doen en hoe we het naar tweede zit gaan oplossen. Realistisch zijn, maar niet alle moed de kop indrukken. Proberen niemand aan het huilen te brengen. Ik ben doodmoe na zo’n middag. Kordate fluwelen handschoenen kosten veel energie.)

Enfin. Toen ik thuiskwam wilde ik enkel nog comfort food. En dus werd het een ovenschotel. MET CHIPS ERIN. De dochter vond het vreselijk fascinerend, en het was ook bijzonder lekker. En zoals Dorien dat zegt in de commentaren: perfect voor bezoek, want je moet niks meer doen op het moment zelf.
Erbij gaf ik een salade met gemengde sla, kerstomaten die zalig lekker geurden, rode ui, komkommer en venkel. Basilicumolie en witte wijn-azijn eroverheen. En veel peper en zout.

Vooraf vulde ik champignons met een mengeling van kruidenkaas, veel bladpeterselie en lente-ui. Erover wat broodkruim en dan in de oven. Serveren op een bedje van rucola, geroosterde pijnboompitten en een beetje balsamico. En een stuk turks brood erbij.

Het dessert was gekochte appelcake. Want dat mag, en David krijgt daar geen afasie van.

En al

Weekendochtend.

Het is half negen, een doorsnee weekendochtend. Ik lig in de zetel, zij ligt voor me. Lepeltjes in een stil schof, haar hoofd op mijn arm, haar haar voor mijn neus.
We hebben een deken of drie, we hebben kussens. Want ze vroeg om een nestje te bouwen. De televisie staat op en ik hoor vaag kwiskat overgaan in kaatje. Ze ligt rustig, wriemelt wat aan mijn hand, duwt koude kleutervoetjes tegen mijn knieën en ik vind dat niet erg. Ik hou haar dicht bij me en dommel af en toe in.

Zo zien mijn weekendochtenden eruit, tussen half acht en negen. Ik klaag over dat ik nooit eens kan uitslapen, door dat werk van mijn lief. Maar eigenlijk vind ik het stiekem het mooiste moment van de dag. Zij en ik, en nog even geen werkelijkheid in ons nest.

Ik weet ook dat het niet voor altijd zo blijft, dat ze zo bij mij wil liggen. Ze is drie, wordt gauw vier. Grote meisjes liggen niet eindeloos met hun moeder in de zetel, ik weet dat.

Dus ruik ik aan haar hoofd, en sla de geur op voor dagen van later. Ik voel nu al hoe de weemoed die terugdenken hieraan mijn hart zal overspoelen.