Author: i.

Ja!

Over de Koterij en de volgende stap.

Do what you love, love what you do.

Dat avontuur van mijn lief op het internet, dat is nogal wat. Ik vertelde daar al eerder over, hier en hier. 54 afleveringen van de Koterij zijn er ondertussen, en 7600 abonnees.

Maar ondertussen is er meer.
Make in Belgium, bijvoorbeeld, waar bijna 2000 Vlaamse makers van zeer divers pluimage elkaar helpen. Er loopt een Secret Santa, momenteel, en ik vind die zo schoon dat ik er soms wat van gepakt ben.
En mijn man vergadert vaak, de laatste maanden, want hij heeft weer grote plannen. Ik mag daar nog niks over zeggen, maar het wordt allemaal zo cool. You will love it.

Ik ben daar ongelooflijk fier op. Dat hij altijd doet wat hij het liefste doet. Dat hij zo veel energie in al die dingen steekt, gewoon uit liefde voor heel het maker-verhaal. Dat hij altijd zo keihard zichzelf blijft en doet wat hem gelukkig maakt.

Portret Henk Rijckaert, 2016, Working Class Heroes, Atelier, Gent, Hout, knutselaar, Comedian,

Het is constant zoeken en proberen. Beter worden. Experimenteren. Monteren tot een kot in de nacht. Soms vloekend om het koterijgebeuren te combineren met zijn ander werk. Zoeken ook naar wat daar nu eigenlijk het verdienmodel van is. Want we moeten daar eerlijk in zijn: hij is per week 4 of 5 dagen bezig met iets waar hij eigenlijk niks mee verdient. We denken allemaal mee, de mensen rond hem. Workshops geven. Hier en daar iets gesponsord doen. Wat kruimels van youtube, af en toe. En het zien als een soort van idealisme.
De laatste maanden kreeg hij echter steeds meer vraag van kijkers die zeiden: we willen ook iets doen, we willen helpen.
Met schroom en na veel nadenken besloot hij een paar weken geleden om toch eens te kijken naar dat Patreon-gedoe. Omdat de suggestie ondertussen al van zo veel verschillende kanten was gekomen. Patreon is een platform genre kickstarter, waar je mensen die iets maken kunt steunen. Een hedendaagse vorm van mecenaat, zeg maar. Sinds vandaag heeft hij dus een account.

Daarnet had ik hem aan de lijn, en hij was er oprecht van gepakt. Dat er al 15 mensen zich hebben ingeschreven zeg.

Ik moest lachen. Want als er één iets is dat ik heb geleerd dan is het dat oprechtheid altijd wordt beloond, op één of andere manier.

Dus. Als ge u geroepen zoudt voelen: check het eens, die Patreon. Misschien is het iets voor u. En indien niet: nog altijd even welkom, natuurlijk, op dat youtubekanaal.

eten

Honger!

Kendet? Van die weken? Waarop uw agenda er zo uitziet:

Ik wel dus, want dat hierboven is een screenshot van mijn agenda, u had dat al door als goede verstaander. Nu november op zijn eind loopt, blijkt dat we hier met een serieus geval zitten van dat gedoe met hooi en een vork. Vandaar dat er niet veel tijd is om te bloggen, trouwens. Of om te slapen, dat ook.
Enig drama is mij niet vreemd, u weet dat ondertussen, maar bovenstaande screenshot is wel degelijk een toonbeeld van self-inflicted. Ik zal er u later eens over vertellen, als ik er een beter zicht op heb maar alvast dit: het is volledig eigen keuze. Dus ik ga er ook niet over zeuren.

Evenwel. Aan de vooravond van weken als deze ben ik ongelooflijk blij dat mijn lieve vriendin Kim een boek heeft geschreven. Ik heb u daar misschien al over verteld ooit. Sinds dat boek er is, kan ik op zondagavond Honger! kan openslaan en op vijf minuten mijn weekmenu maken.
Dat doe ik zo. Ik neem het hoofdstuk pasta, ik kijk in de lijst bij herfst en winter, en ik kies een pasta waar ik zin in heb. Maandag. Ik neem het hoofdstuk granen en rijst, ik kijk bij herfst en winter, kies en hopla dinsdag. Ik neem hoofdstuk groenten, ik…enfin u begrijpt ondertussen mijn punt.

