Author: i.

internet

Arnidol give-away. Want blauwe plekken zijn zo 2012.

Een tijdje geleden ben ik gevallen. Alweer, ja, op dezelfde manier als een paar jaar geleden, met dezelfde pijnlijke voet als gevolg en met een bijzonder soortgelijk spoeddienstbezoek. Insert een mopke over een ezel, een steen en hoge hakken in de speeltuin. Ondertussen is het al beter, behalve dan die nachten dat ik wakker word van de kramp, maar bon.

Ik was dag na de lompe val socialemediagewijs aan het klagen over de pijn. Omdat dat nu eenmaal is waarvoor sociale media zijn uitgevonden: klagen, foto’s van de kindjes en grappige katfilmpjes.
Ons Katrijn gaf me de tip om arnica te smeren. Ze heeft namelijk ooit circusschool gedaan, Katrijn, en is dus ervaringsdeskundige in kneuzingen en andere toestanden. Ik deed wat gegoogle op arnica, las dat het ook valkruid werd genoemd, vond dat grappig maar leerde ondertussen ook dat de werking bewezen was, geen mambo jambo.
Jammer genoeg had ik te veel pijn om uit mijn zetel te komen en naar de apotheek te strompelen voor zalf, maar ik had toch maar mooi van het bestaan van arnica gehoord, nietwaar.

Ik moest daaraan terugdenken, toen ik gisteren een pakket vol Arnidolsticks kreeg. Want dat is tegen de blauwe plekken en kneuzingen, zo leert de verpakking, en er zit ARNICA in. Ik knikte, want aja, logisch. Of hoe tijd verprutsen op het internet bijdraagt tot het vergroten van de algemene kennis. Zietwel.

De stick ligt hier te wachten op de volgende valpartij. Aangezien er sprake is van enige genetische belasting blijft het spannend wie het eerst kan testen: de dochter of ikzelf. (of het lief, die vanmiddag vroeg: “als ge nu een hele grote blauwe plek hebt, en ge schrijft met die stick uw naam erop, zou dat dan lokaal genezen en zou uw naam er dan instaan? Dat zou redelijk cool zijn namelijk.”).

Ik had er nog een paar, en opnieuw omwille van de genetica zit er al eentje in mijn moeder haar sjakosh, en is er eentje naar mijn meme gegaan. Maar dan nog zijn er zijn vijf over. En aangezien ik nu ook niet van plan ben om zo veel te vallen, mag u er gerust eentje hebben.

Gil even hieronder, of op een sociaal medium naar keuze.

Update: ze zijn weg, lieve mensen.
* Lynn krijgt er eentje, want zij was eerst.
* Elly was eerst op facebook en in het Midden-Oosten kunt ge dat niet krijgen.
* Evelien stuurde een indrukwekkende foto van haar blauwe plek
* Lien krijgt er eentje, want mijn Sientje 90210 heeft altijd blauwe plekken en dat kan niet (en hé, ik mag soms eens vriendjespolitiek doen)
* En Jessie krijgt de laatste, wegens snel gereageerd én een dochter met een bloedstollingsziekte.

Al de rest: op de site van kunt u er gewoon zelf eentje aanvragen! Gratis!

Ja!

En dat komt dus allemaal terug, in gulpen, dankzij dat boek. #tijdvoor80

Toen ik klein was had ik een hond en een vriendinnetje. Allez, ik had meerdere vriendinnetjes, maar ik had een beste klasvriendinnetje en ze woonde bij ons om de hoek. We schrijven ergens halverwege de jaren tachtig, en we waren een jaar of acht. Het vriendinneke kwam vaak bij ons thuis, ik ging vaak naar daar om te spelen. Ge weet wel zoals dat gaat, als ge acht zijt. We speelden met de barbies, of met de lego.

(Van die Barbies gesproken: mijn mama heeft vorig jaar mijn allereerste Barbie aan mijn kleine cadeau gedaan. De Barbie waar ik zo lang voor gezaagd heb om ze te krijgen en waar ik zo fier op was. Het was een echte, en niet zo’n Cindy of watnogmeer. Ze had een balkleed en een fitnessoutfit. Appelblauwzeegroen, precies Jane Fonda, en een bandje in haar haar. Dit was de beste barbie ooit, ik zeg het u. Toen ik vorig jaar opwierp dat drie jaar te jong was om een Barbie te krijgen en al zeker te jong voor mijn lievelingsbarbie, kreeg ik te horen dat ik zo flauw niet moest doen en “het is niet alsof gij er nog mee speelt, toch” en “zie eens hoe content ze ermee is, dat schaap”. Ik heb toegegeven. Ondertussen zit het hoofd van de lievelingsbarbie los en wordt haar haar nooit meer gekamd. Maar ik wil niet flauw doen, ik.)

