En al

Het is maar een sprookje, gelukkig.

bijbel Dag 1.

Ik lees over god die de hemel en aarde maakte, en licht en donker. Ik vertel over hoe hij daarna de zee maakte, en planten en alle dieren. Ze fronst een beetje.
Ik klap het boek dicht, en zeg: “Goed, dit was het sprookje. Nu hoe het echt is: eerst waren er alleen maar hele kleine levende dingen, organismen, en door de evolutie zijn alle dieren en mensen daaruit ontstaan.”
Ze knikt en antwoordt: “Dat is waar, mama. Want wij stammen af van de apen hé?”
Ik glimlach en geef haar een slaapwelzoen. Ik geef haar geen kruiske, maar ik geef toe dat ik het wel heb overwogen.

***

Dag 2.

“Opeens werd alles anders. Voor het eerst voelden ze zich schuldig en ongelukkig. Ook schaamden ze zich omdat ze naakt waren en daarom maakten ze vijgebladeren aan elkaar vast om zich te bedekken. God sprak: Omdat jullie niet naar me geluisterd hebben, zal ik jullie wegjagen uit de Hof van Eden, de wildernis in. Daar staat jullie een hard leven te wachten. De vrouw zal pijn lijden bij het kinderen krijgen en de man zal tot zijn dood toe hard moeten werken.”
Ze kruipt dicht tegen me aan en fluistert: “Die god, dat is precies wel nen viezen zeg. Gewoon voor zo’n appel.”

***

Sinds mijn ouders aan het bijnaverhuizen zijn, neemt de kleine af en toe iets mee naar huis. Zoals, bijvoorbeeld, een kinderbijbel. En nu moet ik elke dag lezen uit het oude testament. Ik heb al eens gepiept, en morgen slaat Kaïn zijn broer dood.

Was ik maar bij Sneeuwwitje gebleven.