Aaaaah. Rust in mijn hoofd. Niet nadenken over het eten een ganse week, en een boodschappenlijstje met maar 5 items erop: kappertjes, gember, bladerdeeg, mozarella, eieren. Het hadden er ook minder kunnen zijn, maar deze dingen waren nu toevallig op.

Honger! heeft een aantal gigantische voordelen:
1. Het gaat mee met de seizoenen. We doen nog steeds aan zelfoogst, dus wij ook. Welkom, maanden van de savooi, wittekool en bietjes.
2. Er staan geen foliekes in. Elk recept is een hoofdgerecht. Simpel.
3. Er zijn altijd uitwijkmogelijkheden: Kim suggereert bij elk recept varianten, dus ge kunt altijd wel terugvallen op iets dat al in huis is.
4. Er staan bij elk recept extra’s voor als het wat meer mag zijn. Zo maakte ik vandaag een side salad met venkel en appel. De gesuggereerde selder had ik niet in huis, but who cares.
5. De porties zijn echt. Met alle respect voor mevrouw Naessens, maar als ik een recept van haar maak moet ik de hoeveelheden verdubbelen en er een stukske brood bij eten. Ik voel mij dan altijd een beetje een vraatzuchtige gulzigaard. Bij Honger! niet. Daar mag er een kaaske bij, en nog wat extra pasta of patatjes. Ik heb dat graag, zeker als ik het druk heb en zo al zielig ben.

Honger! is een boek voor de ontspannen kok met niet altijd even veel tijd. Voor wie graag kookt en prutst in de keuken, maar ook voor mensen bij wie het al eens een beetje vooruit mag gaan.
Echt eten voor echte mensen. Echt iets voor u dus.

eten zot van

Thuiskomen.

Het was zo’n avond. Ge weet wel: lange werkdag, de hele dag rushen, buitenkomen en de man sms’en dat ik onderweg was, en dat er waarschijnlijk nog kip in de vriezer zat en dat hij die alvast kon ontdooien. Want dat ik zou improviseren, voedselgewijs. Eens thuis bleek er niks te improviseren: alles wat ik in mijn hoofd had zou niet lukken. Geen risottorijst meer. Geen graantjes. Geen noedels. Wel heel veel groenten, want man en kind hadden een uitstap naar de boerderij gedaan. Ik rommelde in de zaken, vond gigantische hoeveelheden boeren- en palmkool. En ik dacht aan Dorien.

Want de laatste twee weken lees ik elke dag in het nieuwe boek van Dorien. Thuiskomen. De titel klopt, op zo veel manieren. Ik kom thuis in het boek, het boek helpt mijn thuiskomen. En ik voel als ik lees hoe Dorien thuiskomt in dit boek.
In Thuiskomen staat een recept met kool dat ik van een post-it had voorzien. Want ik heb vaak kool, en eigenlijk vinden wij dat niet zo overdreven lekker.
Nu wel dus, want wat een fantastische saus is me dat zeg: gaargekookte kool, mixen, olijfolie en kruiden. Een een heerlijk strooisel eroverheen. Italiaans, leerde ik, maar ik was er zelf nooit opgekomen.

(more…)

En al kinderspam

Zes dingen over afgelopen vrijdag.

Eén.
Er mag altijd maar één ouder mee. Ik snap het, maar dat is van het ergste, voor iedereen. Zij wil niet kiezen, hij wil het mij niet ontzeggen, ik krijg het niet over mijn hart om mijn plaats af te staan. En dan zit ge op recovery met kinderhandje in uw ene hand, en een gsm in de andere. Ge streelt het handje, en ge stuurt per tien seconden een bericht naar de vader aan de andere kant van de deur. Want daar zijn is nog erger dan hier zijn en hier is het al zo moeilijk.

Twee.
Het was nog vroeg toen we naar Ieper reden. Zoals sommige mensen de liefde volgen naar de andere kant van het land, zo volgden wij een dokter, van het UZ naar een ziekenhuis in Ieper. Het is niet anders.
Mijn nacht was kort geweest en voornamelijk woelen. En dat was al een paar nachten zo. Maar we deden flink, zij deed flink. Ze maakte grapjes en was vrolijk, tot ze dat operatiehemdje kreeg en ze met haar kleren ook haar moed uittrok.
Ik kon alleen maar bij haar liggen en wachten tot de pré-medicatie begon te werken.
Hij kan alleen maar naast ons zitten en zacht over haar hoofdje wrijven.

