Month: May 2014

En al

De moeder aller verkiezingen blijkt geen moeder te zijn. Een moeder zorgt. #vk14

Vooruit, dacht ik. Ge schrijft altijd over de verkiezingen, al van zolang deze blog bestaat, dus nu doet ge het ook. Voor later en de archieven.

Dit waren in aanloop wat atypische verkiezingen, hier ten huize. Ik las wat dingen, ik zag het één en ander passeren. Ik vormde een mening, maakte een keuze, en deed dat in relatieve stilte. Het is voor het eerst sinds ik ga stemmen dat het zo liep.
Elke avond keek ik wat er televisie was, en elke avond gooide ik een DVD in de speler, of duwde op het uitknopje en las een boek. Ik lag in bad terwijl er alweer een debat was. In bad is geen televisie, en ik beschermde mezelf tegen ergernis.
Want bij alle goden: wat was deze campagne irritant. Ik zag de partij waar ik jaren voor stemde zichzelf verliezen in de retoriek van partijen waar ik nooit voor zou stemmen. Wijzen. Peuteren in en leuteren over waarom de ander zo fout was. Zelden ging het over eigen programma’s. Over eigen boezem en verwezenlijking.

“Legt uw hand eens op uw hoofd, en kijk wie eronder staat.” Mijn ouders zeiden dat toen ik klein was. Ik heb de afgelopen maanden veel zin gehad om het tegen de wereld te roepen. Ik heb dat niet gedaan. Het zou niets veranderd hebben.

In plaats daarvan heb ik de dochter uitgelegd wat verkiezingen zijn. In plaats daarvan heb ik zondag een rode rok aangetrokken, met een groene gilet. Ik ben op verkiezingsdag de vleesgeworden stemfie, want tradities zijn tradities zijn tradities.
We gingen kiezen in onze wijk, samen met alle mensen van die wijk. Sommige spreken geen Nederlands. Ik vond dat ook zondag weer niet echt een probleem.
Na het stemmen zaten we in het park en was er spaghetti. Kinders speelden, ouders babbelden, ik was content. Er waren mensen die ik graag heb, en die voor mensen zorgen.
In de namiddag aten we taart voor een jongen van een jaar. Er was familie, er was koffie, er waren mensen die ik graag heb. Mensen die voor iedereen rond hen zorgen.

‘s Avonds keken we op de televisie naar wat voorspeld was en uitkwam. Het is zoals als de hele klas van uw kind de windpokken heeft: ge hoopt dat die van u ze niet krijgt, maar ge weet dat het toch gaat gebeuren. Er is geen hopen aan.
We keken tv, ik rolde met mijn ogen en mijn hart bloedde, ook al had iedereen blijkbaar gewonnen. Mijn lief zei: “Ik had gedacht dat ik blijer zou zijn op de dag dat Het Vlaams Belang kapot zou gaan.” Ik knikte en zuchtte.

Later die nacht las ik op facebook een status, en ik besloot dat dan maar te doen.

Huil een beetje, laat een paar dagen uw kop hangen. En dan schouders recht, nooit stoppen met glimlachen, en heel heel goed zorgen voor elkaar. Geen politieke partij ter wereld die u daarvan kan weerhouden.

eten

Van een fles kunt ge geen deftige foto’s nemen. Allez, ik toch niet.

Zowel in de commentaren hier als op de facebookpagina (die ge natuurlijk al allemaal hebt geliked, ik weet dat) werd de vraag gesteld naar het icetea-recept uit de vorige post. Ik geef toe dat ik efkes met mijn ogen gerold heb omdat het zo simpel is, maar als u dat vraagt, dan schrijf ik.
De laatste drie dagen ben ik dan bezig geweest met proberen om een deftige foto te nemen van mijn fles ice tea. Ik heb alle perspectieven geprobeerd, attributen toegevoegd en de fles op verschillende plaatsen gezet. Uiteindelijk is het deze geworden, wat behoorlijk droevig is. Dat deze de beste was van vijftien. Maar! Beschouw hoe hard ik heb geprobeerd als een bewijs van hoe ernstig ik deze blog neem!

fles

Ice Tea dus. Ik ben dik een jaar geleden gestopt met het drinken van cola. Voorheen kiepte ik zo’n twee liter per dag in mijn hoofd. Gewone, geen light, want ik ben allergisch voor aspartaam.

Twee liter cola per dag, dat klinkt een beetje als “diabetes waiting to kick in”, dus stoppen was de enige weldenkende oplossing. Van de ene dag op de andere was het hier enkel nog water en na zes dagen was mijn hoofdpijn al minder. Na zes maand was er twee kilo minder i. ook, een redelijks coole bijwerking.
Ondanks dat overschakelen heb ik toch vaak zin in frisdrank of sap. Ik koop dan van die blikjes IceTea, maar eigenlijk weet ge ook daarvan niet wat erin zit.
Een paar weken geleden zag ik in de Ikea zo’n rustiekerige limonadefles staan en ik was op dat moment redelijk in Bree Van De Camp-stemming, dus waarom ook niet natuurlijk.

