En al

En al Neen!

Fietsendief.

Boehoe. Ik moet naar de coiffeur en naar de stad om boodschappen en mijn lief zijn velo heeft nog steeds een platte band. En dus heeft hij gewoon de mijne genomen om naar het werk te gaan, hoewel ik gisteren had gezegd dat ik hem nodig had.

Tsk. Bestolen in mijn eigen huis, verdorie. Het is proper.

En al

Ongerust.

Ik wil bij deze even for the record zeggen dat ik hem dus vier keer proberen bereiken heb tussen half twee en kwart na twee. En dat ik dus wel degelijk een beetje ongerust was, wat hij ook moge beweren. Ik geef toe dat ik niet in paniek was en niet naar de politie heb gebeld omdat mijn lief een uur later belde dan normaal voorzien. En dat ik gezegd heb tegen klijn “Het zal wel weer iets onnozels zijn, zoals zijn batterij die plat is ofzo”, en dat ik op dat moment op een fuif probeerde te begrijpen waarom mijn ex-lief beweerde dat een tractor een ideaal vervoermiddel is voor Gent Centrum. En ik — toegegeven– was ook enigszins gepreoccupeerd door de vermeende sportiviteit van mensen, door het concept van de fuif die M. en ikzelve gaan geven voor onze nakende volwassenheid en door de leidraad die K. kreeg van reeds bevallen vrouwen ivm. hoe hij zijn wederhelft moest bijstaan binnen zes maand.

Allemaal waar. Maar ik was dus wel degelijk bezorgd é.

En al

Morgen. Maandag.

Morgen is mijn vakantie officieel gedaan. Hoewel ik de laatste weken al ijverig aan het werk ben (ja, ik ben een streber, en dan?) moet ik morgen voor het eerst terug naar de campus. En dan begint het nieuwe werkjaar. Of neen: morgen begint de laatste stuiptrekking van het oude academiejaar. Tweede zit, jawel. Het is best spannend, want aangezien voor tweede zit niet van tevoren ingeschreven wordt, weet ik niet of ik uberhaupt wel studenten zal hebben die geëxamineerd willen worden. Morgen om 8.15h zit ik dus in een lokaal, met mijn fiches, puntenlijst en examenbestanden. En dan zien we wel of er iemand opdaagt.

Anyhoew. Ik moet u niet vertellen dat ik — zoals iedereen — een beetje neerslachtig word van de voorbijgevlogen vakantie. Want hoewel ik meer verlof heb dan de meesten (sinds 9 juli thuis, en minus de twee weken dat ik nu al thuis heb gewerkt is dat toch nog 4 volle weken vakantie), is het alsof die periode als een knippering van mijn ogen is voorbijgegaan.

De eerste week was ons hele leven op sluizeken-ham inpakken en het nieuwe huis verhuisklaar maken, de tweede en de derde week was ons hele leven opnieuw uitpakken en ordenen op de Brugse Poort, de vierde week was schilderen, de vijfde week kwam er een nieuw dak op ons huis en in de zesde week begonnen we de zolder af te breken. En hup, voorbij.

Productief? ja.
Vakantiestemming? Nauwelijks eigenlijk, een paar mooie dagen overgoten met zon en fijn gezelschap niet meegerekend. Ik denk dat het dat niet op reis gaan is, dat het hem doet. En als ik de eerste versie van mijn lief zijn speellijst bekijk, zit er niet veel reis in, dit jaar. Oh well. We zullen dan eens een nieuwe keuken kiezen in de plaats, zekers?

En al

Niet gaan.

Het gaat mij niet. Kent u die uitdrukking? Wel, ik ken het niet anders uitleggen dan dat. Een mooi weekend gehad, daar niet van: met een nacht in Parkkaffee, een feest aan de zee, een brunck in café Parti en een rommelmarkt. En toch: het gaat mij niet.

En al

Werkendag.

Lief is uit werken, al sinds deze ochtend. Een optreden ergens ver in Nederland, dus hij is deze ochtend al vertrokken. In de sfeer van verbondenheid heb ik dan ook maar een intensieve werkdag ingelast. Gisteren hadden we namelijk een etentje met vrienden, en zoals dat altijd gaat met die dingen, is het huis een puinhoop achteraf. Ik heb dus al vaatwassers ingeladen en uitgeladen, er zit een was in, ik heb een tweede laag geschilderd op de gyproc in de slaapkamer, soep gemaakt, verfborstels uitgewassen, de hall opgeruimd,…

En straks doe ik verder met schoolwerk. Trots op mezelf, u heeft er geen gedacht van.