Drie.
De beslissing, die werd op de halfjaarlijkse controle genomen, voor de zomer. Ik vroeg wat ik elke keer vraag, al zes jaar: Als het uw dochter was, zou u opereren, dokter?
Voor het eerst in die zes jaar zei de dokter ja. Omdat haar ogen volgroeid zijn, omdat haar bril niet echt nodig is voor zicht, enkel voor het wegdraaien van dat oogje. Omdat er voor de bril rigoureus afgeplakt was. Omdat het er niet zou uitgroeien. Ja, ge weet het wel hé, dan. Maar het is nooit van harte, zo’n afspraak maken.

Vier.
Het wachten. Hels, tergend, vloekend wachten. Bladerend in een krant want een mens moet toch wat. Sociale media en tijdsverdrijf. Mijn man en ik, wij zwijgen niet vaak, maar dat uur dat ze wegwas, toen wisten we allebei niet wat zeggen. Omdat het maar over één ding kan gaan, en als ge daar te veel over praat op dat moment, dan gaat het opeens niet meer.

Vijf.
Toen ze terug op de kamer was, liet ik haar bij hem achter en ging alleen een broodje halen. Halverwege de weg naar de cafetaria kon ik nog net op tijd een toilet binnenvluchten, zodat ik een beetje ween-privacy had. Er zijn limieten aan elkeen zijn flink, zo blijkt.

Zes.
Het zijn van die dagen die een ouderhart aan stukken rijten. Stukken die gelukkig bij de opluchting al weer een beetje aan elkaar geplakt worden. Maar ge weet al van tevoren dat ge het altijd gaat blijven zien, die scheuren, ook al is alles in principe hersteld. Het zijn die dagen die ge nooit meer vergeet, omdat een hart maar een bepaalde hoeveelheid machteloosheid aankan. Eens daar voorbij, is dat gevoel voor altijd in uw lijf gebeiteld.

***
Deze brug is genomen, nu volgen druppels (teh drama!), herstel, controles, opvolging en dan hopelijk een positief verdict. Of opnieuw een operatie. Maar laat ons dat nog efkes negeren, voorlopig.

En al

Wat voorafging.

7 jaar en 11 maanden dierenliefde, dat ging vooraf. Haar eerste woord was POE, wijzend naar Boogie. Elke kever pakt ze op, elk vogelke heeft ze gezien. Ze speelt met spinnen, aait zonder vrees gigantische paarden en wacht geduldig bij een schaap tot het lammetje geboren wordt.
Ze was drie toen ik een keer zei: “kijk een eend” en ze antwoordde “neen, een waterhoen.”

Dat kind.
Treuzelt door het leven omdat ze het zo druk heeft met alles bekijken. Gaat op haar hurken zitten, maakt een geluidje en heeft er weer een nieuwe kat-vriendje bij, draaiend rond haar benen. Ordent haar herinneringen aan de hand van aanwezige beesten.

De boerderij van Scotta in ijsland, het huisje met Pluisje en Charcuterie in Frankrijk, de camping met Wortel, de camping met Tjoezepoeze. Ze weet van elk dier in haar buurt de naam, en als ze het niemand kan vragen dan noemt ze ze zelf.

“Weet je nog, mama, dat restaurant waar we op de parking die rosse poes zagen? Wel, daar had ik …”

5 jaar gezeur om beesten, dat ging vooraf. Mag ik een puppy? Waarom hebben wij geen hamster? Ik zou zo graag een paard hebben. Mag ik wandelende takken? Kippen? Nog een kat?

Wij zegden altijd neen, met argumenten. Te veel gedoe. De kat is al genoeg. Dan moeten we weer iets zoeken als we op reis zijn. Enzovoort, enzoverder. Volwassen argumenten, die natuurlijk het hart van een dierenvriendje niet vullen.

En toen werd ze acht, ergens op reis deze zomer. Ze kreeg een speelgoedcavia (ze was euforisch, toen al), en de boodschap: je krijgt er ook twee echte, als we thuis zijn.

Ze wees naar haar vader en riep: niet liegen hé papa. als dit een grapje is ga ik echt boos zijn hoor. NIET. LIEGEN.
Hij lachte dat hij niet loog.
Zij weende van geluk.

Dat was dus wat voorafging. Aan dit.