Author: i.

projecten

Round up: week 1 en een klets. #dagenzondervlees

Bon, we moeten realistisch zijn: elke dag recepten posten, dat is duidelijk niks voor mij. Maar we doen hier nog steeds van dagenzondervlees, één dag niet meegerekend. Op die dag aten we MacDonalds en in termen van ecologisch bewustzijn kan een mens moeilijk dieper vallen. Foei voor ons, dus.

De dingen die ik maakte de afgelopen week: deze lekkere ovenschotel, een keer gevulde champignons met boursin, bladpeterselie en lente-ui, een risotto met tomaat, venkel, rode bonen en courgette, de gemakkelijke pasta met walnoten en mascarpone en een keer vals vlees met preipatatten. We aten ook een keer buitenshuis, en vloekten op het feit dat er bij vegetarische restaurants altijd indische pingelmuziek lijkt te horen. What’s that all about jom.

risotto met venkel en tomaat

Gisteren hadden we weer bezoek, en toen werd het eerst de soep van aardpeer en koriander, daarna maakte ik pastarolletjes (in den delhaize kan je nu verse pastavellen kopen voor lasagne, als je die natmaakt kan je ze oprollen), met een vulling van spinazie, ui, look en ricotta. Ik stopte er ook een stukje gegrilde aubergine in, en deed er een tomatensaus en kaas overheen. Very nice, en helemaal van tevoren te maken.

Ik maakte zelfs een dessert, voor het bezoek, wegens dat de man van het gezelschap een dessertkenner en -verslaafde is. Om orgineel te doen maakte ik zelf hangop (lekker man. gewoon een pot volle yoghurt laten uitlekken), en gaf daar gegrilde mango bij, ahornsiroop en een takje munt. Beste dessert in jaren.

Ondertussen is het al dag elf. En ik kan wel eeuwig zo blijven doorgaan.

Neen!

Het pact.

Zes jaar is het ondertussen geleden. We zaten in de auto op weg naar huis, we waren allebei hongerig en humeurig. Als Mensen Met Een Versgekocht Huis Dat Verbouwd Diende Worden, vonden we het in die tijd een goed plan om de batibouws, cocoons en sfeers van deze wereld plat te lopen. Want daar staat alles samen en dat is efficiënt. En iedereen doet dat, dus het zal wel nuttig zijn. Dachten we. Elke beursuitstap dat jaar had dezelfde ingrediënten. Goede moed en montere stemming het eerste half uur, maar steeds dezelfde twijfelachtige oogst op het eind: veel folders waar we nooit meer in keken, een zware maag door een overprijsde hamburger, licht zoemende hoofdpijn en irritatie die met geen vijf marlboro’s weg te krijgen was.

In de auto op weg naar huis werd er gekibbeld, die dag in 2007. Hongerig en humeurig, weetwel. Te veel mensen gezien ook, en hoofdpijn had ik al vermeld zeker? Dit alles afgewerkt met veel lelijkheid, verlicht door inbouwspotjes en buislampen. Voice-over van gladde verkopers. Hel op aarde voor mensen als ons.

En toen zagen we het licht, ergens bij Ternat. We keerden het gekibbel om in een positief signaal en concludeerden dat beurzen helemaal niet efficiënt zijn. Want 90% van wat er staat is onder te brengen in de categorieën “lelijk”, “overbodig”, “te groot voor ons huis” en “saai”. Sommige items hoorden zelfs in al deze categorieën thuis. Ja, ik heb het over jullie, jacuzzi’s.
(Ik weet niet hoe dat ondertussen zit, maar in 2007 had elke beurs een volledige hall vol jacuzzi’s. Ik heb eerlijk waar een tijdlang gedacht dat zowat heel Vlaanderen zo’n lelijk van moodlights voorziene onhygiënische broeihaard van salmonella-achtigen in zijn tuin had staan. Dat was een idee dat mij niet echt van bewondering voor het vlaamsche gevoel voor stijl vervulde, overigens, want echt: heeft u al eens goed naar die dingen gekeken?)

Enfin. We zagen plots dat het nut van de verbouwingshel discutabel is. En we legden daar, op de E40 tussen Ternat en Aalst, de gelofte af dat we nooitnooit meer naar een beurs zouden gaan. Een deal die we opvatten in de ruimste zin van het woord: geen jaarbeurs, geen lentebeurs, geen autosalon, geen batibouw. Geen babybeurs, geen boekenbeurs, geen kledingbeurs, geen tattoobeurs. En lieve hemel, zeker nooit een trouwevent.

Sindsdien word ik vrolijk als ik hoor dat er file is op weg naar Batibouw. Omdat ik daar nooit meer naartoe moet. En als ik het zou willen, in een tijdelijke vlaag van zinsverbijstering, dan kan ik niet, want het pact met mijn lief beschermt me tegen mezelf.

Beste pact ooit.

En al kinderspam

Onze flexibele mini.

*Ik moest nog gestoef overtikken uit mijn boekske! Voor de archieven, begin februari 2013.*

Mijn kleine, toen zij nog een kleinekleine was, dat was geen evidente baby: rap overstuur, nogal gevoelig, een slecht slaperke en veel huilen. Ge ziet dat kindje graag, dat is evident, maar ge kunt ook niet geloven dat het waar is wat iedereen zegt: dat het beter wordt.
Wel. Ik kan bijna niet geloven dat het .zo.veel. beter wordt. Misschien hebben wij ons deel van de minder evidente tijden gewoon wel gehad. Iets met karma en alles, want echt mensen, mijn kleine, dat is zowat de meest flexibele kleuter die ik ken.

