En al

Street cred zero: hierzo.

Dus. Ik sta les te geven, voor mijn bomvolle klas, en ik zwaai met mijn arm. Ik doe dat, met mijn armen zwaaien, omdat het deel van mijn motoriek is en omdat de huidige generatie jeugdigen bewegende beeldjes gewend is en zich moeilijk kan concentreren op stilstaande beelden. Maar ik zwaai dus, en in het gezwaai raak ik mijn handtas, die op de grond valt. Omgekeerd (natuurlijk). En de tirette was niet toe (natuurlijk). En dus lag de inhoud op de grond, tentoongespreid aan de nieuwsgierige blikken van 37 negentienjarigen.

Vijf balpennen. Een ritsel kleingeld. Een labello. Een verfrommeld ziektebriefke. Vijfhonderd kasticketjes. Een tube mustella luierzalf. Een pamper. Een strip dafalgans. Drie half opgegeten vitabiskoeken. Een stuk boterham. Een speelgoedhertje. Een papieren zakdoek waarmee ik een peuter-choco-mond had afgeveegd en die er redelijk degoutant uitzag.

Really. Bijna even genant als die keer dat mijn haarrekker aan de muur was blijven plakken nadat ik ertegen had geleund tijdens het lesgeven.

mediagedoe

Rode. Loper. dink.

Vrijdag is het gelijk vorig jaar: wij naar het verre Limburg voor het jaarlijkse gedoe van de lichtbak. Het lief is genomineerd, net als vorig jaar, en hij had gezegd: “als we genomineerd zijn gaan we nog eens”. En dus gaan we nog eens.

Vorig jaar was ik daar nogal gestresseerd over, eigenlijk, om verschillende redenen. Om te beginnen: de meeste mensen die daar rondlopen besteden een veelvoud van de tijd die ik eraan besteed aan hun uiterlijk. Look. Dinges. Ik word daar wat onzeker van. Ik ga niet zeggen dat ik een slonzige huissloof ben, maar er zijn een paar werkpuntjes, ge kent dat wel. Ik eet meer dan goed voor mij is, en weeg dus chronisch een kilo of vijf (of tien, het hangt ervan af op welke dag ge me treft welk getal ik noem) te veel. Als ik naar de kapper ga, dan geef ik als instructie: zorg dat ik er geen gedoe aan heb. Ik draag ongeveer vijf dagen per jaar iets van schmink op mijn gezicht, en ik heb meestal vlekken op mijn kleren omdat mijn dochter morst met haar eten. Om maar te zeggen: ik zie er net iets minder uit om door een ringske te halen dan de doorsnee vrouw daar aanwezig. Mijn glamourgehalte beperkt zich tot het immer en altijd dragen van hoge hakken, maar dat is natuurlijk niet voldoende als er vijfhonderd miljard kodaks op u gericht worden. Al die onzekerheid zorgde ervoor dat ik vorig jaar dagen bezig was met de perfecte schoenen, de perfecte jurk, het perfecte haar. Vermoeiend was dat.

Vorig jaar was de dochter ook pas zes maand, en niet alleen had dat redelijk wat invloed op hoe ik eruit zag toen (ik sliep nauwelijks, weetwel), ik was ook vreselijk onrustig dat ik haar moest achterlaten. Ze ging die dag van even voor de middag naar mijn ouders, en we zouden haar pas de volgende middag afhalen. 24 uur zonder het kind: stress maat!

Dit jaar echter is alles anders: ik ben heb op een half uur een kleedske gekocht (met als enige vraag aan haar: ziet mijn poep er niet dik uit?), ik doe dezelfde perfecte schoenen als vorig jaar aan, en ik heb nieuwe nylonkousen gehaald in de veritas. Dinsdag ga ik naar de kapper, want dat was toch wel eens vandoen, en vrijdag voor we vertrekken ga ik bij kelly langs, die wat verdoezelende en highlightende brol op mijn gezicht gaat smeren. Want we gaan daar eerlijk in zijn: als ik zelf met make-up aan de slag ga, dan zie ik er meestal uit als een kruising tussen morsige koala-beer en meiske van achter de ruit aan de zuid. En dat is het.

En de dochter? Aangezien die tegenwoordig als ge durft “dikke lul” roepen naar iemand die u in de auto de pas afsnijdt, diezelfde krachttermen feilloos herhaalt, vermoed ik dat ze zich wel zal redden, zo bij haar grootouders. Ze zal er alleszins minder vuile woorden leren dan thuis.

werk

Lost Generation.

Deze namiddag, de startmiddag van het opleidingsonderdeel diversiteit, was inspirerend, schokkend bij momenten, en om stil van te worden ook.