(Van die lego gesproken: de kleine heeft sinds kort ook haar eerste echte lego en daar is dus echt iets mee gebeurd. Ge moogt mij tegenspreken, maar vroeger was lego toch een bouwdoos en daar waren allerlei verschillende dingen die daarmee gebouwd werden? Nu is dat een doos en die doos kan precies één iets worden: een dierenwinkel, een bootje, een garage. En dan is het gedaan. En de lego is er nu ook in een meisjesversie. De lego van mijn dochter is roze. Hoe gaat ze ooit bouwkundig ingenieur worden met ROZE lego? Zeg mij dat eens, Scandinavië met uw progressieve systemen?)

Maar goed. Ik had ook een my little pony en een donkey kong-spel.

(Van die My Little Pony gesproken: die was dubbel zo dik als de huidige Applejacks en Bonbons. En ik heb tot mijn twaalfde gedacht dat het haar zou groeien als ik hard genoeg borstelde, omdat iemand mij dat verteld had en ik alles geloofde. Zie ook pipi in zwembad.)

(Van dat Donkey Kong-spel gesproken. ‘s Avonds, als ik gaan slapen was, dan speelde mijn papa daar altijd op. En dan verbrak hij mijn highscore. ‘s Morgens was ik dan boos, en als hij gaan werken was haalde ik de batterijen uit het spel omdat alles dan gereset werd en ik weer de beste score kon hebben. Iedereen dacht dat het spelletje gewoon soms mankeerde, maar euhm. Sorry papa.)

Enfin. Ik dwaal af. Spelen dus. Mijn vriendinneke had Een Troetelbeer. Ik schrijf dat met hoofdletters, want misschien weet u dat niet maar dat is een eigennaam, Een Troetelbeer. Halverwege de jaren 80 waren die dingen onnoemelijk hip bij kleine meisjes, samen met gommetjes die zo erg als een aardbei roken dat ge er wel moest in bijten. Die beren waren duur, en ik kreeg dat niet. Maar het vriendinnetje had er eentje en zij en de troetelbeer waren onafscheidelijk. Ze ging altijd met zoveel zorg om met die beer, en ze was er zo voorzichtig mee. Schoon was dat.

Halverwege de jaren 80 had ik een hond. Een puppy. En toen opeens, een moment van aandachtszwakte later, had de troetelbeer van M. een oor minder. Trauma’s van mijn jeugd, meisjesverdriet en tranentuiten.

Dat kwam dus allemaal boven, dankzij het fantastische boek dat ik kreeg van het Huis van Alijn, De jaren 80 in België. Koop het, als u van mijn generatie bent. Of bezoek de website en de expo binnenkort!

kinderspam

De pauw.

Deze week was de kleine een dag bij haar oma. Toen we haar gingen ophalen vertelde die dat de mini had verteld over de pauw, en dat van de pauw je niet mag trouwen als je in de kerk woont. Het gevolg van een hele hoop gesprekken, de laatste maanden.

Eerst was er een vraag over de kerk, en mijn uitleg over dat het huisje van een club was. En dan de vraag of wij ook in de club mogen, en nadat ik had verteld dat we dat niet wilden, maar dat gelukkig zelf mogen beslissen kwam het onvermijdelijke “WAAROM willen wij niet in de club?”

Ik heb toen verteld dat we de baas van de club niet leuk vinden. Dat de baas van de club de paus is, en dat die allerlei gekke dingen zegt. Ik moest natuurlijk uitleggen welke gekke dingen. Ik heb één voorbeeld gegeven, en dat was voldoende voor het kind. “De paus zegt bijvoorbeeld dat meisjes alleen op jongens verliefd mogen worden, en jongens niet op andere jongens. En meisjes niet op andere meisjes.” Dat vond ze redelijk absurd, en ik dacht: ik doe dat hier niet slecht, met die vierjarige.

Vorige week passeerden we weer een kerk, en kreeg ik hetvolgende gesprek op mijn boterham.
“Woont de pauw dan in de kerk, eigenlijk?”
“De paus, liefje. Neen, dat is de grote baas. Die woont ver weg, in Rome, maar hij is wel de grote baas van alle kerken.”
“En wie woont dan in deze kerk?”
“niemand, maar de kerk heeft wel een pastoor. Dat is de kleine baas van deze kerk.”
“Oh. En heeft elke kerk een pastoor?”
“Ja, dat denk ik wel.”
“Of twee? Of drie?”
“Goh, dat was vroeger misschien zo, maar nu zijn er niet zoveel pastoors meer. Dus is eentje per kerk al meer dan genoeg.”
“Waarom zijn er nu niet veel pastoors meer?”
“Ik weet het niet goed, maar misschien wel omdat de paus die gekke dingen zegt en dat dat moeilijk is voor de pastoors. En dat daarom mensen geen pastoor meer willen worden.”
“Wat zegt de pauw dan?”
“De paus. Hij zegt bijvoorbeeld dat als je pastoor wilt worden, dat je dan nooit mag trouwen of een liefje hebben.”
“Wat? Waarom?”
“Ik weet het niet, zoetje. Ik weet het niet.”

Vijf minuten later, na een nadenkende stilte achteraan de auto.