Ondertussen maak ik elke dag Ice-Tea, ook op mijn niet Van De Camp-dagen, omdat het zo weinig werk is. Meer dan een pan op het vuur zetten en een citroen persen is het niet, dus de effort is minimaal, de afwas ook.
Het enige: het moet afkoelen, dus ge moet een beetje anticiperen op toekomstige dorst. Ik maak er gewoon elke dag eentje, ‘s avonds. En de volgende dag is die helemaal koud.
Geen recept, want ge moet een beetje zoeken naar wat ge zelf lekker vindt. Ik geef dus een paar basisdingen die ik de laatste weken leerde.

– Thee
Gebruik theezakjes. Allez, ge moogt ook losse gebruiken, maar losse thee betekent meer werk, want je moet de thee achteraf nog filteren.
Gebruik de thee die je zelf het liefst drinkt, en dan maakt het weinig uit. Ik hou van gewone English Breakfast, en van de Lekker Slapen-thee van Piramide. Mijn lief vindt groene thee ook lekker, ik wat minder.
Laat de thee hoedanook lang genoeg trekken (tien minuten ofzo), want verdunnen met water is makkelijker dan de thee sterker maken. Ik gebruik twee zakjes voor een fles.

– Suiker en co
Ook hier is de regel dat je een beetje moet zoeken wat je zelf lekker vindt. Wij houden nogal van een flinke scheut vlierbloesemsiroop in de ice tea: dat is een beetje zoet, en tegelijk wat zuur en bloemig. Yummers.
Op een grote fles gebruik ik één soeplepel suiker. En dus wat siroop.

– Zuur
Een citroen, een limoen, of iets anders van zuur zorgt ervoor dat de ice-tea friszuur wordt. Ik neem het sap van één citroen op een fles.

Mengen, een trechter op de fles, fles in de koelkast. En een paar uur later: ice-tea klaar.

eten

Koop asperges, c’est bien la saison.

Tegenwoordig heb ik het niet zo voor het internet. Kan gebeuren, en het gaat ook wel weer over.

Ik spendeer mijn dagen verbeterend, examens opstellend, kokend en met mijn handen wroetend in den hof. Mijn bonen groeien tientallen centimeters per dag, en elke avond voor het slapengaan loop ik rond met een schaar om slakken doormidden te knippen. It’s the most cruel thing ever, want de buikspanning van zo’n slak is niet niks en ah laat maar vies verhaal. Maar als het in het moestuinboek staat als de beste methode, dan geloof ik dat.

Maar ik wilde een recept delen. Niet van de fantastische ice-tea die ik elke dag zelf maak, tegenwoordig, maar van de pasta die hier zowat elke woensdag klaargemaakt wordt in deze tijd van het jaar. De dochter lust namelijk geen asperges, maar eet op woensdagmiddag bij mijn mama, dus op woensdagavond krijgt zij boterhammen en wij pasta met asperges. Want asperges zijn lekker. Neen, discussieer niet. Leve asperges.

Het recept is voor twee personen, maar naar goede gewoonte zonder verhoudingen en hoeveelheden én vreselijk ongestructureerd. Een beetje zoals ik kook, dus.
Nodig: Ergens tussen een halve kilo en een kilo asperges (voor vier personen zou ik 3 pakjes kopen), ajuin, sjalot, look, bladpeterselie, wat pijpajuin indien voorhanden, olijolie, twee eieren, raspkaas, peper en zout. Spaghetti.

asperges

Zo maken:
Maak de asperges schoon.

(hou de schillen en onderkanten bij, straks terwijl ge de pasta maakt kookt ge die met wat kruiden, ge zeeft het kookwater en met die bouillon maakt ge soep. Gewoon wat ajuin en wit van prei toevoegen, mixen en wat peterselie toevoegen)

Snij de asperges ze in stukken van een paar centimeter en gooi deze kort in kokend water.

(Water aan de kook brengen, asperges erbij en als het weer kookt na een minuut al afgieten. Datzelfde water gebruik ik dus om achteraf die schillen in te koken. Maar ik geef toe dat ik misschien wat overdrijf.)

Snipper ondertussen wat ajuin en een sjalot, en zet water op voor de spaghetti.

(Als dat water kookt, kook dan de spaghetti. Ik zeg het nu maar, want straks vergeet ik het, en als ge een receptenvolger zijt dan staat ge daar op het eind, met uw ongekookte pasta.)

