En al

Voorbij.

De avond valt. Slaapwel, Saou.

Gisteren op het strand — een kleine postvakantietroostactie — zei die pup: misschien kunnen we volgend jaar vier weken kamperen, want drie is eigenlijk best kort. Hij knikte, ik knikte, maar we wisten allebei dat de volgende zomer zo druk wordt, dat we al blij zullen mogen zijn met twee gestolen weken. Maar soms is kiezen om dat voorlopig te negeren de beste optie.

Het moeilijkste aan terugkomen uit verlof is het besef dat het echt lang duurt voor het nog een keer zo uitgebreid kan. En het idee dat de lange dagen gevuld met hoogstens nietmoeten en leegte voorbij zijn. Dat er handen uit de mouwen moeten. Terwijl ik nog niet eens mouwen aanwil, maar gewoon nog een beetje in bikini in een hangmat wil liggen.

Net als twee jaar geleden was dit een eindeloze zomer. Ik had zes lange weken, met alleen een korte werkpauze halverwege. De man nam volledig vrij, en het was acht jaar geleden dat we zo uitgebreid reisden.

Ondertussen is de realiteit al meer dan een week terug. En doe ik wat elk normaal mens doet: ik verander mijn bureaubladachtergrond naar een foto van mijn berg, zucht eens diep en raap mezelf samen. Een mens kan niet blijven pruilen.