De laatste spreker, Piet Van Avermaet, sloot af met dit filmpje. En de woorden: het ligt in jullie handen.

Na afloop gaven de studenten een daverend applaus, en ik, sentimental fool i am, had een krop in mijn keel en een grote grijns op mijn gezicht.
Middagen zoals deze zijn waarom ik dit werk doe, denk ik.

Ja!

Neem uw dagboek en schrijf op:

De laatste dagen stapelen de bewijzen zich op. Maandag was het nog licht toen ik naar huis reed van het werk. ZES uur en nog niet eens nacht. Zotjes. Dinsdag ruimde Jella ons terras op, en bleek er een pot krokussen van vorig jaar zowaar weer aanstalten tot bloei te maken. De verslenste bieslook in de bloempotten op de vensterbank is een frisgroen jubelend sprietjesfestijn geworden. En dan heb ik het nog niet eens de sneeuwklokjes-bollekes die ik — veel te laat, i laugh in the face of gebruiksaanwijzingen van plantgoed — in de bevroren grond van de olijfboompot heb geduwd en die nu al komen piepen, zo moedig en zo het bewijs dat groene vingers zwaar overschat zijn.

En vandaag was het echt niet meer te ontkennen. Op donderdag 17 februari 2011 heeft uw dienaar het vastgesteld met de grootste zekerheid: er is sprake van een voorzichtig haar komst aankondigende lente. Pas op, ik zeg niet dat het al zover is, want iedereen weet hoe dat gaat met die dekselse natuur. Eerst een beetje zon en bloesem voor onze neus wapperen en dan hopla een sneeuwbui erachteraan en 14 dagen regen. Maar het was vandaag *wel* voor het eerst dat ik durfde hopen dat het niet voor altijd zal blijven duren, de winter.
Er was zon! Er was geen vest en toch in de hof zitten! Er waren lachende studenten! Er was zelfs een voorzichtig terras. Jawel. Bewijzen voldoende. Alles komt goed, lieve lezers, alles komt goed.

kinderspam werk

Over dat van die buurtschool.

Ik ga uit eten, de dochter blijft bij de babysit. Ze waait binnen, de babysit, op het afgesproken uur. Ik lach een beetje, zoals altijd en breng in herinnering dat ze in mijn lessen altijd te laat was. \”Elke dag naar Antwerpen, nu\” zegt ze \”en nog nooit te laat geweest\”. Ze klinkt fier, en ik ben ook fier op haar. Ze is een buurmeisje, Marokkaans en overtuigd moslima. Ik vergeet het soms, ondanks haar sluier. Dan zeg ik domweg: \”ik heb een massa chocolade in de kast zitten, eet er alsublieft van want anders ga ik mezelf misselijk maken de hele week\”. Dan blijkt het ramadan te zijn, en ik lomp.

Ze woont om mijn hoek, hier in de Brugse Poort, en ze is hoogstpersoonlijk de oorzaak geweest van het wegsmelten van mijn allerlaatste vooroordelen. Ze heeft op de buurtschool gezeten indertijd, natuurlijk. \”Veel anderstaligen hoor\” zegt ze daarover. Als je je ogen sluit, hoor je haar anderstalig zijn nauwelijks. Ik ken haar uit het meisjeshuis, lang geleden, toen ze gigantisch puberde en ik study-coaching deed daar. Veel later zat ze drie jaar lang bij mij in de klas, op de Hogeschool Gent, leraar kleuteronderwijs. Ze is afgestudeerd zonder problemen. Nu gaat ze elke dag naar Antwerpen, waar ze taalleerkracht is voor anderstalige kindjes.

Ze is een succesverhaal, en ze beseft het zelf nauwelijks. Ze is ook één van de redenen waarom ik zonder twijfelen mijn dochter om de hoek, in de buurtschool, heb ingeschreven. Onbezorgd. Waarom zou ik ook zorgen hebben? Het is een goede school, ik geloof in de methode en het is vlakbij. En wij wonen hier, in onze multi-culturele wijk met al zijn problemen en geneugten, dus wat zou ik mijn dochter elders in een gouden kooi stoppen? Dat er dit jaar voorrang was van inschrijven voor niet-GOK-kindjes werd hier thuis op gejuich onthaald, want daardoor hadden we meer kans dat de dochter binnen zou geraken. Het was een kennis die zei: \”oei, dat betekent toch dat er sowieso té veel GOK-kindjes zitten, niet?\” Ik had er nog niet bij stilgestaan, maar inderdaad. En ook wel: et alors?
(more…)