“Van mij mogen de pastoors allemaal trouwen en zoveel liefjes hebben als ze willen, mama.”
“Ik zal het doorgeven aan het vaticaan, kind. Dankjewel.”

Een andere keer: het verhaal van die keer dat mijn lief moest uitleggen wat racisme was. Het eindigt met de prachtconclusie van het kind “Allez. Al een geluk dat ons vel wit is, hé, papa.”

projecten

Het zaagje

Deze zomer, deze lange zomer aan zee, heb ik een verbeten fascinatie opgevat voor de papieren bloemen die overal op de Belgische noordzeestranden verkocht worden. Ik zeg Belgische Noordzeestranden, want volgens vriend T. gebeurt dit nergens anders ter wereld. Ik heb gezocht en gezocht op het internet en inderdaad niks anders dan Vlaamse referenties gevonden. Dat is dus cultureel erfgoed mensen, en ik besefte het niet.

Blijkbaar heeft ook elke kustgemeente eigen gewoontes: op sommige stranden betaal je met handjes schelpen, op andere zijn de prijzen hoog, maar is eender welke schelp ok. Op ons strand, in Knokke is dat, is het betaalmiddel couteaukes. Althans, zo worden ze genoemd, maar de correcte naam blijkt \”zaagjes\”. Tricky eraan is dat de couteaukes niet gevonden worden op het strand van Knokke zelf. Maar daarover later meer.

Gisteren lachte mijn onwettige luid en sprak de woorden: \”Man, gij zijt toch echt nen streber hé zeg.\” En het is waar. Sinds ik mij op het bloemmaken heb gestort, wil ik liefst zo mooi en origineel mogelijke bloemen maken. Een gewoon éénkleurig bloemeke is allang niet meer genoeg, ik doe ongegeneerd mee in de competitie van hipste papieren bloemen op het strand. Dat ik momenteel niet zo mobiel ben wegens een verzwikte voet heeft de situatie niet verbeterd: bloemmaken is een top strandzetelactiviteit, zo blijkt. Dat is lezen ook ja, maar heeft u als uw boek uit is grote rozen met een panterprint? Ik dacht het niet.

Should i stay or should i go?

Aan het begin van het zomerseizoen had de dochter voor het eerst een winkel. Ik kocht materiaal, maakte bloemen en de dochter verpatste ze. Zo verzamelde ze de noodzakelijke couteaukes om zelf bloemen te kopen. Ze koos roze bloem na glitterbloem bij andere kindjes en toen liep het wat fout. De kleine weigert aangekochte bloemen verder te verkopen. En sinds gisteren is de kleine ook selectief in wat ze zelf verkoopt: zijn mijn bloemen te mooi (en ik wil niet stoefen, maar ja) dan wil ze ze zelf houden en niet verkopen.

Gevolg: slinkende voorraad couteaukes. Gevolg: deze winter gaan wij allemaal samen op zoek naar zaagjes, om tegen volgende zomer een mooi startkapitaal te hebben. En nu mag u mij helpen: waar aan de Noordzeekust vloekt u weleens omdat er zoveel van deze schelpjes liggen? Het gezaagde randje is van cruciaal belang.

Neen!

Als we er ons nu eens gewoon overheen zetten, owkay?

Zowat elke week herhaal ik de wijste levensles die ik heb tegen mijn kleine. Ik tover ze uit mijn wijshedenhoed en vertel haar voor de zoveelste keer hetzelfde. Meestal nadat ze aan het klagen slaat over iets dat ze niet mag of krijgt. Of over iemand die iets mag wat zij niet mag.

Ik heb het dan over kijken naar je dag, en denken over alle leuke dingen die je al hebt mogen doen. En alles wat je al gekregen hebt. En over hoe je altijd kan kiezen: blij zijn om wat je wel hebt, of zeuren over wat je niet hebt. Ik vertel dan over dat er altijd wel andere mensen zullen zijn die iets hebben wat jij niet hebt. Maar dat je daar niet te veel aan moet denken, maar gewoon eens moet nadenken wat voor leutigs je zelf allemaal kunt doen. Want dat je anders heel verdrietig en ongelukkig wordt. En dat niemand daar beter van wordt.

Een beetje count your blessings, in kleutertaal. Wees blij met wat je hebt en stap content de dag in.

Dit gezegd zijnde: in 2013 hadden we de mooiste zomer sinds jaren. Het is de eerste keer dat mijn kleine elke dag buiten kon spelen deze vakantie, en ze is vier jaar. We hebben zon gehad, we hebben lange avonden in warme tuinen gehad. Bovendien wordt het ook de komende week nog mooi, zo zeggen de weerboeren. Du-us. Die opmerkingen op facebook en twitter over hoe het de laatste dagen altijd maar vroeger donker wordt en dat dat zo vervelend is: zie cursief hierboven.

(En ik wil dus niemand ongerust maken hé, maar het wordt dus herfst binnenkort. En daarna winter. En met wat geluk daarna ook weer lente. Echt.)