Zo gingen wij dus naar Lanzarote en hadden daarvoor een vlucht om 6h10 op Zaventem. Dat betekent om 4h aanwezig zijn, en dus om kwart na drie vertrekken in Gent. Met een bang hart, en voorbereid op het ergste (gekrijs, gezeur, twee dagen ambetantigheid, ik had het allemaal gepikt en begrepen), haalden wij haar in het holst van de nacht uit haar warme nest, de ijzige februari nacht in. Na een 20 seconden waarin zij even stelde dat ze toch liever in haar bed wilde blijven verliep de dag alsvolgt: kijken naar de lichtjes op weg naar Brussel, spelen op de luchthaven, het helemaal spannend vinden bij de security check, geduldig wachten op boarden, vier uur boekjes lezen, tekenen, iPad spelen en filmpje kijken op het vliegtuig. Beetje spelen bij het wachten op bagage. Beetje spelen bij het wachten op de bus. Na korte aansporing van ons een half uurtje slapen op de bus naar het hotel. Geduldig wachten op check in. Lunch. Naar de kamer, badpak aan, zwemmen, spelen, filmke kijken terwijl moeder de valiezen uitpakt, in bad, en dan diner in het hotel. En daar, om half acht ‘s avonds, terwijl wij al zes uur onszelf schrap zetten voor een complete melt-down, zei de fantastische kleine simpelweg na een half bord spaghetti: en nu wil ik graag in mijn bedje.

Een verzoek dat wij natuurlijk met veel liefde en onmiddellijk ingewilligd hebben. Want zeg nu zelf: een driejarige die al anderhalve dag op is, en nog steeds niet hysterisch wordt, daar laat een mens al eens een dessertenbuffet voor staan.

Ze sliep tot de volgende ochtend, wij zeiden tegen elkaar: vandaag zullen we het krijgen, de weerbots. Maar niks. Nada. De dochter bleef de hele dag haar vrolijke zelve. En ging ‘s avonds weer vrolijk slapen, voor een ganse nacht.

De dagen, mensen, ze gingen daar open en dicht, alsof het niks was. En dat kwam door haar en omdat zij zo’n fantastisch gemakkelijk kind is.

eten projecten

Dag 3: die met het bezoek. #dagenzondervlees

Er zijn zo van die ideetjes die beter klinken op papier dan in praktijk. Zoals dat ge na een zware werkweek, afgesloten met een middag feedback geven op examens, wel eens fancy vegetarisch zult koken voor vrienden.

(Over die feedback trouwens. Ik bedacht gisterenmiddag dat het één van die meest delicate dingen is aan mijn job. De studenten die je over de vloer krijgt hebben het, op een paar uitzonderingen na, niet goed gedaan. De meesten die langskomen hadden dat niet verwacht. En dan moet je uitleggen hoe het komt, wat ze eraan kunnen doen en hoe we het naar tweede zit gaan oplossen. Realistisch zijn, maar niet alle moed de kop indrukken. Proberen niemand aan het huilen te brengen. Ik ben doodmoe na zo’n middag. Kordate fluwelen handschoenen kosten veel energie.)

Enfin. Toen ik thuiskwam wilde ik enkel nog comfort food. En dus werd het een ovenschotel. MET CHIPS ERIN. De dochter vond het vreselijk fascinerend, en het was ook bijzonder lekker. En zoals Dorien dat zegt in de commentaren: perfect voor bezoek, want je moet niks meer doen op het moment zelf.
Erbij gaf ik een salade met gemengde sla, kerstomaten die zalig lekker geurden, rode ui, komkommer en venkel. Basilicumolie en witte wijn-azijn eroverheen. En veel peper en zout.

Vooraf vulde ik champignons met een mengeling van kruidenkaas, veel bladpeterselie en lente-ui. Erover wat broodkruim en dan in de oven. Serveren op een bedje van rucola, geroosterde pijnboompitten en een beetje balsamico. En een stuk turks brood erbij.

Het dessert was gekochte appelcake. Want dat mag, en David krijgt daar geen afasie van.

En al

Weekendochtend.

Het is half negen, een doorsnee weekendochtend. Ik lig in de zetel, zij ligt voor me. Lepeltjes in een stil schof, haar hoofd op mijn arm, haar haar voor mijn neus.
We hebben een deken of drie, we hebben kussens. Want ze vroeg om een nestje te bouwen. De televisie staat op en ik hoor vaag kwiskat overgaan in kaatje. Ze ligt rustig, wriemelt wat aan mijn hand, duwt koude kleutervoetjes tegen mijn knieën en ik vind dat niet erg. Ik hou haar dicht bij me en dommel af en toe in.

Zo zien mijn weekendochtenden eruit, tussen half acht en negen. Ik klaag over dat ik nooit eens kan uitslapen, door dat werk van mijn lief. Maar eigenlijk vind ik het stiekem het mooiste moment van de dag. Zij en ik, en nog even geen werkelijkheid in ons nest.

Ik weet ook dat het niet voor altijd zo blijft, dat ze zo bij mij wil liggen. Ze is drie, wordt gauw vier. Grote meisjes liggen niet eindeloos met hun moeder in de zetel, ik weet dat.

Dus ruik ik aan haar hoofd, en sla de geur op voor dagen van later. Ik voel nu al hoe de weemoed die terugdenken hieraan mijn hart zal overspoelen.