Doe een scheut olijfolie in een wokpan en laat de uien zachtjes fruiten.

(Dit is uw moment om wat knoflook, peterselie en pijpajuin fijn te snijden en aan de kant te houden.)

Voeg als de uien glazig zijn een paar teentjes gesnipperde knoflook toe en dan de asperges. Bak een paar minuten en bestrooi kwistig met peper en zout.
Kluts twee eieren los met peper en zout, voeg kaas van de rasp toe.

Als de spaghetti gekookt is, giet deze af en kieper in de wok. Overgiet met wat olijfolie en roer onder het aspergemengsel. Roer er nu de eieren door, en de pijpajuin en peterselie. Nog wat peper toevoegen indien nodig. Serveer meteen, met extra kaas.

projecten

Van die trage.

Lang geleden kochten wij eens een huis. Sindsdien zijn wij aan het verbouwen. Ondertussen is dat al een jaar of zes, en het voelt alsof we er binnenkort misschien klaar mee zijn. Volgend jaar ofzo al. Of binnen twee jaar ofzo.
Het verbouwingsverhaal is behoorlijk exemplarisch voor hoe de dingen bij ons al eens traag kunnen gaan.


Op verzoek: de ring. Niet aan mijn vinger, want hij moet nog aangepast worden...

Lang geleden besloten wij bijvoorbeeld ook eens om te trouwen. Amper zes maand later was er al een ring. En nog eens anderhalf jaar later stootten wij stoemelings op een zaal tijdens een rommelmarkt. Een paar maand later lag die zaal vast en hadden we een datum.

Dus. Als ik nu eens in gang schiet en een cateraar, een jurk, een uitnodiging en nog wat kleine details regel zoals ringen en teksten; én als de zaal tegen dan iets anders is dan een bouwwerf vol OSB en co, dan kunnen we in het najaar trouwen. Amper drie jaar na de ring en net voor onze tienjarige jubelee.

Hoe cool gaat dat niet zijn, gasten. Hoe cool gaat dat niet zijn.

(Over traag gesproken. Straks prijsuitreikingskampding van het lampding op de facebookpagina!)

eten

Efficiënt koken.

Op een facebookgroep die ik frequenteer werd vandaag de vraag gesteld naar weekmenu’s en inspiratie. Ik ben, zoals u ondertussen al weet, een trouwe aanhanger van het weekmenugedoe. Maar ondertussen komt het zo vanzelf dat ik eigenlijk nauwelijks nog moet plannen en zelfs niet meer iedere week volledig uitschrijf. Het begint met de juiste dingen in huis hebben, bedacht ik net, en dan combineren en improviseren. Een lijstje: efficiënt vegetarisch koken (met soms een beetje vlees of vis. Uhuh.)

pasta met feta en gegrilde groenten.

Altijd in huis:
– droge voeding: verschillende soorten pasta (lang, kort, lasagne, spaghetti, caneloni,…), couscous, basmatirijst, gewone rijst, risottorijst.
– kruiden: ik heb veel kruiden, maar ik gebruik minstens één keer per week pimenton de la vera, curry, kippenkruiden, chilipeper, paprika, provencaalse kruiden. En peper en zout natuurlijk.
– olie en azijn: olijfolie, notenolie, sla-olie, balsamico-azijn, wijnazijn, iets van fruitazijn, gewone blauwehandjesazijn
– blik of bokaal: tomatenconcassee, tomatenpuree, kokosmelk, boontjes, kikkererwten, erwten en wortelen.
– in de frigo: geraspte kaas, een blok kaas zoals grana padano, geitenkaas, ricotta, room, melk, volle natuuryoghurt, feta en haloumi. Eieren, boter, bladerdeeg. Een potje gemberpasta, verse currypasta en harissa.
– groenten: ajuinen (witte, rode, sjalotten), aardappelen, wortelen, look, knollen zoals bietjes of knolselder. Alles wat lang houdbaar is dus.
– diepvries: vis (brengen mijn aan zee wonende ouders mee van de vismijn. yum.), wat gehakt en stoofvlees van de boerderij, ratatouille/provencaalse saus in aparte porties, overschotten van spaghettisaus en soep. Voor noodgevallen zitten er ook stoomzakjes diepvriesgroenten in (Die Italiaanse van iglo zijn lekker). In het tomatenseizoen maak ik grote ketels tomatensaus, en die vries ik in. Of ik blancheer boontjes voor de diepvries.
– ook nog: rozijnen, noten (walnoten, cashewnoten, hazelnoten, amandels), pitten (pijnpoom en zonnebloem) en sesamzaad
– en soms: vegetarisch gehakt, kipstuckjes, falafelballekes, ansjovis, readymade pesto.
(more…)